mondkapje

Het wordt nooit wat met het mondkapje en mij

Even overweeg ik om het in elkaar gefrommelde exemplaar op te rapen dat vlak voor mij op het trottoir ligt, maar ik zei het al: dit is een zondig dorp. Men gaat hier volgens de geruchten geen variant uit de weg.

Wil ik, zoals elke week, 28 perssinaasappelen aanschaffen, kom ik thuis met een fles HG-koffiemachineontkalker met melkzuur, volgens het etiket speciaal ontwikkeld voor het verwijderen van kalkaanslag uit espressomachines op een uiterst milde maar effectieve wijze.

“Wat moet ik dáár nu weer mee?” roept mijn vrouw.

Rustig maar, ik leg het uit.

Ik houd niet van supermarktperssinaasappelen, moet u weten. Nee, dat verdient een andere formulering: ik houd niet van fruit dat binnen enkele dagen tot oude beschimmelde foamballen verwordt. Om die reden parkeer ik mijn bolide die dag in een aanpalend dorp, waar de zucht naar genotsmiddelen en de daarmee verbonden neiging tot zondigheid weliswaar aanzienlijk kunnen worden genoemd, maar waar tenminste nog een groenteboer is gevestigd. Vanaf de parkeerplek is het 500 meter lopen naar zijn winkel. Vlak voordat ik bij hem arriveer realiseer ik het mij plotseling, vergeefs graaiend in mijn jaszakken: shit, geen mondkapje.

Het wordt nooit wat met het mondkapje en mij.

Let wel, hier ligt geen onwil aan ten grondslag. Ik behoor niet tot het schrikbarende peloton Baudetiers wier standpunten aangaande al wat met Covid-19 van doen heeft zo diep in beton zijn gegoten, zo stevig zijn vastgeklonken en dus zo onwrikbaar zijn, dat zij elke tegenwerping, hoe goed onderbouwd ook, meesmuilend naast zich neerleggen. Oogkleppen dragen zij namelijk wél. Sterker nog, jíj bent de nitwit in hun ogen. “Ik ben goed geïnformeerd”, zei een kennis die geen vaccin wil, corona nog altijd als een griepje beschouwt en mondkapjes weigert te dragen kortaf tegen mij. Met andere woorden: jij bent níet goed geïnformeerd.

Je moet de lef maar hebben.

Enfin, geen enkel bezwaar dus, tegen mondkapjes.

Ik vergeet ze alleen steeds.

Zo meneer, nu kunt u tenminste gezellig bij ons binnenkomen. Welkom!

Wat nu te doen? Teruglopen naar mijn auto? Ik heb nog een pakje mondkapjes in het dashboardkastje liggen, maar hallo, dat is 450 meter vice versa. Even overweeg ik daarom om het in elkaar gefrommelde exemplaar op te rapen dat vlak voor mij op het trottoir ligt, maar ik zei het al: dit is een zondig dorp. Men gaat hier volgens de geruchten geen variant uit de weg, dus dat plan wordt om hygiënische redenen snel geschrapt, mede doordat inmiddels het besef tot mij doordringt dat de drogisterij slechts tien meter verderop is.

“Heb jij misschien nog een mondkapje over?” roep ik door de deuropening naar een der caissières.

“Ja hoor”, zegt zij vrolijk.

Zij dartelt op mij af, overhandigt mij een schoon wegwerpexemplaar en zegt: “Zo meneer, nu kunt u tenminste gezellig bij ons binnenkomen. Welkom!”

Oei, dat is de bedoeling niet. Ik wil alleen maar naar de groenteboer, maar ik kan nu ook niet zomaar weglopen. Men kent mij hier – alles in het nette hoor – en dat kind heeft mij nota bene hartstikke vriendelijk geholpen. En dus loop ik naar binnen en…

Juist.

€ 7,30, mevrouw, zo’n ontkalkingsmiddel.

Nu nog een espressomachine.

Abonneer u nu op onze gratis elektronische nieuwsbrief SDB-nieuws klik hier om te registreren

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.