DELEN

Kate Raworth gaat in hoofdstuk 3 (Nurture Human Nature. From rational economic man to social adaptable humans) van haar boek Doughnut Economics in op aanwijzingen die we hebben dat het economische mensbeeld van “nutsmaximalisering” grote gebreken vertoont.

Daar gaat het bijvoorbeeld over het beroemd geworden onderzoek van Gneezy en Rustichini over de effecten van het invoeren van een boete op het te laat afhalen door ouders van hun kinderen bij de kinderopvang.

De bedoeling daarvan was dat ouders daardoor minder te laat zouden komen. Maar het omgekeerde gebeurde: door de “prijs” op te laat komen, gingen ze het te laat komen beschouwen als een “dienst” die je kon aanschaffen. In plaats van zoals eerst een morele verplichting te voelen om op tijd te zijn.

Boodschap: pas op met (economische) prikkels. Zie nog eens: Waarom het niet eenvoudig is om mensen met prikkels te beïnvloeden.

Maar Raworth noemt ook ander onderzoek dat ik nog niet kende. Zo is er de studie Prosocial behavior and incentives: Evidence from field experiments in rural Mexico and Tanzania. De onderzoekers vroegen bewoners van verschillende dorpen in Tanzania of ze dachten dat hun buurman bereid zou zijn om te helpen bij het onderhoud en verzorgen van de beplanting rondom de dorpsschool (gras maaien, bomen planten). (Ze vroegen naar de buurman om sociaal wenselijke antwoorden te voorkomen.)

Het bleek toen dat de ingeschatte hulpbereidheid het hoogst was (97%) in het geval van een in het vooruitzicht  gestelde hoge individuele beloning (een evenredig deel van een dagloon). Maar als een beloning helemaal niet werd genoemd, was de ingeschatte hulpbereidheid hoger (82%) dan wanneer een lage beloning (1/5 van dat dagloondeel) in het vooruitzicht werd gesteld (64%).

Het eerste is in overeenstemming met de economische theorie; als je maar genoeg geld biedt, dan willen mensen zich wel ergens voor inspannen. Maar het tweede is dat niet. En dat wijst erop dat de kracht van een, meer of minder normatief aangestuurde, bereidheid tot pro-sociaal gedrag groter kan zijn dan die van een financiële prikkel.

Daarnaast werd mensen ook gevraagd om daadwerkelijk mee te helpen. Ook weer onder verschillende condities, waaronder een hoge of een lage individuele beloning en geen beloning.

Op de dag dat het werk moest gebeuren, kwam iedereen opdagen. De verschillen in beloningen hadden dus geen enkel effect. Een econoom zou dat vreemd vinden, want die zou verwachten dat mensen meer zouden komen opdagen als er geld zou zijn te verdienen.

Maar interessant was vooral ook dat na afloop degenen zonder beloning (of met een collectieve beloning in de vorm van een donatie aan de school) veel tevredener waren met wat ze gedaan hadden dan degenen die een individuele beloning hadden gekregen. Van de laatste groep voelde meer dan de helft zich ongelukkig, tegenover 4% van degenen zonder beloning en 6% van degenen met de donatie voor de school.

Ook waren degenen zonder beloning veel meer bereid om in de toekomst vaker mee te helpen.

Dat komt ermee overeen dat pro-sociaal gedrag bijdraagt tot geluksgevoelens. Zie Door pro-sociaal gedrag gelukkiger – nieuwe aanwijzingen.

Voor een econoom is dat niet zo goed te snappen.

Reacties

Reacties

Steun echt vrije en onafhankelijke journalistiek via onze sponsors, niet de soort met zakelijke steun die onafhankelijkheid als een slogan gebruikt, maar schrijvers en denkers die niet verplicht zijn om veel geld te verdienen en een passie hebben om de waarheid aan de macht te vertellen. 100% van de opbrengst van de fooienpot gaat naar de individuele schrijvers van de artikelen die u leest. 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.