DELEN
pensioenleeftijd

EU-geld als beloning voor lidstaten voor het verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd, het flexibeler maken van arbeidsmarkten of het verlagen van minimumlonen? De Europese Commissie wil dat grotendeels onopgemerkt door de strot duwen van de burgers in de EU, en als we het van het Europees nepparlement moeten hebben dan vrezen we een verdere afbraak van de democratische beginselen.

Tijdens de eurocrisis werden de EU-lidstaten gedwongen om structurele hervormingen door te voeren in het kader van de reddingsoperatie in ruil voor “steunbetalingen”. Omdat dit “succesvol” was volgens de bedenkers van die plannen, bijvoorbeeld hervormingen zoals het verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd, werd dit instrument in de jaren 2012/13 binnen de EU permanent besproken en is nu besloten dat voor alle lidstaten – ook die weinig of niet te lijden hadden onder de crisis – het volgende wordt ingevoerd: de regeringen van de lidstaten moeten zich contractueel verbinden tot meerjarige hervormingsprogramma’s om na de succesvolle implementatie geld uit de EU-begroting krijgen. “Trojka voor iedereen“, om het zo maar te zeggen.
Dit Brussels beleid is voornamelijk op initiatief van de Duitse federale overheid (regime Merkel) en de Europese Commissie (regime Alcoholisten en Opvreters) tot stand gekomen, en is bij parlementariërs bekend onder de naam “Pact voor Concurrentievermogen” of ook wel  “contractuele overeenkomsten”.
Vakbonden schenen al flink te protesteren tegen dit ondemocratische, asociale en nutteloze instrument, en veel lidstaten vonden dergelijke interventies in hun nationale verantwoordelijkheden ook geen goed idee, zodat de besprekingen stopten.

Maar Brussel zou Brussel niet zijn als het haar eerdere plan in de onderste lade had gestopt: nu heeft de Europese Commissie het onderwerp opnieuw op de agenda geplaatst – tot nu toe in het geniep. In haar nota over de verdieping van de economische en monetaire unie van 6 december 2017, heeft ze een voorstel gedaan dat kan worden omschreven als een voorloper van een pact voor concurrentievermogen. Het plan is “verborgen” achter de omslachtige titel: “Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad” (link hier)

Dit is een concreet wetgevingsvoorstel dat de Europese Commissie halverwege het jaar door de Europese Raad en het Europees nepparlement wil laten aannemen.

Het overkoepelende doel dat door de Europese Commissie wordt nagestreefd, is (officieel) het nationale economische beleid beter te coördineren om “robuustere economische structuren en een grotere convergentie van de economische prestaties” te bevorderen, zodat beter kan worden ingespeeld op crises. Het is de mening van Juncker c.s. dat dit structurele hervormingen vereist die, net als het mededingingspact, door Europese fondsen moeten worden gesteund: als een lidstaat zich committeert aan bepaalde hervormingen en contracten met de Europese Commissie, zal deze na succesvolle uitvoering financiering van de EU ontvangen.

Deze hervormingen moeten nadrukkelijk door de lidstaten worden uitgevoerd, en van de zijde van politici gaat Juncker uit van geen enkele medezeggenschap van EU-politici, wat de Commissie ook vermeldt in de toelichting bij haar voorstel:

Passende nationale beleidsmaatregelen zijn van essentieel belang voor de vlotte werking van een meer geïntegreerde economische en monetaire unie. Een groot aantal cruciale en doorslaggevende beleidsterreinen is echter nog steeds grotendeels in handen van de lidstaten en het is dan ook cruciaal dat de maatregelen op deze terreinen worden gecoördineerd en dat de hervormingen qua volgorde goed op elkaar aansluiten om een maximaal effect te bereiken, niet alleen op nationaal niveau maar ook op het niveau van de EU.
Voor het goed functioneren van een meer geïntegreerde economische en monetaire unie (EMU) is passende beleidsactie op nationaal niveau vereist. Aangezien veel van de belangrijkste beleidsterreinen voor de EMU hoofdzakelijk onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten vallen, zijn de coördinatie van deze gebieden en de timing van hervormingen van essentieel belang, willen zij doeltreffend zijn, niet alleen op nationaal niveau, maar ook op EU-niveau.

Dan is het makkelijk als je de democratische spelregels buiten werking zet.

Het kader voor de hervormingen moet het zogenaamde Europees semester zijn, een proces waarin de lidstaten hun economisch- en begrotingsbeleid coördineren. De nadruk moet liggen, volgens de Europese Commissie, op

…hervormingen van de product- en arbeidsmarkten, fiscale hervormingen, de ontwikkeling van kapitaalmarkten, hervormingen om het ondernemingsklimaat en investeringen in menselijk kapitaal aan te zwengelen, en hervormingen van het openbaar bestuur.

