DELEN
brief
Het bizarre verhaal van de Japanner die al jarenlang dezelfde brief schrijft aan een Nederlands hotel

Decennialang al ontvangt Hotel Spaander in het Nederlandse Volendam wekelijks dezelfde brief van ene Mr. Kaor uit Japan. Journalist Lex Boon zet alles op alles om de mysterieuze afzender te vinden en komt in een wel heel bizar verhaal terecht.

Het is begin maart en het licht van de heldere winterzon weerkaatst via het water van het Markermeer bij Hotel Spaander naar binnen. Buiten is het een graad of negen. De tafel van het restaurant ligt vol met klassieke luchtpostenveloppen, vederlicht en met rood-blauw geblokte randen. In totaal zijn het er bijna tweehonderd, bezorgd in de afgelopen tien maanden. Twintig per maand, vijf per week, elke postbezorgdag één.

‘Het meest kunstzinnige hotel van Nederland’, staat er in krampachtig geschreven blokletters op elke envelop

‘Het meest kunstzinnige hotel van Nederland’, staat er in krampachtig geschreven blokletters op elke envelop. Aan de achterkant zijn ze dichtgeplakt met kleurrijke Japanse postzegels. Afgestempeld in Nagao, Kagawa.

De meeste brieven zijn nog ongeopend. Ik scheur er voorzichtig een open. En daarna nog een. En nog een.

Het is een vervreemdende ervaring, om een handgeschreven brief te openen waarvan je na de eerste twee brieven precies weet wat er in staat. Elke brief bevat namelijk dezelfde, wonderlijke tekst.

Dear Sirs:

How are you and how is the weather?

Thank you very much for sending me some informations the other day.

Please give my best regards to all members.

Yours faithfully

MR. KAOR

NEDERLAND

“Worden we met zijn allen in de maling genomen door Mr. Kaor?”, vraagt Chris Noordstrand, de general manager van het hotel, die me heeft uitgenodigd de brieven te komen bekijken. “Zouden wij het enige hotel zijn waar hij dit doet?”

brief

“Het doet me denken aan de film Groundhog Day”, zegt salesmanager Sander Mager. “Dat er een man is die elke ochtend wakker wordt en denkt: vandaag ga ik Hotel Spaander een brief sturen.”

Chris: “We denken natuurlijk dat hij gestoord is, maar wie zegt dat wij dat niet zijn?”

Ik houd een van de brieven tegen het licht en zie in het papier kleine streepjes lopen: doorgedrukte letters van een eerdere brief, die op millimeters na gelijk moet zijn geweest.

“Hij schrijft de brieven in elk geval op een notitieblok, waarschijnlijk meerdere achter elkaar”, zeg ik.

Chris kijkt zijn salesmanager even aan. “Dan ben je nu al verder dan wij tot nu toe zijn gekomen.”

Ik stel voor om de stapel brieven mee te nemen en een poging te wagen om de mysterieuze schrijver te vinden. Want wie is, of gaat er schuil achter Mr. Kaor? Dat vragen Chris en Sander zich al een paar jaar af. En ik sinds een kwartier ook.

Analoge junkmail

In 2014 liep Chris een tijdje rond als consultant bij het hotel. De brieven vielen hem op, vooral omdat ze ongeopend werden weggegooid. “Dat zijn brieven van een meneer uit Japan die ons bedankt voor de informatie”, kreeg hij van het personeel te horen.

Ze kwamen al minstens tien jaar binnen, zei de een. Nee, zeker twaalf jaar, zei de ander. In elk geval: het was analoge junkmail. Niemand keek er meer van op.

Het is onduidelijk of Mr. Kaor het hotel ooit heeft bezocht: in de archieven is geen reservering onder zijn naam te vinden

5 De brief: elke keer weer – ongeveer – dezelfde tekst. © Sanne Zurné
Toen Chris een paar jaar later general manager van het hotel werd, bleek Mr. Kaor de brieven nog steeds te schrijven. “Toen heb ik gezegd: bewaar die dingen vanaf nu, misschien kunnen we er iets mee. Kan ik een keer met die brieven in bad gaan zitten voor een foto, of zo.”

Nog liever dan een foto heeft hij antwoorden. Wie is Mr. Kaor? Wat zijn dit voor brieven? Waarom stuurt hij ze? Wanneer is hij ermee begonnen?

