DELEN
rutte

In tegenstelling tot wat veel politici elke dag weer vertellen is de Europese Unie een project van overheersing door zakelijke en politieke elites van Europa. De wil van de kiezers doet er niet toe. Het is tekenend dat bij verkiezingen uw stem in de kliko belandt…. en de grap van politici is dat u zelf het nog doet ook!

De verkiezingen voor het Europees nepparlement suggereren dat kiezers de mogelijkheid hebben om invloed uit te oefenen op de politieke ontwikkelingen in de Europese Unie (door gevestigde politici steevast “Europa” genoemd), maar dat is geheel in strijd met de werkelijkheid. Aan de ene kant is de heersende elite van het EU-project meedogenloos betrokken bij de ontdemocratisering van de lidstaten, terwijl ze aan de andere kant ervoor zorgen dat de democratie op Europees niveau volledig ontaardt in een façade-evenement. Een ontluisterend artikel over een fascistisch bolwerk.

Het Project

De meeste mensen weten niet dat het project van de Europese Unie de uitvoering is van ideëen van vooraanstaande nazi’s ten tijde van het einde van de Tweede Wereldoorlog. De huidige structuur van het EU-project negeert democratische grondbeginselen, zoals de scheiding der machten tussen de wetgevende en de uitvoerende macht, door ceo’s van ondernemingen zonder gepaste legitimiteit toe te staan wetgeving op EU-niveau vast te stellen. Bovendien biedt het parallellisme van economische convergentie en sociale divergentie ideale omstandigheden voor de machtigste kapitaalgroepen om daarvan te profiteren, op basis van extreem ongelijke nationale arbeids- en sociale regels en loonniveaus in het economisch geharmoniseerde grootstedelijk gebied.

Ruwweg zien we de feitelijke realisatie van het Vierde Rijk, vooralsnog de Europese Unie genoemd, voor het eerst in het Duits-Franse kolenpact, dat in de zomer van 1952 in werking trad als de “Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS)”.
Bij deze “unie”, geïnitieerd door de toenmalige Franse minister van Buitenlandse Zaken Robert Schumann, sloten zich al spoedig Italië, België, Luxemburg en Nederland aan, en het legde onmiddellijk na de vier jaar van het Marshall-plan de hoekstenen voor een liberaal economisch beleid in West-Europa.
Die EGKS verbood in- en uitvoerrechten, kwantitatieve beperkingen op het goederenverkeer, staatssteun en subsidies. Het Kapitaal gaf hiermee het startsein voor de vorming van het Vierde Rijk, aanvankelijk beperkt tot de belangrijke sectoren van mijnbouw en metaalindustrie en de toekomstige kernzone van de Europese Unie.

De wortels van de Europese Unie

Het idee om een ​​grote Europese economische macht te bouwen die de sterkste kapitaalgroepen optimale exploitatievoorwaarden  garandeert, is echter ouder dan het Duits-Franse kolenpact. De feitelijke grondlegger van de Brusselse EU was de nationaal-socialist en fascist Walter Hallstein (1901 – 1982), een Duitse advocaat, lid van de nationaal-socialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP), van de “Bond van nationaal-socialistische juristen“ (BNSDJ) en ook van de beruchte nationaal-socialistische beroepsorganisatie voor juristen NSRB – een organisatie die tot doel had de juridische basis te vormen voor een Europa onder de controle en heerschappij van het kartel van I. G. Farben. Over hem straks meer.

Er waren echter meer personen met dezelfde ideëen. In het midden van de Eerste Wereldoorlog ontwikkelde de politicus Friedrich Naumann, lid van de Duitse Reichsrat, grootschalige plannen voor het Europese centrale gebied.
Zijn pleidooi voor een door de Duitsers gerunde economische gemeenschap verscheen in 1915, onder de programmatische titel “Centraal-Europa”. De destijds begonnen internationale veldslag leek hem de beste gelegenheid voor visionaire naoorlogse visies.

In tegenstelling tot de voormalige oorlogstegenstanders noemde Naumann een Midden-Europese Unie van de Rijn tot de Russische grens. Hij schreef: “Centraal-Europa zal in principe Duits zijn, (…) maar vanaf de eerste dag moet het toegeeflijkheid en flexibiliteit tonen voor alle aangrenzende talen, omdat alleen dan de grote harmonie kan groeien die nodig is voor een grotendeels betwiste en onderdrukte grote staat.”
De leidende deelnemers aan dit project, voorgesteld door Naumann, Pruisen en het Habsburgse Oostenrijk-Hongarije, gingen snel ten onder. Maar het duurde nog geen twee decennia voor het volgende grote Europese idee het licht zag. En opnieuw kwam dit idee uit Berlijn.

Eurofiele politici zullen het er niet graag over hebben, maar het idee van de Duitse opmars onder de nationaalsocialistische vlag was beslist europees. Inzicht in het ontwerp van de toenmalige Europese gedachte is een memorandum van industrieel en hoofd van de afdeling buitenlandse handel (van het Bureau van Buitenlandse Zaken van de NSDAP), Werner Daitz, die hij bij de opening van de “Zentralstelle für europäische Großraumwirtschaft” in 1936 publiceerde.
Daarin schreef Daitz: “Europa voor de Europeanen! (…) Van Duitsland, gelegen in het centrum van het Europese continent, wordt verwacht dat in de eerste plaats het niet alleen haar taak is de oprichting van een continentaal economisch blok te verkondigen, maar ook de controle uit te voeren over het practische handelsbeleid. Duitsland is in dit opzicht verantwoordelijk voor Europa.”

In mei 1938 hadden Adolf Hitler en de Italiaanse fascistische dictator en “Duce“ (“leider“) Benito Mussolini voor het omvormen van een dictatoriaal “rechtssysteem“ in Europa een bi-nationale commissie opgericht onder de naam “Arbeitsgemeinschaft für deutsch-italienische Rechtsbeziehungen“. Van 21 tot 25 juni 1938 vertegenwoordigde Walter Hallstein als hoofd van deze commissie de nationaal-socialistische regering van Hitler bij officiële gelegenheden met Italiaanse politici en juristen in Rome, die gingen over rechtskundige vraagstukken van een fascistische kartelheerschappij in een “Verenigd Europa”.
Op 23 januari 1939 – slechts een paar maanden voor het begin van de Tweede Wereldoorlog – hield Hallstein in de “Mahn und Ohlerichs Keller“ in de Doberaner Straße 21 in Rostock een historische propagandatoespraak (“Die Rechtseinheit Großdeutschlands“) over de juridische structuur van een “verenigd Europa” onder de kartelheerschappij van I. G. Farben.

In mei 1938 hadden Adolf Hitler en de Italiaanse fascistische dictator en “Duce“ (“leider“) Benito Mussolini voor het omvormen van een dictatoriaal “rechtssysteem“ in Europa een bi-nationale commissie opgericht onder de naam “Arbeitsgemeinschaft für deutsch-italienische Rechtsbeziehungen“. Van 21 tot 25 juni 1938 vertegenwoordigde Walter Hallstein als hoofd van deze commissie de nationaal-socialistische regering van Hitler bij officiële gelegenheden met Italiaanse politici en juristen in Rome, die gingen over rechtskundige vraagstukken van een fascistische kartelheerschappij in een “Verenigd Europa”.

