Italie

De in grootte derde bank van Italië wordt door de regering van dat land overeind gehouden door er miljarden aan belastinggeld in te pompen. Uiteraard is dat in tegenstelling tot de bankenwetgeving in de EU, maar Brussel vindt het, zoals zo vaak, prima dat het gebeurt. Inmiddels is de bankensector in Italië zo door en door verrot dat een ineenstorting van het financiële systeem daar (en niet alleen daar) onafwendbaar lijkt..

Sinds de Europese Commissie en de ECB gezamenlijk besloten dat de Italiaanse regering de bankenwetgeving van de Unie aan haar laars kan lappen, is bekend geworden dat de in grootte derde bank van het land, Monte dei Paschi di Siena, gered moet worden. Je zou dan denken dat het land voorlopig “uit de brand” is, maar afgelopen maandag werd bekend dat de grootste bank in het land, Unicredit, dat zo’n 55.000 medewerkers in 17 landen in dienst heeft, een verlies over 2016 heeft aangekondigd van maar liefst €11,8 miljard [1].

Als we de logica van de bank volgen dan zou de instelling het afgelopen jaar winst hebben geboekt, maar het heeft niet zo mogen zijn omdat er een totaal aan afschrijvingen van €12,2 miljard heeft plaatsgevonden, inclusief miljarden aan euro’s voor non-performing loans (NPL’s) – gewoon de slechte leningen waar je nooit meer iets van terug ziet (behalve dus de afschrijvingen op de balans).

Maar hier houdt de ellende nog niet op. In het registratiedocument van de uitstaande herkapitalisatie die we op de website van de bank aantreffen, heeft Unicredit ook gemeld dat haar kapitaalratio’s aan het eind van 2016 lager zullen uitvallen dan de ECB van haar verlangt.

De aankondiging van het verlies zorgde ervoor dat er 5,45% van de aandelenkoers afging. We hebben de laatste stress test van de ECB er nog eens op nageslagen, en zien dat Unicredit al de kleinste kapitaalbuffer had van alle wereldwijd belangrijke systeembanken van de EU. Die kapitaalbuffer is dus nog kleiner geworden

De realiteit vandaag de dag ziet er niet best uit: een bank die officieel “too big to fail” is, met meer dan €1.000 miljard aan “assets” in haar boeken, heeft dus net bekendgemaakt dat de situatie nog erger is dan in eerste instantie werd gedacht. We kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat de president van de ECB, Mario Draghi, geweten moet hebben hoe dramatisch slecht de Italiaanse bank er voor staat, zeker gezien zijn vorige functie bij de centrale bank van Italië. Maar goed, niets aan te doen, want een bijzonder slecht c.v. valt bij de technocraten in Brussel altijd goed, immers: dan loop je niet uit de pas. Maar om op Unicredit terug te komen: de bank moet nieuw kapitaal binnenhalen, een slordige €13 miljard, vóór eind juni. Als de bank daarin slaagt zal het de grootste kapitaaluitbreiding op de Italiaanse aandelenmarkt zijn, ooit.

Eerder deze maand heeft de bank nog een 10:1 reverse stock split doorgevoerd, waarbij het de uitstaande aandelen met een factor 10 verminderde en waarbij de aandelenkoers met dezelfde waarde vermenigvuldigd werd. De koers van het aandeel zakte dus 5,45% naar €26,20 in plaats van, pak ‘m beet €2.62. Het maakt het aandeel op het eerste gezicht aantrekkelijker, maar er gebeurt gewoon niets aan de marktkapitalisatie, die omlaag is gegaan naar slechts €16,2 miljard.

De bank is ook nog van plan zo’n 14.000 banen te gaan schrappen, tot 2019, en 944 van haar 3.800 vestigingen gaan sluiten, en daarnaast ook nog eens €18 miljard aan slechte leningen lozen — zelfs in goede tijden een gigantische klus. En voor zowel Unicredit als Italië in zijn geheel gldt dat het heden beslist geen goede tijden zijn.

De Italiaanse regering heeft op dit moment al zo’n €20 miljard aan belastingpoet gereserveerd voor een gedeeltelijke bailout van de obligatiehouders van Monte dei Paschi en nog een klont andere banken, waaronder waarschijnlijk Banca Popolare di Vicenza, Veneto Banca en het in Genua gevestigde Carige. Het is al vier keer het bedrag ( van €5 miljard) waarvan gezegd was dat de ellende daarmee wel voorbij zou zijn. We houden er rekening mee dat zelfs die €20 miljard nog veel te optimistisch is.

