DELEN

“Aziaten zijn goed in wiskunde”. “Negers zijn geweldig goede atleten”. De voorgaande frasen zijn geen enkel probleem; niemand zal op het idee komen om een ander hierom als racist, xenofoob of erger te bestempelen. Geen Officier van Justitie die het in zijn hoofd haalt om een rechtszaak op te starten vanwege het ‘stigmatiseren van een groep’. Maar zodra de minder fraaie achtergronden van een zekere cultuur of etniciteit aan de orde worden gesteld, is het onmiddellijk raak: alles en iedereen wat zich ‘antiracistisch’ wenst te noemen schiet vanaf de heup op de boodschapper, zonder naar de gedelibereerde feiten te kijken.

Wanneer we naar wat andere, misschien minder fraai bevonden aspecten kijken, zoals criminaliteit of arbeidsethos, dan zijn de rapen gaar, ook al kloppen de constateringen en kunnen die aangetoond worden met feiten en onderzoeksresultaten. Klaarblijkelijk mogen alleen de vaardigheden van anders gekleurde mensen die waardering oproepen worden benoemd en alle andere ‘vaardigheden’ mogen niet worden benoemd. Dat is eigenlijk merkwaardig. Stel nu eens dat Hitler of Mussolini ooit gewag zouden hebben gemaakt dat 2 + 2 = 4 of b.v. a2 +b2 = c2. Het is dan vervolgens moeilijk vol te houden dat deze stellingen tot het ‘rechts-radicalisme’ moeten worden gerekend. Eerder zullen we vast moeten stellen dat deze stellingen onweerlegbaar ‘waar’ zijn, ook al zouden Hitler en Mussolini deze stellingen ooit hebben aangewend in hun bedenkelijke betogen.

Feit is dat onevenredig veel jongelui van Marokkaanse ouders zich in ons land misdragen, dat is geen nieuws. Fleur Jurgens, Paul Scheffer, Hans Werdmölder en vele anderen hebben hierover boeken geschreven en de door hen opgediepte kennis bevat bepaald geen verslagen van een compleet geslaagde integratie van specifiek deze bevolkingsgroep, integendeel. Onze overheid put zich uit in meterslange onderzoeksverslagen, kasten vol adviezen, rapporten, voortgangsrapporten, Kamervragen, nadere onderzoeken, etcetera, enzovoorts. Het resultaat is overeenkomstig de Arabische bijdrage aan de wiskunde: het begrip ‘nul’. Geen zier zijn we met deze geleiding opgeschoten en het ziet er niet naar uit dat hierin verandering komt, tenzij de omstandigheden zich drastisch wijzigen.

Jeugdcriminaliteit komt in alle bevolkingslagen en geledingen voor, ook dat is geen nieuws. “Het klopt dat het vooral Marokkanen zijn. Deze jongens hebben door een samenloop van omstandigheden een etnisch monopolie op dit soort overlast”. Deze laatste zijn niet mijn woorden, het zijn woorden die toenmalig PvdA-Kamerlid (en latere fractieleider) Diederik Samsom in 2011 bezigde. Deze destijds eveneens als ‘straatcoach’ werkzame politicus liet in een krantenartikel al ruimhartig weten dat “Die onveiligheid culmineert in een paar iconen, en een daarvan is die van Marokkaanse jongens. En dat is niet omdat Geert Wilders altijd op die trom slaat. Uiteindelijk is het hele integratieverhaal van niet-handenschuddende imams via een merkwaardige hordenloop bij straatoverlast terechtgekomen. En het zijn vooral Marokkaanse jongens”.

In 2007 constateerde Fleur Jurgens al in haar boek ‘Het Marokkanendrama’ dat 70% van de Marokkaanse jeugd zonder bruikbaar diploma de school verliet. 40% was toen werkloos en 10% stond als verdachte te boek. Dat zijn ongetwijfeld nog opgeleukte cijfers, want wat later tijdens een bezoek van een van mijn zoons aan het politiekorps Utrecht in het kader van zijn studie, werd hem duidelijk dat driekwart van de allochtone jeugd daar vaste klant bij de politie was geworden. Uiteraard werd erbij vermeld dat het niet de bedoeling was ‘dat die cijfers op straat belanden’.

