Pulitzerprijs

Syrië

Zonder enige twijfel komen er burgers om bij aanvallen door Russische jachtbommenwerpers op doelen in Syrië.

Zoals er ook aantoonbaar burgers omkomen bij aanvallen door vliegtuigen en drones van westerse mogendheden, en Israël, in Syrië, en een hele reeks andere landen. Dat is onvermijdelijk in een oorlog. ‘Precisiewapens‘ sluiten dat risico allerminst uit. Maar betekent dat dat de Russen welbewust ‘burgerdoelen‘ aanvallen, zoals de Duitsers deden bij het bombardement van Rotterdam, en een hele reeks steden in Engeland? En de geallieerden deden met Dresden en andere Duitse steden, om nog maar te zwijgen van de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki? Of de bombardementen van Hanoi?

Dus toen ik las dat een Nederlander de (voorheen) prestigieuze Pulitzerprijs had gewonnen met journalistiek die daarvoor het bewijs had geleverd, zat ik op het puntje van mijn stoel toen ik zag dat hij te gast was bij het ‘praatprogramma‘ OP1. De jongeman uit Leeuwarden had een ontnuchterende introductie in petto: ‘Ja, ‘t Is wat!’, zoals alleen boeren dat kunnen. Het ontlokte een uitgelaten stemming aan tafel. Burgerdoden……..

Vervolgens bleek de journalistieke prestatie ook een grap. Christiaan Triebert werkt wisselend vanuit het huis van zijn vader en zijn moeder, en had ook nog gewerkt in de wachtruimte van de omroep voor de uitzending. Hij zit tijdelijk vast in Nederland door Corona, maar dat is geen beletsel voor zijn ‘werk‘. Hij is nog nooit in Syrië geweest, blijkbaar, maar analyseert op zijn computer beelden en geluidsfragment die hem worden aangereikt door zijn vrienden in het door Al Qaida/ISIS beheerste gedeelte van Syrië, de ‘Idlib‘-provincie.

Er was een periode waarin échte journalisten lokaal nog wel eens een kijkje gingen nemen, maar die eindigden zonder hoofd als ze zelfs maar de suggestie wekten objectief te willen berichten uit het oorlogsgebied. Sindsdien is de berichtgeving uit dat gebied gemonopoliseerd door gecertificeerde propagandisten, die onder controle staan van ‘westerse‘ geheime diensten, zoals Bellingcat, dat nauw samenwerkt met ‘Atlantische‘ verdragsorganisaties gericht op de expansie van ‘westerse‘ invloed in olierijke gebieden, en de suppressie van invloed van Rusland en China. En verdomd, ‘Ja, ‘t is wat!‘ blijkt afkomstig uit de Bellingcat-stal, maar nu dus onder contract bij de New York Times. Geld verdienen met je hobby.

We zien een vage vlek in de blauwe lucht op een sterk bewogen filmbeeld, en Triebert vertelt ons trots dat het onmiskenbaar een Russische jachtbommenwerper is. Ja? En? Niemand ontkent dat de Russen actief zijn in Syrië. En ja, de Russen ontkennen standaard betrokken te zijn geweest op aanvallen waarbij burgerslachtoffers vallen, zoals Nederland dat ook deed, en doet, en elk ander land, totdat de bewijzen zo pregnant zijn dat ontkennen geen zin meer heeft. Alleen in Nederland wil men dan nog wel nadenken over een schadevergoeding als het zonneklaar verwijtbaar is, maar dan nog wringen ministers en staatssecretarissen zich in iedere denkbare bocht om er onderuit te komen. Dus wat is nou precies het punt?

Dat doelen worden geraakt die in een bebouwde omgeving liggen betekent allerminst dat burgers het doelwit waren. Terreurorganisaties liggen niet in loopgraven, en ze vestigen hun hoofdkwartier niet in bunkers ver van de bewoonde wereld. Sterker nog, zeker als ze de controle over een gebied hebben, zoeken ze welbewust plekken op waarvan ze weten dat een militaire tegenmacht reserves zal hebben om dat doel aan te vallen. In of naast ziekenhuizen, druk bezochte markten, scholen, en andere gebouwen waarvan ze zelf kunnen volhouden dat het civiele centra zijn. Ze gebruiken burgers als ‘Human Shield‘, wat een oorlogsmisdrijf is, volgens ‘Geneve‘.

Alvorens tot de aanval over te gaan, verzamelen spionnen op de grond, en ‘drones‘ die de bewegingen van specifieke mensen, en transporten in kaart brengen, informatie over het doelwit. En als de leiders zich verzamelen, of een verse lading, door het ‘westen‘ geleverde ‘hulpgoederen‘ (mortieren, granaten, materiaal voor aanslagen en dergelijke), is gearriveerd, dan gaat er een bom op. En na de eerste nog een tweede als dat nuttig en nodig is om zeker te stellen dat het doelwit grondig vernietigd is. Als iemand die hulp wil bieden na de eerste bom als een ‘kip zonder kop‘ naar de lokatie rent waar kort daarvoor een bom is geland, dan wordt hij geveld bij de tweede aanval, maar is hij nog steeds niet het doel van de aanval, maar iemand die in de weg loopt.

Daarbij wemelt het van de bewijzen dat ‘hulpverleners‘ in de door terreurorganisaties beheerste gebieden ‘bijbeunen‘ als strijders voor diezelfde terreurorganisaties, en betrokken zijn bij aanslagen en lynchpartijen van ‘ongelovigen‘, homo’s van het dak kieperen, en vrouwen stenigen die geen burka dragen, dus wat zeggen die door hen aangeleverde beelden, die na zorgvuldige screening door Bellingcat worden doorgegeven nou helemaal?

Natuurlijk is die oorlog in Syrië een verschrikkelijke tragedie. Net als de oorlogen in Afghanistan, Irak, Yemen, Libië en al die andere olierijke gebieden waar de subsidiegevers van Bellingcat als eersten zijn begonnen met bombarderen, en het bewapenen van ‘rebellen‘ die we buiten hun land aanduiden als terroristen, omdat dat streven naar een Kalifaat alleen steunen in die gebieden. Als je niet begaan bent met het lot van mensen die moesten vluchten voor het geweld, die zijn omgekomen, of zuchten onder het schrikbewind van Al Qaida en daaraan verwante organisaties die ‘wij‘ steunen, onder andere via de propaganda-machine van Bellingcat en de New York Times, dan heb je geen hart. Maar mogelijk wel ‘goede bedoelingen‘, want dat is in onze hedendaagse maatschappij geheel en al losgeweekt van het verstand. ‘Sympathieke boer!’ Ja, maar wel wat simpel. Net als die Engelse verkoper van garen en band die Bellingcat opzette in een periode waarin hij werkloos thuis naar zijn computerscherm zat te kijken.

Reacties

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.