DELEN
wilders

Over het boek ‘Hitler in de Polder’ van Joost Zwagerman heeft Anet Bleich ooit een mooie recensie geschreven in De Volkskrant. Zwagerman vond dat Hitler en zijn nationaal socialisme werden gebruikt om mensen die kritiek hebben op het progressieve humanisme in een kwaad daglicht te stellen.

Bleich vond van haar kant dat Hitler ten onrechte wordt gebruikt door Geert Wilders en eerder door Hirsi Ali, Pim Fortuijn en anderen, om de islam in een kwaad daglicht te stellen. Zwagerman zou daar volgens haar meer oog voor kunnen hebben. Die boekbespreking was interessant. Zij belichtte twee kanten van een probleem dat Nederland tegenwoordig aan alle kanten bezig houdt. Ik ben, om daarmee te beginnen, wel een liefhebber maar geen bewonderaar van Anet Bleich.

Ik houd van haar stukjes, want ze schrijft uitstekend in een onderhoudend soort Nederlands, een beter Nederlands eigenlijk dan dat van Zwagerman. Maar ik ben geen bewonderaar van haar opvattingen en dat wil ik met een voorbeeld illustreren. Over het Nederlandse optreden Srebrenica heeft het NIOD van Blom een rapport geschreven in drie dikke delen. Dat rapport was een opdracht van de regering Kok en een poging om een parlementaire enquête te vermijden over de rol van de regering bij de gebeurtenissen in Srebrenica. De directeur van het NIOD heeft steeds ontkend dat hij zich voor dat karretje heeft laten spannen.

Toch deed dat rapport deskundig wat de regering wilde, door de lezer onder bergen irrelevante feiten te bedelven. Alleen in hoofdstuk vijf in het tweede deel kwam heel terloops de verantwoordelijkheid van de politiek voor het débacle in het voormalige Joegoslavië aan de orde. Maar ook daar nog maar nauwelijks, eigenlijk. De parlementaire enquête is er toch gekomen, zoals dat dan gaat, maar ook die heeft op dit punt niet veel extra helderheid gebracht. Ook wel weer begrijpelijk misschien, want de Kamer die enquêteerde was zelf de hoofdschuldige in het drama.

Over de verantwoordelijkheid van de politiek en de pers is naderhand in een televisieprogramma een discussie gevoerd tussen Anet Bleich en een generaal die, als ik het goed onthouden heb, Van Vuren heette. De generaal toonde in die discussie aan dat het sturen van troepen naar Bosnië onverantwoord was geweest omdat ons leger toen in opbouw was en niet klaar voor een oorlogsmissie. Voor die missie was het leger bovendien niet goed uitgerust. De regering was daarvan op de hoogte.

Het kabinet was door de generale staf uitvoerig gewaarschuwd. Maar de regering stond zo onder druk van de Kamer en van de publieke opinie, onder druk dus van Bleich c.s., dat men vond dat een weigering om troepen te sturen geen optie was. Bleich, die een integer persoon is, ontkende dat niet, maar reageerde door te zeggen: ‘wij’ – Nederland – ‘konden toch ook niet niets doen’! De generaal had gelijk, de uitzending van de troepen was onverantwoord geweest.

Srebrenica was een voorzienbare ramp en de regering was onder de druk bezweken van het soort mensen, tegen wie Joost Zwagerman ten strijde trok in zijn boek. Sommigen van die progressieve activisten waren oprecht, zoals Bleich, maar anderen kwaadaardig, zoals de oude Hugo Brandt Corstius. Bleich noemde de aanvallen van Brandt Corstius smakeloze provocaties, maar het begrip demonisering, dat Fortuijn daarvoor gebruikte, was eerder op zijn plaats.

Wie zich tegen progressieve maatregelen verzette vanwege de kwalijke gevolgen, werd in de hoek van Hitler gezet en daarmee afgeserveerd. Over Hitler vallen veel uiteenlopende verschillende dingen te zeggen, maar over een ding kunnen we het wel eens zijn: hij preekte haat jegens vreemdelingen en andersdenkenden. Sinds de godsdienstoorlogen vier eeuwen eerder is er in Europa niemand meer geweest die haat zo personifieerde als Hitler.

Zoals Van Doorn heeft betoogd in het laatste lange essay dat hij voor zijn overlijden schreef, was Hitler behalve racist ook progressief en revolutionair en verklaarde dat een deel van zijn succes. Hij bestreed de werkloosheid ter zelfde tijd en op een soortgelijke manier als president Roosevelt dat deed. Hij deed een beroep op de onderlinge solidariteit van de Duitsers en op de liefde voor hun land op een manier die vergelijkbaar is met die van Kennedy en Obama.

Zijn haat, die was gericht tegen de buitenwereld en tegen andersdenkenden en zijn beroep op solidariteit onder zijn aanhang doet sterk denken aan organisaties als Hamas en Hezbollah. Dat Jodenhaat, die bij Hitler zo’n centrale plaats had, nu ook bij veel moslims een soortgelijke rol speelt wordt door medestanders van Bleich geweten aan de stichting van de staat Israël. Dat vind ik een oppervlakkige constatering.

