CIA

President Adama Barrow van Gambia keert vandaag terug in zijn land. Hij werd vorige week donderdag in de ambassade van Gambia in Senegal tot president beëdigd. Die beëdiging werd uit nood geboren in het buurland gehouden omdat de vorige president Yayha Jammeh niet wilde aftreden. Jammeh, marionet van de VS, laat een land in armoede achter.

We lezen op NU.nl [1] o.a. het volgende :

De tegoeden van centrale bank van Gambia zijn “onaangeroerd”. Dat heeft de woordvoerder van president Adama Barrow maandag gezegd.

De nieuwe leider had zondag de vrees uitgesproken dat de staatskluizen waren leeg gehaald door zijn voorganger Yahya Jammeh na diens verkiezingsnederlaag in december.

Een adviseur van Barrow zei eerder dat Jammeh, die 22 jaar aan de macht is geweest in het west-Afrikaanse land, omgerekend ruim 10 miljoen euro heeft meegenomen bij zijn gedwongen vertrek naar Equatoriaal Guinea. Dat zou volgens de gegevens van de wereldbank 1,2 procent van Gambia’s bruto binnenlands product van 2015 zijn.

Tijdens zijn verkiezingscampagne had Jammeh in een interview met de BBC gezegd dat hij “een miljard jaar” zou regeren. De uitslag was dat zijn volk in meerderheid de mening was toegedaan dat hij kon wieberen. Jammeh weigerde in eerste instantie op te stappen.

De Economic Community of West African Countries (ECOWAS) besloot dat Jammeh toch echt weg moest, een besluit dat ironisch genoeg gesteund werd door de Verenigde Staten, het land dat Jammeh destijds juist had gesteund bij het omverwerpen van Gambia’s democratisch gekozen president, Sir Dauda K. Jawara, in 1994.

Nadat Jammeh dus weigerde op te stappen eisten o.a. ECOWAS en de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties toch echt van de verliezende president dat hij zijn biezen moest pakken, zodat Barrow zijn werk voort kon zetten. ECOWAS mobiliseerde toen ook meteen de militaire krachten. Op 19 januari jl. werd Barrow als de nieuwe president ingezworen, in de ambassade van Gambia in Dakar, de Senegalese hoofdstad.

Uren later begonnen Senegalese troepen Gambia binnen te vallen en de Nigeriaanse luchtmacht nestelde zich in de buurt van de hoofdstad van Gambia, Banjul. De presidenten van Mauritanië en Guinee vlogen ook nog naar Banjul om Jammeh nogmaals op het hart te drukken op te rotten, nu het nog kon zonder bloedvergieten. Jammeh’s lot was bezegeld toen majoor-generaal Ousman Badjie, het hoofd van de strijdkrachten in Gambia, de nieuw gekozen president Barrow als Gambia’s commander-in-chief erkende.

Jammeh in voor hem betere tijden. Trouwens ook voor Obama. Voor nu: doei!

De eis van de Verenigde Staten aan Jammeh om zijn macht af te staan was een sterk staaltje van hypocrisie, aangezien Washington Jammeh niet alleen had geïnstalleerd, maar ook dat er twee opeenvolgende presidenten de tiran een warm welkom hadden gegeven op het Witte Huis. Jammeh, die een huis ter waarde van $3,5 miljoen bezit in Potomac, Maryland, was hartelijk welkom geheten door president Barack Obama tijdens de U.S.-Africa Leaders’ Summits in Washington in 2014 en 2015.

President George W. Bush begroette Jammehhartelijk op de U.S.-Africa Business Summit in Washington in 2003. Onder bescherming van de diplomatieke veiligheidsdiensten van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken kon Jammeh’s in Marokko geboren vrouw, Zineb Jammeh, de modezaken in de shopping malls in Washington leegplunderen. Ook sloeg ze toen haar slag bij Sam’s Club, een grote discountwinkelketen, en kocht er veel huishoudelijke artikelen. Jammeh is een schoolvoorbeeld van door de CIA-betaalde kleptocratie op grote schaal.

Tijdens het bewind van Jammeh bleef Gambia een strategische bondgenoot van de Verenigde Staten. De kleptocratische leider van Gambia gaf de U.S. National Aeronautics and Space Administration (NASA) toestemming om er een noodlandingsplaats te maken voor de space shuttle van de NASA, en Gambia verleende ook alle steun aan de VS, en dan met name aan het Central Intelligence Agency bij het anti-terrorismeprogramma na 9/11.

De dictator van Gambia kwam er goed beslagen ten ijs, voor zover je dat van een Afrikaans land kunt zeggen. Jammeh had een training gehad van het Pentagon. Hij was toen nog maar een luitenant in het leger van Gambia. In 1993 volgde Jammeh de bekende “School of the Americas” in Fort Benning, Georgia. Nogal was dictators uit Latijns Amerika en commandanten van doodseskaders hebben daar hun opleiding genoten. Toen hij in Fort Benning verbleef werd Jammeh geëerd als “honorary citizen of the state of Georgia”.
Het daaropvolgende jaar, en een jaar voordat hij zijn coup pleegde, volgde Jammeh de Military Police Officers Basic Course (MPOBC) bij Fort McClellan, Alabama. He kreeg toen ook de titel “honorary Lieutenant Colonel in the Alabama State Militia”.