De financiële wereld had gehoopt dat de interventie van de regering de zenuwen van de beleggers wat zou kunnen kalmeren, in de aanloop naar de kapitaaluitbreiding van Unicredit, een uitbreiding waar grote risico;s aan verbonden zijn. Unicredit’s nieuw CEO Jean-Paul Mustier heeft dat zo’n beetje toegegeven toen hij in december [2] beweerde dat hij het volste vertrouwen had dat de poging van Monte dei Paschi di Siena om nieuw kapitaal bijeen te schrapen, aan het eind van vorig jaar wel “afgerond” zou zijn. Het zou “geen invloed” hebben op de pogingen van Unicredit om zelf nieuw kapitaal op te halen.

Maar de Italiaanse financiële problemen blijven niet beperkt tot Monte dei Paschi di Siena; ze omvatten het hele gammele Italiaanse financiële bouwwerk, waar we in de fundamenten grofweg eenderde van Europa’s hele bestand aan non-performing loans aantreffen. He zijn trouwens niet alleen de slechte leningen die beleggers zorgen baren: het zijn ook de goede leningen die vroeger of later slecht worden doordat de Italiaanse economie blijft stagneren — iets wat al aan de hand is sinds het land zich bij de euro aansloot, 17 geleden.

Wat is de EU en de euro toch een zegen voor het oude continent.

Steve Eisman, de Amerikaanse money manager die bekendheid verwierf vanwege het shorten van gesecuritiseerde subprime hypotheken voorafgaand aan de Amerikaanse financiële crisis, had zijn zorgen al kenbaar gemaakt [3] over de Texas Ratio (TR) van de Italiaanse banken, een indicator van de kredietproblemen van een bank. De TR wordt berekend door de totale waarde van non-performing loans van een bank te delen door haar tastbare boekwaarde plus reserves — of zoals Eisman het zegt: “al het slechte spul gedeeld door al het geld dat je voor al dat slechte spul moet betalen.”

Banken hebbne de neiging in te zakken als die ratio de 100% bereikt. In Italië hebben de twee grootste banken van het land, Unicredit en Intesa Sanpaolo, een TR van meer dan 90%, zegt Eisman. Elke andere bank staat boven de 100%. Zolang zij op dat niveau staan blijven ze de twee grotere banken omlaag trekken.

Unicredit probeert zoveel mogelijk geld bijeen te schrapen voordat het zich weer tot beleggers moet richten om de resterende gaten in de balans op te kunnen vullen. De bank heeft al arriverderci gezegd tegen haar deelnemingen in Turkije. Het onttrekt ook een “speciaal dividend” van €3 miljard aan haar Duitse dochter HVB, wat bij de Duitse toezichthouders de sirenes doet loeien of soms ook HVB de bietenbrug opgaat.

Nu Unicredit haar dochterondernemingen aan het verzwakken is om haar core business zoveel mogelijk intact te latent, is de toekomst bijzonder ongewis. Het lot van de bank lijkt af te hangen in hoeverre Unicredit in staat is beleggers een rad voor ogen te draaien en te zeggen dat de bank prima in staat is haar organisatie te reorgaiseren — en dat hen op enig moment in de toekomst een dividend zal worden uitgekeerd — maar ja, dan moet de Italiaanse regering wel het ineenstorten van kleinere banken kunnen voorkómen en beleggers kunnen geruststellen dat hun angst voor het mislukken van Unicredit’s kapitaaluitbreiding ongegrond is.

En dan komen die vervelende verkiezingen, met die vervelende Grillo, er ook nog bij. Het betreft hier de moeder aller balanceeracts, en de kans op een goede afloop worden met de dag kleiner.
Wordt meteen ook duidelijk waarom de Europese Commissie haast wil maken met haar War on Cash, en dat Italianen zo weinig mogelijk contant geld in huis moeten hebben.

Er wordt weleens gezegd dat de geschiedenis zich vaak herhaald, en dit keer lijkt het ook het geval te zijn. De grote bank die het eerst omviel en de Grote Depressie in 1931 veroorzaakte (in tegenstelling tot de ineenstorting van de Amerikaanse aandelenbubble in 1929) was CreditAnstalt. Dat is nu eigendom van Unicredit.

Reacties

Reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.