zo. nov 27th, 2022
kernwapens

Statistieken vrijgegeven in 2003 door het Amerikaanse ministerie van Defensie, duiden op het bestaan van ongeveer 725 overzeese Amerikaanse militaire bases, gepositioneerd in 38 landen. In Europa werd ook de aanwezigheid van 100.000 Amerikaanse soldaten bevestigd.

Tien jaar later, in 2012, was het aantal toegenomen tot 750 militaire bases, met 1,4 miljoen Amerikaanse troepen actief in dienst, deze cijfers worden ook vandaag nog gerapporteerd. Andere schattingen suggereren dat de VS beschikt over meer dan 1000 overzeese militaire installaties. Het netwerk van deze bases is zo expansief dat zelfs het Pentagon (hoofkwartier van het Amerikaanse departement van defensie) het exacte aantal niet eens kent.

In Europa dateren sommige van deze militaire faciliteiten die vandaag nog in gebruik zijn uit het tijdsperk van de Koude Oorlog. Er is veel veranderd in de laatste generatie, veel Europese landen hebben zich namelijk aangesloten bij de door Washington-gedomineerde NAVO, een steeds agressievere militaire alliantie. De uitbreiding van deze alliantie gaat ook ongehinderd verder, ondanks het feit dat lidmaatschap onvermijdelijk leidt tot een aanzienlijke uitholling van soevereiniteit en onafhankelijkheid, zeker voor de kleinere landen.

Sinds 2004, voeren NAVO-spionagevliegtuigen (Airborne Warning and Control System) patrouilles uit over de Baltische Zee landen en NAVO landen, zoals Estland en Letland, aan de werkelijke grenzen van Rusland, een nucleaire supermacht. Dergelijke acties van de NAVO creëren een duidelijk potentieel voor het uitbreken van een nucleaire oorlog, deze dreiging zal enkel toenemen naarmate de spanningen in de Oekraïne crisis escaleren.

In de periode van 1940 – 1996 gaf Washington ongeveer 5,5 biljoen dollar uit aan haar nucleaire programma. Dit cijfer bevat niet de 320 miljard dollar nodig voor de jaarlijkse uitgaven aan de opslag- en verwijderingskosten van het radioactief afval dat zich voor meer dan 50 jaar heeft  opgestapeld, noch de 20 miljard voor de ontmanteling van de kernwapensystemen en de verwijdering van overtollig nucleair afval.

Vanaf de Tweede Wereld Oorlog tot 2007 gaf de Amerikaanse overheid 7,2 triljoen dollar uit aan nucleaire wapens

Onderzoek van de ‘Brooking Institution’ in Washington berekende dat vanaf de Tweede Wereld Oorlog (1939 – 1945) tot 2007, de Amerikaanse overheid 7,2 triljoen dollar uitgaf aan nucleaire wapens. De totale militaire uitgaven, inclusief aan kernwapens, in deze periode van zes decennia bedroeg  22,8 miljard dollar. Sinds de atoombombardementen van Hiroshima en Nagasaki heeft de VS ongeveer 70 000 kernwapens geproduceerd. En op het moment dat de Koude Oorlog in 1991 “officieel” tot haar einde kwam, hield Washington een arsenaal over van 23 000 kernkoppen.

Tijdens de Koude Oorlog stationeerden de VS hun kern bommen in 27 verschillende landen en gebieden, waaronder Groenland, Duitsland, Turkije en Japan. Desondanks de afname van het communisme sinds de jaren 90’, bezat het Pentagon in 2006 nog steeds 9962 intacte kernkoppen,  inclusief 5736 kernkoppen waarvan werd aangenomen dat ze nog steeds actief en operationeel waren.

Het oorspronkelijke plan was om 150 tot 200 kernbommen in Europa te houden, maar dit werd verhinderd door één van de laatste initiatieven van president Bill Clinton (1993 – 2001). Op 29 november in 2000 ondertekende de president de ‘Presidential Decision Directive/NSC-74’, die het ministerie van Defensie machtigde om 480 kernkoppen in Europa op te slaan, waarvan een aanzienlijk aantal in de Amerikaanse bases in Duitsland.

De Braziliaanse historicus Moniz Bandeira vroeg: “Wat zou het doel kunnen zijn om 480 kernkoppen in Europa te houden na het einde van de Koude Oorlog? Het terrorisme bestrijden? President George W. Bush heeft het niveau van de bewapening niet verlaagd, en het enige wat president Barack Obama deed was de vervanging van de verouderde kernbommen van de vrije valvariant door andere, meer geavanceerde precisiegeleide systemen, die met moderne vliegtuigen konden worden vervoerd, voor een  bedrag van  6 miljard dollar.”

Washington was van plan om kernwapen gerelateerde infrastructuur te bouwen voor het “Ballistic Missile Defense System” op het grondgebied van de NAVO leden Polen en Tsjechië,  maar deze acties werden tegengewerkt door de meerderheid van de bevolking in beide landen.

