SDB

Onrechtvaardig! Miljardensteun voor Zuid-Europa, maar niets voor onze pensioenfondsen in nood

Econoom Frits Bosch legt uit wat er mis is met het pensioenstelsel van Nederland anno 2020. “€1.400 miljard in de pensioenkas, hoge rendementen en toch korten,” schrijft hij. Tijd om af te ronden met deze “perversiteit,” aldus Frits.

Onze pensioenfondsen zien hun positie verbeteren, maar de dekkingsgraad komt nog niet boven de 90%. De uitkeringen van pensionado’s korten en het verlagen van de aanspraken dreigt nog steeds. Begin juli besloot minister Koolmees besloot om het korten een jaar uit te stellen, mits de dekkingsgraad boven de 90 uitkomt. ABP haalde de laatste drie maanden een rendement van 18% maar de dekkingsgraad kwam toch niet verder dan 85. Deelnemers van pensioenfondsen zien de bui van korten al hangen en broekriem aanhalen. Geen wonder dat ze er niets meer van begrijpen: €1.400 miljard in de pensioenkas, hoge rendementen en toch korten. En dan als klap op de vuurpijl miljardensteun voor corrupt Zuid-Europa, maar niets voor ons pensioen. De boosdoener is alweer de rentedaling. De bedoeling is dat er een nieuw pensioenstelsel komt, af te ronden in 2026, dat afrekent met deze perversiteit.

Wat zijn pensioenfondsen?

Pensioenfondsen zijn potten met geld, via premies bijeengebracht door deelnemers. Het geld wordt eigendom van het fonds. Het doel van pensioenfondsen is te zorgen voor geld voor later als deelnemers met pensioen gaan. De fondsen beleggen het geld collectief met risico om rendement te behalen over de inleg. Fondsen matigen het risico om voldoende uitkeringszekerheid te genereren. Deelnemers moeten immers vertrouwen hebben dat er voldoende geld is als ze afzwaaien. Daarin is het nut van het pensioenfonds gelegen. Pensioenfondsen zijn financiële instellingen met een sociale doelstelling met een risicomijdend karakter. Ons pensioenstelsel wordt één van de beste ter wereld genoemd.

Wat zijn vermogensbeheerders?

Vermogensbeheerders zijn de beleggers van het opgepotte geld. Ze brengen het geld op kapitaalmarkten zo optimaal mogelijk onder met hun visie op risico en rendement. Om dat goed te doen brengen ze kennis, data, informatisering, inzicht en operationaliteit bijeen. Het zijn bolwerken van intellect, creativiteit en dynamiek. Ze voldoen aan diverse eisen van de toezichthouder DNB inzake zorgplicht en gedrag. Deze beheerders zijn uitvoerders van het pensioenfondsbeleid binnen de kaders van het fonds dat eindverantwoordelijk is.

Waardoor daalden dekkingsgraden?

  1. Crises op de financiële markten, vooral de ICT-crisis, kredietcrisis en de coronacrisis.
  2. Loslaten van de vaste rekenrente van 4% naar marktwaardering rond 1%. Deze lange rentedaling werkt sterk door via discontering naar hogere     verplichtingen.
  3. lang leven”, we worden ouder dan gebudgetteerd waardoor de verplichtingen oplopen.
  4. Uitholling, de inkrimping van pensioenreserves door premiekortingen, premie holidays, rechten toekennen waar geen adequate premie voor geheven     werd, vermogen terugstorten naar het bedrijf, en de vele miljarden van het ABP naar de overheid: ‘rooftochten’ genoemd.
  5. Verkeerde visie op ‘risico’. Risico gaat meer om ‘impact’ van een negatieve gebeurtenis, dan om de ‘kans’ erop. DNB keek te veel naar kans van op neerwaartse koersen en te weinig naar de impact daarvan. Te veel is gedacht “op lange termijn komt het goed” en niet begrepen is dat een heftige koersdaling op korte termijn desastreus kan zijn voor het stelsel. Modellenbouwers wezen pensioenfondsen naar een te riskante beleggingsmix.

Waarom móest het pensioenstelsel vernieuwd worden?

