Overheidstekort omhoog naar bijna 100 miljard euro

wiebes

Door de coronamaatregelen van het kabinet schiet het overheidstekort omhoog naar bijna 100 miljard euro, het grootste financiële gat ooit buiten oorlogstijd. Toch komen er voorlopig geen enorme bezuinigingen, belooft premier Mark Rutte.

Volgens hem heeft het weinig zin komend jaar al met een ongekende ombuigingsoperatie te beginnen. Temeer daar (maar dat zei hij er niet bij) in maart 2021 Tweede Kamerverkiezingen zijn. Geen enkele partij wil daarom nu al gaan hakken en snoeien.

Volgend jaar dus niet. Maar het jaar erna? En het jaar daarna? Je kunt er wel vergif op innemen dat dan de beuk erin gaat. Wat er ook in de verkiezingsprogramma’s komt te staan.

De exacte omvang van het te bezuinigen bedrag kan nog meevallen. Rutte gaat uit van een V-curve, waarbij na een diepe inzinking loodrecht herstel volgt. Dat neemt niet weg dat er zeker voor miljarden en miljarden bespaard zal moeten worden. Op welke posten? De zorg? De sociale zekerheid? Defensie? Onderwijs? Op dergelijke begrotingen valt het meeste te halen, maar de ene optie is nog impopulairder dan de andere.

Toch zullen over dit soort zaken beslissingen moeten vallen in de kabinetsformatie. De vraag is: welke partijen zijn komend voorjaar nog bereid tot een nieuwe regering toe te treden?

VVD en CDA hoogstwaarschijnlijk, maar de tijd dat die twee partijen samen een meerderheid hadden ligt ver achter ons. Zullen D66 en ChristenUnie willen meedoen? Die laatste partij wellicht wel, maar ze brengt niet meer dan hooguit een zeteltje of 7 mee. En D66? Zoals het er nu uitziet gaan de democraten bij de verkiezingen fors verliezen. De lust om dan mee te besturen – en dus mee te bezuinigen – zal zeker niet al te groot zijn.

Dat laatste geldt ook voor de linkse partijen PvdA en GroenLinks, die nu in de oppositie zitten. De leiders van deze partijen, Lodewijk Asscher en Jesse Klaver, waarschuwden nog maar een paar dagen terug dat ‘niet dezelfde fout gemaakt moet worden als bij de vorige crisis’. Toen ging – zoals zeker Asscher als voormalig vicepremier zich nog goed zal herinneren – het mes meedogenloos in de overheidsuitgaven. Zijn eigen partij moest dat in 2017 bezuren met de zwaarste verkiezingsnederlaag ooit. Zou Asscher genegen zijn nogmaals de verantwoordelijkheid te nemen voor een naar verwachting zelfs aanzienlijk grotere bezuinigingsronde?

Ook op de twee populistische partijen, PVV en FvD, zal tijdens de kabinetsformatie niet gerekend hoeven te worden. Mochten die twee al welkom zijn aan de onderhandelingstafel, dan zullen zij zich zeer terughoudend opstellen. Op een nooit vertoonde ombuiging zit hun electoraat immers niet te wachten. Vermoedelijk zullen Geert Wilders en Thierry Baudet straks wijzen op andere Europese landen, waar de financiële situatie nog veel dramatischer is. “Waarom moet Nederland altijd het braafste jongetje van de klas zijn?” Die retorische vraag zullen ze ongetwijfeld vergezeld laten gaan door de klemmende oproep de ‘geldverslindende’ EU zo snel mogelijk te verlaten.

De formatie zou zo wel eens kunnen uitdraaien op een strijd om toch maar vooral níet te hoeven regeren. Waar nog een complicerende factor bijkomt. Tot minstens mei 2023 blijft het in de Eerste Kamer heel moeilijk een meerderheid te vormen, ongeacht de uitslag volgend jaar maart. Zodat het verre van zeker is of een zeer omvangrijk bezuinigingsplan van welk kabinet dan ook het Staatsblad wel haalt.

Reacties

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.