SDB
kapitalisme

Kapitalisme is crisis is oorlog

Eerder schreef ik al dat het kapitalisme door hun graaistructuur van de ene crisis in de andere holde. En de crisissen worden altijd op de werkende man afgewenteld, want hun eigen centjes, beter gezegd hun bezittingen, moeten veilig blijven. Het is misschien interessant om hier nog even op door te gaan.

kapitalisme

In de Jaren rond 1914 was overal ter wereld een grote crisis gaande. Zoals gewoonlijk zocht het kapitalisme een uitweg voor de crisis met een oorlog. De Eerste Wereldoorlog was een feit.

Er werden machtsblokken gevormd die met elkaar in oorlog moesten gaan. Het volk had niets te vertellen. De jonge mannen werden gewoonweg naar het front gestuurd als kanonnenvoer. Wie weigerde mocht nog van geluk spreken dat hij alleen maar gevangenisstraf kreeg voor deze ‘misdaad’.

Duitsland vormde een blok met Oostenrijk, Italië en Hongarije.
Ook het Tsaristische Rusland deed mee aan het beruchte vernietiging- en uitroeiingsspel, vormde een blok met de ZuidOost Europese landen, Frankrijk en Engeland, Zij noemden zichzelf de ‘geallieerden’

Amerika (de VS) hield zich oorspronkelijk buiten de oorlog. Datzelfde zagen we tijdens de 2e Wereldoorlog en tot op de dag van vandaag gebeuren. Na de zoveelste militaire nederlaag van Amerikaanse troepen heeft de VS er opnieuw voor gekozen om anderen (NAVO, Islam, huurlingenbendes) het vuile werk op te laten knappen. Kijk als voorbeeld naar de oorlog om olie en controle over het Midden Oosten, die nu tegen Syrië gevoerd wordt.

Op 28 juli 1914 kon net spel van afbraak en opbouw weer eens beginnen.

Het liep deze keer echter anders. In Rusland greep het volk, onder aanvoering van Lenin en de communistische partij de macht en maakte niet alleen een eind aan het Tsaristische schrikbewind, maar ook een eind aan het kapitalisme in het land, Een zesde deel van de Wereld werd socialistisch en uit handen van het kapitalisme getrokken.

De jonge Sovjet republiek begon direct met een anti-oorlogs en vredespolitiek en startte vredesonderhandelingen met de grootste militaire macht, Duitsland.

Het kapitalisme was gelijk de kluts kwijt. Deze ontwikkeling hadden ze zich vooraf nooit voor kunnen stellen. De oorlog werd dan ook abrupt gestopt. Om te verklaren waarom de oorlog zonder enige reden beëindigd werd, maakten de ‘deskundigen’ ons later wijs dat de soldaten oorlogsmoe waren (ja ja, of die iets te vertellen zouden hebben).

Duitsland (beter gezegd de Duitse arbeidersklasse) werd het slachtoffer van het plotselinge stopzetten van de oorlog. Als ‘aanstichter’ van de oorlog moest het herstelbetalingen betalen, hetgeen het land snel opnieuw in een diepe crisis deed belanden.

De VS bleef zoals eerder opgemerkt, buiten de oorlog en beperkte zich tot lucratieve wapenleveranties. Dat buiten de oorlog blijven kwam met name door de toenmalige president Woodrow Wilson, een van de minst slechtste presidenten van de VS ooit. Wilson streefde niet alleen in woord, maar ook in daad een vredespolitiek na, hetgeen door de haviken niet in dank werd afgenomen en hetgeen ook zijn dood werd.

kapitalisme
Tekening van de ondergang van de Lusitania

Het was voor de oorlogshaviken dus nodig om een False Flag incident te organiseren om de VS in de oorlog te betrekken.
Volkomen onnodig en onzinnig werd het passagiersschip Lusitania getorpedeerd en Duitsland werd als schuldige aangewezen. Dat dit voor Duitsland iets volkomen onzinnigs zou zijn is duidelijk. Waarom zouden ze er vrijwillig zo een machtige vijand tegen zich willen krijgen.?

