DELEN

Gisteren is in Madrid het proces begonnen tegen een verdachte van kinderontvoeringen in Spanje. Tijdens de Franco-dictatuur werden tienduizenden pasgeboren baby’s weggehaald bij hun biologische moeders. Voor die gestolen kinderen is er nu eindelijk hoop op gerechtigheid.

In Madrid is vandaag het proces van start gegaan tegen de 85-jarige Eduardo Vela. 50 jaar geleden zou de gynaecoloog Inés Madrigal hebben weggehaald bij haar biologische moeder. Madrigal beschuldigt Vela nu van babyroof en vervalsing van haar geboorteakte. Eduardo Vela riskeert 11 jaar cel.

Dokter Vela werd al eerder ondervraagd, maar dat leidde tot niets. Tot nu toe heeft hij altijd alles ontkend. Vela beweert dat hij zich uitsluitend bezighield met de medische kant van de bevalling. Maar het is wel zijn handtekening die bevestigt dat Inés Madrigal de biologische dochter is van haar “nieuwe” moeder, terwijl die eigenlijk nooit zwanger was. De Spaanse aanklagers beschuldigen Vela ervan zich achter zijn hoge leeftijd te verschuilen. Op elke vraag antwoordt hij: “Ik herinner het me niet meer.”

Vela werkte jarenlang in het ziekenhuis van San Ramón, het epicentrum van de aanklachten over gestolen baby’s. Zijn rechterhand was María Gómez Valbuena, een zuster die van dezelfde misdaden beschuldigd werd, maar overleed in 2013.

Spanje is zestig jaar lang de babysupermarkt van Europa en Zuid-Amerika geweest.

Inés Madrigal, ook woordvoerster van SOS Bebés Robados, hoopt dat haar rechtszaak ook andere slachtoffers zal helpen: “Spanje is zestig jaar lang de babysupermarkt van Europa en Zuid-Amerika geweest.” Madrigal roept alle Spanjaarden dan ook op om eender welke onregelmatigheden rond geboorteaktes te melden.

Kort nadat Franco in 1939 de macht greep, werden duizenden baby’s ontvoerd. De pasgeboren kinderen werden weggehaald bij hun moeders, vaak politieke opposanten, en doorgegeven aan gezinnen die het Franco-regime goed gezind waren. Tussen de jaren 40 en 90 zouden er naar schatting 300.000 baby’s gestolen zijn. Maar het is heel moeilijk om een exact aantal te bepalen, want de ontvoeringen zijn verdoezeld met officiële documenten. De meeste babydiefstallen kwamen voor in Valencia, Madrid, Barcelona, Cádiz en het Baskenland.

Indoctrinatie

Franco zag de ontvoeringen als een politiek middel om zijn opposanten te verslaan. Kinderen van republikeinen werden ondergebracht bij gezinnen van nationalisten of andere Francogezinden. Die laatsten brachten de kinderen dan de “juiste” politieke ideeën bij. Dokters lieten de biologische moeders geloven dat hun baby kort na de bevalling overleden was. De “nieuwe” moeders dachten op hun beurt dat de biologische moeders gestorven waren of hun kind in de steek hadden gelaten.

Een kind stelen en zijn identiteit wegnemen, dat deed Franco heel Spanje aan.

“In zekere zin is dit de meest symbolische misdaad van Franco”, zegt Emilio Silva, hoofd van de Associatie voor het Herstel van het Historisch Geheugen. “Een kind stelen en zijn identiteit wegnemen, dat deed Franco heel Spanje aan.” Nog altijd leven heel wat Spanjaarden in onwetendheid over hun ouders of kinderen. Een aantal organisaties zoals SOS Bebés Robados of de actiegroep Anadir zetten zich in voor de slachtoffers. Er is zelfs een gespecialiseerd geneticabedrijf dat gescheiden familieleden probeert te herenigen op basis van DNA.

Lucratieve handel

De grootschalige babyroof in Spanje bleef duren tot lang na de dood van Franco in 1975. De illegale handel in baby’s was erg winstgevend en floreerde ook in de jaren 80 en 90. Advertenties lokten alleenstaande moeders bijvoorbeeld met valse beloftes.

Spanje voert nu al jaren onderzoek naar de ontvoeringen. De autoriteiten openden al 3000 dossiers, maar de meeste worden snel weer gesloten wegens gebrek aan bewijs.

