groenLinks

Links is afgestraft wat moet anders?

Linkse partijen werden tijdens de verkiezingen afgestraft. Misschien komt dat doordat ze te saai en zwaarmoedig zijn. Zo kan het leuker.

De verkiezingen van 2021 waren een mokerslag voor links. De traditionele linkse partijen PvdA, GroenLinks en SP haalden in 2006 samen nog 65 zetels, dit jaar waren dat er slechts 25. Dat is opmerkelijk. Dé grote thema’s van deze tijd, klimaatverandering en sociale ongelijkheid zijn bij uitstek linkse thema’s, en toch slagen linkse partijen er niet in om dat om te zetten in klinkende zetels. Ik ben een overtuigd aanhanger van linksige idealen, en bleef achter vol verdriet, teleurstelling en onbegrip. Hoe kón dit gebeuren?

Na en voorafgaand aan de verkiezingen regende het verklaringen voor de pijnlijke vertoning. De Groene Amsterdammer pakte het erg grondig aan en interviewde een hele trits aan linkse intellectuelen (uiteraard nooit te beroerd om de stand van de wereld te duiden). Het recente succes van linkse thema’s zou zijn gekaapt door rechtse partijen die opeens ook het nut inzien van een sterke overheid en groener beleid. Linkse partijen zouden op hun beurt jarenlang teveel tegen het neoliberalisme zijn aangeschurkt waardoor de onderdrukte arbeiders zich door hen verraden voelden en rechts-populistisch begonnen te stemmen. Volgens het NRC is er überhaupt weinig animo: slechts 10 procent van alle Nederlanders zou economisch en cultureel links zijn.

Zeer plausibele verklaringen, maar ergens niet helemaal bevredigend. Bij mezelf merk ik al jaren dat ik totaal geen plezier beleef aan het stemmen op de traditionele linkse partijen. Ik doe het wel, maar met tegenzin. Als ik net wat minder politiek betrokken zou zijn, was ik waarschijnlijk ook gezwicht voor de gulle lach van Mark Rutte (grapje, het is sowieso een erg ongemakkelijke lach). Het zou misschien onterecht zijn om de goedbedoelende linkse politici de schuld in de schoenen te schuiven van de verrechtsing van Nederland, maar ze kunnen zéker wel wat beter hun best doen om het linkse verhaal te verkopen. Radicaal rechts bestond twintig jaar geleden amper en heeft nu 28 zetels. Is linkse politiek niet domweg te saai?

Dit jaar was wat dat betreft een dieptepunt. Waar nieuwere linkse partijen als BIJ1 en de PvdD terecht wat extra zetels kregen met hun duidelijke profilering, waren de verhalen van alle traditionele linkse partijen slapper dan slap. Er werd gesmeten met vage en oerdegelijke termen als “eerlijkheid”, “zekerheid”, “verbinding” en zelfs “fatsoen”. De copywriting van GroenLinks was bovendien totaal onduidelijk. “Meer toekomst”, hun verkiezingsslogan, impliceert dat we niet al genoeg toekomst hadden waarin we, als het een beetje tegenzit moeten zwemmen voor ons leven of levend geroosterd worden. En wie heeft er behoefte aan “nieuw realisme”, waar het volgens Jesse Klaver tijd voor is? Wat er nodig is, is fantasie. En niet eens zoveel, want als rechts objectief vervelende dingen als bezuinigingen en extra politie-agenten aan de man kan brengen, waarom lukt het links dan niet met objectief leuke dingen als wereldvrede, schone natuur en een liberaal drugsbeleid?