Ook na de 1e Wereldoorlog bleef Wilson vasthouden aan zijn anti-oorlogspolitiek, wat leidde tot de volgende voorstellen bij de vredesbesprekingen van Versailles.

Acht van de veertien Punten die tijdens de vredesbesprekingen van Versailles waren ingebracht moesten volgens Wilson verplicht door alle partijen worden ingevoerd:

  1. Openbare vredesverdragen, openlijk gesloten, waarna er geen geheime internationale overeenkomsten van enige aard meer zullen bestaan. (Het verbod op geheime diplomatie
  2. Absolute vrijheid van scheepvaart op zee, buiten de territoriale wateren, zowel in vredes- als in oorlogstijd.
  3. Afschaffen, zoveel als mogelijk, van alle economische barrières − met een ander woord vrijhandel.
  4. Uitwisselen van gepaste garanties om de nationale bewapening te herleiden tot het minimum dat verenigbaar is met de interne veiligheid. (Ontwapening)
  5. Een vrije, breeddenkende en volstrekt onpartijdige regeling van alle koloniale afspraken, steunend op de stipte naleving van het principe dat − inzake het behandelen van alle dergelijkesoevereiniteitskwesties − het belang van de betrokken volkeren even zwaar moet wegen als de billijke aanspraken van de regeringen wier bevoegdheid het betreft, dient geregeld te worden. (Dekolonisatie)
  6. Ontruiming van alle Russische gebieden, een regeling van alle problemen betreffende Rusland… om Rusland een onbelemmerde gelegenheid te schenken zijn eigen politieke ontwikkeling en nationale organisaties te bepalen… met instellingen naar eigen keuze. (Zelfbestuur voor post-tsaristischRusland.)
  7. België moet ontruimd en heropgebouwd worden zonder enige poging om zijn soevereiniteit te beperken, die het zoals alle andere volkeren geniet.
  8. Een algemene Volkenbond moet opgericht worden onder welbepaalde overeenkomsten ten einde aan grote en kleine staten wederzijdse waarborgen te verstrekken van hun politieke onafhankelijkheid en territoriale onschendbaarheid.

De overige zes punten waren volgens Wilson niet onontbeerlijk, maar wenselijk:

  1. Al het Franse grondgebied moet bevrijd worden en de bezette gebieden daarvan teruggegeven, en het onrecht, door Pruisen aan Frankrijk in 1871 aangedaan in verband met Elzas-Lotharingen, moet goedgemaakt worden. (Herziening van de Vrede van Frankfurt.)
  2. Een herziening van de Italiaanse grenzen moet gebeuren volgens een duidelijk herkenbare scheiding van de nationaliteiten. (Regeling van de kwesties Istrië, Savoye, Valle d’Aosta, Triëst en Zuid-Tirol.)
  3. De volkeren van Oostenrijk-Hongarije, wier plaats onder de naties wij gevrijwaard en verzekerd wensen te zien, moeten de meest vrije gelegenheid krijgen voor een autonome ontwikkeling. (Vrijmaking van de Slavische volkeren.)
  4. Roemenië, Servië en Montenegro, dienen ontruimd te worden en de bezette gebieden teruggegeven, en Servië dient een vrije toegang tot de zee te krijgen.
  5. De Turkse gedeelten van het huidige Ottomaanse Rijk moeten verzekerd zijn van hun onbetwiste soevereiniteit (onafhankelijkheid), maar de andere nationaliteiten die nu onder Turks bewind staan, moeten de verzekering krijgen van een veilig leven en een ongehinderde mogelijkheid tot zelfstandige ontwikkeling; tevens moeten de Dardanellen bestendig open blijven als een vrije doorvaartmogelijkheid, onder internationale garanties, voor handelsschepen van alle naties.
  6. Een onafhankelijke Poolse staat moet opgericht worden en de gebieden bevatten die bewoond zijn door een onbetwistbaar Poolse bevolking: hij zou moeten verzekerd zijn van een vrije toegang tot dezee.

wilson

The ear of the leader must ring with the voices of the people.

The history of liberty is a history of resistance.