Hallstein omringde zich met juridische technocraten, die belangenvertegenwoordigers van de nationaal-socialistische kartelcoalitie waren. Hallstein maakte de patentendeskundige (sic!) Prof. Dr. Carl Friedrich Ophüls tot zijn rechterhand. Ophüls (1895–1970) was lid van de  NSDAP van 1 mei 1933 tot 1945 (lidmaatschapsnr. 2399061), hoofd van een regionale rechtbank en toonaangevend deskundige op het gebied van patentrecht, alsmede buitenlands en internationaal recht, en verantwoordelijk voor de handhaving- en faillissementswet aan de rechtbank in Frankfurt am Main, waar de hoofdvestiging van I. G. Farben was gevestigd. De NSDAP-centrale noemde Ophüls in een brief van 17december 1941 (aan de rector van de universiteit van Frankfurt am Main) een “politiek betrouwbaar nationaal-socialist”.

In 1949, na zijn “denazificatie“ door de westerse geallieerden, benoemde Walter Hallstein zijn jarenlange medewerker Carl Friedrich Ophüls eerst als “Doktor” en vervolgens als “Professor der Rechtswissenschaften” aan de universiteit in Frankfurt. Een jaar later, in 1950, benoemde Walter Hallstein dezelfde Ophüls tot “Ambassadeur in Brussel“.
Eveneens in het jaar 1950 werd Walter Hallstein de persoonlijke adviseur van Konrad Adenauer, de president van de parlementaire raad en later de eerste “Geschäftsführer” (bondskanselier) van het verenigde economische gebied, de Bondsrepubliek Duitsland (“Bund deutscher Länder“), en de belangrijkste coördinator van Adenauers buitenlandse politiek.

De eenwording

De aanval op Polen in september 1939 veranderde de Europese strategie voor Duits kapitaal niet. Personen zoals Werner Daitz, sinds 1931 ook lid van de nationale leiding van de nazipartij, gaven de richting aan: “Als we het Europese continent economisch willen leiden, zoals dat op grond van de economische sterkte van het europees continent als kernruimte voor het blanke ras onbetwist noodzakelijk is en gebeuren zal, zo mogen we om voor de hand liggende redenen deze niet in het openbaar kenschetsen als een grootschalige Duitse economie. We moeten altijd blijven praten over Europa, omdat de Duitse leiding vanzelf ontstaat.”

Na twee jaren met grote verliezen in de oorlog aan het oostfront, werd de reeds ontworpen Europese gedachte door een dreigende nederlaag, bij het ministerie van Buitenlandse Zaken van de NSDAP op 9 september 1943 als volgt aangepast: “De eenwording van Europa, die zich al heel lang in de geschiedenis aftekent”, luidt het op een cynische maar toekomstig gerichte manier met het oog op de miljoenen slachtoffers van de oorlog, “is een onvermijdelijke ontwikkeling. (…) Europa is te klein geworden voor het saboteren en onderling blokkeren van soevereiniteiten. (…) De Europese confederatie moet de gemeenschap zijn van zoveel mogelijk Europese staten. (…) Het was een ernstige politieke fout dat de machten die verantwoordelijk waren voor de orde van Europa na het einde van de Eerste Wereldoorlog probeerden het onderscheid tussen overwinnaars en verslagenen te bestendigen. Deze fout mag niet worden herhaald, maar de verslagen landen zullen in de nieuwe gemeenschap van Europese landen worden toegestaan – vanaf het begin een gelijkwaardige plaats krijgen – als zij bereid zijn om legaal en positief bij de opbouw van het nieuwe Europa werken. (…) De tijd van de interne Europese oorlog moet worden gestopt en het Europese particularisme te overwinnen.”
Die laatste zin zou bijna niemand aan een nazistische schrijver toedichten, maar toch komt het uit een nazi-Duitsland archief.

Zo is er, vooral bij de gemiddelde economische en geopolitieke nazi-geschriften, niet alleen het grote historische gedeelte van 1945 met de overwinning van de geallieerden op Hitler-Duitsland, zoals het in de hedendaagse geschiedschrijving post factum als een exclusieve historische interpretatie wordt gepropageerd, maar er zijn ook vervolgstukken die verder gaan dan de nederlaag van de Wehrmacht. Overeenkomstige Europese politieke ideeën voor en na 1945 bewijzen dit, nog afgezien van het feit dat dergelijke continuïteiten ook in persoon kunnen worden getraceerd. Hermann Josef Abs, sinds decennia lid van de raad van bestuur en de raad van toezicht van Deutsche Bank (sinds 1938), typeert het beeld van een Europa gericht op kapitaalbehoeften. In een lezing in oktober 1940 ontwikkelt hij zijn ideeën: “Vandaag biedt de Europese ruimte onze politieke invloedssferen rijke en lonende mogelijkheden om het raamwerk van onze capaciteiten in te vullen. De taken die op deze oplossing wachten zijn zo groot dat behalve ons ook onze hoogontwikkelde buurlanden een breed veld zullen vinden voor hun kapitaalexport.”
Abs was tot 1976 voorzitter van de raad van toezicht van Deutsche Bank en vervolgens zijn erevoorzitter en hij had altijd het grote totaaloverzicht voor ogen- voor Deutsche Bank en het Duits Kapitaal.

Eén van de grondleggers van de Europese Unie, Jean Monnet, vond dat u niets te vertellen hebt over of in de Europese Unie (hij wel, u nie):


De opdeling van Duitsland en de integratie van West-Europa in de militaire transatlantische alliantie van de door de VS geleide NAVO en de economische logica van een door de VS gedomineerde wereldmarkt bezegelde het einde van een onafhankelijk Europees grootschalig project. Maar dat was slechts tijdelijk. 

Van EGKS naar EEG

In het Verdrag van Rome in 1957 veranderde de kolen- en staalgemeenschap van de zes leden in de Europese Economische Gemeenschap (EEG), die vervolgens de gemeenschappelijke landbouwmarkt (sinds 1962) isoleerde met hoge tarieven voor de producten van de “groene revolutie” in Afrika, Latijns-Amerika en Azië. Enerzijds betekende dit protectionisme dat de afzetmarkten voor de belangrijkste producten van de landen in het zuiden ofwel gesloten ofwel belemmerd werden en anderzijds dat de prijzen van landbouwproducten in West-Europa hoog bleven.

Walter Hallstein (daar heb je ‘m weer) was het politieke brein achter de onderhandelingen, die leidden tot de Romeinse verdragen. Van 1 tot 3 juni 1955 vond in Messina op Sicilië een belangrijke vergadering plaats, ter voorbereiding van de Europese Economische Gemeenschap (EEG), onder leiding van Hallstein. Deelnemers aan deze bijeenkomst waren Gaetano Martino (Italië) en lid van de fascistische beweging in dat land, Antoine Pinay (Frankrijk) die lid was van het nationaal-socialistische marionettenregime van Vichy in bezet Frankrijk, Joseph Bech (Luxemburg) die sinds 1914 juridisch vertegenwoordiger was van een fascistische partij, Johan Willem Beyen (Nederland) die gewerkt heeft bij de kartelondernemingen Phillips en Unilever, Paul-Henri Spaak (België) die minister-president in dat land is geweest en een leidinggevende persoonlijkheid was van de European Movement (Europese Beweging), net als Walter Hallstein (BRD) zelf, overigens.