Er moest een einde komen aan het alsmaar niet kunnen nakomen van de garantiegedachte dat pensionado’s mogen rekenen op 70% van hun gemiddeld salaris bij pensionering. Het voortdurend (al 10 jaar) niet kunnen indexeren voor inflatie ondermijnde het vertrouwen van deelnemers in het stelsel. De tweede reden is dat het huidige stelsel onbegrijpelijk was. Hoge beleggingsrendementen kwamen niet tot uiting in uitkeringen. Sterker nog: er kwam geen indexering ondanks hoge rendementen. Hoe kan dat? Dat komt omdat de rekenrente op het ultralage niveau van rond 1% werd gezet, waardoor bij discontering van de verplichtingen de dekkingsgraad extreem laag bleef. Maar bij rentestijging (slecht voor beleggingsrendementen) gaan de uitkeringen juist wel omhoog. Dit is invers en voor deelnemers onbegrijpelijk.

Zijn er in het nieuwe stelsel dekkingsgraden?

Nee, die verdwijnen evenals de rekenrente. Overgegaan wordt op kasstromen. Er komt een overgang naar het nieuwe stelsel in 2026, waarbij de waarde van de verplichtingen wordt berekend maar hoe precies, is nog onbekend.

Wordt het nieuwe pensioenstelsel individueler?

Ja en Nee.

JA, iedereen krijgt optisch een eigen pensioenpot met een eigen beleggingspotje, ‘life cycle’. Een jongere heeft een potje met veel aandelen, een oudere een potje met veel obligaties. Het wordt makkelijker pensioen ‘mee te nemen’ naar een nieuwe werkgever.

NEE, deelnemers krijgen geen ‘echt’ eigen pensioenpot. Het gestorte en opgebouwde vermogen wordt onteigend bij overlijden en gaat in de gezamenlijke pot als afgedwongen solidariteit. Bij pensionering mag je 10% van je pensioenaanspraak opnemen als sigaar uit eigen doos. De ‘Persoonlijke pensioenrekening’ bevat niets substantieels. Als gezegd wordt dat het nieuwe stelsel “veel individueler” is, dan is dat overdreven.

Wordt het nieuwe pensioenstelsel onzekerder?

Ja, deelnemers gaan fors meedeinen op de beleggingsrendementen. Ze gaan dus van het ene uiterste naar het andere. Zeeziek van het deinen? Vandaag kunnen ze naar Australië op vakantie, maar morgen op een houtje bijten. Er worden geen toekomstige uitkeringen meer beloofd, wel meer fluctuaties. De resultaten van het potje komen voor rekening van het individu. Het pensioenfonds kan besluiten om tekorten bij ouderen aan te vullen uit de collectieve buffer, waarin werknemers en werkgevers verplicht tien procent van de pensioenpremie storten. Maar dat is niet zeker en hangt af van het bestuur. Het wordt transparanter, zodat duidelijker wordt waarom uitkeringen fluctueren. Maar je kan er niets mee. Je bent als oudere nog steeds afhankelijk van de rentestand omdat in het persoonlijke life cycle potje voornamelijk obligaties zitten. De waarde daarvan hangt voor een groot deel af van de stand van de rente. Er komt in een nieuw stelsel meer kans op korten als de persoonlijke life cycle de waarde van het persoonlijke pensioen niet dekt. Als die waarde hoger is, krijg je indexatie als het bestuur dat besluit. Flinterdunne solidariteitsreserves moeten voor een doekje voor het bloeden zorgen. Maar bij een forse recessie vervliegt het als sneeuw voor de zon. De doelstelling van het fonds om een solide zekerheid te bieden bij pensionering wordt veel geringer. Het nut van een pensioenfonds is dus fors afgenomen.

Is het een probleem dat het stelsel onzekerder wordt?

Ja. Deelnemers krijgen bij een gemiddelde dekkingsgraad van nog geen 90%, een historische onderdekking, de beleggingsrisico’s vol voor de kiezen. En dat in een beleggingsklimaat dat volstrekt onvoorspelbaar is. Als we vermoeden dat het ‘mooie’ er vanaf is dan is dat een understatement. Bovendien leven we in een sociaal-cultureel klimaat dat alle kanten op gaat, behalve de goede. Deelnemers wordt nu korten in het vooruitzicht gesteld plus een hoog risico bij een ultiem lage dekkingsgraad.

En dit op een moment dat miljarden belastingsgeld naar Zuid-Europa gesluisd wordt. Is dan niet wat onrechtvaardig? Wordt hier niet wat losjes omgesprongen met de zorgplicht voor de eigen burgers?

Wordt de samenstelling van de beleggingsportefeuilles van de fondsen anders?

