SDB

Onze ministers en Kamerleden weten niet wat armoede is en betalen zich goed

De PVV van Wilders, is eigenlijk de enige echte volkspartij in Nederland. De SP is misschien wat volkser dan Groen Links of de PvdA, maar ook hun vertegenwoordigers in de Kamer en in de media zijn intellectuelen. Zelfs Roemer lijkt eerder een onderwijzer dan een echte volksjongen. Maar de mensen die namens de PVV spreken, waren altijd mensen uit het gewone volk, op Wilders zelf en zijn linker- en rechterhand, Agema en Bosma na.

Marktkooplui, bakkers en slagers, politieagenten, alles wat U wilt, maar geen intellectuelen. U denkt misschien, dat is precies wat je in een volkspartij hebben moet, maar in de praktijk blijkt het volk liever goed opgeleide mensen in vertegenwoordigende functies te willen zien. Dat is de laatste jaren overigens wel wat beter geworden. Zo erg als het vroeger was bij de PVV is het nu niet meer.

Ik denk nog steeds niet dat Wilders erg tevreden is met het niveau van de mensen die hij voor vertegenwoordigende functies aan kan trekken. Hij screent zijn mensen beter dan de meeste andere partijen doen en toch bleek keer op keer dat er wat met ze loos was. Maar beggars kunnen geen choosers zijn en hij moet nu eenmaal mensen hebben op al die zetels, die hij van de kiezers in de schoot geworpen krijgt. Hij kan niet zelf op al die stoelen gaan zitten.

Dat het zo tegen valt komt omdat wie zich openlijk bij Wilders aansluit het maatschappelijk verder wel vergeten kan. Niet voor niets verdwijnt er altijd een heel stel van zijn mensen op een moment dat ze daarmee aan kunnen geven dat ze zich van zijn gedachtengoed distantiëren. Dan kunnen ze zich als het ware maatschappelijk rehabiliteren. Daarbij helpt natuurlijk ook de meer dan voortreffelijke financiële voorzieningen die er voor ex-volksvertegenwoordigers bestaan in het land[1].

Wilders lijkt er zich niet te veel van aan te trekken. Hij bestrijdt het establishment en doet dat met succes. De enige echte goede spreker in zijn omgeving is hij zelf maar dat blijkt tot nu toe steeds genoeg.

Binnenkort krijgen we het vervolg van strafproces Wilders II, dat naar de inschatting van Theo de Roos meer kans maakt op een veroordeling dan het eerste proces. In elk geval staat het OM er nu achter en dat deed het in de eerste Wilderszaak niet.

De vervolgende instanties stonden er zelfs zozeer achter dit keer, dat ze op grote schaal voorgedrukte strafaangiften hebben verspreid en niet alleen de moslims, die Wilders fysiek bedreigen, maar ook allerlei hotemetoten hebben aangespoord om die aangiften met veel publiciteit te komen indienen. Volgens mij is dit een unicum in de geschiedenis van het Nederlandse strafrecht en niet iets waar we erg trots op kunnen zijn.

Persoonlijk heb ik er moeite mee dat een volksvertegenwoordiger in dit land een strafproces aan zijn broek kan krijgen omdat hij zijn kiezers heeft gevraagd of ze meer of minder Marokkanen in Nederland willen hebben. Of omdat hij, toen ze minder, minder schreeuwden, antwoordde dat hij daar dan wat aan ging doen.

Dat is niets anders dan hij ook al jaren in de Kamer zegt en wat onderdeel uit maakt van zijn politieke programma waarmee hij de een tijd lang de PVV tot de grootste partij van Nederland dreigde te maken.
Een strafproces om dat te voorkomen is een politiek proces en in ons democratisch staatsbestel vind ik dat een bedenkelijke zaak. Ik hoor niet tot de vele Nederlanders die menen dat vrijheid van meningsuiting betekent dat je iedereen moet kunnen beledigen. Maar beledigen in strafrechtelijke zin is toch waarachtig niet het zelfde als iedere uitspraak die een progressieve Nederlander niet bevalt.
Artikel 266 Wetboek van Strafrecht zegt:

1. Elke opzettelijke belediging die niet het karakter van smaad of smaadschrift draagt, hetzij in het openbaar mondeling of bij geschrift of afbeelding, hetzij iemand, in zijn tegenwoordigheid mondeling of door feitelijkheden, hetzij door een toegezonden of aangeboden geschrift of afbeelding, aangedaan, wordt, als eenvoudige belediging, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.
2. Niet als eenvoudige belediging strafbaar zijn gedragingen die ertoe strekken een oordeel te geven over de behartiging van openbare belangen, en die er niet op zijn gericht ook in ander opzicht of zwaarder te grieven dan uit die strekking voortvloeit.

Dat tweede lid, ik herhaal het maar eens, houdt in dat een oordeel over de behartiging van openbare belangen dat niet zwaarder wil grieven dan uit die strekking van die opvatting voortvloeit, niet tot een strafrechtelijke veroordeling kan leiden.

Een oproep om een deel van de immigratie van niet westerse allochtonen naar Nederland terug te draaien kan een politicus zien als de behartiging van het openbare belang dat hem is toevertrouwd en het is niet aan rechters om daar een oordeel over te hebben. Uiten rechters zo ’n oordeel wel dan schenden ze daarmee de trias politica.