Sander en Chris hebben eigenlijk alleen een idee waar de brieven vandaan komen: een industrieterrein langs een tweebaansweg, met een grote verlaten parkeerplaats ernaast, op het eiland Shikoku in Japan. Dat is wat Google Streetview laat zien als ze het retouradres, dat op de envelop staat, opzoeken. Bij dat adres staat ook zijn volledige naam: Kaor Yamamoto.

“Als we die man vinden, willen we wel een ticket voor hem betalen en hem uitnodigen hier een tijdje te verblijven”, zegt Chris. Dat is dan misschien voor het eerst, want het is onduidelijk of Mr. Kaor het hotel ooit heeft bezocht: in de archieven is geen reservering onder zijn naam te vinden.

Voor vertrek geeft Sander een rondleiding door het hotel. Dat ontstond in 1881, toen Leendert Spaander een café aan de Volen­dam­se haven kocht en er een paar kamers en ateliers bij liet bouwen. Hij nodigde kunstenaars van over de hele wereld uit om naar het dorp te komen, om zich te laten inspireren door het landschap.

Alle panden om het oorspronkelijke café horen inmiddels bij het hotel, dat naast 78 kamers ook vergader- en feestzalen, een zwembad met sauna, een restaurant, een pub en groot terras heeft. De oude herberg waar het allemaal begon, is in stand gehouden en de donkere ruimte hangt vol met klassieke landschappen en portretten.

“Veel kunstenaars betaalden destijds hun rekening met een schilderij”, zegt Sander terwijl hij door de herberg loopt. “Dit is slechts een deel van de collectie van 1.400 schilderijen die het hotel in bezit heeft.”

Daarom noemt de man Hotel Spaander vermoedelijk ‘het meest kunstzinnige hotel van Nederland’. Maar waar heeft hij dat vandaan?

Thuis maak ik die avond nog een paar brieven open. Het blijft verbazingwekkend: elke brief bestaat – op het adres en de datum na – uit 35 woorden, op vrijwel dezelfde manier met zwarte inkt op het papier gepositioneerd. Het handschrift is sierlijk verstijfd.

Toch zijn er kleine verschillen te ontdekken. Soms schrijft hij ‘NEDERRAND’ in plaats van ‘NEDERLAND’. De ene keer noemt hij zichzelf Mr. Kaor, de andere keer Dhr. Kaor. Bij sommige brieven zit, zonder verdere uitleg, een proefmonster van een Japanse shampoo of een crème.

De kleurrijke postzegels die hij gebruikt verschillen van ontwerp – er zijn vogels, vissen, konijnen, pauwen, schelpen, bloemen, geroosterde kastanjes, watermeloenen en sterrenhemels – en hebben een waarde van 82 yen per stuk. Dat betekent dat hij voor elke brief 1,27 euro aan verzendkosten kwijt is. Als hij echt al vijftien jaar in deze frequentie brieven stuurt, komt dat uit op 4.572 euro aan postzegels.

Het hotel heeft in de afgelopen jaren regelmatig brieven teruggestuurd, zowel in het Engels als Japans, maar het is onduidelijk of die brieven ook aankomen. Er komt nooit een ander antwoord binnen dan ‘how are you and how is the weather’.

Op de enveloppen staat dan een retouradres, maar straat en huisnummer ontbreken. Eigenlijk staat er niet meer dan Mr. Kaor Yama­moto, woonachtig in het dorp Iza, in de prefectuur Kagawa in Japan. De postcode op zijn brief geldt voor het hele gebied: Mr. Kaor woont waarschijnlijk niet echt op het industrieterrein.

Het blijft verbazingwekkend: elke brief bestaat uit 35 woorden, op vrijwel dezelfde manier met zwarte inkt op het papier gepositioneerd

Shikoku is het kleinste van de vier grote eilanden van Japan. Van de 126 miljoen inwoners van het land wonen er hier nog geen 4 miljoen. Op satellietbeelden is te zien dat Iza een gebied van ongeveer 2,5 bij 1,5 kilometer bestrijkt, waarvan het grootste deel bestaat uit intens groene heuvels, die als mos op de beelden verschijnen. Rond de tweebaansweg die het dorp doorkruist is de meeste bebouwing. Daarachter liggen lapjes landbouwgrond in verschillende tinten groen, waaromheen ook wat panden zijn te ontdekken.