Op 25 maart 1957 ondertekenden de zes lidstaten van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS), de als “de Sicliaanse Zes“ bekendstaande landen (Italië, West-Duitsland, Frankrijk, Luxemburg, België en Nederland) de Verdragen van Rome, in feite het oprichtingsdocument van de Brusselse EU, waarvan de tekst en de juridische basis door Bech, Beyen en Spaak, onder leiding van Hallstein, waren uitgewerkt.

Op 7 januari 1958 werd Walter Hallstein (foto rechts) door de politieke marionetten van het kartel voor vijf jaar tot de eerste “president” van de EU-commissie benoemd, de hoogste functie van de Europese Economische Gemeenschap en voorloper van de Brusselse EU. In 1963 werd Hallstein voor een tweede vijfjarige “ambtsperiode“ tot “president“ van de EU-commissie benoemd. Op deze wijze kon Hallstein tien jaar lang heersen over de bureaucraten, zonder enige legitimiteit en controle. Met hulp van deze armada van volgzame lakeien, carriëretijgers en pennelikkers vormde Hallstein de Brusselde EU conform de plannen van het kartel.

Walter Hallstein, een notoir recidivist, bleef tot zijn dood in 1982 een meedogenloze dienaar van het kartel met de opdracht de Europese burgers aan het kartel uit te leveren. In zijn 500-pagina’s tellende boek “Die Europäische Gemeinschaft“, waarvan op de cover een cirkel van de twaalf davidsterren van de Europese Unie afgebeeld stond, schreef hij:

Die Verfassungsorgane – Die [EU-] Kommission – Von der [EU-] Kommission geht jede Handlung aus. Die Organisation der [Europäischen] Gemeinschaft hat ihren Ursprung in der [EU-] Kommission, die in der Geschichte beispiellos ist. Ihre Aufgabe ist es, die [Europäische] Gemeinschaft nach innen und nach außen zu repräsentieren. (…) Die [EU-] Kommission ist nicht von den Regierungen der Mitgliedsstaaten abhängig. Sie muß von den Mitgliedsstaaten keine Weisungen annehmen oder befolgen. (…) Die [EU-] Kommission besitzt ein Monopol auf Gesetzesinitiativen.

Dit boek van Walter Hallstein is, naast zijn toespraak van 23 januari 1939, één van de pijlers van de bouw van de Europese Unie, of ook wel de Verenigde Staten van Europa, nog steeds onder een kartelheerschappij. De tweede “gebruiksaanwijzing” is het boek “Das Großraumkartell – Ein Instrument der industriellen Marktordnung in einem neuen Europa“ van de nationaal-socialist en fascist Arno Sölter (1911 – 1987), in 1941 verschenen bij de Meinold uitgeverij in Dresden, uitgegeven door het “Zentralforschungsinstitut für nationale Wirtschaftsordnung und Großraumwirtschaft“ in Dresden, waarvan Sölter ook het hoofd was.
De theorie – de inhoud van de toespraak en het boek – komt haarfijn overeen met de praktijk… van de Brusselse EU.

Na de Tweede Wereldoorlog werkte Arno Sölter voor het Bundesverband der Deutschen Industrie [BDI], een lobbygroep van het industriële complex van het kartel. In 1962, vijf jaar na de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (EEG), publiceerde Sölter zijn oude kartelconcept onder de titel “Vertriebsbindungen im gemeinsamen Markt unter wirtschaftlichen und EWG-kartellrechtlichen Aspekten“ in uitgave nr. 4 / 1962 in de destijds regelmatig verschijnende “Kartell-Rundschau“ van de uitgever Carl Heymann.

De Europese Unie

De hedendaagse Brusselse EU is het gevolg van diverse voorafgegane instituten, waardoor stap voor stap uiteindelijk het wangedrocht EU is tot stand gekomen. Het Brusselse Pact (BTO) in 1948, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) in 1951, de Europese Defensiegemeenschap (EDG) en de Westeuropese Unie (WEU) in 1954, de Europese Economische Gemeenschap (EEG) en Euratom in  1957, waarna de Europese Gemeenschap (EG) in 1965. De tekstuele inhoud van al deze verdragen is door Walter Hallstein uitgewerkt.

De organen van die organisaties waren de voorlopers van de huidige Brusselse EU: het hoogste orgaan  ging in 1967 op in de Europese Commissie, de bijzondere ministerraad werd de Europese Raad, de gemeenschappelijke vergadering werd het Europees parlement en het gerechtshof werd het Europees Gerechtshof. Dat Europees Gerechtshof is vandaag de dag in veel gevallen de slager die het vlees van de Europese Commissie (goed)keurt.

In de jaren zestig ontstonden in de “Derde Wereld” fabrieken en vrije productiezones voor de wereldmarkt, waar goedkope lokale arbeidskrachten voor de wereldmarkt werkten. De combinatie van een beschermend tarief voor landbouwproducten, de overdracht van volwassen industrieën naar goedkope locaties en gedwongen marktopeningen voor de Europese exportsector resulteerden in een systeem van ongelijke uitwisselingen, waarbij arme, structureel zwakke regio’s afhankelijk werden van de periferie van de wereldmarkt.

Vervolgens kwamen de “hervormingsverdragen“: de Single European Act (Milaan 1986) over Europese Politieke Samenwerking, verder de verdragen over gemeenschappelijke buitenlandse – en veiligheidspolitiek (GASP) en over justitie en binnenlandse zaken (Maastricht 1992), over de samenwerking tussen justitie en politie bij strafzaken (Amsterdam 1997, Nice 2001) en over de Europese Unie (Verdrag van Lissabon 2007/09).

In mei 1993 werd de ratificatie van het Verdrag van Maastricht door 12 EG/EU-leden gesloten. Het verdrag veranderde het karakter van Europa door een economische gemeenschap om te vormen tot een verenigd gebied van economisch, monetair en buitenlands beleid dat natuurlijk niet zo genoemd werd. Het nieuwe Kapitaal wordt nu Brussel genoemd en de constructie “Europese Unie”.

In 2002 werd de euro als “wettig betaalmiddel“ en eenheidsmunt van de Europese Unie ingevoerd nadat in 1979 de virtuele kunstvaluta ECU als voorloper was geïntroduceerd. Op deze manier werden en worden de Europese burgers, door domheid en/of corruptie van de nationale regeringen, ongevraagd bij deze samenzwering betrokken, waarbij stap voor stap de burgers van hun vrijheden en welstand worden beroofd.

Deze transformatie werd voorafgegaan door de ineenstorting van de Sovjetunie en de Raad voor wederzijdse economische bijstand in 1991. Maastricht was dus ook een institutionele voorbereiding op de economische en geopolitieke expansie van West-Europa, die in de eerste helft van de jaren negentig werd aangepakt. In naam van de uitbreiding van de markt moesten de politieke bevoegdheden van de afzonderlijke lidstaten worden ingeperkt, zodat een door verkiezing tot uitdrukking gebrachte volksvertegenwoordiging geen al te grote schade kon aanrichten. De drijvende kracht was – opnieuw – de Duitse hoofdstad met zijn legendarische drang naar het oosten. De sluisdeuren werden wijd opengezet, zowel als afzetmarkt als arbeidsmarkt, en bood zichzelf aan als middel om structurele kapitalistische overproductiecrises te overwinnen.

