Redt Asscher de PvdA?

Asscher

De PvdA staat er momenteel in de peilingen niet al te beroerd voor. Huispeiler Maurice de Hond zet de sociaaldemocraten op 15 zetels. In vroeger tijden zou de rode vlag meteen halfstok gaan, maar het zijn er, virtueel natuurlijk, zes meer dan ze bij de Kamerverkiezingen van drie jaar geleden binnenhaalden.

Dat was een ongeëvenaard dieptepunt in de partijgeschiedenis. Van 38 zetels naar 9, geen wonder dat sommige partijprominenten begonnen na te denken over het opdoeken van een kennelijk failliete boedel.

De man die de PvdA naar het ravijn leidde, moet de partij nu weer naar graziger weiden zien te brengen. Onder normale omstandigheden wordt dat niet aan iemand toevertrouwd die een historische afstraffing heeft geïncasseerd. Maar wat is bij de PvdA tegenwoordig normaal? En, nog schrijnender, is er wel een alternatief voor Lodewijk Asscher?

De rot zit dieper en kan niet alleen op rekening geschreven worden van een zwakke leider. De PvdA is allang stuurloos. Ze is weggedreven van haar oude, natuurlijke achterban en bleek niet in staat zich ideologisch te vernieuwen. Ze heeft zich overleefd.

Of, misschien iets vriendelijker geformuleerd: de PvdA heeft zichzelf overbodig gemaakt. De historische missie van de sociaaldemocratie, de bescherming en verheffing van de zwakkeren, zit erop. Al jaren. De verzorgingsstaat, de kroon op het werk, is stevig verankerd in de samenleving. Ze is zo breed gedragen dat geen partij het in haar hoofd zal halen haar te ontmantelen. De discussies gaan hooguit over een in vergelijking met het buitenland meestal bescheiden ‘afslanking’ met als rechtvaardiging dat ze betaalbaar en toekomstbestendig moet blijven. Nooit over haar bestaansrecht.

De PvdA moest op zoek naar een nieuwe boodschap. Solidariteit met de Derde Wereld, de politieke arm van de vredesbeweging, de voorvechter van de multiculti-samenleving. Het zijn een paar van de pleisterplaatsen die op die zoektocht zijn aangedaan. Het mocht niet veel baten. Aan het eind van de rit werden tenslotte door Wim Kok ‘ideologische veren’ afgeschud.

Dat betekent niet dat er electoraal alleen maar tegenwind was. Er werden zeker successen behaald, maar wat was gewonnen was ook zo weer geronnen. De stabiliteit was weg. Van 38 naar 9 is daarvan de meest pregnante uitdrukking maar de klad zat er al langer in.

Het is een identiteitscrisis waar de partij maar geen uitweg uit weet te vinden. Er zijn grofweg twee opties waarvan de levensvatbaarheid niet een-twee-drie duidelijk is. De PvdA kan proberen de huidige linkse thema’s voor zich op te eisen. Ze kan zich profileren met het klimaat en migratie. Alleen, bij deze thema’s heeft GroenLinks al veel eerder haar geurvlag geplant. De PvdA is te laat, ook een symptoom van de crisis.

De andere optie is terug naar de wortels. Dat hebben de partijgenoten in Denemarken gedaan. Partijleider Mette Frederiksen legde daartoe een opmerkelijke schuldbekentenis af: wij hebben jullie (de weggelopen kiezers, red.) de rug toegekeerd en we zullen vanaf nu weer naar jullie luisteren. Om te onderstrepen dat het haar ernst was, werd het migratiebeleid verscherpt. Frederiksen is nu minister-president.

Dat schijnt ook Asscher voor ogen te hebben gestaan. In de hoop de naar de PVV en in mindere mate de SP afgedwaalde kiezers terug te winnen. Maar hij heeft de partij, altijd linkser dan haar bestuurders en kiezers, daarvan niet weten te overtuigen. Daarvoor mist hij vooral het gezag. Wie 29 zetels verliest, staat te wankelen op een stoel met drie poten.

De malaise gaat onherroepelijk doorwerken op het gebied waar de PvdA van oudsher sterk was: het bestuur. Een kleinere partij levert minder bestuurders. Dat heeft weer tot gevolg dat talent zich drie keer zal bedenken voor het zich bij de PvdA gaat ontplooien. Dat zie je nu al terug in de fractie. Middelmaat is troef. Er is er niet een, m/v, die er bovenuit steekt.

De partij mankeert het tegenwoordig sowieso aan markante persoonlijkheden. Je kon het met ze eens zijn of niet, maar Henk Vredeling, Jan Pronk en Marcel van Dam waren in hun tijd altijd onmiskenbaar ‘aanwezig’. Frans Timmermans is nu een uitzondering maar hij is in Brussel bezig de planeet te redden. Het Binnenhof is voor hem te klein.

De laatste voorzitter, Hans Spekman, had nog een zekere flair, al was het maar door zijn bonte truien. Nu kent vrijwel niemand Nelleke Vedelaar. Het moet niemand verbazen als men dat graag zo zou houden. De paar keer dat Vedelaar zich meldde, liet ze zich kennen als een bewonderaar van Jeremy Corbyn, de slechtste Labour-leider sinds mensenheugenis. Dat sluit overigens niet uit dat ze achter de schermen enige, mogelijk grote, invloed heeft.

Als oplossing voor de misère wordt op gezette tijden een fusie met GroenLinks aanbevolen. Op het eerste gezicht is dat niet onlogisch. Inhoudelijk zijn de verschillen tussen de partijen te verwaarlozen. Maar de verschillen in partijcultuur wegen minstens zo zwaar. De PvdA is en blijft een bestuurderspartij, of minder welwillend, een regentenclub. GroenLinks is voor veel van haar aanhangers toch een lifestyle partij waar besturen niet de allerhoogste prioriteit heeft.

Dat gaat, understatement, niet goed samen. Bovendien, een fusie heeft pas een kans als het beide partijen over langere tijd slecht gaat. Zolang ze bij GroenLinks blijven dromen over de ‘grootste op links’ gaat het niet gebeuren.

De PvdA zal het voorlopig op eigen kracht moeten zien te rooien. En of dat lukt met een kleurloze leider als Asscher valt te betwijfelen. Met 14 tot 16 zetels zou hij zich in zijn handen mogen wrijven. Die dertig zetels en meer van weleer komen niet terug.

Reacties

Reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.