Grapjurk

Stap één – en eigenlijk de enige stap die ik kan bedenken – is om Mr. Kaor ook een brief te schrijven. Ik stuur mijn kaartje en een recente krant mee, om te bewijzen dat ik journalist ben. Misschien dat hij zich dan wel nader wil verklaren.

“Er is trouwens wel iets vreemds met zijn naam”, zegt japanoloog Ingrid Beyer, die zo aardig is om de brief te vertalen. “In het Japans is er maar één lettergreep zonder klinker op het eind en dat is de N.”

Kortom: Mr. Kaor schrijft zijn eigen naam verkeerd. Het zou bijvoorbeeld Mr. Kaori of Mr. Kaoru moeten zijn. En dan zou het eigenlijk weer logischer zijn dat het een vrouw is, geen man.

De weken vliegen voorbij. Terwijl er om de paar dagen wel een brief bij het hotel wordt bezorgd – “Het lijkt wel of ze steeds vaker komen”, laat Sander weten – blijft een antwoord op mijn brief uit. Anderhalve maand na het versturen heb ik de hoop opgegeven dat ik op deze manier in contact kom met Mr. Kaor.

Dat verandert als ik op een dag naar de koffieautomaat op de redactie loop en mijn oog op het prikbord met een selectie van de lezerspost valt. Over de klachten, complimenten en geboortekaartjes heen is een handgeschreven brief geprikt:

Dear Sirs,

How are you and how is the weather?

Ik hoef niet verder te lezen en kijk verward om me heen, zoekend naar een collega om mijn verbazing mee te delen. De brief is exact hetzelfde als de brieven aan het hotel, inclusief de uitlijning aan de rechterzijde en het woord ‘weather’ dat eigenlijk niet meer op de regel past.

Op mijn vragen gaat Mr. Kaor niet in: ook ik word bedankt voor ‘sending some informations the other day’ en moet de groeten doen aan al mijn collega’s.

“De brief kwam vorige week binnen”, zegt mijn chef. “En dit was zo vreemd dat ik hem maar heb opgehangen.” In zijn prullenbak vindt hij de envelop. ‘Het Parool’, staat er in blokletters op, maar mijn naam ontbreekt. Wat een mazzel, denk ik, dat de brief me niet ontglipt is.

Dat geluksgevoel verdwijnt een paar dagen later, als er weer een brief binnenkomt op de redactie. De week daarop volgen er zelfs drie. Allemaal handgeschreven, allemaal identiek aan de brieven die het hotel al jaren ontvangt. Ook ik sta op de mailinglijst van Mr. Kaor Yamamoto.

Ik zie voor me hoe de man 9.000 kilometer verderop, achter een bureau met een stapel luchtpostenveloppen, aan het grinniken is, terwijl hij zich een voorstelling maakt van de staat van verwarring waarin hij me heeft gebracht. Ik vraag me af of hij ook weet dat hij me één stap dichterbij heeft gebracht: hij heeft mijn brief ontvangen, zonder dat er een straat of huisnummer op stond. In Iza moet dus een postbode rondlopen die precies weet waar Mr. Kaor te vinden is. Als dit tenminste allemaal echt is.

Kunstproject?

‘Het is wel zeker weten een man’, zegt de grafologe terwijl ze de letters bestudeert. ‘Ik vermoed dat hij tussen de 60 en 70 jaar is.’

Er is namelijk nog een ander mogelijk spoor: in Amsterdam blijkt een Japanse kunstenaar te wonen met de naam Kaoru Yamamoto – één letter verschil, maar wie weet is dat de ontbrekende klinker achter Mr. Kaor. Ze runt een alleen op afspraak te bezoeken kunstgalerie op de Keizersgracht.

Op haar site lees ik dat ze in het begin van de jaren 90 een van de eerste Japanse kunstenaars was die zich bezighielden met computer-gegenereerde kunst en dat ze in 1995 een studio in Amsterdam begon. Dat is ongeveer in dezelfde periode waarin volgens het hotel de stroom brieven op gang kwam. Zou dit toch een kunstproject kunnen zijn? Honderden handgeschreven brieven, als tegenhanger van haar digitale kunst?

Ik stuur Kaoru Yamamoto een mail waarin ik, nadat ik alles zo goed mogelijk heb uitgelegd, vraag of ze misschien iets met de brieven te maken heeft.

