wilders

Iedere ouder weet dat je vervelende kinderen krijgt als je ze voortdurend vertelt – of het idee geeft – dat ze vervelend zijn. Het is beter om te zien en te benoemen wat ze wél goed doen. Maar dan met mate, want veel Nederlandse ouders lijken geneigd om alles goed te vinden wat hun kroost uitspookt. Die ouders meten met twee maten: wat ze toestaan of zelfs toejuichen bij hun eigen kinderen, bekritiseren ze vaak bij leeftijdgenoten uit een andere maatschappelijke laag. Wat ertoe leidt dat déze kinderen jouw kritiek niet serieus hoeven te nemen, ook als je goede argumenten hebt.

Deze twee simpele waarheden – het werkt averechts als je de ander negatief benadert en als je met twee maten meet – worden stelselmatig genegeerd door de mensen die kritiek hebben op de PVV en de PVV-stemmers.

Neem bijvoorbeeld de kritiek dat de PVV geen leden kent en dat de PVV-sympathisanten zo dom zijn te willen stemmen op een partij waar één man de dienst uitmaakt. Stel dat Bernie Sanders de kans had gekregen én genomen om zich af te splitsen van de Democratische Partij, en bij zijn nieuwe partij dezelfde stelregel zou hanteren. Ook in die situatie zou hij met zijn standpunten – en het feit dat hij nooit een draaikont is geweest – volle zalen trekken en veel donateurs weten te werven. Vrijwel niemand uit de linkse hoek zou Sanders dan een dictator noemen. Dan is het raar en zelfs hypocriet om dat etiket wél op Wilders te plakken.

Ongevaarlijk

Zolang de PVV niet de enige partij is in ons land en wij ook op andere partijen kunnen stemmen, is het ongevaarlijk dat Wilders geen leden toestaat. En blijkbaar is deze politieke innovatie wettelijk geoorloofd. Bedenk bovendien dat PVV-ers overwegend een proteststem uitbrengen. Ze zijn ontevreden over het in Nederland gaat, ook over onze politieke cultuur. Dan is het toch niet raar dat zij stemmen op een partij die niet alleen inhoudelijk maar ook organisatorisch heel anders is dan de bestaande politieke partijen. Sterker nog: eigenlijk is het helemaal niet zo dom dat PVV-ers weinig waarde toekennen aan het partijlidmaatschap. Want deze democratische institutie levert hen meer kosten dan baten op – en hetzelfde geldt voor vele andere actieve vormen van politieke participatie.

Ik zal deze stelling toelichten met behulp van enkele concepten uit de micro-economie, waar wordt gekeken naar individuele afwegingen van kosten en baten. Deze benadering is relatief onbekend bij het grote publiek, mede doordat de media ons overspoelen met macro-economie. Als je allerlei overbodige wiskunde negeert, hoef je zelfs geen economie te studeren om de belangrijkste concepten te kunnen hanteren. Concepten die – tot op zekere hoogte – bepaalde gedragingen begrijpelijk maken die op het eerste gezicht duister of stompzinnig lijken.

Zoekkosten

Iedereen wil graag invloed op de politieke besluitvorming maar daar zijn kosten aan verbonden, en die zijn niet voor iedereen gelijk. Eens in de vier jaar stemmen is nagenoeg kosteloos maar kent weinig politieke baten. Jouw stem is slechts een van de vele miljoenen en in Nederland weet je maar nooit aan welke coalities jouw partij gaat meedoen. Ik schrijf ‘nagenoeg kosteloos’ omdat vooral zwevende kiezers zich enigszins moeten verdiepen in de belangrijkste standpunten van de diverse partijen. Deze kosten – door economen aangeduid als zoekkosten, een subcategorie vantransactiekosten – zijn bij een referendum nóg lager. In de regel zijn er dan slechts twee standpunten, dus de keuze is snel gemaakt. De baten zijn eveneens laag want het betreft meestal slechts één politiek hangijzer. Bovendien weet je niet of de regering consequenties verbindt aan ‘de stem van het volk’.