Woodrow Wilson

Woodrow Wilson stierf op 67 jarige leeftijd in 1924 officieel aan een beroerte, maar algemeen bekend is dat hij vermoord is en u kunt begrijpen waarom.

Zoals gezegd was het Duitsland dat door het 1e Wereldoorlog-fiasco als schuldige werd aangewezen. Door de diepe crisis waarin het land kwam te verkeren, werd de voedingsbodem gelegd voor de derde poging de Sovjet Unie te vernietigen, de 2e Wereldoorlog. (De eerste poging was tijdens de Russische Revolutie toe 21(?) landen de jonge volksrepubliek aanvielen. Het Russische volk overwon ook deze aanvallers).

De illuminaat Hitler werd me steun van het kapitalisme, o.a Nederland (Bernhard) en Engeland (Churchill) aan de macht gebracht en we weten hoe het is afgelopen

Met het na(1e Wereld)oorlogse Duitsland zijn we weer terug bij het onderwerp, de eeuwig terugkerende kapitalistische crisissen.

Wikipedia geeft op de economische crisis van 2008, een aardige omschrijving. Het betrof overigens voor kapitalistische begrippen een vrij onschuldige crisis die door het uitknijpen van de massa opgelost kon worden.

Wanneer de economie in crisis verkeert neemt over het algemeen de werkloosheid toe door faillissementen en ontslagen

In 2008 begon de wereldeconomie te verslechteren. De eerste tekenen van verslechtering van de economie werden merkbaar in december 2007, toen door de kredietcrisis de huizenmarkt in de Verenigde Staten instortte. Een groot aantal Amerikanen kon de maandelijkse hypotheeklasten niet langer meer betalen, waardoor enkele grote hypotheekbanken zoals Fannie Mae en Freddie Mac op het randje van een faillissement stonden.

Al snel bleek dat de economische crisis zich niet tot de Verenigde Staten beperkte. Als gevolg van de sterke verwevenheid tussen de internationale financiële markten raakten banken in Europa en Azië in de loop van 2008 ook in de financiële moeilijkheden waardoor ook in Europa en Azië de economische crisis begon.

Ook in deze werelddelen werden de beurskoersen met een ongekende snelheid slechter. Door de problemen bij de banken kwam ook het bedrijfsleven in de problemen. Bedrijven konden geen kredieten meer krijgen. Daardoor was er geen vertrouwen meer in de economie, die achteruitging. De kredietcrisis groeide uit tot een brede economische crisis.

Na een tijdje kwam de economische crisis ook in Nederland. Tal van bedrijven moesten werknemers ontslaan om zelf niet failliet te gaan. Zo kwamen er statistieken waaruit bleek dat voor de economische crisis begon de werkloosheid 6% was in Nederland (onder de bevolking van 18 jaar en ouder), terwijl dat in 2012 was opgelopen tot 17% van de bevolking.

oorlog

Deze ware beschrijving van het kapitalisme staat op internet als propaganda. Hoe dom kan je zijn.

Voor 1940 zouden de kapitalisten deze bovengenoemde crisis opgelost hebben met een oorlog zoals ze altijd deden. Na 1945 is echter de wereldsituatie en de machtsverhouding drastisch gewijzigd. Overal ter wereld begint het volk wakker te worden en steeds opnieuw ontstaan er landen met socialistische regeringen. Daarbij komt dat ”ze” Rusland (de Sovjet Unie) niet klein hebben kunnen krijgen en dat China een machtsblok werd, evenals nu ook India en Iran.

Maar dat neemt niet we dat de crisissen blijven voortdoen. (Zie onderaan voor een lijst)

crisis

1929 crisis in de VS

Gratis Soep, Koffie en Donuts. Met dank aan het kapitalisme

En nu opnieuw is er in de VS een grote crisis op handen. Het is de grote vraag, hoe gaan ze het deze keer oplossen.