In de reactie die ik van haar krijg klinkt wat paniek door. “Ik ben niet blij dat ze mijn naam gebruiken!!”, schrijft Kaoru terug.

Een paar dagen later bel ik aan bij Kyas Art Salon op de Keizersgracht, om wat meer tekst en uitleg te geven. Kaoru neemt me mee naar de tweede verdieping, met een prachtig uitzicht op de Westertoren.

brief
Dit is hem dan: Mr. Kaor Yamamoto, vereeuwigd door kunstenaar Rinus van Hall. © Rinus van Hall

Ze is net bezig met het afbouwen van een tentoonstelling van de Japanse kunstenaar Yoshiyasu Tamura. De kleurrijke portretten van vrouwen in surrealistische omgevingen, geschilderd op een ondergrond van bladgoud, zijn modern, klassiek, Japans en westers tegelijk. Ze stelt me ook voor aan Rinus van Hall, een jonge Amsterdamse kunstenaar die ze vertegenwoordigt. Nu er even geen tentoonstelling is, gebruikt hij de ruimte om te schilderen. Tegen de wand staat een prachtig en groot naakt, in de vensterbank staan kleine portretten. Rinus heeft een klassieke stijl, die doet denken aan de portretten in de herberg van Hotel Spaander, maar dan met hedendaagse mensen.

De naam Yamamoto is een veel voorkomende naam in Japan, vertelt Kaoru, terwijl ze een ijskoffie drinkt. Als ik haar een paar brieven laat openen, is ook duidelijk dat ze echt niets met Mr. Kaor te maken heeft: het ongeloof en onbegrip, bij elke identieke brief, is groot.

Wel is Kaoru – en ook Rinus – net zo gefascineerd door de brieven als ik. Bij het afscheid beloof ik ze op de hoogte te houden. En als ik ooit hulp nodig heb bij de zoektocht, biedt Kaoru haar hulp aan: ze spreekt de taal en heeft goede contacten in Japan. Ze groeide op in Osaka, op zo’n 150 kilometer van Iza. “Het is daar echt countryside.”

Nog nooit gezien

“Wat een gek”, zegt Maresi de Monchy, op de bovenste verdieping van een Rotterdams appartementencomplex, met uitzicht over de Maas en de Erasmusbrug. “Wat een idioterie.”

De voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Grafologen wil best kijken of er aan de hand van het handschrift iets te zeggen valt over Mr. Kaor, maar ze moet eerst haar verbazing kwijt over de stapel brieven die ik op haar keukentafel leg. “Hij is gestoord. Wie doet nu zoiets? Dit heb ik nog nooit gezien.”

En dat terwijl De Monchy in de afgelopen veertig jaar duizenden brieven heeft geanalyseerd. Ooit speelde haar oordeel over iemands handschrift een belangrijke rol. In sollicitatieprocedures bijvoorbeeld. Toen grafologie nog niet werd beschouwd als pseudowetenschap, maar als een variant op de psychologische test. Als De Monchy op basis van het handschrift oordeelde dat een piloot niet stressbestendig was, kwam hij ook niet in de cockpit.

Meer werk zit er voor De Monchy tegenwoordig in de forensische schriftexpertise. Door handschriften te vergelijken kan ze de identiteit van de schrijver vaststellen. Handig in zaken waar het bijvoorbeeld om vervalste handtekeningen draait.

Een paar dagen later komt er op de redactie een brief binnen met ‘please remember me’ in plaats van ‘please give my regards’.

Over de identiteit van Mr. Kaor Yamamoto kan ze weinig zeggen. “Het is wel zeker weten een man”, zegt ze terwijl ze met een loep de letters bestudeert. “Ik vermoed dat hij tussen de zestig en zeventig jaar is.”

Als Engels zijn moedertaal zou zijn, zou De Monchy wat kunnen zeggen over eigenschappen als intelligentie, aanpassingsvermogen, verbeeldingskracht of angst. “Dat alles wat krampachtig en slordig is, komt waarschijnlijk doordat dit alles is wat hij van de Engelse taal kent. Daarom zijn de brieven ook hetzelfde.”

Als De Monchy een paar oudere brieven met recentere brieven vergelijkt, zegt ze ‘hmm’ en ‘interessant’. “Kijk naar hoe lussen in de laatste brieven schokkerig afbreken. Het lijkt krampachtiger te worden, of alles meer moeite kost. Ik denk dat hij geestelijk achteruitgaat.”