Ja, als deelnemers afhankelijker worden van beleggingsrendement, zullen de fondsen ook meer risico nemen. Dat betekent meer in aandelen, minder van obligaties en minder in vastgoed. Wat aandelen betreft zal minder in indexfondsen belegd worden en meer in specifiek sterke aandelen beleggen. Zullen de mooiste bloemen geplukt bij de rand van de afgrond? De portefeuilles worden over de volle breedte risicovoller. Deze trend is sowieso aanwezig aangezien bij een rentestand van rond het nulpunt het beleggen in obligaties en geldmarktprodukten onaantrekkelijk is. Beleggingen worden nog kwetsbaarder voor een rentestijging.

Wordt het vertrouwen hersteld?

“Everybody happy?” Nee. De doorsneeproblematiek, waarbij jongeren onvoldoende aanspraak opbouwen uit hun inleg, blijft dubieus. Want het wordt nu afhankelijk van toekomstig risicovol beleggingsrendement. Jongeren zullen een lager pensioen hebben dan de babyboomers door nog langer leven en de ‘aanslag’ van de babyboomers op de verplichtingen. De onzalige gedachte “er zal wel niets meer in de pot zijn als wij met pensioen gaan” blijft bestaan. Ouderen blijven ‘unhappy’ omdat ze meer fluctuaties om de oren krijgen.

Wordt het verloren vertrouwen vanwege de handling van het stelsel opgelost?

Nee. In het Nationaal Pensioendebat 2018 kwam naar voren de stapeling van functies van de grote pensioenfonds bobo’s, (te) hoge salarissen, fouten niet toegeven, te hoge premies bij te lage uitkeringen. Directies van grote pensioenfondsen tonen de geringste solidariteit. Ik heb contact met de groep “Verontruste ouderen” in Brabant en weet hoe zij zich hebben ingespannen voor inspraak met voorstellen. Ze kregen nul komma nul op het rekest. Hoe kun je dan het vertrouwen herstellen? Vertrouwen was lek en blijft lek.

Welke oplossingsmogelijkheden waren er?

Koolmees had de keuze uit drie oplossingen: 1. handhaaf het huidige collectieve stelsel, maar verander de rekenrente naar een vast hoger niveau, weg van het huidige irrationele niveau, los de doorsneeproblematiek op en herstel het vertrouwen. Dit was het minst ingrijpend geweest. Het had gehandhaafd dat ons pensioenstelsel één van de beste ter wereld is, 2. handhaaf het huidige collectieve stelsel, verwijder de rekenrente, laat deelnemers meedeinen met beleggingsrendementen, kasstromen. Maar deelnemers worden daarvoor gecompenseerd met een forse miljarden overheidsdonatie. Los de doorsneeproblematiek op en herstel het vertrouwen. 3. ga over op een individueel stelsel met ‘echt’ eigendom van gestort vermogen. Deelnemers dragen dan meer beleggingsrisico’s, maar worden daarvoor gecompenseerd met een forse miljarden overheidsdonatie.

Wie van de drie’ is het geworden?

Geen van drieën! Koolmees gaat voor het slechtst denkbare: geen eigendom van inleg, veel meer risico voor deelnemers, geen risicocompensatie en korten. Dit lijkt geen oplossing dat vertrouwen herstelt. Met uitzondering van vakbonden, werkgevers (vaste premies!) en politici is er geen professional die dit stelsel een goed idee vindt. Het is goed voor consultants, maar niets van dit nieuwe stelsel is dermate nieuw dat het ook niet gewoon in het bestaande stelsel had gekund.  Het nieuwe stelsel lijkt optisch een verbetering, maar biedt exact wat deelnemers niet wensen, namelijk veel meer risico en korten. Bovendien is het ‘invaren’ van het bestaande stelsel naar de nieuwe opzet een vraagteken binnen Europese regelgeving. Ons pensioenstelsel is niet langer één van de beste ter wereld. Opnieuw wordt een belangrijk deel van de verzorgingsstaat afgebroken.

Tenslotte

De EU doet geen greep in de Nederlandse pensioenkas. Maar indirect natuurlijk wel: vele miljarden van ons belastinggeld gaat naar corrupt Zuid-Europa en niets naar onze pensioenfondsen in nood. Is dat rechtvaardig? Wat vindt u zelf?

Reacties

Reacties

Exit mobile version