Faillissementen in Verenigde Staten nemen in schrikbarend tempo

Het zijn vooral de winkelketens in de grote steden die kleding, schoenen, outdoor artikelen en consumentenelektronica verkopen die bezwijken onder de concurrentie met online aanbieders. De consumentenbestedingen blijven achter, waardoor veel winkels hun omzet zien dalen en in de rode cijfers komen. De marktsegmenten die het minst geraakt worden door online winkelen zijn voeding, doe-het-zelf zaken, apotheken en meubelzaken.
bankrupt
Aantal faillissementen is dit jaar spectaculair toegenomen (Bron: Bloomberg)

Meer faillissementen

Volgens analisten van S&P Global Market Intelligence hebben sommige winkelketens zich onvoldoende aangepast op een tijdperk waarin steeds meer aankopen online wordt gedaan. Daardoor verkopen de traditionele winkels steeds minder en is er een overaanbod aan winkels ontstaan. De verwachting is dat er in de komende jaren nog veel meer winkels failliet zullen gaan.
De Visual Capitalist(Klik op de link) verzamelde wat cijfers van de Amerikaanse retailmarkt en maakte daar de volgende infographic van. Hoe kan het dat het zo slecht gaat met de winkelverkopen in de Verenigde Staten? Gaat het dan toch niet zo goed met de economie als het officiële werkloosheidscijfer van 4,4% suggereert? Of is de werkloosheid in werkelijkheid veel groter (zie hieronder) dan die cijfers doen vermoeden?

Alternate Unemployment Charts

The seasonally-adjusted SGS Alternate Unemployment Rate reflects current unemployment reporting methodology adjusted for SGS-estimated long-term discouraged workers, who were defined out of official existence in 1994. That estimate is added to the BLS estimate of U-6 unemployment, which includes short-term discouraged workers.

The U-3 unemployment rate is the monthly headline number. The U-6 unemployment rate is the Bureau of Labor Statistics’ (BLS) broadest unemployment measure, including short-term discouraged and other marginally-attached workers as well as those forced to work part-time because they cannot find full-time employment.

Unemployment Data Seriessubcription required(Subscription required.)ViewDownload Excel CSV File   Last Updated: May 5th, 2017

The ShadowStats Alternate Unemployment Rate for April  2017 is 22.1%.
Republishing our charts:  Permission, Restrictions and Instructions (includes important requirements for successful hot-linking)
wapens

Zo denkt Trump de crisis op te lossen. Wapens voor de Islam terroristen en Saudi Arabie heeft maar te dokken.

Crisis-operaties

U moet hier wel bij bedenken, en dat wordt in deze opsomming bewust verzwegen, dat Nederland schatrijk is, maar dat het geld, door het kapitalistische systeem, oneerlijk verdeeld werd en wordt. De rijken worden steeds rijker en de overheid krijgt steeds minder geld ter beschikking, wat weer afgewenteld word op ‘de gewone man en vrouw’.

crisis

Crisis in Nederland: In de rij voor voedsel, wonen in een tentenkamp en een bloedige opstand. De ‘grote depressie’ van de jaren dertig heette niet voor niets zo.

 

Het kabinet-Rutte II gaf uitvoering aan een grote bezuinigingsoperatie die bij de formatie van het kabinet was afgesproken. Doel was de overheidsfinanciën weer op orde krijgen, zodat werd voorkomen dat volgende generaties met enorme schulden werden opgezadeld.

Na de internationale financiële crisis en de recessie in veel Westerse landen van 2008-2009 was overheidsingrijpen nodig. Banken en financiële instellingen moesten worden ondersteund en ook bedrijven kregen tijdelijk ondersteuning. De Nederlandse overheid stimuleerde bijvoorbeeld bouw en wegenaanleg door een Crisis- en herstelwet. De kosten daarvan deden de staatsschuld echter sterk oplopen, terwijl de inkomsten daalden door de recessie. Het kabinet-Balkenende IV kondigde daarom in 2009 bezuinigingen aan. Die werden door het kabinet-Rutte concreet ingevuld.

Het was niet voor het eerst dat de toestand van de overheidsfinanciën ingrijpen noodzakelijk maken. Al omstreeks 1844 dreigde een staatsbankroet . Minister Van Hall van Financiën kwam toen met een gedwongen ‘vrijwillige’ lening. De rijksten moesten de overheid geld lenen, onder dreiging van hogere belastingen. Dat scenario (gedwongen ‘vrijwillige’ leningen) herhaalde zich overigens in de jaren van de Eerste Wereldoorlog en ook na 1945.