En er is nog een zorgelijke ontwikkeling: een paar dagen later komt er op de redactie een brief binnen met ‘please remember me’ in plaats van ‘please give my regards’. De nieuwe afsluiting staat ook op de brieven van het hotel, bevestigt Sander. Is dit een afscheid?

Satellietfoto’s

Ik ga snel langs bij Kaoru en Rinus om een nieuw plan te bespreken: zouden we hem kunnen bellen? We weten zijn nummer niet, maar we vinden verschillende telefoonnummers van bedrijven rond Iza. Zo is er een kleine supermarkt en zit er een dorp verderop een postkantoor. Ook vinden we het nummer van het postsorteercentrum in Nagao, waar de brieven worden afgestempeld.

Iza is klein, de brieven zijn opvallend en we gokken erop dat de persoon aan de andere kant van de lijn meteen weet over wie het gaat zodra we zijn naam, de brieven en Nederland noemen. Als we een paar dagen later ’s ochtends vroeg afspreken – in Japan is het zeven uur later – blijkt al snel dat het kansloos is.

De supermarkt denkt na een lang gesprek dat we een werknemer zoeken met de naam Yamamoto. Bij het postkantoor worden we een paar keer in de wacht gezet. Als we de brieven niet willen ontvangen, moeten we ze weigeren, krijgen we te horen. Ook bij het postsorteercentrum begrijpen ze niet waarover het gaat en kunnen ze vanuit privacyoverwegingen sowieso niets zeggen.

Langzaam begint het door te dringen: als we Mr. Kaor Yamamoto willen vinden, moeten we er misschien naartoe.

We bekijken nog een keer de satellietfoto’s van het gebied. In totaal staan er 159 constructies, waarbij het niet helemaal duidelijk is wat een huis, forse schuur of winkel is. Als de postbode niet wil vertellen waar Mr. Kaor woont, moet het lukken om in een paar dagen tijd langs alle deuren te gaan. En als dat niet werkt, zouden we ter plekke een envelop met een kleine gps-zender op de post kunnen doen. Alleen: zou Mr. Kaor ons ook wel willen ontmoeten?

We besluiten eerst nog maar een brief te schrijven. Rinus adviseert een foto mee te sturen, zodat Mr. Kaor misschien ook een foto van zichzelf terugstuurt. Een collega heeft ook advies: misschien wil de man gewoon écht weten hoe het weer is, en wacht hij tevergeefs al jaren op een antwoord.

Ik schrijf Mr. Kaor Yamamoto dat het een uitzonderlijk hete en droge zomer is, stuur een pasfoto mee en vraag hem of we op bezoek mogen komen.

Misschien schrikt hij van de foto of het verzoek, of wilde hij echt weten hoe het weer was. Een paar weken na de brief komen er op de redactie in elk geval geen brieven meer binnen. Sander stelt me gerust: het hotel ontvangt ze nog wel, hoewel iets minder vaak. De vreemde afsluiting met ‘please remember me’ is wel weer verdwenen.

Het is hem

“Hallo, ik bel vanuit Nederland. En ik ben op zoek naar een man die al jaren brieven stuurt naar een hotel in Volendam”, zegt Kaoru wat zenuwachtig, terwijl haar telefoon op speakerstand staat.

Aan de andere kant van de lijn klinkt een Japanse man. “Hai”, zegt hij.

Kaoru beweegt haar hoofd op en neer en wijst naar de telefoon. “Het is hem”, fluistert ze naar Rinus en mij.

Een paar dagen eerder kreeg ik van Kaoru een bericht: een oud-assistent van haar in Osaka had, via het Japanse telefoonbedrijf, twee nummers weten te achterhalen van Yamamoto’s die in de omgeving van Iza wonen. We spraken weer ’s ochtends vroeg op de Keizersgracht af om de nummers te proberen. Bij de eerste poging nam niemand op. En nu, bij het tweede nummer dat we bellen, wordt er na de vierde beltoon opgenomen.

In de huurauto is het doodstil, terwijl ik een afslag in de buurt van Iza neem. Iedereen is gespannen

“Ja, ik ben de man die de brieven schrijft”, zegt Mr. Kaor. “En dat doe ik al veertig jaar.”