Een politicus, die in de peilingen bijna een derde van alle stemmen op zich verenigt, mag claimen dat hij een openbaar belang nastreeft. Een officier zou er goed aan doen daar met zijn vingers af te blijven en een rechter ook.

Wat in dit verband omineus is, is dat we in dit land een strafkamer hebben in de Hoge Raad, waarvan de leden er zich in het openbaar op beroepen een politieke kleur te hebben die ver af staat van die van Wilders. Elf jaar geleden[1], stond er een artikel in het NRC over het functioneren van de Hoge Raad. Van de elf leden van de strafkamer bleken er toen negen lid te zijn van een linkse politieke partij, in meerderheid toen nog van de PvdA. De twee anderen waren sociale Christendemocraten. A.R. noemden ze zich in dat interview met wat nadruk, niet CDA.

Dat de samenstelling van de Hoge Raad en met name van zijn strafkamer politiek gekleurd is en door coöptatie politiek gekleurd blijft, is omineus. Wilders heeft op dit punt geen ongelijk.
De farce die justitie gemaakt heeft van zijn eerste vervolging had het Openbaar Ministerie in de persoon van Herman Bolhaar dit keer voorzichtiger horen te maken. Once bitten twice shy, zou je zeggen. Maar het OM, dat de eerste keer nog huiverig was, leek nu vast besloten zich op dit glibberige pad te begeven. Bij de rechterlijke macht en het OM kan men op een vaste progressieve meerderheid rekenen. Maar zo zou het in ons staatsrecht niet horen te zijn.

De weerstand die een en ander oproept tegen de overheid heeft intussen behoorlijke proporties aangenomen. Het wordt tijd dat ook mensen die Wilders politiek niet steunen, maar die wel eerbied hebben voor de leer van Montesquieu, iets gaan doen om hier verandering in te brengen.

[1] De financiële voorzieningen voor Kamerleden zijn schandalig goed. Ik weet niet of U wel eens op de publieke tribune te vinden bent van de Tweede Kamer, maar op een willekeurig moment van de dag treft U daar in het zittingsjaar nauwelijks Kamerleden aan. Die komen alleen de enkele keren per zittingsperiode dat er werkelijk wat aan de hand is. Voor de rest zijn ze bezig met hun ‘nevenwerkzaamheden’. U kunt de basis financiële regeling voor Kamerleden vinden in http://wetten.overheid.nl/BWBR0004939/2017-07-01.

IK vat het kort voor U samen.

Een ‘gewoon’ lid van de Tweede Kamer ontvangt per 1 januari 2017 een schadeloosstelling van ruim 107 duizend euro op jaarbasis, inclusief vakantiegeld en een eindejaarsuitkering. Per 1 september 2012 is de maximumduur voor de wachtgeldregeling voor politici teruggebracht tot de maximumduur van een ‘gewone’ werkloosheidsuitkering: drie jaar en twee maanden. Die wachtgelduitkering bedraagt 80% van de schadeloosstelling in het eerste jaar. Vanaf het tweede jaar is het 70%.Zodra de neveninkomsten meer dan 14 procent van de schadeloosstelling bedragen, wordt de helft van het meerdere gekort op de schadeloosstelling. De korting op de schadeloosstelling mag nooit meer dan 35 procent van de schadeloosstelling bedragen.

Tweede Kamerleden kunnen voor hun reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer kiezen tussen een Ov-jaarkaart voor eerste-klasreizen of voor een compensatie van de reiskosten voor woon-werkverkeer, van € 0,19 per kilometer. Tweede Kamerleden ontvangen ook een vergoeding voor reiskosten buiten het woon-werkverkeer. Deze vergoeding bedraagt € 4900 per jaar. Tweede Kamerleden ontvangen een verblijfkostenvergoeding die afhangt van de afstand tussen hun woonplaats en de Tweede Kamer.

Als een Kamerlid bij zijn vertrek 58 jaar of ouder is en hij in de 12 jaar daarvoor minstens 10 jaar Kamerlid is geweest, dan loopt de wachtgelduitkering door tot de 65-jarige leeftijd. Tweede Kamerleden bouwen jaarlijks 2 procent pensioen op en dat gaat door in de eerste vier jaar na hun aftreden, tenzij ze inkomen hebben naast de wachtgelduitkering (in dat geval is het percentage lager). Na die eerste vier jaar daalt het opbouwpercentage naar 1 procent per jaar.

Het nabestaandenpensioen is 5/7e deel van het ouderdomspensioen. Bij overlijden van een Tweede Kamerlid krijgt de overlevende levenspartner (of bij afwezigheid daarvan de meerderjarige kinderen of pleegkinderen) een bedrag van drie maal de maandelijkse schadeloosstelling uitgekeerd.

Tweede Kamerleden ontvangen jaarlijks een vergoeding voor zgn. ‘secundaire voorzieningen’. Hiermee kunnen ze voorzieningen treffen voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. In 2017 bedraagt de vergoeding hiervoor € 590,00 per maand.

Misschien duizelt het U intussen, maar het zal U duidelijk zijn dat de vergoeding voor die paar dagen dat een Kamerlid acte de présence geeft in de Tweede Kamer, iedere porportie te buiten gaat.

[2] op 8/5/06

Reacties

Reacties

Exit mobile version