Tot 1945 was het doel van het begrotingsbeleid ervoor te zorgen dat inkomsten en uitgaven in evenwicht waren. Als er een staatsschuld was, werd dit opgelost door enerzijds hogere belastingen en anderzijds besparingen bij de uitgaven van ministeries. Dat leidde in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw tot enkele grote bezuinigingsoperaties.

Na 1945 werd staatsschuld niet per definitie onwenselijk gevonden. De overheid kreeg een sturende rol in de economie, waarbij zowel afremming als stimulering van de economie mogelijk was (overeenkomstig de denkbeelden van de Britse econoom J.M. Keynes). Daarom was er in 1957 bijvoorbeeld een bestedingsbeperking.

De groei van de overheidsuitgaven en van de omvang van de collectieve sector liep in de jaren zeventig echter zodanig uit de hand, dat ingrijpende sanering nodig was. Dat vond plaats in de jaren 1982-1995, nadat in 1978-1981 pogingen zonder succes waren gebleven.

De jaren twintig

Hoewel Nederland buiten de directe oorlogshandelingen van de Eerste Wereldoorlog bleef, zorgde het wel voor grote economische moeilijkheden en voor hoge overheidsuitgaven. De handel zakte in, de voedselvoorziening haperde en het leger moest gemobiliseerd blijven.

Vanaf 1918 tekende zich wel herstel af. (De werkende man heeft met honger en zijn leven de crisis betaald. Door de oorlog lagen de landen in puin en kon het kapitalisme opnieuw grove winsten maken met de wederopbouw).

Niettemin sprak de Tweede Kamer in november 1919 in een motie verontrusting uit over de toestand van de begroting. In die motie-Rink werd aangedrongen op bezuinigingen. Dat was een algemeen heersende wens bij met name liberalen en christelijke partijen, die enerzijds de rol van de overheid beperkt wilden houden en anderzijds belastingen lag. (De rol van de overheid moest door deze klassenverraders teruggedrongen worden, wat het begin van de afbraak inhield van de schaarse zwaarbevochten sociale voorzieningen, en de wederopbouw moest in handen komen van de kapitalisten die ongekend hoge winsten konden halen)

Begin jaren twintig (zo snel alweer) haperde het aanvankelijke herstel en ontstond er een recessie (het gevolg van de graaicultuur van de markt-economie, in plaats van een Plan-economie) 

Bij de kabinetsformatie van 1922 werd daarom tot bezuinigingen besloten. De in 1923 (tussentijds) aangetreden minister van Financiën Colijn, trok de teugels nog strakker aan. Hij pakte het overheidstekort van 100 miljoen gulden aan door bijvoorbeeld te korten op ambtenarensalarissen en door de klassen in het lager onderwijs te vergroten. Verder werden nieuwe belastingen ingevoerd, zoals een belasting op fietsen (rijwielen).

De crisis van de jaren dertig

De na de Beurskrach van 1929 ontstane economische wereldcrisis deed zich vanaf 1931 voelen in Nederland. De uitgaven liepen op, bijvoorbeeld door toename van het aantal werklozen, en de inkomsten liepen terug door verslechtering van de handel. De collectieve uitgaven stegen van 19,3% in 1930 naar ruim 25% in 1932-1935. Het overheidstekort liep daardoor sterk op.

Een bezuinigingscommissie-Welter kwam in 1933 met ingrijpende voorstellen, bijvoorbeeld om uitkeringen en salarissen te verlagen. Het in 1933 gevormde kabinet-Colijn/Oud waarin christendemocraten en liberalen samenwerkten, kreeg het etiket: crisiskabinet. In 1935 kwam minister Oud met een bezuinigingswetsontwerp.

Bestedingsbeperking in 1957

Na de Tweede Wereldoorlog volgde relatief snel herstel. Dat kwam voor een belangrijk deel door de Marshall-hulp, maar lage lonen zorgde ook voor een goede concurrentiepositie. Minister Lieftinck voerde een streng uitgavenbeleid, waardoor de overheidsfinanciën op orde kwamen.