De oude, communistische elites hadden afgedaan, administratief geïntegreerd in de nieuwe logica van de nieuwe heersende elite, of ze werden neergeschoten in het geval van nutteloosheid of verzet (zoals de Roemeen Nicolae Ceauşescu in 1989) of werden voorgoed opgesloten (zoals de Serviër Slobodan Milošević in 2001).
Wie nieuwe, postcommunistische soevereine tonen aansloeg en tegen de onbeperkte circulatie van kapitaal, goederen, diensten en arbeid was zoals genoemd werd in Maastricht, zoals Ion Iliescu in Roemenië (1990-1996) of Vladimír Mečiar (1990-1998) in Slowakije, werd op EU-wijze gemangeld en door gewilliger “personeel” vervangen.

Nog even wat personen aanhalen die zich eerder hebben uitgelaten over de EU, en de richting die het uit moet gaan. Neem bijvoorbeeld José Barroso, de president van de Europese Commissie in juli 2007, die vindt dat “de EU een Empire gaat worden”….. we zien in zijn ogen een blik van de jaren dertig van de vorige eeuw. Even uw geheugen opfrissen:

Overigens haalde de Britse Lord Lamont nog even een uitspraak van Barroso (en ook van Juncker) aan, waaruit blijkt dat de EU een nogal lange track record heeft van het opnieuw laten kiezen van burgers in lidstaten…. of het negeren van de uitslag van referenda…

En laten we ook nog even wat citaten in herinnering brengen van invloedrijke personen, en hun reacties op de referenda over de Europese Grondwet:

Van begin af aan stond dus al vast dat een toekomstige EU zou worden overgenomen en bestuurd door het inmiddels machtigste land van de EU, Duitsland. Brussel wordt straks geacht orders van Berlijn aan te nemen (wat in de praktijk nu al vaak gebeurt). En Macron? Die is vanuit het niets door de elite geplaatst op de presidentszetel van Frankrijk. Nu hij aan de macht is maar aan gezag en invloed verliest, heeft hij zijn werk “gedaan” (hij heeft o.a. Marine LePen gestopt), en de heersende elite zal deze “useful idiot” slopen om hem vervolgens aan de kant te zetten.

Macron heeft gedaan wat door twee wereldoorlogen niet lukte, door Frankrijk op een presenteerblaadje aan Duitsland uit te leveren, waardoor het Vierde Rijk afgebouwd kan worden, bevrijd van de VS, Rusland en Canada om er maar een paar te noemen. Landen die eerder veel, heel veel levens verloren hebben bij eerdere pogingen één Groot Rijk te vormen. Een Empire, om Barroso te citeren.

Herkent u de grote lijnen en de rode draad? Het grote Europese vredesproject, compleet met leger en kernwapens, klaar om de definitie van vrede en democratie over de hele wereld te verspreiden, of de wereldburgers het nu willen of niet, te beginnen in het grondstoffenrijke Afrika…... Weet u meteen waarom het Westen in dat continent actief is…… om (zoals de Amerikanen graag zeggen) de “democratie te herstellen”.

En dan nog even over de “democratische” Europese Unie. Binnen die EU heeft het Verdrag van Maastricht bevoegdheden radicaal veranderd.

Maastricht

De zogenaamde EU-Raad, een comité bestaande uit de nationale regeringsleiders en de door hen benoemde Europese Commissie, namen een ​​groot deel van de bestaande agenda’s over van de nationale staten. Economisch en buitenlands beleid, fiscaal en monetair beleid, het zijn zomaar een aantal beleidskwesties die sinds Maastricht vooral geregisseerd worden door Brussel.
Op nationaal niveau zijn sociaal beleid, cultuur en sport en justitie en binnenlandse zaken gebleven. Sinds het Verdrag van Lissabon (2007) schrijft Brussel ook voor dat er tenaanzien van de laatste twee een zogenaamde “medebeslissingsprocedure” geldt, met andere woorden, de Europese Commissie geeft de toon aan, en het Europees nepparlement mag meespelen.
Voor de EU-brede handhaving van de idee voor één Groot Europa wordt een nauwgezet dwingend budgettair korset gehanteerd: de criteria van Maastricht. Ze volgen het monetaristische bezuinigingsdenken van liberale economische apologeten en het maximaal verkleinen van de invloed van de nationale politiek. Voortaan mogen de toegestane nationale inflatiepercentage niet meer dan 1,5% hoger zijn dan die van de drie lidstaten met de laagste inflatie, het jaarlijkse begrotingstekort mag niet hoger zijn dan 3% van het bruto binnenlands product (bbp) en de overheidsschuld mag niet meer zijn dan 60% van het bbp.

De criteria van Maastricht – evenals alle daarop volgende EU-regels – werden aangenomen door de democratisch niet-gelegitimeerde EU-Raad, die bestaat uit de premiers van de lidstaten, zelfs als ze de termen “bondskanselier” of “eerste minister” gebruiken. Vertaald uit het  Latijn houdt het woord “minister” in dat die persoon “het nationale parlement” dient, d.w.z. de door het volk gekozen leden, die ook de regering benoemen.
Op EU-niveau promoveren deze “dienaren van het volk” echter vanzelf van de nationale uitvoerende macht naar de supranationale wetgevende macht, een volledig ondemocratisch proces, dat hieronder zal worden besproken in het kader van het Verdrag van Lissabon. Het beginsel van elke burgerlijk-parlementaire democratie, de scheiding van wetgever en uitvoerende macht, is op EU-niveau vakkundig opgeruimd.

Overigens leidde de ondertekening van het Verdrag van Maastricht door het Verenigd Koninkrijk tot een aantal opzienbarende rechtszaken. In onderstaande video wordt toegelicht hoe opeenvolgende regeringen in dat land de grondwet ervan met voeten hebben getreden, en de belangen van de burgers hebben verkwanseld:

Met de supranationalisering van economische, financiële en monetaire aangelegenheden en de sociale ruimte die tegelijkertijd voor de nationale verantwoordelijkheid (nog) overblijft, is de EU er met Maastricht in geslaagd om op uiteenlopende manieren te handelen in termen van economische convergentie en sociaal en fiscaal beleid.
Dit betekent dat hoewel er overal vrij verkeer is voor kapitaal, goederen, diensten en arbeid, sociale wetten en belastingen sterk kunnen afwijken. Om investeringen aan te trekken, kan door de afzonderlijke lidstaten een sociaal-politieke en fiscaal-politieke wedloop naar beneden plaatsvinden … en dit is precies wat er gebeurt. Brussel betwist dat niet, integendeel: het zorgt ervoor dat het gebeurt.

In termen van investeringen is deze kloof optimaal voor bedrijven die in de hele EU actief zijn. Zij hoeven nauwelijks te vrezen voor de dure sociale of fiscale nationale regelgeving als gevolg van de EU-brede concurrentie voor zakelijke vestigingen om tegelijkertijd te profiteren van de verschillen in lonen, arbeidsrechten en in het bijzonder belastingen.
En deze verschillen zijn enorm.
Ten tijde van de inwerkingtreding van het Verdrag van Maastricht in het midden van de jaren negentig was een industriële arbeidersklasse in Bulgarije twintig keer goedkoper dan eentje in bijvoorbeeld “wirtschaftswunder” Duitsland, en een kwarteeuw later is het verschil toch nog steeds 1:8. Dit kan uitstekend van de Hier kunnen ondernemers uitstekend mee jongleren, vooral omdat de natiestaten de mogelijkheid is ontnomen om politiek te interveniëren in economische aangelegenheden.
Na drie uitbreidingsronden in 2004 (Slovenië, Hongarije, Tsjechië, Slowakije, Polen, de drie Baltische republieken en Malta en Cyprus), 2007 (Roemenië en Bulgarije) en 2013 (Kroatië), omvat de grotere regio van de EU (met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk) in 2019 3,9 miljoen vierkante kilometer en eenbevolking van 446,5 miljoen.

