rutte

Is het vierde kabinet van mark Rutte in gevaar gebracht door Omtzigtgate?

De slordigheid van verkenner Ollongren die de de natie deelgenoot maakte van haar aantekeningen, was de naoorlogse rasinformateur Beel niet overkomen. Om journalisten en fotografen te ontwijken, schroomde hij niet door de bosjes rond paleis Soestdijk te kruipen om de koningin verslag uit brengen. Andere tijden. Het staatshoofd speelt in de formatie geen rol meer en dat is, hoe ongerijmd ook, vanuit democratisch oogpunt spijtig.

In 2012 voltooide het parlement op voorstel van D66 het een na laatste hoofdstuk in de politieke ontmanning van de koning, waarmee de liberaal Thorbecke in 1848 was begonnen. In onze dagen moest zelfs de flauwste schijn van politieke macht onder de kroonluchters worden weggenomen. De Tweede Kamer kon haar belangrijke taak na verkiezingen, het vormen van een regering, wel zelf af. Twee keer is dat redelijk goed gegaan. Nu ging het fout, opzichtig door de slordigheid van Ollongren, minder zichtbaar in de keuze voor twee actieve politici als verkenner, die zelfs een repeterend karakter heeft gekregen.

Waarom niet gekozen voor twee figuren die op wat meer afstand van de Haagse politiek staan, pakweg Johan Remkes en Thom de Graaf? De liberaal Remkes leidde in de vorige periode de staatscommissie die ons bestel doorlichtte op zwakke punten (waaronder nota bene de kabinetsformatie). De vrijzinnige De Graaf is vicepresident van de Raad van State, een functie die zich sinds Tjeenk Willink sterk heeft ontwikkeld tot die van waakhond van de democratische rechtsstaat.

Het machtsdenken prevaleert boven het democratisch denken

Juist nu het toeslagenschandaal duidelijk heeft gemaakt dat zowel de ene kant als de andere kant van ons staatsbestel is beschadigd, was een afstandelijker benadering van de machtsvorming op zijn plaats geweest. Nu is door de geopenbaarde notities van Ollongren de indruk versterkt dat de natie van het ene naar het andere kabinet wordt gerommeld. Het machtsdenken prevaleert boven het democratisch denken. Die tendens was al zichtbaar in de val van het kabinet, die geen val was maar een gecontroleerde noodlanding, die als fraai excuus diende voor het omzeilen van een volwaardige democratische verantwoording.

In een land waar de verscheidenheid groot is, vormt het vertalen van een verkiezingsuitslag in regeringsvorming een delicaat karwei, dat om zorgvuldigheid vraagt, alleen al in zichzelf, ­anders ontstaan er gauw brokken, maar vooral uit respect tegenover de kiezers die zojuist hebben gesproken. Cort van der Linden, de politieke overgrootvader van Rutte die een eeuw geleden een succesvol kabinet leidde, vatte zijn kijk daarop samen in de uitspraak: ‘Ik heb de stemmen niet alleen geteld, ik heb ze ook gewogen’. Dat wegen kon je in zijn ogen alleen doen vanuit een ‘onafhankelijke onbaatzuchtigheid’.

Daar zat iets paternalistisch in, dat niet meer van deze tijd is, maar de grondhouding deugde, zeker in het licht van zijn opvatting dat de overheid ‘geen macht boven de samenleving’ is, maar een orgaan dat de samenleving dient en ruimte geeft. Hoe hebben de verkenners Ollongren en Jorritsma de ruim 342.000 stemmen op het CDA-Kamerlid Omtzigt gewogen? Als een signaal van de kiezers dat een gezonde tegenmacht tegenover de macht van een kabinet noodzakelijk is of als de bekrachtiging van zijn promotie naar ‘een functie elders’, omdat hij als Kamerlid de zittende macht hoofdpijn bezorgde?

De koning  was in het staatkundig leven een nuttig rustpunt

Om te voorkomen dat de macht in een formatie doordendert, was de koning in het staatkundig leven een nuttig rustpunt. Niet langer de machts­factor uit vroeger dagen, maar de verbeelder van de gehele samenleving, die uit dien hoofde politici tot reflectie kon bewegen of een confronterende vraag kon stellen. Misschien kunnen juist de liberalen, die politiek gingen bedrijven om de koning van zijn absolute macht te beroven, moeilijk aan de omgedraaide rollen wennen. In het gespiegelde beeld was, hoe dan ook, het wegwerken van de koning uit de formatie het elimineren van een vorm van tegenspraak, dat de democratie eerder heeft verzwakt dan versterkt.

Het ligt domweg in lijn daarmee de geest van dualisme, krachtig verbeeld door Omtzigt, zoveel mogelijk terug te dringen. De twee grootste partijen, VVD en D66, doen zelfs geen moeite meer tot objectivering van de politieke situatie door zittende (ook nog half-missionaire) ministers als verkenners de wei in te sturen. Een staaltje van arrogantie van de macht en minachting van de kiezers.

Misschien is dat alleen te begrijpen uit de historie: we moeten helemaal terug naar het einde van de 19de eeuw voor een vergelijkbare dominantie van liberaal en vrijzinnig over christelijk en (pril) socialistisch. VVD en D66 lijken een beetje dronken van de macht, zoals de PvdA in 1977 – en we weten hoe dat afliep. Dat vierde kabinet-Rutte, komt dat er wel?

Abonneer u nu op onze gratis elektronische nieuwsbrief SDB-nieuws klik hier om te registreren

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.