formatie

De Nederlandse kiezer heeft gesproken, en heeft een grote regeringscoalitie afgerekend op haar beleid van de afgelopen jaren. Terwijl de Partij van de Arbeid is verworden tot een splintergroepering heeft de VVD de schade kunnen beperken (en het als een “overwinning” gevierd). De mainstream media in de EU zijn blij met het stembusresultaat.

Het is de vraag of de Nederlandse kiezer over een aantal maanden dat óók is.

Afgelopen woensdag heeft er dan toch nog een min of meer revolutionaire verschuiving plaatsgevonden in ons parlement. De Partij van de Arbeid (PvdA), de “sociaaldemocratische“ partij van de voorzitter van de eurogroep en trouwste bondgenoot van de Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble, werd verpulverd, met een daling van 24% naar 5%. Tegelijkertijd is er een grote coalitie met veel kabaal ingestort, een samenwerking die jarenlang niets anders heeft gedaan dan wat Brussel de Grieken en andere “crisislanden” óók had opgedragen. Dat de kiezers het jarenlange regeringsbeleid van Rutte II hebben afgestraft (ook de VVD verloren zetels) wordt door de minister-president uiteraard niet gezegd….. hij denkt dat het feit dat zijn partij (nog) de grootste in het land is, een overwinning is.

Het is een Pyrrhus-overwinning.

De mainstream media zijn in doorsnee opgelucht dat in ieder geval Geert Wilders’ PVV niet de grootste in het land geworden is, een feit dat velen ertoe bracht te zeggen dat het gelukkig goed is afgelopen en dat het “populisme” gestopt is.

Maar het is helemaal niet goed gegaan. Het is nog volkomen onduidelijk hoe Rutte een nieuwe coalitie kan vormen. Om een meerderheid in het parlement te krijgen moet hij, naast de gedecimeerde sociaaldemocraten (als die er üperhaupt al zin in hebben mee te gaan regeren) en het CDA in ieder geval nog een links van de sociaaldemocraten staande partij, GroenLinks, in zijn coalitie opnemen. Tenzij hij natuurlijk Geert Wilders in zijn regeringsclub mee wil laten doen. Niet waarschijnlijk, omdat hij dat al tijden ontkent, maar we weten van Mark Rutte dat het niet iemand is die zijn woorden nakomt, en ach ja, het landsbelang hè, onder die dekmantel kan veel gestopt worden.

Het zal in ieder geval maanden duren, waarbij het nog maar de vraag is of er een levensvatbare coalitie gevormd kan worden.

Om te begrijpen wat er gebeurd is, is het van belang te kijken naar wat er in ons land de afgelopen decennia heeft plaatsgevonden. In de tachtiger jaren wat ons land het eerste in Europa dat systematisch loondumping invoerde, waardoor met “hervormingen” de werkloosheid kon worden overwonnen (waarbij we gemakshalve maar vergeten dat veel werklozen in o.a.de WW en de WAO werden gegooid, omdat de statistieken er dan beter uit zagen). Terwijl ons land een absoluut vaste wisselkoers met de Duitse mark er op na hield, gelukte het inderdaad, via export en stijgende overschotten op de lopende rekening relatief succesvol te zijn. De reden: het door velen geroemde “poldermodel”, wat destijds door veel landen werd bewonderd, en waarbij men zei dat dàt het recept was om succes te hebben in een wereldeconomie.

Afbeelding 1 laat de ontwikkeling van de kosten van arbeid (groeipercentage) zien van Nederland en Duitsland, gedurende de periode 1980 -2016.

verkiezingen De terugval in ons land gedurende de 80-er jaren was de sleutel tot het poldermodel, wat tot gevolg had dat het overschot op de lopende rekening van ons land behoorlijk steeg en het nog steeds vrij hoog blijft – hoewel teruglopend (afbeelding 2, in % van het bbp).

verkiezingen

Een klein land als Nederland kan dat gemakkelijk doen, maar het is wel duidelijk dat grote, laat staan èrg grote, landen dat concept (van het poldermodel) niet zomaar kunnen kopiëren zonder dat het systeem van vaste wisselkoersen (zoals bijvoorbeeld in een monetaire unie) daar niets van merkt. Deze logische conclusie ging politici en beleidsmakers in ons land (en ook in Duitsland) boven de pet. Een bulldog die door een schnautzertje gebeten wordt, zal er weinig van voelen, maar andersom is het een ander geval.