Democratie

>Op weg naar de consolidatie van superstaatstructuren werden de niet-gelegitimeerde organen van de Europese Unie weggestemd bij drie referenda: in Frankrijk (2005 met 55,7% nee-stemmen), Nederland (2005 met 61,5% nee-stemmen) en Ierland (in 2008 met 54,4% nee-stemmen). De minachting van de politiek voor hun burgers bereikte toen een “hoogtepunt”, zoals de Europese Unie sindsdien veel van dergelijke hoogtepunten kende: de stemmen van de meerderheden van de burgers van deze drie landen, die dus tégen de afschaffing van de nationale soevereiniteit hadden gestemd, werden door de landelijke politici genegeerd en eind 2009 trad in plaats van het zogeheten constitutionele verdrag een puur cosmetisch gewijzigd “Verdrag van Lissabon” in werking.

Hoewel de mainstream media continue spreken van Europese democratisering, is daarvan in het geheel geen sprake meer. Integendeel. Sinds “Lissabon” worden de kantoren in Brussel meestal gevuld met politici die thuis worden uitgespuugd en die dus niet mee hoeven te doen met landelijke verkiezingen. De EU-Raad, die ook niet democratisch is gekozen, behoudt de enige beslissingsbevoegdheid over buitenlandse en militaire beleidskwesties, ook nog het recht om voorstellen te doen alle posten van de EU-Commissie en wat te zeggen te hebben over de hoogte van de EU-begroting, met name de inkomsten. Zelfs na “Lissabon” fungeert het EU-nepparlement als aanhangsel zonder een eigen recht op parlementair initiatief. De EU-vertegenwoordigers, die om de vijf jaar met veel tamtam worden gekozen, moeten genoegen nemen met de zogenaamde medebeslissingsprocedure over hoe de democratische machteloosheid zoals die voor de EU zo kenmerkend is.

De nieuwe Führer>De meest recente stap in de vervolmaking van het “Vierde Rijk” is het “Verdrag van Aken”, het nieuwe vriendschapsverdrag tussen Frankrijk en Duitsland. Het verdrag was vooral gesloten om de binnenlandse positie van zowel Macron als Merkel te verstevigen – in het geval van Macron is daar weinig van terechtgekomen (hij is – door eigen toedoen – de minst populaire president van Frankrijk, tevens de grootste supporter van de heersende elite en de grote ondernemingen), terwijl Merkel bij Duitse politici een onaantastbare positie bezit…. ondermeer (helaas) omdat er binnen de Duitse politiek geen zwaargewicht te vinden is die haar zou kunnen wieberen.
In werkelijkheid is het Vriendschapsverdrag een schandalige gebeurtenis. Het geeft een duidelijk signaal af aan de rest van de Europese Unie dat ze niet de gelijken zijn van Duitsland en Frankrijk, maar tweederangspassagiers, samen op een reis naar de voltooiing van het Vierde Rijk, onder de bezielende leiding van Merkel (en voorlopig ook nog Macron). Een Frans-Duitse as die andere lidstaten omzeilt om EU-zaken te verstevigen – precies wat te verwachten was toen het Verenigd Koninkrijk aankondigde uit de EU te stappen.

Duitsland neemt steeds nieuwe stappen in het overnameproces van de Europese Unie (en wat later Europa). Het ziet haar kans schoon nu het Verenigd Koninkrijk (vanwege de Brexit) de andere kant op kijkt en de Verenigde Staten het liefst met de NAVO wil kappen (wat Duitsland ook graag wil, immers: één Europees leger. Dit is hèt moment om die nieuwe stap te zetten!
We hebben vaker gezegd dat Merkel werkt aan één groot Europa, maar wèl een Duits Europa. Precies zoals in het midden van de Eerste Wereldoorlog de politicus Friedrich Naumann, lid van de Duitse Reichsrat, voor ogen had (we hadden het hier over in het begin van dit artikel).
Eén Volk, één Rijk, één leider.
Duitsland heeft er vele tientallen jaren van alles aan gedaan om hun gecontroleerde EU te realiseren en het feit dat de Duitse regering nu een slechte verstandhouding heeft met Trump (Amerika), dus met hen uit de weg, kunnen zij het Avondland weer terug te brengen naar de oude plannen van Duitsland. Een bonus voortvloeiend uit het “vriendschapsverdrag”: Duitsland krijgt bij de vorming van één leger eindelijk de beschikking over (Franse) kernbommen.
God sta ons bij.

De niet-democratische machthebbers in Brussel zijn als de dood dat de andere lidstaten het plan van de ècht heersende elite (Merkel is ook maar een muppet) dóórhebben. Het Aken-verdrag is hun meest recente poging om de volledige controle over de Europese Unie te krijgen en één leger voor het hele blok te creëren. Zouden ze bij D’66 nu ècht niet doorhebben wat er op het politieke EU-veld aan de gang is?

Het is allemaal een voor de hand liggende stap in de richting van een Europese superstaat onder opperbevel van Duitsland. De heersende elite begint in paniek te raken en haast zich nu ze – wakker geschud door het optreden van de Gele Hesjes – bang zijn dat de EU-droom uit elkaar valt. Vandaar die breedschalige inzet van de mainstream media bij de verkiezingen voor het Europees nepparlement. Geld speelt geen rol.
De haast tekent zich ook af in de plannen die men dóór wil drukken:
We noemen onder andere het belastingharmonisatieplan, gekoppeld aan het plan om ervoor te zorgen dat alle EU-landen zich binnen de euro bevinden. Het geeft aan dat Brussel haar politieke ambitie om een superstaat te bereiken, versnelt. Let op de ontwikkeling van de EU-vennootschapsbelasting. Na 2020 zullen alle lidstaten van de EU het project “Horizon 2020” moeten omarmen – méér macht voor de multinationals. De klapper: Brussel dwingt èlke lidstaat om de euro vóór 2025 ingevoerd te hebben.
Zouden we bijna vergeten: een minister van Financiën van de eurozone die de controle over de begrotingen van individuele lidstaten overneemt, verplicht lidmaatschap van een euro-“bail-out”fonds, geen controle over de rentevoeten en, zeer waarschijnlijk, verhoogde bijdragen van de lidstaten om de kosten van de grootse Duitse plannen voor een EU-leger (en natuurlijk subsidies voor al die “rijke” landen zoals Albanië en Oekraïne, die ook in de rij staan om lid te worden) te betalen.


Frans Timmermans: de Spitzenkandidat!?

Frans Timmermans mag zich dan neerzetten als DE Spitzenkandidaat (niet voor niets een Duitse benaming in de internationale media) voor de functie van Juncker, maar wij zijn ervan overtuigd dat Merkel straks afdwingt dat alleen ZIJ de “Spitzenkandidate” is, en de toespraak die zij tijdens de Akenbijeenkomst deed zien we dan ook vooral als een intentieverklaring.
Iedereen gaat er van uit dat Merkel, als haar termijn als bondskanselier afloopt, de politiek vaarwel zegt, maar niets is minder waar: zij wil de geschiedenis ingaan als de eerste Führer van het Vierde Rijk. Dit is wat de heersende elite wil voor de Europese Unie en de toekomst ziet er dan ook somber uit voor Europa als geheel. Timmermans speelt gewoon toneel, voor de bühne, iets wat hij vaker met succes gedaan heeft.