Midden jaren vijftig was er echter sprake van een zekere ‘overspanning’ in de economie. Om dat af te remmen, kondigde het vierde kabinet-Drees in 1957 een bestedingsbeperking af. Uitgaven voor bijvoorbeeld nieuwe tunnels werden uitgesteld, landbouwsubsidies werden verlaagd en belastingen gingen omhoog. Op de begroting werd in 1957 f 200 miljoen bespaard. In vergelijking met eerdere en latere bezuinigingsoperatie was dat dus een gering bedrag.

De 1%-operatie van 1976

De toenemende welvaart maakte in de jaren zestig sterke stijging van de overheidsuitgaven mogelijk en voor veel partijen ook wenselijk. Naast woningbouw stimuleerde het rijk bouw van zwembaden en sporthallen, kwam er meer geld voor welzijnswerk, cultuur en recreatievoorzieningen en voor de aanleg van nieuwe snelwegen, tunnels en spoorverbindingen. Verder ontstond een uitgebreid stelsel van sociale wetgeving, werd het (wetenschappelijk) onderwijs voor meer jongeren toegankelijker en stegen uitkeringen en salarissen (niet alleen in de bedrijven maar ook bij de overheid en in het onderwijs).

De oliecrisis van 1974, die werd gevolgd door economische teruggang in 1975, veroorzaakte problemen voor de overheidsfinanciën en voor de werkgelegenheid. Minister Duisenberg , minister van Financiën in het kabinet-Den Uyl, kwam in 1976 daarom met een zogenoemde 1%-operatie: de collectieve lasten (belastingen, premies) mochten jaarlijks nog maar met 1% van het nationaal inkomen stijgen.

Bestek’81

De 1%-operatie verhinderde niet dat de collectieve lasten toch sterker stegen. Het financieringstekort dreigde op te lopen en de lastendruk verzwakte de concurrentiepositie. Doordat de wereldhandel stokte, steeg ook de werkloosheid. Daarnaast was er al enige jaren sprake van bovengemiddelde inflatie. Wel werd in 1978 nog uitgegaan van een economische groei van 3%.

Het kabinet-Van Agt/Wiegel koos voor beperking van de stijging van de overheidsuitgaven. Het beleid daarvoor zette het uiteen in de in juni 1978 verschenen nota Bestek’81. Hoofdlijnen daarvan waren matiging van de lonen (vanaf twee keer modaal), stabilisering van de collectieve lasten, en ombuigingen op de begroting van f 10 miljard. Er kwamen kortingen in de sociale zekerheid en de inflatiecorrectie (compensatie voor gestegen lonen) werd beperkt.

Van de voorgestelde ombuigingen kwam in de praktijk weinig terecht. Steeds deden zich overschrijdingen voor, terwijl bijvoorbeeld minister Albeda van Sociale Zaken zich succesvol verzette tegen al te forse ingrepen op uitgaven van zijn departement. Het zelfde deed overigens ook VVD-minister Pais van Onderwijs. Enerzijds wilde Albeda de relatie met de vakbond niet verstoren en anderzijds had hij steun van een deel van de CDA-fractie. De speelruimte van het kabinet, dat slechts op 77 zetels in de Tweede Kamer kon rekenen, was beperkt. Bovendien waren ‘de geesten’ nog niet rijp voor ingrijpende bezuinigingen.

Minister Andriessen drong in 1980 op verdere besparingen, maar kreeg daarvoor geen steun – ook niet van de VVD die daarvoor altijd had gepleit. Hij trad af. De rijksuitgaven stegen van f 22,5 miljard in 1977 naar f 68,7 miljard in 1982.

No-nonsence-beleid kabinetten-Lubbers

In de jaren 1980-1982 liepen de overheidsfinanciën volstrekt uit de hand en steeg ook de werkloosheid dramatisch. De overheidsschuld steeg van f 54,5 miljard in 1977 naar ruim f 137 miljard in 1982. De rentelasten van het Rijk (het rentepercentage was bijna 12,5%) liepen daarmee eveneens enorm op.

