DELEN
Stephen Hawking

Een mens, iets slimmer dan de rest. Zo zou men Stephen Hawking kunnen karakteriseren.

Ik heb het voor slimme mensen, niet alleen omdat ik er zelf een ben, maar omdat ze op een tragische manier grappig zijn. Het ding is namelijk dat, hoe meer je weet, hoe meer je beseft dat je niets weet. En dat zelfs het grootste menselijk genie niet slimmer kan zijn dan zijn eigen brein. Dus is elke intellectuele inspanning bij voorbaat onderhevig aan de neuronendans in ons lichaam, en is elke gedachte “maar” een weerschijn van wat zich in die kronkels afspeelt.

Die wetenschap heeft Hawking voor zich gehouden, maar ik weet dat hij het wist en er binnenpretjes om had: ook dat wat zo’n genie uit zijn hoed haalt, is maar een goochelaarskonijn dat er al in zat. Een goedgevonden, goed getimede expositie, maar toch veel mooier en impressionanter dan een kakmachine of een mosselpot met lege mosselschelpen.

Hawking had een probleem met dat lichaam, het stierf langzaam af, en als atheïst wist hij dat samen met de dood ook alle geest in hem zou ophouden te bestaan, afgezien natuurlijk van die boeken waarin zijn hersenspinsels verduizendvoudigd de wereld zijn rondgegaan.

Het gevecht tussen de briljante geest en zijn wegterend lijf, vastgebonden op een rolstoel met spraakcomputer, werd op de duur een mediashow op zich. Ook daar mogen we het komische van inzien: de orakelstijl, de status van intellectuele halfgod, aanbeden door minder begaafde soortgenoten, elke scheet die opgeblazen werd tot een hemelbestormend inzicht,- het is weer eens wat anders dan de kookpraatjes van Jeroen Meus.

Het bezoek aan de deeltjesversneller in Genève, waar hij een vreselijke verkoudheid opliep die zijn stem aantastte, ook daar moet Stephen Hawking beseft hebben dat het grootste zwart gat in ons hoofd zit, ook al straalt het ene al wat meer licht uit dan het ander.

Zwarte gaten dus. Van de relativiteitstheorie tot de kwantummechanica, en alle duistere passerellen daartussen waar Hawking zo graag in vertoefde,- het zijn formidabele constructies van een doorgeëvolueerd zoogdier waarvan de rol op deze planeet is uitgespeeld, en dat wist het genie beter dan wie ook. We zijn maar rondspringende vlooien op een olifant. De wetenschap kan ons niet redden, we zijn te klein, en het staat mathematisch vast dat veel grotere wezens, superintellecten, ons observeren en zich af en toe ook een breuk lachen. The human comedy, 3rd Rock from the Sun.

Ik zou liegen mocht ik zeggen dat zijn dood me veel doet, zoiets behoud je voor je naasten. Ook de kosmos ligt er niet wakker van, en de aliens al evenmin. Toch is het goed dat zo iemand een legende wordt, want in een wereld zonder god mag er nog wat meer zijn dan smartphones (de naam alleen al) en halfdebiele rappers. Heel misschien wordt intelligentie dan toch een beetje aanstekelijk en dat is, voorwaar, een lichtpunt.

Reacties

Reacties

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.