DELEN
hongarije

Viktor Orbán. ‘Viktator’ die zijn voeten veegt aan de EU-waarden? Of ziener en drijvende kracht achter een nieuw, ander Europa? Een portret van de meest geslepen uitdager van het Europese establishment.

Boedapest, vrijdag 16 juni 1989. Op het Heldenplein vindt een voor het communistische Hongarije erg ongewone ceremonie plaats. De oppositie herbegraaft er Imre Nagy, als een held van de natie. Nagy, een communistische hervormer, kondigde in het najaar van 1956 het einde van de eenpartijstaat aan, de terugtrekking uit het Warschaupact en de neutraliteit van Hongarije. Het Sovjetleger verpletterde de “opstand”. Nagy werd in de val gelokt, opgehangen en in een anoniem graf gegooid. Maar meer dan dertig jaar later wankelt het Hongaarse communistische regime. Net als elders in het Oostblok. Op 4 juni 1989 zijn in Polen de eerste vrije verkiezingen gehouden. In Hongarije dwingt de oppositie de communistische machthebbers nu tot deze hulde. Vier toplui van het regime wonen de plechtigheid met lange gezichten bij. Er komen ook ruim honderdduizend gewone burgers opdagen. En de staatstelevisie zendt rechtstreeks uit.

Val van de Muur

De Hongaren zien zo hoe een onbekende student het woord neemt. Mager. Lang haar. Stoppelbaard. Hij heet Viktor Orbán en is woordvoerder van een groep die zich Federatie van Jonge Democraten (Fidesz) noemt. “Nagy”, speecht hij, “vervulde de diepe wensen van de Hongaarse natie. Hij maakte een einde aan communistische taboes, zoals blinde gehoorzaamheid aan Moskou en de dictatuur van één partij.” Na een sneer richting de vier aanwezige partij-officials eist Orbán het vertrek van het Rode Leger en vrije verkiezingen. Twee maanden later gaat de grens tussen Hongarije en het Westen (Oostenrijk) voor het eerst open. Op 11 september wordt die openstelling definitief: de rechtstreekse aanleiding tot de val van de Berlijnse Muur. In oktober wordt de Volksrepubliek Hongarije ten grave gedragen.

Orbán – die op dat moment met een beurs van de Soros Foundation in Oxford studeert – keert snel naar huis terug. Bij de eerste vrije verkiezingen in maart 1990 haalt Fidesz 22 zetels. Eén daarvan is voor Viktor Orbán. Het jonge parlementslid is eigenlijk ‘een boerke van den buiten’. Geboren in Székesfehérvár, op een uur rijden van Boedapest. Vader Gyozo, ingenieur, is er hoofd van de machineafdeling op een staatsboerderij. Breed hebben ze het niet. Er is thuis geen stromend water. En in de vakantie moet er gewerkt op het land. Wie niet wil gehoorzamen, krijgt klappen. De relatieve geneugten van het ‘goulashcommunisme’ gaan aan de jonge Viktor voorbij. Of toch niet helemaal. Hij is gek van voetbal en westerns. ‘Once Upon a Time in the West’ van Sergio Leone is zijn favoriet.

Nu of nooit

Hij is ook een goeie student. In 1982 verhuist Orbán naar het István Bibó College, in de heuvels van Boeda. De instelling is een soort internaat voor rechtenstudenten. Er wordt daar redelijk vrij gediscussieerd en er ontstaat een vriendengroep van “liberale democraten”. Die delen naast hun politieke ideeën ook dezelfde achtergrond en worden een beetje vanuit de hoogte bekeken door hun leeftijdsgenoten uit de hoofdstad. Professoren en medestudenten van toen herinneren zich de overtuigingskracht van Orbán. Ook als in 1987 het idee rijst om een – in principe verboden – prodemocratische beweging op te richten. Sommigen aarzelen. “Nee”, zegt Orbán. “Het is nu of nooit.” In maart 1988 ziet de Fiatal Demokraták Szövetsége (Fidesz) het licht. Orbán krijgt gelijk. De autoriteiten tolereren Fidesz als eerste niet-communistische jeugdbeweging.

Diezelfde overtuigingskracht gebruikt hij in 1993. De eerste postcommunistische regering heeft zich vastgereden. Veel Fidesz-leden opperen dat ze het best bij de grotere liberale partij kunnen aansluiten. “Over mijn lijk”, zegt Orbán. Hij vreest opgeslorpt en uitgerangeerd te worden. Hij verovert het partijvoorzitterschap en geeft het programma een forse ruk naar rechts. Dat loont bij de verkiezingen in 1998. Viktor Orbán wordt op zijn 35ste de jongste premier ooit van een Europees land.

Maar vier jaar later is het alweer over. Tot hun eigen stomme verbazing verliezen Orbán en Fidesz van de socialisten. Onder die naam vaart in Hongarije op dat moment een combinatie van linkse carrièremakers en oud-communisten die mooi hun plan getrokken hebben bij de val van het regime. Net als in Polen is die ommekeer namelijk niet met geweld gebeurd, maar na onderhandeling. De handigste apparatsjiks hebben hun economische en andere sleutelposities behouden, hun netwerken functioneren nog steeds. Ze beloven de kiezers de hemel op aarde. De dubbele regeerperiode van de socialisten eindigt echter in een drama. Hongarije is het eerste Europese land dat nood heeft aan een IMF-reddingsoperatie. Bij de verkiezingen van 2010 behaalt Orbán 53% en een tweederdemeerderheid in het parlement. “Een revolutie via de stembus”, noemt hij de overwinning.

