DELEN
Opus Dei

Opus Dei of ‘Het ‘Werk van God’ is in Nederland vooral bekend als een obscure sekte met zelfkastijdende priesters door de verfilming van Dan Brown’s boek de ’Da Vinci Code’.

In de ogen van bewonderaars een ‘werktuig van de Heer’, volgens tegenstanders een ‘kankergezwel in het lichaam van de kerk, met alle eigenschappen van een sekte’, heeft de naam het Opus Dei (OD voor ingewijden), binnen de rk kerk en daarbuiten, sinds jaar en dag een omstreden klank. Strakke discipline, elitevorming en rigoureuze nadruk op kuisheid, ascese (ook zichzelf kastijden) en persoonlijke vroomheid kenmerken het lidmaatschap.

Wat zijn aanhang betreft -84000 leden in 87 landen, waaronder zo’n 150 leden in Nederland- richt het OD zich vooral op de ‘heffe’ van de samenleving: studenten, artsen, advocaten, directeuren, politici.

Spanje leider van de sekte

Opus Dei

Woordvoerders van het Opus Dei betitelen alle kritiek als laster, jaloezie en onbegrip.

Opus Dei, de waakhond van het Vaticaan

Op 2 oktober 1928 hoort Jose Maria Enscriva de Balaguer tijdens een retraite in Madrid klokken luiden. Voor hem was dat een teken dat God hem opdroeg om een nieuwe heilige weg uit te stippelen voor gewone mannen en vrouwen. Onder de naam Opus Dei begint hij met het ontwikkelen van een zogenaamde lekenorganisatie. Leken zijn in dit geval lieden die wel de katholieke geloften aflegden, maar verder gewoon hun profane werk en levenswijze voortzetten. De organisatie kenmerkt zich door het zweren van onvoorwaardelijke trouw aan de paus en is fel gekant tegen de democratisering binnen de kerk. Inmiddels kent Opus Dei meer dan 84.000 leden waarvan er ongeveer 1800 het priesterschap dragen en is er een veelvoud aan sympathisanten. Sommige spreken over Opus Dei als een sekte en anderen noemen het liever een orde. Hoe het ook zij, Opus Dei is een krachtige organisatie die zijn wortels tot diep in het Vaticaan heeft. Gordon Urquhart, schrijver van het boek ‘Het Geheime Leger Van De Paus’ trekt de lijn een stuk verder door. Hij zegt dat Opus Dei streeft naar volledige autonomie binnen de kerk. Soberheid, kuisheid, gehoorzaamheid en boetedoening, het is de lijn van Opus Dei.

Dat Escrivá amper 27 jaar na zijn dood al heilig verklaard werd is een wondertje op zich. Als we de invloed van de Heilige Geest niet meerekenen moet hij binnen het Vaticaan wel heel erg goed gelegen hebben. Zeker als je bedenkt dat het Vaticaan bijvoorbeeld Jeanne d’Arc 500 jaar lang heeft laten wachten op haar heiligverklaring. Ook Damiaan kreeg pas 100 jaar na zijn dood de titel Sint voor zijn naam bijgeschreven. De heiligverklaring van Escrivá is nog steeds een heikel onderwerp. Terwijl sommigen het niet meer dan terecht vinden wijzen anderen op het feit dat er niets heiligs aan Escrivá was. Voor veel Spanjaarden was de heiligverklaring danook moeilijk te verkroppen. Het feit dat Escrivá goed bevriend was geweest met de Spaanse dictator Franco was in hun ogen nou niet bepaald een pré voor een heilige. Zo bestond het dat 8 van de 116 ministers onder Franco lid van het Opus Dei waren. Later wordt Opus Dei ook in verband gebracht met mogelijke banden met Pinochet.

In 1981 liet Escrivá’s -inmiddels ook overleden- opvolger, mgr. Alvaro del Portillo, paus Johannes Paulus II weten dat leden van de beweging wereldwijd actief waren op 475 universiteiten en hogescholen, op de redacties van 600 kranten en tijdschriften, bij 52 tv- en radiostations, 38 pers- en advertentiebureaus en bij 12 filmmaatschappijen. En zeker niet in de functie van portier.