De haat wordt zeker gevoed door het bestaan van Israël, maar vast staat dat de Groot Moefti van Jeruzalem, indertijd de hoogste functionaris in de moslimwereld, zich ruim voor de Holocaust en de Palestijnse vluchtelingen al een trouwe vriend van Hitler betoonde. Hij was een erkende aanhanger van diens leer. De Groot Moefti was al voor de oorlog een hater van joden en hij stond niet alleen in de Arabische wereld. Om hier verwantschap met de nazi’s in te zien is dus zeker geen onzin.

Geen verwantschap tussen Mohammed en Hitler – die vergelijking is wel onzin – maar tussen de wereld van het nazisme en de Dar al Islam, zoals die tegenwoordig op verschillende plaatsen in de wereld functioneert. Met name natuurlijk in het Midden Oosten en in de regio Pakistan-Afghanistan. Moslims met nazi’s vergelijken zou men beledigend kunnen noemen wanneer het alleen op grond van de Jodenhaat gebeurde, maar dan heeft men geen oog voor de andere, de maatschappelijke kanten van het Hitler regime.

Wie, zoals Van Doorn, die aspecten wel meeneemt zou op goede gronden de vergelijking met de Baath partijen, Hamas, de Moslimbroederschap, Hezbollah, Al Qaeda e.t.q. kunnen maken. Dat deed Van Doorn niet in zijn boek, omdat hij zich meer verwant voelde met Van Agt, Van den Broek of Van Mierlo dan met Verhagen en Vredeling en meer met moslims dan met de joden. Net als Bleich vond hij waarschijnlijk de vergelijking voor de moslims niet prettig.

Toch kan die niet als een demonisering worden beschouwd en is zij historisch wel verantwoord. Historisch niet verantwoord waren aan de andere kant de associaties met Hitler en de nazi’s die Brandt Corstius, Schuyt en andere progressieve Nederlanders opriepen in hun hetze tegen Wouter Buikhuisen en andere rechtse publicisten. Men kan Wilders het recht niet ontzeggen om een historische parallel te trekken. Veel mensen menen dat Wilders zich in onnodig harde bewoordingen uitlaat en dat de bevolkingsgroep waarvoor hij als spreekbuis optreedt buiten het politieke discours zou moeten worden gehouden, omdat de daar levende opvattingen niet deugen.

Dat vind ik een gevaarlijke houding. Wilders staat rechts van Verdonk zoals Verdonk weer rechts stond van Fortuijn. Als Wilders op zijn beurt van het politieke toneel zou verdwijnen, mag men verwachten dat een nog rechtser politicus zijn rol gaat overnemen. Dat zal de polarisatie in de samenleving verder aanwakkeren. Wilders heeft het recht om duidelijk te maken dat een humanisering van de islam en een verandering in de moslim manier van leven nodig is.

We kunnen als buitenstaanders die leefwijze niet of nauwelijks beïnvloeden. Zeker niet op de manier waarop het Amsterdamse gemeentebestuur dat onder Cohen geprobeerd heeft, door met geld en logistieke steun in te grijpen in de manier waarop dat geloof wordt gepreekt of onderwezen. Voor een modernisering van hun samenleving moeten de moslims zelf zorgen. We kunnen alleen als autochtone Nederlanders onze afkeer duidelijk maken van de haat die in islamitische kring tegen onze manier van leven wordt gepreekt.

Wilders heeft het recht om die afkeer politiek vorm geven, op een manier overigens die niet onnodig beledigend hoort te zijn. Dat hij zich daarvoor al eerder in een strafproces heeft moeten verdedigen is betreurenswaardig. Dat proces is meer een aanslag op het Nederlandse rechtssysteem gebleken dan op Wilders. Het nieuwe proces dat nu gevoerd wordt is helemaal een aanfluiting en het zou de regering sieren als het op grond daarvan aan Bolhaar zijn congé gaf als voorzitter van de vergadering van Procureurs Generaal.

Reacties

Reacties

Een bevolking die de vrijheid van meningsuiting, het debat en de waarheid niet respecteert en verdedigt, zal niet lang de vrijheid hebben die voortvloeit uit de vrijheid van meningsuiting, het debat en de waarheid. Deze website respecteert de waarheid en het vereist uw steun denk aan onze sponsors of doe een donatie hier wij zijn blij met elke euro. Zoals u wellicht weet doen de Social Media sites zoals Facebook en Twitter er alles aan om ons bereik tot een minimum te beperken! We zijn daarom meer dan ooit afhankelijk van uw support om het woord bij de mensen te krijgen. Wanneer u bovenstaand artikel nuttig, interessant of leerzaam vond, like het dan en deel het overal waar u maar kunt! Alvast heel hartelijk bedankt voor de support!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.