Dat bij de PVV alleen Wilders de baas is, zorgt voor minder zoekkosten. Want je weet nu precies wat de partijstandpunten zijn, handig samengevat op één A4. En er lijken slechts twee partijen in aanmerking te komen als coalitiepartner: SP en VVD. Vergelijk dat eens met de gevestigde politieke partijen: een langdradig en vaak ingewikkeld verkiezingsprogramma, en het blijft gissen aan welke coalities de beroepspolitici de voorkeur geven en welke compromissen bij de onderhandelingen worden gesmeed. Bovendien zijn er vaak verschillende stromingen binnen een partij, zelfs inmiddels bij de SP. En dus moet je als kiezer zien te achterhalen welke stroming de overhand krijgt of heeft gekregen, en weet je niet hoe deze de coalitie-ruimte benut om haar standpunten tot regeringsbeleid te maken.

“En juist daarom moet je partijlid kunnen worden om jouw partijgenoten en -bestuurders bij de les te houden, of te overtuigen van jouw politieke voorkeuren”. Dit argument vind ik grote kul, want dit soort activiteiten brengen, zeker qua tijd, enorme hoge kosten zich mee, door economen aangeduid als beinvloedingskosten.

Beïnvloedingskosten

Ga naar na: je moet je allereerst in allerlei kwesties gaan verdiepen, partijvergaderingen en -commissies bezoeken, en zelfs zitting nemen in allerlei commissies en besturen. Deze kosten zijn relatief laag als je veel vrije tijd hebt of een nieuwe vrijgestelde bent, dus als je een baan hebt waarmee je deze activiteiten goed kunt combineren. Voor nieuwkomers zijn de beïnvloedingskosten bovendien hoger dan voor het gevestigde partijkader. Want er zijn allerlei toetredingsbarrières, zoals die ook vaak bij economische markten voorkomen. Een daarvan is de dalende kostencurve: naarmate je langer partijlid bent, weet je eerder de wegen en personen te vinden om je gelijk te krijgen.

Vanwege de hoge beïnvloedingskosten is het niet zo vreemd dat de meeste mensen – ook als ze de politiek met belangstelling volgen – geen partijlid willen worden, maar zich liever beperken tot hetstemmen op hun favoriete politieke partij, die het beste vertolkt wat zij belangrijk vinden in de maatschappij. En voor zover zij toch lid worden, is het vooral om hun favoriete partij financieel en moreel te steunen, dus slapend lid.

Hoog- versus laagopgeleiden

Op het partijcongres van GroenLinks deed Jesse Klaver een dringend beroep op de Nederlandse bevolking om empathie te tonen voor de Syrische vluchtelingen, maar hij ging niet zo ver om zijn partijleden op te roepen om met de Kerst een Syrische asielzoeker of inburgeraar uit te nodigen. Het was nóg minder vrijblijvend geweest als hij empathie had gevraagd voor de PVV-stemmer. Deze heeft, in vergelijking met de gemiddelde Syriër, natuurlijk een veel comfortabelere positie, maar vergeleken met de meeste GL-leden ligt dat anders; en dat laatste zou zwaarder moeten tellen als je een Nederlandse politicus bent. Hoewel de PVV-aanhang steeds breder wordt, zijn de laagopgeleiden nog steeds oververtegenwoordigd.

Wie over enig empathisch vermogen beschikt, zal begrijpen dat hun zoek- en beinvloedingskosten behoorlijk hoog zijn als zij actief willen worden in een politieke partij. Zij moeten opboksen tegen de hoogopgeleide – en betaalde maar meestal onbetaalde – vergadertijgers die precies weten hoe je het spel moet spelen om gelijk te krijgen of nieuwkomers op hun plaats te zetten.

Dat geldt niet alleen voor politieke partijen maar ook voor de meeste belangenverenigingen en ngo’s. Wie kan er een laagopgeleide aanwijzen in het bestuur van Humanitas, Fietsersbond, FNV, Greenpeace, en vergelijkbare organisaties?

Het lijkt erop dat zij alleen nog te vinden zijn in het bestuur van kerkgenootschappen en van amateurvoetbal-, vis- of biljartverenigingen. Mijn stelling is dat laagopgeleiden stelselmatig naar de periferie van de samenleving worden gedrukt. Er is ongetwijfeld geen opzet in het spel, eerder een gevolg van een samenloop van diverse maatschappelijke en economische ontwikkelingen, maar dat maakt het niet minder zorgwekkend.

