rutte

Het zijden draadje waar de politieke toekomst van Mark Rutte (VVD) vorige week aan leek te hangen, is nu van elastiek

D66 en CDA willen Rutte nog een kans geven. Vooralsnog lijken de partijen vooral tijd te kopen.

Het zijden draadje waar de politieke toekomst van Mark Rutte (VVD) vorige week aan leek te hangen, is nu van elastiek: iets sterker, maar nog altijd met een kans op knappen. Na het debat donderdag tot diep in de nacht, waarin behalve de VVD alle partijen in de Tweede Kamer voor een motie van afkeuring tegen Rutte stemden, leek een vierde kabinet onder zijn naam nagenoeg onmogelijk. Vier dagen later is de sfeer anders.

Donderdag bleef Rutte net overeind. De coalitiepartijen van zijn demissionaire kabinet – VVD, D66, CDA en de ChristenUnie – gaven als enige geen steun aan een motie van wantrouwen, één stap verder nog dan de wel breed gesteunde motie van afkeuring. Zaterdag zegde CU-leider Gert-Jan Segers alsnog het vertrouwen op, toen hij verklaarde niet met Rutte in een kabinet te willen. Daarmee leek de kans op een meerderheidskabinet verkeken – en de impasse compleet.

Maar na de Paasdagen, waarin fractievoorzitters hadden gezegd zich te zullen bezinnen, veranderden de toonhoogte en inhoud van de discussie. Anders dan Segers wilden D66 en CDA Rutte dinsdag vooraf niet uitsluiten. Zij willen éérst in gesprek met informateur Herman Tjeenk Willink, dinsdag aangesteld na overleg tussen alle partijen. In een Kamerdebat dinsdag viel op dat Rutte nadrukkelijk toenadering zocht tot D66-leider Sigrid Kaag.

Zijn inbreng ging over het herstellen van vertrouwen. Rutte wilde het hebben over de „vervolgvraag” en over „macht en tegenmacht”. Dat noemde hij meermaals „een belangrijk thema” dat hij „wilde agenderen”. Interessant genoeg is dat het thema dat CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt, de man om wie het allemaal was begonnen, al jarenlang probeert te agenderen.

‘We zullen verder moeten’

Rutte kwam vorige week juist in de problemen door het verwijt dat hij de kritische Omtzigt had proberen weg te werken. Hij zei er geen actieve herinnering aan te hebben dat hij Omtzigt in de verkennende fase van de formatie bij naam had genoemd, hoewel dat uit documenten wel degelijk het geval bleek. Rutte zei hierover dinsdag: „Ik heb gelogen, ik heb dat alleen naar beste eer en geweten gedaan.” Nu wilde Rutte liever praten over de verhouding tussen de Tweede Kamer en het kabinet, en over een andere bestuurscultuur. Geen coalitieoverleggen meer waarin alles wordt afgetikt. Geen regeerakkoorden meer waarin alles wordt dichtgetimmerd.

Ook Kaag wilde het hebben over „de bestuurscultuur” en hoe die moest veranderen. Ze vond het dinsdag „niet het moment” om te zeggen of ze Rutte uitsluit in een nieuw kabinet. „Het helpt het land niet als we voortijdig over de poppetjes gaan praten.” En: „Ik wil weg van personen en het persoonlijke, we moeten nu juist naar het inhoudelijke.” Na haar inbreng, toen Kaag weer plaatsnam in de bankjes, kreeg ze een knipoog van Rutte.

Opeens wil ook Rutte het hebben over macht en tegenmacht – thema’s die passen bij Omtzigt

D66 zit behoorlijk klem. Zonder de VVD schuift ook het CDA niet aan de formatietafel aan. En zonder VVD én CDA heeft D66 bijna twee derde van de oppositie nodig voor een meerderheidsregering. Een optelsom die cijfermatig al veel vraagt, maar inhoudelijk ook lastig is. Al was het maar omdat D66 in de campagne al „grote vraagtekens” had gezet bij samenwerking met de SP, vanwege de eurokritische houding van de socialisten.

Het CDA is vooralsnog ook niet van plan om Rutte vooraf uit te sluiten. Hoekstra zei in het Kamerdebat: „We zullen op de een of andere manier wel verder moeten.” Ook hij wilde dat de gesprekken met Tjeenk Willink zouden gaan over „macht en tegenmacht”. Voor het CDA is dat ook een manier om Pieter Omtzigt aan boord te houden. Hij zit thuis omdat hij rust nodig heeft. Of Omtzigt er ook klaar voor is om, in de woorden van Hoekstra, „vooruit te kijken” is maar de vraag. In het CDA wordt een beroep op zijn verantwoordelijkheidsgevoel gedaan. Omtzigt kreeg ruim 340.000 voorkeursstemmen. Die zou hij, zeggen CDA’ers, serieus moeten nemen door ook serieus de formatie in te gaan en te kijken wat hij inhoudelijk voor elkaar kan krijgen.

VVD, D66 en CDA lijken dus aan te sturen op een eerste formatiefase waarin een onderwerp wordt besproken waarover consensus makkelijk is te vinden. Kaag waarschuwde Rutte wel: of het vertrouwen kan worden hersteld, hangt ook „heel erg af van de heer Rutte zelf en welke veranderingen en inzet hij pleegt”.

Vooralsnog kopen de partijen tijd. Tijd die de VVD nodig heeft omdat in de drie weken die Tjeenk Willink heeft, voordat hij een eindverslag moet voorleggen aan de Kamer, de publieke opinie in het voordeel van Rutte kan kantelen. Tijd die het CDA nodig heeft om de interne crisis op te lossen en de banden met Pieter Omtzigt aan te halen. En óók tijd waarin het vertrouwen van linkse partijen hersteld kan worden. Want Rutte uitsluiten zoals de ChristenUnie, doen GroenLinks en de PvdA niet. Jesse Klaver en Lilianne Ploumen verwezen dinsdag steeds weer naar de motie van wantrouwen die ze eerder hadden gesteund, maar wilden niet zeggen of dat ook betekent dat ze definitief niet meer met Rutte in een kabinet kunnen.

Abonneer u nu op onze gratis elektronische nieuwsbrief SDB-nieuws klik hier om te registreren

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.