Er zijn geen tekenen dat die invloed sindsdien verminderd is. Zo bekleden in landen als Spanje, Frankrijk, Duitsland en Italië Opus Dei-leden naar verluidt hoge functies in de wereld van handel, bankwezen em ambtenarij. Hetzelfde geldt voor Latijns-Amerika.

Wat de top van de rk kerk betreft: naar schatting een derde van alle bisschoppen en kardinalen sympathiseert met of is lid van het Opus. Dat bezit de status van ‘persoonlijke prelatuur’ waardoor het niet onder het gezag van lokale bisschoppen valt, maar direct onder dat van de paus. Mgr. Javier Echevarria, een Spanjaard, is nu de leider van het Opus Dei.

Integralisten

Het eerste Vaticaanse Concilie van 1870 leidde tot de eerste golf van katholiek fundamentalisme, door aanhangers ook wel “integralisme” genoemd, “zuiver” of “onvervalst” katholicisme. Het Concilie voerde het dogma van de onfeilbaarheid van de paus in om de katholieke kerk immuun te maken voor kritiek vanuit het Verlichtingsdenken en stromingen als het liberalisme en socialisme. Maar emancipatiebewegingen bleven druk uitoefenen en tijdens het tweede Concilie in 1965 kwam paus Johannes XXIII hen deels tegemoet. De integralisten kregen echter tijdens de nu al 25 jaar durende heerschappij van de huidige paus de kans om het verloren terrein terug te veroveren. Johannes Paulus II is sympathisant van Opus Dei en heeft de aanzet gegeven tot een tweede golf van katholiek fundamentalisme.

Opus Dei werd in 1928 opgericht door de Spaanse priester Josemaría Escrivá de Balaguer, die tijdens de Spaanse burgeroorlog en de daaropvolgende dictatuur partij koos voor de fascist Franco. Escrivá wilde de werelden van het godsdienstige en het beroepsleven met elkaar verenigen. Hij pleitte voor “heiligheid in het gewone leven” en “heiliging van de arbeid”. Het katholieke geloof moest niet alleen in de kerk worden verkondigd door beroepsgelovigen, maar ook in de hele maatschappij door leken. Die moesten de wereld weer christelijk maken, te beginnen in hun eigen leven, van dag tot dag. Inmiddels telt Opus Dei wereldwijd zo’n 84.000 leden, waaronder 33.000 in Spanje – waar de beweging is begonnen – en 150 in Nederland. In tegenstelling tot West-Europa heeft de beweging in Latijns-Amerika veel macht, waardoor men daar de populaire bevrijdingstheologie vleugellam heeft weten te maken.

Heiligverklaring

Johannes Paulus II heeft van Opus Dei in 1982 een “personele prelatuur” gemaakt, een wereldwijd bisdom dat alleen verantwoording schuldig is aan de paus zelf. Escrivá stierf in 1975. Op verzoek van 69 kardinalen en bijna 1.300 bisschoppen verklaarde de paus hem al in 1992 zalig en in 2002 heilig. Dat gaf Opus Dei veel aanzien. De “heilige” Escrivá zou volgens de paus zelfs na zijn dood nog zieken hebben genezen. Tijdens de door 350.000 gelovigen bijgewoonde heiligverklaring riep de paus op om “in de voetstappen” van Escrivá te treden en het bewustzijn te verspreiden “dat wij allen geroepen zijn tot heiligheid”. Hij haalde daarbij het advies van Escrivá aan: eerst bidden, dan boetedoening, en daarna pas actie.(1)

De Opus Dei-leden zijn ingedeeld op grond van beschikbaarheid voor de organisatie. “Numerairs” en “geassocieerden” vormen het keurkorps, “de officieren”. “Numerairs” hebben een universitaire studie gedaan, “priester-numerairs” daarnaast ook nog een studie theologie. “Geassocieerden” zijn niet academisch geschoold. Alle “officieren” leggen de celibataire gelofte af, wonen als “een familie samen” in Opus Dei-huizen en zeggen het leven van Christus “na te volgen”. “Surnumerairs” daarentegen zijn getrouwd, leiden een “gewoon” leven en worden daarom meer als “de soldaten” van “het leger van Christus” beschouwd. Onderaan staan de “numerair-auxiliairs”, de vrouwelijke leden die zich voor de mannen afbeulen in het huishouden van de Opus Dei-centra. Daar heerst overigens een strikte apartheid tussen de seksen. De centra zijn zo ingericht dat mannen en vrouwen geen kans hebben om elkaar te kunnen ontmoeten. Volgens Opus Dei zijn de beste vrouwen degenen die men niet ziet, want die brengen de mannen niet in verleiding.(2)