Volgens het ‘2010 Base Structure Report’ van het Amerikaanse ministerie van defensie beschikte het Pentagon in totaal over 4 999 militaire installaties. Deze zijn verspreid over Amerika zelf, haar zeven territoriale bezittingen en 38 andere landen. De faciliteiten bestaan uit bases met betrekking tot het leger, de marine, luchtmacht, marinier korps en de ‘Washington Headquarters Services’. De militaire installaties zijn het hoogst geconcentreerd in Duitsland (218), Japan (115), en Zuid-Korea (86). Duitsland beschikt ook over een bijzonder groot aantal van de overzeese Amerikaanse troepen, er zijn er namelijk 53 766 van gestationeerd in Duitsland,  gevolgd door Japan met 39 222 en Zuid-Korea met 28 500 Amerikaanse troepen.

Zoals we kunnen zien, beschikken Duitsland en Japan niet over ware onafhankelijkheid, en blijven ze tot vandaag de prijs betalen voor hun militaire nederlagen in de Tweede Wereld Oorlog. Hoewel de Amerikanen samen met Britse hulp de Japanners hebben verslagen, worden mensen in het Westen zelden geïnformeerd over het feit dat de Duitsers werkelijk overwonnen werden door de Russen, en niet door de westerse bondgenoten. De oorlog in Europa was effectief gewonnen door Sovjet-Rusland, eerst in Moskou en vervolgens werd het keerpunt bevestigd in Stalingrad, vele maanden voor de ‘D-Day’ landingen op juni 1944 in Noord-Frankrijk.

Een factor in de oprichting van de NAVO was om ervoor te zorgen dat Europa, en vooral Duitsland afhankelijk en gehoorzaam blijft aan Amerika

Een factor in de oprichting van de NAVO in 1949 en haar voortbestaan en uitbreiding, was om ervoor te zorgen dat Europa, en vooral Duitsland afhankelijk en gehoorzaam blijft aan Amerika. Men kan getuige zijn van de Duitse steun tot op het hoogste niveau voor Amerikaanse conflicten aan de andere kant van de wereld. Zoals de toenmalige toekomstige bondskanselier Angela Merkel, die in 2003 publiek de Amerikaanse invasie van Irak steunde, waarbij ze zelfs de oppositie vanuit haar eigen partij, de Christelijke Democratische Unie (CDU), negeerde.

Geen enkele Amerikaanse regering sinds die van Dwight D. Eisenhower (1953 – 61) is erin geslaagd om het wapenbudget van het land te verminderen. Desondanks de waarschuwingen van president Eisenhower, heeft het militair-industrieel complex zich allang ingebed in de Amerikaanse economie. Besparingen op de militaire uitgaven zouden werkelijk een negatieve invloed hebben op de economieën van verschillende Amerikaanse staten, in het bijzonder die van Texas, Californië, New York en Florida. Na 1980 werd Californië de Amerikaanse staat die het meest afhankelijk was van de militaire uitgaven van het Pentagon. In 1986, ontvingen de aannemers van het Pentagon in Californië  20% van het budget van het Amerikaanse ministerie van Defensie, terwijl New York, Texas en Massachusetts beschikten over zo’n 21% van het budget.

Een groot deel van deze militaire uitgaven gaan naar de productie van hoog geavanceerde militaire hardware, zoals de B-1 zware bommenwerper (geïntroduceerd in 1986) en de B-2 zware bommenwerper (geïntroduceerd in 1997), samen met de Trident I- en II-raketten, de MX-raketten, het “Strategic Defense Initiative Program” en de Milstar (Military Strategic and Tactical Relay Satellites). De B-1 en B-2 zware bommenwerpers bijvoorbeeld, zijn vandaag nog altijd in dienst bij het Amerikaanse leger.

In dezelfde periode, terwijl het neoliberalisme werd geïmplementeerd vanaf de jaren 80 onder president Ronald Reagan (1981 – 89), verspreide de ongelijkheid zich over Amerika. In 1982 was het aandeel in het nationaal inkomen van de top 1% rijkste Amerikanen zo’n 10,8%, terwijl het aandeel van de armste 90% Amerikanen zo’n 64,7% bedroeg. Drie decennia later, in 2012, was het aandeel van  de top 1% verdubbeld naar 22,5%, terwijl dat van de armste 90% gedaald was tot 49,6%.

Onder deze omstandigheden zal het aanzienlijke inspanningen vergen van de Amerikaanse samenleving om de ongelijkheid in hun land aan te pakken; een land waarin miljardairs, waarvan ze er met haar 735 het meeste van heeft in de wereld, met zeer weinig weerstand de politici kunnen beïnvloeden.

Een soortgelijk scenario ontvouwde zich ook in Groot-Brittannië, onder Reagans naaste bondgenoot: premier Margaret Thatcher (1979 – 90) die ook een sterke voorstander van het neoliberalisme was, dat eigenlijk gelijk staat aan ongebreideld kapitalisme. Thatchers meest veelzeggende nalatenschap was de prodigieuze toename van socio-economische ongelijkheid dat plaatsvond onder haar leiderschap, vooral sinds 1985.