De grote problemen werden nu wel algemeen erkend. In november 1982 sloten werkgevers en werknemers het ‘Akkoord van Wassenaar ‘ waarin afspraken werden gemaakt over loonmatiging in ruil voor arbeidstijdverkorting. Het in november 1982 aangetreden kabinet-Lubbers (I) kwam met een ingrijpend saneringsprogramma (‘No-nonsence’). Het financieringstekort moest terug van boven de acht procent naar onder de vijf procent.

Jaarlijks zou in de periode 1983-1986 zeven miljard worden bezuinigd. Vooral de uitgaven voor sociale zekerheid, welzijnswerk, gezondheidszorg en onderwijs gingen drastisch omlaag. De ministers De Koning, Brinkman en Deetman kwamen met ingrijpende wetgeving om socialezekerheidswetten te versoberen, om studieduur en studiefinanciering te beperken en om kosten meer door te berekenen. Onderwijs moest in 1983-1986 f 225 miljoen inleveren. Offers werden behalve van uitkeringsgerechtigden ook gevraagd van ambtenaren (die in 1983 bijvoorbeeld 3% minder kregen) en onderwijzers.

Naast wetgeving en bezuinigingen maakte ook privatisering deel uit van het beleid. De overheid stootte allerlei taken af. Via de Tweeverdienerswet en de voorstellen van de Commissie-Oort werden belangrijke belastinghervormingen doorgevoerd.

Het beleid was succesvol waar het ging om het terugdringen van de (structurele) werkloosheid en bij het enigszins op orde brengen van de overheidsfinanciën, maar na 1986 bleken de financieringsproblemen bepaald nog niet voorbij. Negatieve ontwikkelingen in de wereldeconomie waren in handelsland Nederland altijd sterk merkbaar.

De Tussenbalans van 1991

Het kabinet-Lubbers III kreeg kort na zijn aantreden te maken met flinke tegenvallers op de begroting voor 1990 (f 2,5 miljard). Van de voorgenomen plannen om bijvoorbeeld gemeenten meer geld te geven voor sociale vernieuwing kwam daardoor weinig. Nieuwe bezuinigingen waren nodig.

Minister Kok van Financiën bracht in februari 1991 de zogenoemde ‘Tussenbalans’ uit, waarin het kabinet f 17,5 miljard aan nieuwe ombuigingen aankondigde. Het ging daarbij om f. 12,8 miljard bezuinigingen op de begroting en f 4,7 miljard aan lastenverzwaringen. Zo zouden de tarieven voor het openbaar vervoer stijgen, ging de dieselaccijns omhoog en werd de huursubsidie beperkt.

Vooral Defensie en Ontwikkelingssamenwerking moesten inleveren. Maar ook op het welzijnswerk, de gezondheidszorg en onderwijs werd extra bezuinigd. De oplopende uitgaven voor de WAO was in 1991 reden voor het kabinet om de toegang tot die regeling te beperken.

Het ombuigingsbeleid in de periode 1983-1993 leidde er toe dat de collectieve uitgaven daalden van 65,6& van het nationaal inkomen in 1983 naar 58,8% in 1994. Het financieringstekort ging van 8,6% in 1983 naar 2,9% in 1994.

Na 1994 werd het hervormingsbeleid voortgezet (zo werd de Ziektewet ‘geprivatiseerd’ en kwam er een nieuw ziektekostenstelsel), maar bleven grote bezuinigingsoperaties uit. De jaren 1994-2000 werden gekenmerkt door economische groei, lage werkloosheid en lage inflatie. Minister Zalm voerde een stabiel begrotingsbeleid, waarbij grote ombuigingen niet nodig waren.