Boetegordel

De extreem patriarchale Opus Dei-ideologie benadrukt biechten, tucht, schuldgevoelens, boetedoening, elitevorming, bekeringsdrang, verheerlijking van pijn, zelfvernedering, mensenhaat, blinde gehoorzaamheid tegenover meerderen, en vijandigheid tegenover lust en lichaam. Dit gruwelijke mensbeeld is vastgelegd in de 999 leefregels en overpeinzingen van Escrivás bekendste boek “De weg”. Daarin staat bijvoorbeeld: “Verneder je: weet je niet dat je maar een afvalemmer bent?” (3) En: “Behandel je lichaam met liefde, maar niet met meer liefde dan men zou geven aan een verraderlijke vijand.” (4) Volgens Escrivá “zou je” in de ogen van God “die je zo lang verdraagt”, “voortdurend languit gestrekt liggen met je gezicht tegen de grond als een vieze, lelijke en verachtelijke worm”, wanneer “je de aandrang van je hart zou volgen en zou handelen overeenkomstig de ingevingen van je verstand”. (5) De geschriften van “de grote vreugdebrenger” Escrivá zijn verplichte kost voor de leden, die tevens geestelijk aan banden worden gelegd door de Opus Dei-index van verboden boeken, een lijst die het Vaticaan tot 1948 ook hanteerde.

De leden dienen zichzelf verder ook nog eens zo’n 2 uur per dag te kastijden door een boetegordel om het bovenbeen te doen met naar binnen gerichte punten, wat vooral bij het zitten erge pijn veroorzaakt. Ook ranselen ze hun rug regelmatig af met een geselkoord. “Deze uitingen van christelijke ascese zijn een manier om uit vrije wil een beetje te delen in het lijden van Jezus Christus”, aldus de Opus Dei-propaganda.(6)

Samenzweringstheorieën

Opus Dei staat bij critici vooral bekend als een duistere sekte die van achter de schermen grote invloed uitoefent op de samenleving. “Er groeit een fascistische wereldmacht en wij brave anti-fascisten zien het niet”, aldus de karakteristieke titel van een artikel in het tijdschrift De Anti-Fascist van december 1999. Zulke kritiek neigt door te slaan naar samenzweringstheorieën die minstens zo gevaarlijk kunnen uitpakken als het fundamentalistische geloof dat men wil bestrijden. Men spreekt ook wel van “de geheime macht” van “Octopus Dei”, die met zijn tentakels regeringen en bedrijven in zijn greep zou houden. Deze beeldvorming lijkt sprekend op de antisemitische gedachte van de joodse wereldoverheersing.

Andere critici betitelen Opus Dei als “de katholieke maffia”, die zich kenmerkt door een onvoorwaardelijke zwijgplicht, een sterk ontwikkeld familiegevoel tussen de leden onderling en de strategie om sleutelposities in de samenleving door Opus Dei-leden te laten bezetten zonder hun lidmaatschap daarvan bekend te maken. De strijd om de macht in de samenleving kenmerkt zich echter niet door geheimzinnigheid, maar juist door het alledaagse en voortdurende karakter ervan. Wie nuchter naar Opus Dei kijkt, kan simpelweg vaststellen dat de organisatie net als andere politieke stromingen uit is op het vergroten van zijn macht. Complottheorieën zijn bij de bestrijding van Opus Dei niet alleen overbodig, maar werken zelfs averechts. Het verzwakt radicaal-linkse analyses en maakt mensen zelfs rijp voor geloof, namelijk in samenzweringen die de motor van de geschiedenis zouden vormen.

Noten

Reacties

Reacties

SDB en nieuwsreporter.com brengt u nationaal en internationaal nieuws

Geef een reactie