De Amerikaanse regeringen legden vooral vertrouwen in hun strijdkrachten en opeenvolgende militaire offensieven om een ineenstorting van de oorlogsindustrie en productieketen te verhinderen, en zo de economie in stand te houden.  Het is ook de enige manier om de faillissementen te vermijden van de Amerikaanse staten die afhankelijk zijn van wapenproductie voor hun inkomsten, waaronder zoals eerder vermeld enkele van de grootste Amerikaanse economieën vallen, de staten Californië en Texas.

Het huidige Amerikaanse militaire budget is goed voor minstens 40% van de totale wapenuitgaven in de wereld

Het huidige Amerikaanse militaire budget is goed voor minstens 40% van de totale wapenuitgaven in de wereld. Dit toont de ongebreidelde ambitie van Washington voor globale hegemonie, desondanks het feit dat deze hegemonie geleidelijk blijft afnemen na het hoogtepunt in 1940. De afname startte in 1949 met het “verlies van China” aan het communisme, het falen om de maximale doelen in de Koreaanse oorlog te bereiken, wat resulteerde in het permanente verlies van Washingtons grip over de noordelijke helft van Korea, gevolgd door het verliezen van de Vietnamoorlog, de huidige terugkeer van een machtig Rusland en de voortdurende opkomst van China, gecombineerd met de verschillende militaire nederlagen van Washington in Irak en Afghanistan.

De Amerikaanse wapenindustrie wil zijn militaire technologie uitproberen in oorlogsvoering; zodat het Pentagon bewapening kan promoten en verkopen aan andere landen, om vervolgens nieuwe orders te plaatsen en dan de uitgeputte arsenalen te vullen en commissies te genereren. Het geld dat uit deze wapendeals verdient word, beïnvloedt de verkiezingscampagnes van de twee politieke partijen van de VS, de Democraten en Republikeinen. Dit militair-industriële complex heeft ook invloed op het Amerikaanse congres en de Westerse mainstream media.

De militaire arm van Washington werd al geconfronteerd met economische limieten, als gevolg van fiscaal mismanagement, hoge begrotingstekorten, hoge buitenlandse schulden, een permanent tekort op de handelsbalans en ongebreidelde overheidsuitgaven. De Amerikaanse staatsschuld bereikte in 2008 zo’n 10 biljoen dollar, die zonder buitenlandse leningen niet konden worden terugbetaald. Ze zou ook Washington hebben verhinderd om haar militaire campagnes in Afghanistan en Irak verder te zetten, laat staan haar andere dure buiten- en binnenlandse beleid.

De Amerikaanse staatsschuld bereikte in 2008 zo’n 10 biljoen dollar, die zonder buitenlandse leningen niet konden worden terugbetaald

Één van de factoren in de neergang van Amerika’s grote bondgenoot, Engeland, was het beleid van Londen om in de schulden te gaan om haar koloniale rijk en oorlogen in stand te houden. Deze Britse regressie kan waarschijnlijk herleidt worden tot  de vroege jaren van 1870, het was in deze periode dat Groot-Brittannië ingehaald werd door Amerika als ‘s werelds grootste economie. Tegen 1895 was het duidelijk dat het Britse rijk in de problemen zat.

De onnodige betrokkenheid van Engeland in de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) waarin er enorme hoeveelheden geld en mannen verspilt werden, versnelde enkel haar neergang. Tegen 1933 was Groot-Brittannië al gezakt tot het 6de rijkste land ter wereld.  En tijdens de Tweede Wereldoorlog (1939–1945) verbruikte Londen wat er nog over was van haar economische reserves.

In 1945 stond Groot-Brittannië, dat zoals Japan altijd al een grondstof-arm eiland was, aan de rand van faillissement. Premier Winston Churchill,  in plaats van nauwere banden met de Sovjet Unie op te zoeken, beloofde de overige soevereiniteit van zijn land aan Amerika. Dit verlaagde de status van Groot-Brittannië tot die van een Amerikaanse juniorpartner, wat tot op het heden nog altijd het geval is.

In ruil hiervoor ontvingen de Britten van Washington: voedsel, grondstoffen, industriële apparatuur en wapens, dezelfde goederen konden ze even gemakkelijk ontvangen van het grondstofrijke Rusland, zonder daarvoor de soevereiniteit op te geven. Moniz Bandeira schreef dat Churchill “zich niet realiseerde dat de belangrijkste dreiging voor de Britse belangen niet van Rusland kwam, maar van de Verenigde Staten”.

In de huidige eeuw word Amerika geconfronteerd met gelijkaardige problemen als die uit het verleden van Groot-Brittannië. De VS is een verschuldigde supermacht geworden, vooral in haar relatie met China. De VS consumeert meer dan het produceert. En Washington kan zich enkel dit groeipatroon  permitteren via schulden en het uitgeven van staatobligaties zonder garanties. De Verenigde Staten is in enkele decennia omgevormd van de belangrijkste schuldeiser tot de belangrijkste schuldenaar in de wereld.

 

Deze tekst verscheen op Global Research. Vertaling: Yaïr da Paixão.

 

Geef een antwoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.