Kohl en Merkel

De van oorsprong Poolse Helmut Kohl alias Henoch Kohn (van Cohen, Hebreeuws: rabbi), voormalig werknemer van BASF (I. G. Farben), persoonlijke vriend van de twee fascisten:
– Fritz ter Meer (voor de Tweede Wereldoorlog lid van de Raad van Bestuur van I. G. Farben en topman van I. G. Auschwitz, bedenker van het cynische motto “Arbeit macht frei“ en initiator van de Codex Alimentarius, tevens veroordeeld oorlogsmisdadiger, maar na de oorlog toch nog voorzitter van de raad van commissarissen bij Bayer AG.),
– en Carl Wurster (voor de Tweede Wereldoorlog commissaris bij I. G.-Farben-dochteronderneming Degesch [Degussa {Henkel}], die het gas Zyklon B voor Auschwitz produceerde, en na de oorlog topman en plaatsvervangend voorzitter bij BASF),

was van hen hun protégé, om als zogenaamde “bondskanselier“ (manager van de administratie van de op 01.01.1947 opgerichte en op het 03.10.1990 met de “DDR“ uitgebreide verenigde economische werkterrein van de VS en het Verenigd Koninkrijk; vgl. Art. 65 en 133 GG) de belangen van het kartel te vertegenwoordigen en in principe het Duitse volk te verraden en te verkopen: tijdens zijn 16-jarige “ambtsperiode“ van 1982 tot 1998 investeerde hij meerdere miljarden aan belastinggeld in de financiering van de verdere opbouw van de Brusselse EU en voor de invoering van de euro (en daarmee de afbraak en vernietiging van de Deutsche Mark).

Zijn politieke troetelkind, de van Poolse ouders afstammende Angela Merkel alias Aniela Kazmierczak (“mijn meisje“), volgens diverse bronnen een informante (“IM Erika“) van de staatsveiligheidsdienst (“Stasi“) van de “DDR“, trad in zijn voetsporen en misdaden jegens het Duitse volk (en de burgers van de andere lidstaten van de EU), nog steeds in opdracht van het supranationale en fascistische kartel, tot op de dag van vandaag. Zo positief als Kohl in het verleden was over Angela Merkel, zo negatief was hij over haar in zijn nadagen (nadat zij hem politiek een dolk in zijn rug had geduwd). “Inhoudelijk deugt ze niet“, zei de oud-bondskanselier over haar. “Ze heeft geen Europees gevoel.”
Europees gevoel of niet, eerzuchtig is zij wel, en vergeet niet wat Werner Daitz, waarover we in het begin van dit artikel spraken, had gezegd: “We moeten altijd blijven praten over Europa, omdat de Duitse leiding vanzelf ontstaat.” En zolang zij “regeert” bij de gratie van de boven haar gestelden, zo lang kan ze daarvan genieten.

De EU: een continentale corpocratie

De feitelijke macht behoort bij het grootkapitaal, de multinationals die, bij gebrek aan democratische controle, het gemakkelijk hebben met de Europese Commissie. Op de EU-top van Brussel op 30 januari 2012 besloten 25 van de 27 regeringsleiders (Londen en Praag stemden tegen) over hun eigen nationale machteloosheid. Op aandringen van het Internationaal Monetair Fonds heeft Brussel besloten om Brussel een recht op toegang tot nationale begrotingen en een zogenaamde schuldenrem te verlenen – het Fiscaal Pact.
De procedure, aanvankelijk alleen geldig voor “tekort-zondaars”, werd een jaar later uitgebreid naar alle EU-staten onder de naam “Two Pack”. Sindsdien is het kernelement van elke parlementaire staat, de soevereiniteit van de begroting, ondermijnd en onderworpen aan de controle van de Europese Commissie.
Tot 15 oktober moeten alle EU-landen hun begrotingen voor het komende jaar naar Brussel sturen voor controle en hopen op goedkeuring. Het Fiscaal Pact is daarom gebaseerd op het autoritaire principe van een nooddecreet, waarbij potentiële verkozen leden van hun parlementen worden beschouwd als potentiële gevaren voor het grootschalige EU-project, dat in het voordeel is van de grote concerns en de heersende elite. Nationale sociale en fiscale interventies, die kapitaal en rijkdom kosten, kunnen tot een minimum worden beperkt – in overeenstemming met de strikte criteria van Maastricht.

Mocht een overheid nog steeds haar eigen nationale beleid proberen uit te voeren, dan zullen de commissarissen en hun EU-affiniteitsmedia de populisme-kaart trekken en de aarzelende parlementen of regeringen die de richtlijnen van Brussel niet voor de volle 100% volgen een etiket opplakken met het gedegenereerde Latijnse scheldwoord populistisch. Als de populistische club niet de gewenste slagkracht bereikt, zullen juridische procedures en politieke dreigingen volgen. Ondertussen verdringen de delinquenten zich rond de schandpaal van Brussel.

We geven twee voorbeelden van de typische manier waarop Brussel omgaat met haar lidstaten.

“De begrotingsplannen van Rome zijn een waarschuwing voor Brussel en de beurzen.” Dit soort “adviezen” werden eind september 2018 (in een uit Brussel afkomstige publicatie over de begroting van de Italiaanse regering) door Rome terzijde geschoven. Dit geeft op een mooie manier de tegenstelling aan van een nationale regering versus de technocratische “machthebbers” in Brussel, die overigens wel kieskeurig zijn welk land ze beschuldigen en welk land niet. Over Frankrijk en Duitsland, bijvoorbeeld, die vele malen de spelregels van de Unie hebben overtreden, geen onvertogen woord.
Aan de ene kant is er een gekozen nationale regering (die zich overigens steeds vaker niets aantrekt van de stem van de kiezers), versus  een Europese Commissie zonder democratische legitimiteit en de beurzen, gewoonlijk “markten” genoemd. Journalisten van de mainstream media hebben de alternatieve Brusselse regels voor waarheid in hun werk verankerd. Met verbluffende vanzelfsprekendheid staat het journaille aan de kant van de autoritaire dictatuur van Brussel en het grootkapitaal, versus de burgers, het “populisme”, dat in het geval van Italië aan het einde van 2018 werd omschreven als de “coalitie van linkse en rechtse populisten”.

Italië – de dwarsligger die niet toegeeft

De zeldzame coalitie van “Lega” en de “Vijf Sterrenbeweging” presenteerde hun eerste beleid eind september 2018, het begrotingsontwerp voor 2019. De nieuwe schuld die daarin is opgenomen, is vastgesteld op 2,4% van het bbp, en blijft binnen de doelstelling van Maastricht. Echter, met een overheidsschuld van 130%, veel meer dan het door de EU toegestane maximum van 60%, reageerde de EU-fiscaal commissaris Pierre Moscovici, die belast is met het fiscale keurslijf, onthutst en ziedend, waardoor de Italiaanse korte-termijn-rente op staatsobligaties omhoog schoot. Brussel verwachtte een knieval van Rome voor het grootkapitaal, de “markten”, zoals de EU jaren eerder met de linkse Griekse regering had gedaan (nadat die regering door het volk middels een referendum de opdracht had gekregen het tegenovergestelde te bewerkstelligen – het zoveelste geval van verraad aan de kiezers).