Trauma

In de oppositie heeft Orbán voor zichzelf uitgemaakt dat de nederlaag van 2002 zich niet meer zal herhalen. Hij herschrijft de grondwet. Artikel 1 legt de nadruk op de christelijke wortels en waarden van het land. Hij geeft alle etnische Hongaren die in de buurlanden wonen de (dubbele) Hongaarse nationaliteit én stemrecht. In een land dat nog altijd niet bekomen is van het Trianon-trauma – ex-grootmacht Hongarije verloor in 1920 bij dat verdrag twee derde van zijn grondgebied en één derde van zijn inwoners – wordt dit goed onthaald. Buitenlands aandeelhouderschap in bedrijven wordt moeilijker gemaakt. Om “efficiënter” te communiceren dan tijdens zijn eerste regeerperiode veranderen enkele media van eigenaar.

In 2014 behoudt Orbán inderdaad de macht. Hij is erin geslaagd om Fidesz incontournabel te maken in het centrum. De oppositie bestaat enkel nog uit oud-communisten en de neonazi’s van Jobbik. Als zijn Europese vrienden Orbán bekritiseren – Hongarije is sinds 2002 EU-lid en zijn partij is in 2008 door Wilfried Martens bij de Europese Volkspartij (EVP) ingelijfd – is zijn antwoord simpel: “Zou je liever met hen zakendoen?” Toch komt er na de herverkiezing van 2014 vrij snel sleet op zijn regering. Maar dan barst in de lente van 2015 de migratiecrisis los.

Orbán bouwt snel een muur om de Balkan-route af te snijden. Hij werpt zich op als verdediger van een christelijk Europa tegen een mosliminvasie. Ondanks aandringen van Brussel weigert hij migranten op te nemen. Zo zet de Hongaarse premier zichzelf definitief op de Europese politieke kaart. Alle tegenstanders van massa-immigratie hebben nu hun voorbeeld. Het legt hem ook geen windeieren in eigen land. De Hongaren leren in de geschiedenisles nog steeds over de 150 jaar bezetting door de Ottomanen. Ze zijn ook niet blind voor wat “de mislukking van de multiculturele samenleving” – de vaststelling is van Angela Merkel – in West-Europa aan sociale problemen heeft opgeleverd. Een groot deel van de publieke opinie vindt het goed dat Orbán hen daarvoor behoedt. In april van dit jaar wordt hij probleemloos herverkozen.

Tijdens zijn – ondertussen lange – tweede premierschap schuwt Orbán de provocatie niet. Integendeel, hij gebruikt het conflict vaak om zijn macht te bestendigen. Maar de Hongaarse premier heeft er zich wel altijd voor behoed een paar grenzen niet te overschrijden. Conflicten met buurlanden over de etnische Hongaren, bijvoorbeeld. Dat komt hem goed van pas bij de dubbele strijd die hij nu levert met Brussel. Dubbel, want er is niet alleen het meningsverschil over migratie. Orbán wil ook openlijk komaf maken met de invloed van “de generatie van mei ’68” en de “liberale blablabla”. Werk, gezin, vaderland. Die oude waarden moeten opnieuw centraal staan. De migratiecrisis ziet Orbán als een hefboom om beide doelen te bereiken. Ze kan Europa namelijk doen splijten.

Visegrád

De Hongaarse premier vindt medestanders in de EU-lidstaten Polen, Tsjechië en Slovakije, de zogenaamde Visegrád-groep. Samen zijn ze ook lid van het Drie Zeeën Initiatief, in 2017 in het leven geroepen door de Poolse president Duda en de Kroatische Grabar-Kitarović. Een blok van twaalf landen en 120 miljoen inwoners dat naast de Visegrád-groep en de drie Baltische staten ook Oostenrijk, Slovenië, Kroatië, Roemenië en Bulgarije omvat en zich uitstrekt van de Baltische tot de Zwarte en de Adriatische Zee. Uit die kern wil Viktor Orbán graag een nieuw en ander Europa creëren.

Brussel ziet dat vanzelfsprekend anders. De politieke gevolgen van dat meningsverschil zag u vorige week op tv. Met in de rol van procureur een Nederlandse Groene. En met als aanklacht dat zijn land de EU-waarden schendt. De Hongaarse premier kreeg elf minuten om zich te verdedigen. Hij verloor de stemming. Maar Orbán ligt niet echt wakker van eventuele sancties. Daar is unanimiteit binnen de Europese Raad voor nodig en Polen – tegen wie een gelijkaardige procedure loopt – zal nooit z’n goedkeuring geven. Het kamp-Orbán rekent nu op de Europese verkiezingen van juni volgend jaar om de eigen positie te verbeteren. ‘Once Upon a Time in the West’ is nog steeds zijn lievelingsfilm. Vooral de rol van wreker Harmonica, vertolkt door Charles Bronson. Kenners weten dat Flagstone, het fictieve dorp waar de film zich afspeelt, er na diens doortocht helemaal anders uitzag dan voorheen.

Reacties

Reacties

SDB en nieuwsreporter.com brengt u nationaal en internationaal nieuws

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.