De situatie in Utrecht zal hoogstwaarschijnlijk niet afwijken van de situatie in de andere grote steden. Dat leidt in ieder geval tot de vraag waarom het ‘in opdracht van politie en wetenschap’ vervaardigde boek van Fleur Jurgens eigenlijk nog milde cijfers boven water haalt. Is het omdat de politiekorpsen hun werk totaal niet meer aankunnen onder de massaliteit van de overlast en criminaliteit? Is de industrie (integratiedeskundigen, coaches, welzijnswerkers, etc.) die grof geld verdient aan een falende integratie, te machtig geworden in de strijd ertegen? Waarschijnlijk is het stellen van de vraag meteen ook het antwoord.

De scherpste observaties komen van Werdmölder in zijn boek ‘Marokkaanse Lieverdjes’. Meer dan dertig jaar volgde onderzoeker Hans Werdmölder een groep criminele Nederlandse Marokkanen. In de jaren tachtig begon hij met zijn zogeheten participerend observeren, vanachter de bar in een jeugdhonk in de Amsterdamse wijk De Pijp. Deze jongens waren in het kader van de veelgeroemde ‘gezinshereniging’ naar Nederland gekomen. Ze heetten een overlastgevende groep te zijn, maar waren al snel behoorlijk crimineel. Veertien van de veertig jongens (35%) hadden uiteindelijk het rechte pad gevonden, met een vrouw, een huis en soms ook een baan. De rest, 26 in getal en dus 65%, helemaal niet. Vier waren er dood, allemaal door drugs. De rest leefde nog steeds marginaal, de meesten met een indrukwekkende criminele en vooral psychiatrische loopbaan. Merk op dat deze cijfers pijnlijk nauwkeurig overeenkomen met de later in Utrecht geconstateerde cijfers.

‘Even een ov’tje doen’, zeiden die jongens al in de jaren tachtig in het jeugdhonk tegen elkaar. Een overval dus. Geld was altijd nodig, voor drugs of een reisje naar Marokko. Vervolgens gingen ze op de brommer naar Utrecht of Zandvoort. De politie daar was zachtzinniger dan in Amsterdam. Als ze gepakt werden: beetje zielig doen over discriminatie en de tweede generatie, een nachtje cel en weer verder. De overtollige tasjes, lege portemonnees, sleutels en papieren verdwenen in een gat achter de school om de hoek. Werdmölder moest zijn onderzoekingen uiteindelijk duur bekopen. In publicaties was hij steeds openhartiger geworden en hij raakte ervan overtuigd dat de Nederlandse benadering totaal niet werkt. Eind 2012 schreef hij naar aanleiding van de doodgeschopte grensrechter een stuk in de Volkskrant – ‘Marokkaanse macho’s accepteren geen autoriteit van vreemden’. Hij was toen lector jeugd en veiligheid aan de Avans Hogeschool. Een collega met een Marokkaanse achtergrond ontstak in woede en vergeleek Werdmölder op de site van de Hogeschool met Wilders. Na deze aanvaring werd niet de collega toegesproken, maar Werdmölder op non-actief gesteld.

Zo gaan wij in dit land kennelijk met het probleem om: de daders hebben vrij spel en degenen die het allang in de gaten hebben, wordt de mond gesnoerd…

Reacties

Reacties

Een bevolking die de vrijheid van meningsuiting, het debat en de waarheid niet respecteert en verdedigt, zal niet lang de vrijheid hebben die voortvloeit uit de vrijheid van meningsuiting, het debat en de waarheid. Deze website respecteert de waarheid en het vereist uw steun denk aan onze sponsors of doe een donatie hier wij zijn blij met elke euro. Zoals u wellicht weet doen de Social Media sites zoals Facebook en Twitter er alles aan om ons bereik tot een minimum te beperken! We zijn daarom meer dan ooit afhankelijk van uw support om het woord bij de mensen te krijgen. Wanneer u bovenstaand artikel nuttig, interessant of leerzaam vond, like het dan en deel het overal waar u maar kunt! Alvast heel hartelijk bedankt voor de support!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.