Crisismaatregelen 2009

De crisis van 2008-2009 deed de noodzaak tot bezuinigingen herleven. Onder leiding van minister-president Balkenende vergaderden de vicepremiers Bos en Rouvoet en de fractieleiders Van Geel, Hamer en Slob enkele weken in het Catshuis over een aanvullend beleidsprogramma. Zij bereikten in maart 2009 daarover een akkoord. Het kabinet en de coalitiepartijen kozen ervoor nog niet direct te bezuinigen, maar de economische activiteit te stimuleren. De ombuigingen zouden pas later plaatsvinden en er moest eerst worden gestudeerd op ambtelijk niveau waarop het beste kon worden bezuinigd.

Besloten werd tot gerichte stimulering van de economie voor met name 2009 en 2010, met een accent op de werkgelegenheid op korte termijn. Er werd voor circa 3 miljard in 2009 en circa 3 miljard in 2010 gestimuleerd voor arbeidsmarkt (met name jeugdwerkloosheid), onderwijs en kennis; voor duurzame economie; voor infrastructuur en (woning)bouw; en voor liquiditeitsverruiming van het bedrijfsleven.

Voor de extra werkloosheidsuitgaven (1 miljard in 2009, 4 miljard in 2010, 4,5 miljard in 2011) zou niet worden omgebogen. In totaal werden de kosten voor herstel van de economie geraamd op 50 miljard. Die kwamen bovenop de 80 miljard die nodig waren geweest om de klappen voor spaarders en investeerders op te vangen door de internationale kredietcrisis.

Er moest verder een begin met herstel van gezonde overheidsfinanciën worden gemaakt om de houdbaarheid van de publieke voorzieningen vanaf 2011 veilig te stellen. Uitvoeringstegenvallers (naar schatting 3,7 miljard) moesten worden opgevangen. Daarenboven werden de kosten van de rente van de hogere EMU-tekorten in 2009 en 2010 vanaf 2011 gedekt (1,8 miljard).

Ten slotte werd besloten tot een langetermijnagenda, gericht op duurzaamheid en energie, op innovatie en kennis, op stedelijke vernieuwing en wijkaanpak alsmede op de lange termijn houdbaarheid van onze collectieve voorzieningen, met name door beheersing van de zorgkosten, verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar en verhoging van het eigenwoningforfait voor mensen die een huis bewonen met een WOZ-waarde van 1 miljoen of meer.

Op 25 maart legde premier Balkenende in de Tweede Kamer een verklaring af over dit pakket maatregelen. Tijdens het Tweede Kamerdebat op 26 maart liep de PVV-fractie weg, nadat CDA-fractievoorzitter Van Geel had verklaard dat er nog nauwelijks ruimte was voor aanpassing van het crisispakket. Aan de plannen veranderde verder ook weinig.

De onderhandelingen over het crisispakket waren moeizaam verlopen en de verhouding tussen met name PvdA en CDA verslechterde daardoor. Het werd de opmaat na de breuk in het kabinet, begin 2010.
colijn

Hendrikus Colijn, samen met Willem Drees en Prinz Bernhard, de grootste boeven uit de moderne Nederlandse geschiedenis

Het zal voor iedereen duidelijk zijn, dat met al die doorgevoerde bezuinigingen en welke ons nog te wachten staat, dat er opnieuw een grote crisis voor de deur staat. De grote vraag is of het kapitalisme het ook nu weer zal proberen op te lossen met een grote oorlog.

De permanente oorlog die de VS al vanaf 1945 overal ter wereld voert is duidelijk niet voldoende om hun economische crisissen op te lossen, zoals hierboven al is aangetoond.

Omdat we zien dat de VS (Trump) tegen zijn verkiezingsbeloften in, de wapenproductie tot grote hoogte gaat brengen, en eveneens tegen de Trump-beloften in, aan de Islam-terroristen de meest modern wapens gaat leveren die Saudi Arabië en andere vazalstaten moeten betalen, lijkt de vrede nog ver weg.

Met dank aan Frank Knopers van Marketopdate.nl

Abonneer u nu op onze gratis elektronische nieuwsbrief SDB-nieuws klik hier om te registreren

  • zoveel onzin, ik ga er niet eens meer op in, ga gewoon in eenhiekje liggen van het lachen, man man man wat een wereldvreemdheid en wat een totaal gebrek aan vermogen o. oorzaak en gevolg te ontleden.

  • >
    doneer