In die periode sloegen onze politici, ongeacht van welke politieke kleur, zichzelf op de borst het “beste systeem ter wereld te hebben”. Daardoor was het mogelijk succesvol te zijn bij een geglobaliseerde economie. We kunnen ons nog herinneren dat Ad Melkert (PvdA) zwaar beledigd was toen men hem vertelde dat het Nederlandse model niet ongewijzigd gekopieerd kon worden voor andere, grote landen.

Dan hebben we ook nog Wim Kok (ook PvdA) die in het zogenaamde Tweede kabinet Kok (na 1998) zijn VVD-minister van Financiën Gerrit Zalm (inderdaad, dezelfde man die ons de euro in heeft gelogen en de Nederlander toen 10% armer maakte) ten strijde liet trekken tegen Duitse politici, die er een veel behoudender beleid op na hielden. Zalm was bezeten van het idee dat Europa haar positie alleen door een grotere concurrentiekracht kon verbeteren.

De grootste schade heeft Wim Duisenberg (óók PvdA) aangericht, toen hij als eerste president van de ECB er een extreem star monetair beleid op na hield, wat hem echter niet verhinderde het monetarisme zódanig te interpreteren zoals monetaristen het nog nooit hadden gedaan. We denken echter dat ook Jeroen Dijsselbloem (óók PvdA) Wim Duisenberg op dit punt naar de kroon steekt. Dijsselbloem heeft als voorzitter van de eurogroep – altijd samen met Wolfgang Schäuble – zóveel foute beslissingen genomen die we zelden bij één persoon in een politieke carrière zien. Maar de mainstream media werpen rustig het beeld op van een “succesvol politicus”.

Alle genoemde politici en veel anderen in ons land waren bezeten van het poldermodel. De meesten van hen (behalve de onverstoorbare Jeroen Dijsselbloem) waren dan ook in shock, toen in het eerste decennnium van deze eeuw bleek dat ons land teruggevallen was achter Duitsland. De Nederlandse groeipercentages waren in het begin van deze eeuw net als in Duitsland gering, maar na de crisis van 2008/2009 daalden ze behoorlijk onder die van onze oosterburen (afbeelding 3, het reële bbp, groei in %). In de jaren 2012 en 13 kwam er meteen een recessie, rechtstreeks volgend op de Grote Recessie.

verkiezingen

De recepten van onze politici voor het bestrijden van de crisis waren dezelfde als voorheen. Als nu blijkt dat de Partij van de Arbeid terugzakt van bijna 25% naar 5%, dan kan dat alleen geïnterpreteerd worden als een resultaat van haar absolute onwetendheid van de gevolgen van haar (gesteunde VVD-)politiek voor de arbeiders en de (autochtone) zwakkeren in de samenleving. Sociaaldemocraten, die hun economische politiek voornamelijk kunnen financieren door een permanente druk op de lonen, om overschotten op de lopende rekening te kunnen bewerkstelligen, hebben hun feitelijke achterban verloochend, vooral in aanmerking nemend dat de bevolkingsgroep waarvoor zij zegt op te komen, het zwaarst werd gepakt.

Bejaarden, zieken, laagopgeleide arbeiders, de “kwetsbaren”, noem het rijtje maar op, moesten met lede ogen toezien hoe de door hen opgebouwde welvaartsstaat in sneltreinvaart werd afgebroken. Dat de VVD er hetzelfde beleid op na hield met een club regenten, waarvan er nogal wat excelleerden in liegen en bedriegen (inclusief de premier), is wrang te noemen. Rutte wist vooral de Turkije-kwestie van vorige week zó in zijn voordeel om te buigen dat zijn verkiezingsnederlaag beperkt bleef. De Partij van de Arbeid echter heeft de arbeider uit het oog verloren, het is verworden tot een elitaire, politiek-correcte verzameling van sociaaldemocraten, dat dat stempel niet verdient.

Misschien dat sociaaldemocraten in alle landen van de wereld nog tijdig inzien dan zij, willen zij bestaansrecht hebben, een politiek-eoconmisch concept nodig hebben waarbij de voordelen ten goede komen aan de arbeiders. De vraag is echter of zo’n concept vandaag de dag nog wel bestaat.

Reacties

Reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.