CPB-cijfers over de economische participatie maken het nog duidelijker. De arbeidsparticipatie ligtbij de laagopgeleiden (52%) aanmerkelijk anders dan bij middelbaar- (74%) en hoogopgeleiden (84%). Deze cijfers wijzen op een schrijnende maatschappelijke tweedeling, die sterk is gerelateerd aan het opleidingsniveau, wat overigens nog weinig hoeft te zeggen over de oorzaken.

Even schrijnend is hoe op deze cijfers wordt gereageerd. Op de vraag waarom vrijwel geen enkele arbeidsmarktmaatregel tot meer werkgelegenheid leidt, althans volgens hun modellen, gaf projectleider Marloes de Graaf als verklaring: “De arbeidsparticipatie is nu al zo hoog, dat kun je nauwelijks hoger krijgen.” Ik vermoed dat veel politici en bestuurders haar mening delen, en blijkbaar accepteren dat bijna de helft van een bevolkingscategorie overboord is gevallen.

De laagopgeleide Nederlanders die overwegend op Wilders stemmen, zijn dus niet dom – zoals veel linkse hoogopgeleiden gemakzuchtig denken – maar hanteren een simpele vuistregel: stem op iemand die het anders wil doen, zoals Trump of Wilders.

Meer scholing?

Méér scholing, dat is nagenoeg de enige oplossing die wordt geopperd om de arbeidsparticipatie van laagopgeleiden te verhogen. Om diverse redenen is dit klinkklare onzin.

Om te beginnen zie ik binnenkort de arbeidsparticipatie ook dalen voor de middenopgeleiden. Kijk maar naar de golf van ontslagen en afvloeiingen die de laatste tijd zijn aangekondigd bij banken, verzekeringsmaatschappijen en andere dienstverlenende en administratieve beroepen. Deze nieuwe werklozen hebben redelijk wat opleiding genoten maar dat zal hen niet veel helpen in de strijd tegen de voortschrijdende automatisering. Ook deze groep zal uit frustratie in toenemende mate op Wilders gaan stemmen, en in maart de PVV aan een klinkende overwinning kunnen helpen.

Om te begrijpen waarom méér opleiding niet helpt, kun je de arbeidsmarkt het beste vergelijken met het bekende spelletje van de stoelendans. Bij werkloosheid is het aantal banenzoekers (mensen die een stoel willen hebben) groter dan het aantal vacatures (lege stoelen). Zolang er geen extra stoelen komen, betekent het beter opleiden van de huidige werklozen hoogstens dat zij de stoel van anderen gaan bezetten, die op hun beurt aanvullende opleiding nodig hebben om aan de bak te komen, enzovoorts. Een soort omgekeerde race to the bottom, waar per saldo niemand beter van wordt, zolang het aantal banen niet groeit. De enige die hier beter van wordt is de onderwijssector, en het is daarom niet vreemd dat de roep om méér scholing juist uit die hoek komt.

Als je over meer empathie beschikt kun je bovendien bedenken dat méér onderwijs geen uitkomst is voor jongeren die liever met hun handen en in de praktijk willen werken. Op boekenwijsheid zitten ze niet te wachten, en evenmin op algemene vaardigheden als presenteren en discussiëren, die ook in het beroepsonderwijs steeds meer afgevinkt moeten worden. Nogmaals, de meeste PVV-stemmers dienen met hun stem vooral een motie van afkeuring in tegen een maatschappij die hun kwaliteiten onvoldoende waarderen en waar ze zich moeten voegen in een stramien dat niet de hunne is.

De rollen zijn omgedraaid

In vroeger tijden zochten de laagopgeleiden hun heil bij de linkse partijen, want de meeste hoogopgeleiden waren toen immers deel van een kleine elite die graag hun machtspositie wilde behouden, met behulp van de rechtse partijen. De arbeiders waren verstoken van onderwijs en wilden meer rechten, te beginnen met het kiesrecht zodat de linkse meerderheid de rechtse minderheid kon verslaan.

Tegenwoordig is de situatie omgekeerd. Zij die zich links noemen zijn meestal hoger opgeleid dan de mensen die als rechts worden bestempeld. Als kennis macht is en menselijk kapitaal de bron van economische groei, dan ontstaat al gauw de indruk dat tegenwoordig vooral linkse mensen de lakens uitdelen. Behalve in het stemhokje, want dáár kunnen de lageropgeleiden zich wel verzetten tegen de dominantie en vaak arrogantie van de goed geschoolde en beter betaalde landgenoten. In dat licht is het niet vreemd dat grote delen van de Nederlandse bevolking Wilders als een verzetsheld zien.