Babyroof in Argentinië

In Argentinië, in Latijns-Amerika, vond tijdens de militaire dictatuur in de jaren zeventig een gelijkaardige babyroof plaats. Toen werden er naar schatting een 500-tal baby’s van politieke gevangenen, geboren in clandestiene gevangenissen, weggehaald bij hun moeder en doorgegeven aan sympathisanten van het regime. Tot op vandaag zetten de wereldberoemde Madres de la Plaza de Mayo de zoektocht naar hun gestolen kinderen en kleinkinderen verder.

Gestolen levens

Het schokkende en tragische verhaal van de duizenden kinderen die in Spanje niños robados (gestolen kinderen) worden genoemd, heeft verschillende kanten; die van ouders die vermoeden dat hun baby helemaal niet is overleden, zoals na de geboorte werd beweerd; die van de gestolen kinderen zelf die er – inmiddels volwassen – achter komen dat hun leven tot nu toe een leugen blijkt te zijn; die van mensen die te goeder trouw een kind adopteerden en nu, door de toenemende publiciteit, vermoeden dat hun kind van zijn biologische ouders werd gestolen én die van mensen die op zoek zijn naar verdwenen broers of zussen.

Gestolen kinderen

Antonio Barroso (41) is zo’n gestolen kind. De vader van jeugdvriend Juan Luis Moreno biechtte drie jaar geleden op zijn sterfbed op dat hij Juan in 1969 voor 150.000 pesetas (zo’n 900 euro) had gekocht van een priester in Zaragoza. Vrienden van hem, Barroso’s ouders, hadden hetzelfde gedaan.

Moreno en Barosso lieten hun DNA vergelijken met dat van hun moeders en bleken gestolen te zijn. Nu zijn ze op zoek naar hun echte familie. Barroso richtte de nationale vereniging op voor illegale adopties (Anadir) die gestolen kinderen en hun families vertegenwoordigt.

Een vereniging die hard nodig is, want bij het schrijven van dit artikel waren er slechts enkele zaken opgelost, zoals die van een dochter uit Barcelona.die na veertig jaar met behulp van gegevens van Anadir en een DNA-test haar moeder terugvond.

Bestolen ouders

Ana Paéz (51) is een van de vele moeders die vermoedt dat haar kind bij de geboorte helemaal niet is overleden. ‘Mijn baby’s geboorte in 1981 is nergens geregistreerd, ook haar dood niet en zelfs in het ziekenhuis is in de archieven niets bekend van dat ze dood geboren zou zijn. Ze bestaat gewoon niet, terwijl ik haar zelf op de wereld heb gezet en nog heb horen huilen. Ik wil weten waar ze is, om haar te vertellen dat ze van me is gestolen.’

Paéz is een van de 261 moeders, vaders, familieleden of geadopteerden, die op 27 januari met behulp van Anadir een collectieve aanklacht indienden bij het openbaar ministerie in Madrid.

De ‘dieven’

Uit de zaken die tot nu toe bekend zijn, blijkt dat de babyroof voornamelijk plaatsvond in ziekenhuizen en klinieken onder katholieke leiding. Artsen, nonnen, priesters en ook doodgravers werkten mee aan het complot om de ware identiteiten en dus ook het bestaan van baby’s gewoonweg te wissen.

‘Marxistisch gen’

Tijdens de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) werden de tegenstanders van het nationalistische regime van Franco gevangen genomen.

Legerarts Antonio Valleja Najera had gebaseerd op de genetische raszuiveringstheorieën, die ook door de nazi’s werd gebruikt, bedacht dat alle kinderen bij hun republikeinse ouders weggehaald en elders bij gegoede families ondergebracht moesten worden om zo de invloed van het volgens Valleja bestaande ‘marxistische gen’ tot een minimum te beperken.

In de loop van de jaren vijftig veranderde het motief van de babyroof geleidelijk van ideologisch naar economisch. De meeste ouders betaalden omgerekend ongeveer 1.000 euro voor de baby’s die vooral werden gestolen van sociaal zwakkeren als alleenstaande moeders of prostituees. Voor ziekenhuizen, artsen en priesters vormde het zo een uiterst lucratieve en moeilijk op te geven bron van inkomsten.

Gebrekkig bewijs

Enrique Vila is advocaat van Anadir en bestudeerd beroepshalve al ruim tien jaar verdachte adopties. Volgens zijn zorgvuldige schatting gaat het om minstens 250.000 baby’s die tussen de jaren dertig en negentig van de vorige eeuw van hun ouders werden geroofd.