Wat prikkelde de commissarissen en beursleiders zózeer dat Rome onmiddellijk werd geconfronteerd met bedreigingen? De Italiaanse ontwerp-begroting voor 2019 voorzag een onvoorwaardelijk basisinkomen voor werklozen gedurende een periode van maximaal drie jaar, een verhoging van het minimumpensioen van 500 naar 780 euro en een vergelijkbare toename van de sociale bijstand, plus voor grote families het gratis gebruik van landbouwgrond, met inbegrip van een renteloze lening voor 20 jaar.
Bovendien hoeven kleine bedrijven minder inkomstenbelasting te betalen en komt er een overheidsprogramma voor publieke investeringen, vooral in de infrastructuur – kort hiervóór, op op 14 augustus 2018, stortte de particulier geëxploiteerde snelweg-brug in Genua in. Bovendien wilde de links-rechtse regering de liberale wetten van haar voorgangers, die waren goedgekeurd door sociaal-democraten, ongedaan maken. Deze omvatte de plannen de afschaffing van de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd, die was verhoogd van 65 naar 67 jaar, en het einde van de voor 2019 geplande verhoging van de BTW van 22% naar 24,2%.

Brussel en de aandelenmarkten reageerden in paniek. Waarom? Omdat werklozen met een laag inkomen in de nabije toekomst misschien niet zo goedkoop zijn op de arbeidsmarkt? Omdat kleine bedrijven in leven worden gehouden tegen monopolistische grote bedrijven? Omdat grote gezinnen hun bestaansbasis kunnen verbeteren? Omdat het idee van het opnieuw nationaliseren van de infrastructuur of het denken over hoe de openbare inkomsten te verhogen ten koste van het kapitaal, wanneer de constante toename van de massale belastingen zoals de btw, voorbij is?
Vanwege dergelijke vooruitzichten zijn financiële markten en het kapitaal (terecht) gealarmeerd vanwege hun belangen; de verontwaardiging van Brussel toonde in ieder geval aan wiens kant de EU-bureaucratie koos en nog steeds kiest.

Op 23 oktober 2018 verwierp de Europese Commissie in een tot nu toe ongekend proces “logischerwijs” de ontwerpbegroting van een lidstaat – Italië – en gaf het Rome drie weken de tijd om te “corrigeren”, dat wil zeggen om sociale maatregelen te annuleren. Omdat de coalitie van Lega en de Vvijfsterrenbeweging ondanks het spervuur van de mainstream pal achter haar plannen bleef staan en niet toegaf aan de bezuinigingsverzoeken van Brussel, verhoogde de EU-Commissie de druk.
Op 21 november 2018 effende de Europese Commissie de weg voor een zogenaamde “tekortprocedure” tegen Italië. Knieval of boete was de boodschap. Dat laatste was toen nog nooit opgelegd aan een EU-lidstaat.

Polen – de dwarsligger die wel toegaf

Heel anders gaat het om het conflict tussen Brussel en Warschau over de kwestie van de soevereiniteit van een nationale rechterlijke macht. Maar ook hier gaat het uiteindelijk om de totaliteitsdrang van Brussel. Hoewel de rechtspraak volgens “Maastricht” in nationale handen bleef, in tegenstelling tot het economische, buitenlandse en militaire beleid, probeerde na “Lissabon” de EU-Commissie ook hier meer en meer grip te krijgen op de rechterlijke macht.
Brussel heeft al een beroep gedaan op Warschau om de hervorming van de rechterlijke macht door de rechtse regering van de partij PiS teniet te doen. In een zogenaamde artikel 7-procedure probeert Brussel de mogelijkheid van een “bedreiging van de rechtsstaat” te onderzoeken, en een spoedprocedure bij het Europese Hof van Justitie zou de Poolse wet inzake de verlaging van de pensioengerechtigde leeftijd voor opperrechters van 70 tot 65 jaar moeten vernietigen.
Op het eerste gezicht lijkt het alsof Brussel tegen een lagere pensioenleeftijd is, maar in tegenstelling tot Italië, waar de EU vanwege kapitaaloverwegingen wil dat men er langer werkt, bevat de Poolse zaak explosieve partijpolitieke elementen.

In dit geval is het Brusselse uitgangspunt machtspolitiek. Sinds zijn aantreden in november 2015 is de nationale conservatieve PiS-regering geconfronteerd met vijandig gezind gerechtelijk personeel, afkomstig uit het communistische tijdperk en van eerdere liberale kabinetten. Hier van af te komen, heeft de Poolse regering zichzelf die taak opgelegd. Brussel verzet zich ertegen; niet omdat de commissarissen van de EU  personeelswijzigingen weigeren, maar omdat de partij PiS hen niet welgevallige personen uit de hoogste gerechtshoven wil verwijderen.

Enkele maanden vóór de verkiezingsoverwinning van PiS op 25 oktober 2015, heeft het Liberale Burgerplatform (PO), dat ver achter in de peilingen stond, er nog snel een nieuwe wet doorheen gejast (ongeveer net als onze Eerste Kamer nu nog doet met de Klimaatwet) voor het Constitutionele Hof, hoewel de Poolse president Andrzej Duda geen haastige veranderingen in het rechtsstelsel eiste.
Tijdens de parlementaire zitting op 8 oktober 2015, vlak voor de verkiezingen, werden vijf nieuwe constitutionele rechters in sneltreinvaart benoemd, hoewel hun posten pas ná de verkiezingen in november en december vacant zouden worden. De liberale greep op de rechterlijke macht gelukte met de nodige voorzichtigheid: de rechters van het Hooggerechtshof zouden politiek actief worden, zelfs na de door PO verloren verkiezingen (een daling van 39,9% tot 24,1%), waardoor men nu in de oppositie zit.
Brussel trok zich van dit vreemde benoemingsproces niets aan, immers, de “juiste” rechters waren immers op hun plek terechtgekomen.

De nieuwe door PiS gedomineerde Sejm, het Poolse parlement, heeft de benoeming van de vijf rechters van de PO teruggedraaid, in twee gevallen werd dat door het Grondwettelijk Hof uitgesproken, en bij de andere drie gevallen bleven omstreden.
Vervolgens gingen de rechtse nationale conservatieven ertoe over de samenstelling van het Grondwettelijk Hof te veranderen met gebruikmaking van een truc en besloten een wet in te voeren die de pensioengerechtigde leeftijd van rechters van het Hooggerechtshof van 70 jaar tot 65 jaar zou verlagen.
Dit is van invloed op 16 van de 27 rechters, waardoor PiS voldoende invloed heeft op de benoeming van nieuwe, toegewijde rechters. Dat is waar Brussel woedend over is. Maar de verontwaardiging van Brussel over hoe Polen met haar rechterlijke macht omgaat is hypocriet. Want terwijl de twijfelachtige benoeming van de rechters door partijvrienden van de EU-voorzitter van de Raad Donald Tusk,  stilzwijgend in orde werd bevonden halen de EU-machthebbers alles uit de kast om het opschudden van de rechterlijke macht in Polen, door PiS, te voorkómen, omdat dat niet past in het liberale EU-concept.

Halverwege oktober 2018 had het Europese Hof van Justitie in Luxemburg een voorlopig bevel uitgevaardigd, waarmee het zich diep in de Poolse soevereiniteit mengde. De verlaging van de pensioengerechtigde leeftijd voor de hoogste rechters van 70 jaar tot 65 jaar werd opgeschort, Polen moest de volgorde aanhouden en het land legde zich er de daarop volgende maand bij neer.
Dus, zegt de Europese Commissie en de haar ten dienste staande mainstream media, werd de onafhankelijkheid van de Poolse rechterlijke macht hersteld…. (door het afhankelijk te maken van Brussel, maar dat werd er niet bij gezegd).