Moslim-haat is vooral een bliksemafleider

“Maar die islam-haat van PVV-ers, dat kunnen we toch niet goedkeuren?!” Met deze tegenwerping doet de PVV-criticus eigenlijk precies hetzelfde als de PVV-er, voor wie kritiek op de islam de makkelijkste manier is om zijn onvrede en ergernis tot uiting te brengen. Zoals eerder de joden de schuld kregen voor alles wat in Duitsland niet deugde.

De veroordeling van hun anti-islamstandpunt werkt wederom averechts: zij zien de linkse Nederlanders dan vooral als goedpraters van de islamitische cultuur, ook bij problemen die slechts zijdelings met die cultuur hebben te maken, zoals Marokkaanse jongens die rotzooi trappen.

De enige manier om de PVV-aanhang te doen slinken, is een effectieve aanpak van het probleem van de Marokkaanse jongeren, dat ongetwijfeld voor een ruk naar rechts heeft gezorgd. En van allerlei andere problemen die terecht veel onvrede geven bij vooral laagopgeleide Nederlanders, ook bij de Marokkaanse jongeren zelf. Als de linkse partijen en hun sympathisanten daar niet in slagen, dan is hun verlies in maart eigen schuld dikke bult. Zoals Trump zijn overwinning te danken heeft aan de Democraten de bobo’s voorop die het pluche van Hilary verkozen boven de radicale aanpak van Bernie Sanders.

Links moet weer geloofwaardig worden

De toespraak van Jesse Klaver is exemplarisch: veel linkse mensen maken zich vooral druk over wat er buiten Nederland gebeurt – bombardementen in Syrië of de triomf van Trump – en besteden veel minder aandacht aan de problemen in eigen land. Voor mensen die last hebben van die problemen, is dat een extra reden om op PVV of VVD te stemmen.

Voor een tweede stap naar meer geloofwaardigheid kan Links terecht bij de speltheorie, een ander onderdeel uit de moderne micro-economie. Daar wordt op een wiskundige manier bewezen wat het gezonde verstand allang weet: jouw standpunt, voorstel of actie is alleen geloofwaardig als je bereid bent ook zélf offers te brengen, door moedwillig af te zien van de oplossing die voor jou op korte termijn het meest gunstig is. Dit wordt de Ulysses-constructie genoemd, naar de Griekse koning die zich liet vastbinden aan de mast van zijn schip zodat hij niet zou bezwijken voor het bekoorlijkegezang van de Sirenen, wat niet alleen zijn dood maar ook de onderwerping van zijn volk zou betekenen. Een ander voorbeeld is Cortés, de Spaanse veroveraar wiens overwinning op de Azteken vooral wordt toegeschreven aan zijn besluit om al zijn schepen tot zinken te brengen, uitgezonderd een klein scheepje voor het geval hij toch zou verliezen. Alleen op deze manier kon hij geloofwaardig maken dat zijn leger tot het uiterste zou gaan.

Linkse partijen kunnen weer geloofwaardig worden door met voorstellen te komen die op korte termijn wellicht negatief uitpakken voor hun eigen aanhang. Door bijvoorbeeld te eisen dat ook het salaris van Mathijs van Nieuwkerk de Balkende-norm niet mag overschrijden, wat zou kunnen betekenen dat deze VARA-coryfee overstapt naar een commerciële zender; dan kan hij mooi bewijzen dat hij de VARA belangrijker vindt dan een paar centen.

Een ander voorbeeld is de invoering van loting bij bestuurders en toezichthouders, een voorstel vanDavid van Reybrouck. Aanhangers van GL, PvdA en zelfs SP hebben momenteel relatief veel kans om op het pluche terecht te komen, althans in vergelijking met de PVV-aanhang. Loting zou betekenen dat PVV-stemmers evenveel kans kunnen maken op bepaalde bestuurlijke functies. Waar zij zo vermoed ik zullen laten zien dat zij wel degelijk hun verantwoordelijkheid kunnen nemen, wat bij PVV-bestuurders (dus bij de lakeien van Wilders) eerder betwijfeld kan worden.