Sinds Spaanse – en in toenemende mate ook buitenlandse – media steeds meer verhalen hierover publiceren, groeit de onrust in Spanje over het onderwerp. Vila zegt dagelijks nieuwe meldingen te ontvangen van mensen die vermoeden dat ze slachtoffer zijn van de babyroof.

Het grootste probleem is echter het gebrekkige bewijs. Veel betrokkenen zijn inmiddels overleden en er is nauwelijks documentatie beschikbaar in de betreffende medische en civiele archieven.

Naar al blijkt uit diverse lopende onderzoeken, werden geboortepapieren en overlijdensakten vervalst of werden geboortes zelfs helemaal niet geregistreerd. Vaak lijken DNA-tests nog de enige mogelijkheid om uitsluitsel te krijgen.

Roep om nationaal onderzoek

Het Openbaar Ministerie van Málaga is als eerste in Spanje een juridisch onderzoek gestart. Het gaat om Isabel Agüera die namens haar moeder aangifte deed.

Sinds ruim een jaar verschijnen er bijna dagelijks berichten in de Spaanse pers van nieuwe plaatsen waar zaken worden ingediend. Vooral op nationaal niveau gaat het volgens Vila nogal moeizaam en is justitie niet erg behulpzaam.

In december 2010 diende Anadir namens een honderdtal slachtoffers een aanklacht in die door het Nationaal Gerechtshof werd afgewezen. Het Hof werd niet bevoegd geacht dit type zaken te behandelen en de gedupeerden werd geadviseerd bij de overheid een onderzoekscommissie te eisen.

In januari 2011 stapte Anadir hiertoe namens 261 families naar de procureur-generaal van de staat, Cándido Conde-Pumpido. Hij besloot begin februari een speciaal openbaar aanklager te benoemen ter nationale coördinatie van alle lopende zaken.

Conde-Pumpido gelooft in tegenstelling tot vele gedupeerden niet dat er na Franco’s dood een groot netwerk bestond dat handelde in gestolen baby’s. Het zou eerder gaan om vele individuele gevallen.

Sinds zijn bemoeienis lijkt er op overheidsniveau wel eindelijk wat schot in de zaak te komen. Ook de minister van Justitie, Francisco Caamaño, benoemt de zaken als ‘zeer ernstig’ en dringt aan op opheldering.

Samen met Leire Pajín, minister van Gezondheidszorg zet hij zich in om de DNA-tests rond de gestolen kinderen gratis te maken voor wie meer duidelijkheid wil.

Vergeten of ophelderen?

De reden voor de moeizame juridische behandeling van de zaken ligt vooral in de recente geschiedenis. Om het herstel van de democratie na de dood van Franco in 1975 te bespoedigen, werd een stilzwijgend pact gesloten het verleden te begraven.

Zij die misdrijven hadden begaan onder het regime van de dictator werden niet berecht en dus ook niet gestraft. Sleutelfiguren, zoals rechters en politici uit Franco’s regering, bleven gewoon op hun post, een feit dat de onderzoeken rond de gestolen kinderen zeker niet bespoedigt.

Met het ouder worden van de generatie van slachtoffers van het regime van ‘El generalísimo’, wordt echter ook de roep onder de bevolking om het nabije verleden weer bespreekbaar te maken, steeds groter.

Jonge mensen willen weten wat er met hun familie is gebeurd. De vereniging voor herstel van historisch geheugen (Asociación de la Memoría Histórica) zet zich onder meer hiervoor in. De publiciteit rond het verhaal van gestolen kind Antonio Barosso in 2007 zorgde in elk geval voor een dringend noodzakelijke kettingreactie.

Naar verwachting stijgt het aantal officiële onderzoeken in de diverse provincies nu in rap tempo en zullen hopelijk veel families nog worden herenigd voordat het te laat is.

Reacties

Reacties

Een bevolking die de vrijheid van meningsuiting, het debat en de waarheid niet respecteert en verdedigt, zal niet lang de vrijheid hebben die voortvloeit uit de vrijheid van meningsuiting, het debat en de waarheid. Deze website respecteert de waarheid en het vereist uw steun denk aan onze sponsors of doe een donatie hier wij zijn blij met elke euro. Zoals u wellicht weet doen de Social Media sites zoals Facebook en Twitter er alles aan om ons bereik tot een minimum te beperken! We zijn daarom meer dan ooit afhankelijk van uw support om het woord bij de mensen te krijgen. Wanneer u bovenstaand artikel nuttig, interessant of leerzaam vond, like het dan en deel het overal waar u maar kunt! Alvast heel hartelijk bedankt voor de support!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.