Als er één tijd was waarin links het wel goed deed, was het de jaren zestig. Toegegeven, rechts had zich tijdens WOII van zijn lelijkste kant laten zien, en het is niet moeilijk om een leuker alternatief te bedenken voor concentratiekampen. Toch pakte links flink uit, op een feestelijke en uitbundige manier. Er werd een prachtige verzorgingsstaat opgetuigd, met de bloemenkinderen als posterboys en -girls. De hele dag luieren in een paradijselijk landschap, seks, drugs, rock ‘n roll. The age of Aquarius. Alleen de meest up-tight plezierhater laat zich níet verleiden door zo’n prachtig visioen. Toen het vanaf de jaren ‘70 economisch slechter ging, is links volgens het artikel in de Groene in het defensief geschoten en er nooit meer bovenop gekomen. Links heeft zich blijkbaar wijs laten maken dat de linkse droom onbetaalbaar is, terwijl die droom juist het sterkste punt van links is.

Linkse partijen hebben ook deze verkiezingen weer overmatig gefocust op de minder leuke kanten van hun plannen. GroenLinks, SP en de PvdA schreven in hun verkiezingsprogramma bijvoorbeeld allemaal over “investeren” in een duurzame/groene/fatsoenlijke economie, terwijl dat investeren juist een van de weinige nare dingen aan de energietransitie is. “Het zal niet makkelijk zijn,” waarschuwt het PvdA-programma zwaarmoedig. Waarom niet wachten met disclaimers tot na de verkiezingen?

Het is helemaal niet zo vreemd dat mensen vooral de complexiteit en de kosten van klimaatbeleid onthouden. Links heeft Thierry Baudet, die blijft roepen dat klimaatbeleid “duizend miljard” euro kost, niet eens nodig op deze manier. De schitterende utopie die ná het investeren komt, verzuipt in plichtsbesef, vermoeidheid en moralisme. Terwijl klimaatverandering juist kansen biedt. Kansen om het weer eens anders te doen, als mensheid, en beter. De wereld na het klimaatbeleid is nieuw, en dus automatisch sexy. Zonne- en windenergie zijn in theorie bovendien GRATIS, in tegenstelling tot bijvoorbeeld enorm dure kernenergie. Het enige wat we hoeven te doen is wat windmolentjes en zonnepaneeltjes bouwen en dan hoeven we nooit meer ons zuurverdiende geld uit te geven aan iets goors als aardolie.

Naast aan het moeilijker verkoopbaar maken van makkelijk verkoopbare onderwerpen verspilt links veel energie aan het worstelen met een elitaire of intellectuele reputatie. Vooral Jesse Klaver heeft er een handje van om zich net iets te gretig af te zetten tegen het grachtengordel-imago van zijn partij. In 2017 leek dat goed te werken, en sleepte GroenLinks onder zijn leiding een recordaantal van 14 zetels binnen. Maar na vier jaar pluchekleven is ook Jesse deel van het establishment. Dat hoeft helemaal niet erg te zijn, zolang je jezelf geen gekunstelde street-cred probeert aan te meten. Jesse Klaver deed dat wel. In een VPRO-filmpje schepte hij erover op dat hij erg van carnavalsmuziek hield. Vooral het nummer “Terug over de Maas” waarin carnavalsgroep C.V. De Kapotte Kachels zingt dat ze alle “noordelijke kwallen” wel eens even “terug over de Maas zullen schuppen”. Het authentiek bedoelde momentje was hijgerig populisme van het laagste soort.

Dat Sigrid Kaag, de ervaren diplomaat met de beschaafde dictie en de ondoordringbare pokerface als enige (soort van) linksige lijsttrekker keihard scoorde is hét bewijs dat populisme helemaal niet nodig is. Ja, ook Kaag liet in een filmpje haar (nogal gore) honden en sneaker-collectie zien, maar ze liet zich niet verleiden tot het bashen van het elitaire en randstedelijke deel van haar electoraat. Het gouden en creme-kleurige interieur waar elke sjeik zich in zou thuisvoelen deed de rest. Links is nu eenmaal moeiteloos chic.

Met links aan het roer is onze toekomst potentieel een goudglitterend geile, gratis droom, linkse politici hoeven dat alleen maar te durven omarmen.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.