De Commissie is van plan dit voor de lange termijn te verankeren, maar er is een proeffase gepland. Hiertoe stelt de Commissie voor om de middelen uit de prestatiereserve van 2018 tot 2020 in het kader van de huidige Europese structuur- en investeringsfondsen, te gebruiken, in plaats van specifieke projecten ter ondersteuning van hervormingen te steunen – in eerste instantie (!) vrijwillig.

De procedure wordt door de Europese Commissie als volgt beschreven:
Als onderdeel van de nationale hervormingsprogramma’s in het Europees semester, stellen de lidstaten hervormingsmaatregelen voor in de vorm van maximale driejarige hervormingsverplichtingen. De Commissie beoordeelt deze, kan wijzigingen eisen en stelt het bedrag voor ondersteuning vast. De implementatie moet dan ook worden gevolgd en geëvalueerd in de context van het Europees semester. Na een succesvolle uitvoering zullen de lidstaten het geld ontvangen.

Het verzoek van de Europese Commissie moet om verschillende redenen worden afgewezen:

Ten eerste: op het doel kan wel weinig zijn aan te merken: het economisch beleid, zoals de EU dat vóórstaat, moet in het eurogebied meer op één lijn worden gebracht. Maar met bilaterale overeenkomsten tussen de Europese Commissie en de afzonderlijke staten zal dit lang niet altijd op de noodzakelijke manier mogelijk zijn.

Ten tweede kunnen we ervan uit gaan dat nauwere coördinatie van het economisch beleid, zoals de Europese Commissie beoogt, alleen maar zou leiden tot een verkrapping van het bezuinigingsbeleid. Reeds met de mogelijkheden die vandaag bestaan, roept de Commissie de afzonderlijke lidstaten regelmatig op om de lonen in het ambtenarenapparaat te bevriezen, collectieve onderhandelingsstelsels te decentraliseren, de arbeidsmarkten flexibeler te maken, loonindexatie af te schaffen, enz. En dat alles trouwens met steun van de politieke macht die in de EU de lakens uitdeelt: de Stasi Duitsland. Angela Merkel zei in 2013 vrij openlijk dat ze via het concurrentiepact in het loon- en sociale beleid van de lidstaten wilde interveniëren en hen concurrerender wilde maken.

Een Europese Unie is prima voor haar, maar dan wel een Duitse Europese Unie.

Ten derde: zelfs met een meer werkgelegenheidsvriendelijke politieke oriëntatie in Brussel (en Berlijn) zou fiscaal en sociaal beleid nog steeds moeilijk te coördineren zijn. Tegen sociale en fiscale dumping lijken alleen bindende minimumnormen realistisch. Het bundelen van die hervormingspakketten is erg moeilijk, want dan zou met elk afzonderlijk land over een passend pakket moeten worden onderhandeld – bijvoorbeeld over een bepaald belastingtarief voor bedrijven. Als een land het daarmee eens is, kan een ander lan het gebruiken om zijn belastingen te verlagen en een concurrentievoordeel te behalen. Het concurrentiebeginsel zou niet worden afgeschaft. Gemeenschappelijke minimumnormen zijn daarom alleen mogelijk door richtlijnen die voor iedereen even bindend zijn.

Ten vierde is er een probleem van de democratie: volgens de voorstellen van de Europese Commissie wordt het Europees nepparlement in het geheel niet betrokken bij de (geheime) beraadslagingen van de Europese Commissie, aangezien de pakketten worden onderhandeld en gesloten tussen de Europese Commissie en de afzonderlijke lidstaten. Voor inhoudelijke discussies over de overeengekomen inhoud van de pakketten zou tijd noch publiek beschikbaar zijn.

Stuk voor stuk voldoende reden om weerstand te bieden tegen deze plannen van Juncker. In het verleden was het mogelijk om het “pact voor concurrentievermogen” te voorkomen. Toen omdat er geen geld voor was, maar omdat geld tegenwoordig geen probleem is (de schuldenberg kan nòg hoger) kan het maar zo zijn dat de Europese Commissie met haar recente push weet te scoren.

We weten immers dat het Europees nepparlement voornamelijk bestaat uit opvreters en profiteurs, die niet de belangen van de burgers van hun lidstaten vertegenwoordigen, maar die van henzelf. Daar horen onder andere een goedgevulde portemonnee, buik en wijnkelder bij – en het nuchtere vermogen om te zorgen dat zij op het democratische vlak niet buiten spel worden gezet.
Maar we zien het er nog van komen dat zij vóór deze plannen stemmen….

Reacties

Reacties

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.