Jammeh bleef maar Amerikaanse titels incasseren, waarbij hij zelfs werd bevorderd tot admiraal in de niet-bestaande Navy of the State of Nebraska. Die ranzige titel werd toegekend door de gouverneur van Nebraska aan prominente burgers, waaronder dus niet alleen Afrikaanse dictators zoals Jammeh en zijn door de CIA-gesteunde collega’s Teodoro Obiang Nguema Mbasogo van Equatoriaal Guinee.

Tijdens het bewind van president Bill Clinton werd voor Jammeh het groene licht gegeve om een door de CIA-geleide coup in Gambia te plegen en de macht te grijpen.

Op 24 juli 1994 was president Jawara in zijn paleis in Banjul terwijl de commanding officer van de Amerikaanse marine op bezoek was met het schip de USS La Moure County. Ook aanwezig was de Amerikaanse ambassadeur in Gambia, Andrew Winter, een carrière makende diplomaat die een nieuw soort ambassadeur van de VS vertegenwoordigde – eentje die zich routinematig en in het openbaar bemoeide met de landelijke politieke zaken waar de VS hoe dan ook betrokken was. Terwijl Jawara en de commanding officer diplomatieke zaken uitwisselden pleegden legerofficieren, geleid door Jammeh, hun coup tegen de democratisch gekozen regering.

Na de aankondiging van de coup kon La Moure County’s skipper aan Jawara het volgende bieden; vervoer van Lady Chilele Jawara, één van zijn twee vrouwen; 14 van zijn 19 kinderen; en zijn minister van financiën en politie-inspecteur naar het schip en genieten van Amerikaanse bescherming. Eenmaal aan boord mocht Jawara gebruikmaken van de communicatie-apparatuur om met de militaire leiders contact op te nemen. Tot Jawara’s grote ongenoegen had de coupplegende leider, Jammeh, kolonel Boubakar Dada, het hoofd van Gambia’s 800-man sterke leger, gearresteerd, samen met tien Nigeriaanse militaire adviseurs.

In plaats van hulp te bieden aan de leider van Gambia, die elke Amerikaanse president gekend had sinds John F. Kennedy, bood de Clinton regering slechts aan te bemiddelen tussen Jawara en de rebellen. De woordvoerster van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, Sondra McCarty, deed vóórkomen alsof de Verenigde Staten “een dialoog probeerde te bewerkstelligen tussen beide zijden” daarbij de suggestie wekkend dat Jammeh en zijn coupplegers enige legitimiteit hadden.

Het Amerikaans marineschip bracht Jawara naar buurland Senegal waar hem door de regering van dat land asiel werd verleend. Jawara’s verhouding met Senegal was de laatste jaren nogal wisselvallig geweest. In 1982 waren Jawara en president Abdou Diouf overeengekomen om een nieuwe confederatie van Senegal en Gambia op te richten. Veel inwoners van Gambia hadden kritiek op de overeenkomst omdat het in feite een de facto annexatie van Gambia was door Senegal, als haar elfde regio.

Toen Jawara de oppositie bij zijn bevolking hierover zag, annuleerde hij de confederatie weer in 1989. Maar dat besluit viel slecht bij de nieuwe Afrika-specialisten van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, die juist enthousiast waren over een Afrikaanse integratie. In hun ogen leek Jawara tegen de stroom in te zwemmen en met dat anachronisme zou wat moeten gebeuren. Nadat ook die “klus geklaard was” door de CIA ging Jawara in Engeland wonen.

Ambassadeur Winter had nooit geëist dat de junta zou aftreden en zou nooit toestaan dat Jawara zijn presidentschap zou kunnen voortzetten. De CIA en het Pentagon hadden inmiddels al veel geld gestoken in Jammeh als “hun man”. Jammeh’s militaire training in de Verenigde Staten is gelijk aan die van de Rwandese dictator Paul Kagame, die was getraind aan het U.S. Army Command and General Staff College in Fort Leavenworth, Kansas. Dat gebeurde voordat hij er in 1994 wegging om een invasie van Rwanda door Oeganda uit te voeren, waarna hij de regering “overnam”.

Toen Jawara de extreme maatregelen zag die de Verenigde Staten namen om de verstoten Haitiaanse president Jean Bertrand Aristide weer aan de macht te brengen, zei hij: “We hebben zelfs een betere zaak dan Haiti”. Hij vertelde verder: “Ik voel me erg in de steek gelaten als de militaire maatregel ook (in Gambia) wortel gaat schieten. President Bill Clinton zou echter niet alleen maar hardvochtig tegen Gambia optreden, maar, uiteindelijk, ook Aristide aan de kant zetten, maar pas nadat de Clintons Haiti in hun persoonlijke cash cow hadden veranderd.

Dankzij het manipuleren en het handelen door de Clintons vielen zowel Gambia als Haiti ten prooi aan hun kleptocratische regimes. Jawara bleef in ballingschap in Engeland en Aristide was, een poosje, verbannen naar Zuid-Afrika nadat hij door een door de CIA-georganiseerde coup in 2004 het veld moest ruimen.

De Verenigde Staten hebben er een handje van om andere landen zoals Gambia, Haiti, en Rwanda, op te roepen democratische stelsels te gaan invoeren, maar dat doen zij pas nadat landen door de CIA gedestabiliseerd zijn (door militaire coups).

Uncle Sam maakt zich inderdaad nogal vaak schuldig een schaamteloze hypocrisie.

[1] ‘Tegoeden centrale bank Gambia onaangeroerd door oud-president’

Reacties

Reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.