Slotwoord (en een waarschuwing van onze kant)

De politieke en juridische organen van de Europese Unie hebben zich tot taak gesteld om verklaringen van nationale, regionale of sociale soevereiniteit in diskrediet te brengen en vervolgens te bestrijden. Dit doen ze in het belang van grootschalige kapitaalgroepen, waarvoor grenzen in het algemeen, zij het ruimtelijk of sociaal, een belemmering vormen.
Brussel beheert de vier kernelementen van de winsteconomie: het vrije verkeer van kapitaal, goederen, diensten en arbeid. Om de stem van de mensen te kunnen negéren als deze ergens in opstand komen, werd een structuur gecreëerd die voor ieder land met een burgerlijk-parlementair systeem als ondemocratisch zou worden beschouwd.
De EU-regering, zeg maar: de Europese Commissie, wordt niet uitgevoerd door volksvertegenwoordigers, maar door niet-democratisch gekozen belangenvertegenwoordigers van grote ondernemingen en de financiële sector, het kapitaal.  Vaak krijgen zij op hun beurt door financiële trucjes van bedrijven of de “markten”, waardering voor hun trouwe steun.

De Europese Unie leidt tot een supranationale, bureaucratische staat, en als we er even over nadenken dan is het dat al lange tijd. De fundamenten waarop de Unie rust, namelijk de lidstaten, moeten als zodanig worden vernietigd. De identiteit van de onderliggende volkeren wordt ook vernietigd (en versneld vernietigd door de massa-migratie – vandaar ook dat na al die jaren er nog geen stap gezet is om de buitengrenzen dicht te gooien).
Alles wat ook maar naar onafhankelijkheid ruikt moet uit de weg worden geruimd. De EU zal alle Europese lidstaten in een kunstmatige vorm dwingen, een vorm die juist in de Sovjet Unie, Joegoslavië en Tsjechoslowakije is mislukt. Vergeet niet dat in de internationale politiek maar weinig toevallig gebeurt. Als er wat gebeurt dan kun je er meestal vanuit gaan dat het op die manier gepland was.

De Eurpese Unie is een klassieke banken- en concernsdictatuur geworden, waarbij de hele politiek ten dienste staat van de opdrachtgevers. Aan de burgers wordt het natuurlijk anders verkocht. Als je de documenten van de EU er op na slaat dan staat er “de binnenlandse markt vergemakkelijkt de koop en verkoop van producten in de 28 lidstaten met een gezamenlijke bevolking van zo’n 500 miljoen inwoners. Zij biedt de consumenten een voldoende aanbod van waren en maakt het voor hen mogelijk bij de aanschaf de beste en gunstigste producten te kopen”.
Dat betekent dat EU burgers niet als burgers met bijbehorende rechten ziet, maar slechts als recht- en bezitloze slavenarbeiders, als ge- en verbruikers van goederen en diensten afkomstig van de (grotere) concerns. Daarom moet er ook tot op het laagste niveau gewerkt worden aan uniformiteit, zodat het voor concerns goedkoper wordt producten te maken, die in een grenzenloze Unie verkocht kunnen worden.
Een verdere uitbreiding van dit nazi-project is het TTIP-verdrag, het “Transatlantic Trade and Investment Partnership” of ook wel het Transatlantisch Vrijhandelsverdrag genoemd, dat uiteindelijk tot doel heeft een wereldmarkt zonder grenzen en hindernissen tot stand te brengen. In eerste instantie afgewezen (de opstand onder de burgers werd te groot om het er doorheen te drukken), maar de onderhandelingen van TTIP versie 2.0 zijn al gaande. Het komt er gewoon, juist omdat de grote concerns er profijt van hebben (en dan vooral wat betreft de artikelen over de “eigen” rechtbanken).
De burgers wordt straks natuurlijk opnieuw verteld dat dat TTIP 2.0-verdrag héél anders is dan het eerste en dat dat met de VS alleen maar voordelen heeft, terwijl er niet wordt  bij gezegd dat de levensstandaard van de burgers er op achteruit gaat. Voordelen heeft het zeker, voor de grote concerns…..

De stelling dat de Europese Unie méér democratie heeft voortgebracht, is een leugen, pure propaganda. Precies het tegendeel is namelijk het geval: nog nooit hebben burgers binnen de EU zó weinig medezeggenschap gehad als nu.
Is er ooit iemand gevraagd of men instemt met het opgeven van (in eerste instantie een deel van) de soevereiniteit van het land waarin men woont?
Is er ooit gevraagd of men ermee instemt dat men door niet-gekozen dictators in Brussel geregeerd wil worden?
Of dat men de eigen munt wilde inleveren voor een gemeenschappelijke munt, die vanuit een centrale bank in Frankfurt aangestuurd wordt zodat de lidstaten niets meer te vertellen hebben over hun eigen financiën?
Nee, dat werd allemaal over onze hoofden heen besloten. Niet alleen kunnen we de dictators in Brussel niet kiezen (of wegsturen), ook de leiding van de Europese Centrale Bank kunnen we niet benoemen of wegsturen – een leiding die geen enkele verantwoording over haar daden hoeft af te leggen en onder geen enkel beding aansprakelijk kan worden gesteld voor haar (mis)daden. Het is geen dat Draghi afkomstig is van de criminele organisatie Goldman Sachs…. en dat Barroso vanuit de EU doorstroomde naar datzelfde Goldman Sachs.
Vervolgens heb je dan ook nog een trojka, een EU-raad, een Europese Commissie, een nepparlement, de ECB en het IMF, die buiten ons om beslissen hoeveel of hoe weinig welvaart een land mag hebben.

We zullen steeds meer geconfronteerd worden met armoede, honger, ziekte, lijden en ellende, net als met het verdwijnen van burgerlijke vrijheden (privacy, vrijheid van meningsuiting, referenda) onder het mom van “bestrijding van het terrorisme” (die men zelf geïnitieerd heeft) en het herinvoeren van dwangarbeid en slavernij (bijvoorbeeld nul-uren-contracten of uitbuiting in de Derde Wereld).
Het zal allemaal uitmonden in een nieuwe oorlog (historisch gezien hèt middel om crises te bestrijden). De voortekenen van al deze zaken zijn al enkele decades zichtbaar, en ondanks de fraaie woorden van westerse politici gaan we zware tijden tegemoet.

Reacties

Reacties

Een bevolking die de vrijheid van meningsuiting, het debat en de waarheid niet respecteert en verdedigt, zal niet lang de vrijheid hebben die voortvloeit uit de vrijheid van meningsuiting, het debat en de waarheid. Deze website respecteert de waarheid en het vereist uw steun denk aan onze sponsors of doe een donatie hier wij zijn blij met elke euro. Zoals u wellicht weet doen de Social Media sites zoals Facebook en Twitter er alles aan om ons bereik tot een minimum te beperken! We zijn daarom meer dan ooit afhankelijk van uw support om het woord bij de mensen te krijgen. Wanneer u bovenstaand artikel nuttig, interessant of leerzaam vond, like het dan en deel het overal waar u maar kunt! Alvast heel hartelijk bedankt voor de support!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.