Een derde voorbeeld is de maatschappelijke dienstplicht die CDA en vooral ChristenUnie in hun verkiezingsprogramma bepleiten. Voor Links lijkt dit een taboe-onderwerp binnen sinds Pim Fortuyn ooit met een vergelijkbaar voorstel kwam. GL-ers als Ria Beckers en Naima Azough waren in het verleden wel zo moedig om dit onderwerp op de agenda te zetten. Want laten we eerlijk zijn: de maatschappelijke dienstplicht is een gruwel voor wie liever in zijn eigen veilige holletje wil blijven. Het betekent immers dat je enkele maanden moet optrekken met leeftijdgenoten die je niet zelf kunt uitzoeken. Middelbare scholieren uit een villawijk moeten dus intensief samenwerken met leeftijdgenoten die in een heel ander milieu zijn opgegroeid. Natuurlijk wekt dat in eerste instantie aversie op, de meeste mensen blijven liever in hun eigen kringetje, want daar kennen ze de sociale codes om zich staande te houden. En natuurlijk is het eng, net als de eerste keer in het diepe water of op het toneel. Maar het is de enige manier om op vroege leeftijd een basale vorm van maatschappelijke empathie te laten ontwikkelen.

Maatschappelijke dienstplicht is ook een recht

De negatieve klank die nog steeds aan de maatschappelijke dienstplicht is verbonden, kan grotendeels worden weggenomen door het voorstel te positioneren als een recht, en te praten over een Sociaal Jaar. Dat recht is heel hard nodig want veel jongeren lopen vast in het onderwijssysteem of arbeidsbestel, of vallen uit de boot. Ik heb het niet alleen over de vroegtijdige schoolverlaters en andere studie-uitval, het gaat ook over jongeren die het gevoel hebben dat ze hun talenten en hun energie niet kwijt kunnen in het huidige opleidingssysteem of in hun baan. Die het gevoel hebben dat ze veel meer kunnen, maar niet goed weten hoe ze dat kunnen realiseren. Als jongeren een speciaal talent hebben op het gebied van sport of van muziek, dan kunnen zij zich op dat gebied lekker uitleven. Maar voor de meerderheid is dat niet weggelegd, met als gevolg dat zij zich vervelen en allerlei manieren zoeken om ‘iemand te zijn’, desnoods door uit te blinken in vandalisme.

Om deze jongeren te ondersteunen, moet de beste mensen worden aangetrokken bij de organisatie die het Sociaal Jaar gestalte gaat geven. Dat kunnen gerenommeerde sporttrainers zijn. Of ervaren coaches. Of inspirerende kunstenaars en ambachtslieden. En dan kijken we natuurlijk niet naar diploma’s, en zeker niet naar academische titels. Het gaat om mensen die een voorbeeldfunctie kunnen vervullen, en in staat zijn het beste in iemand naar boven te halen.

Alle hens aan dek

Deze hoge eisen moeten we ook stellen bij de aanpak van een ander maatschappelijk probleem waar de PVV garen bij spint. Ik heb het natuurlijk over de integratie van buitenlanders die om diverse redenen in Nederland terecht zijn gekomen. Het is een schande dat erkende politieke vluchtelingen wel een verblijfsvergunning ontvangen maar niet voldoende kansen krijgen om een eigen boterham te verdienen. Met als gevolg dat ze aan de zijlijn blijven staan of in de criminaliteit hun heil zoeken.

Wie A zegt, moet ook B zeggen: we kunnen vluchtelingen alleen welkom heten als we er tevens voor zorgen dat zij hier iets nuttigs kunnen doen. Nuttig voor henzelf en voor onze maatschappij, wat overigens vaak op hetzelfde neerkomt.

Links wordt weer geloofwaardig, en kan daarmee de overwinning van de PVV grotendeels binnen de perken houden, als zij met effectieve oplossingen komt; waarbij ik alvast wil verwijzen naar nr. 5 en 6 van mijn politieke wenslijstje. Oplossingen op papier aandragen is echter niet genoeg. Alles staat of valt met de mensen die deze kar gaan trekken en van de financiële en organisatorische ruimte die ze hiervoor krijgen.

Ook hier zijn er meerdere wegen die naar Rome leiden, dus we moeten uiteenlopende constructies toelaten, zodat er een gezonde wedijver ontstaat. Waarom niet enkele PVV-ers overhalen om aan deze maatschappelijke uitdaging een eigen bijdrage te leveren? If you cannot beat them, use them! (verscheen eerder bij http://eco-simpel.nl/)

Reacties

Reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.