We zijn allemaal overdonderd. Kaoru, Rinus en ik dat we hem opeens hebben gevonden. De man aan de andere kant omdat hij na al die jaren schrijven opeens wordt gebeld.

Na een kort gesprek geeft Kaoru de samenvatting: Mr. Kaor is een 64-jarige, gepensioneerde boer die samen met zijn vader in een huis woont. De brieven schrijft hij zonder reden. Gewoon, omdat hij het ‘leuk’ vindt. En daar is hij dus al mee begonnen toen hij in de twintig was. In Volendam is hij nooit geweest en hij wil er ook niet naartoe: dat kan ook niet, met zijn oude vader.

Ik stuur Chris Noordstrand van Hotel Spaander een bericht dat de zoektocht ten einde is: binnenkort mogen we Mr. Kaor nog eens bellen om alle vragen te stellen die we hebben. Van zijn uitnodiging om naar Nederland te komen wil de man geen gebruikmaken, vanwege zijn vader.

Chris belt al snel terug. Hij is het er niet mee eens dat de zaak nu gesloten is. “Ik wil weten wat voor man het is, in wat voor huis hij woont en hoe het dorp is. Ik wil zien waar hij zijn brieven schrijft en ik wil met hem op de foto. Pas daarna kan ik het laten rusten. Ik denk dus dat ik die kant op ga.”

Zenuwachtig

Zeven maanden nadat ik in een hotel in Volendam een brief van Mr. Kaor Yamamoto tegen het licht heb gehouden, zit ik samen met een hoteldirecteur, een naamgenoot van de brievenschrijver en een jonge Amsterdamse schilder in een bus.

We rijden door een betongrijs gebied met daarboven een asgrauwe lucht. Rechts, in de verte, de skyline van Osaka, links een uitgestrekt havengebied. Raamloze loodsen, functionele fabriekspanden en geïsoleerde torens van soms meer dan 200 meter hoog wisselen elkaar daar af. Half op de kade, half in het water liggen een paar in elkaar gedeukte kranen: een herinnering aan tyfoon Trami, die een paar dagen eerder veel problemen heeft veroorzaakt.

Aan de kant van de weg zijn desolaat ogende woonblokken te zien, waartussen op meerdere plekken hoge palen in de lucht steken met een groen net ertussen: driving ranges, voor wie in een stedelijke omgeving golfballen wil wegslaan.

Via een hangbrug van bijna 4 kilometer lang verlaten we het eiland Honshu en rijden we via het kleine eiland Awaji naar Shikoku. Langzaam verdwijnt het grijs. De weg doorkruist een heuvelachtig landschap, dat erbij ligt als een groen, gekreukeld dekbed. De begroeiing is wild en intens. Soms is er een doorkijkje naar het donkerblauwe water van de Japanse Binnenzee.

Hij schreef veertig jaar lang brieven, het duurde een paar maanden om hem op te sporen, de vlucht van Amsterdam naar Osaka duurde bijna elf uur, op het vliegveld moesten we drie uur wachten en inmiddels is de bus al even lang onderweg, maar we hebben de plek bereikt waar Mr. Kaor Yamamoto moet wonen.

We waren welkom, zo had hij gezegd, toen we hem na het eerste contact vanuit de oude herberg in Hotel Spaander nog eens belden. Vlak voor vertrek ontving het hotel een grote fles Japanse haarverzorging van Mr. Kaor, in plaats van de proefmonsters. Het leek een teken dat hij het contact wist te waarderen.

Die avond, als we ingecheckt en bijgeslapen zijn in een hotel in Takamatsu – een stad met ruim ruim 400.000 inwoners op drie kwartier rijden van Iza – belt Kaoru hem op om de afspraak te bevestigen en zijn exacte adres te vragen. Aan de telefoon klinkt Mr. Kaor zenuwachtig. Hij maakt zich zorgen om een nieuwe tyfoon, die zich de afgelopen dagen boven de Filipijnenzee heeft ontwikkeld en onderweg is naar Shikoku. Het lijkt hem misschien beter als we niet komen. Kaoru weet hem te overhalen: we mogen de volgende dag toch langskomen.

Hij zwaait

In de huurauto is het doodstil, terwijl ik een afslag in de buurt van Iza neem. Iedereen is gespannen – en niet alleen omdat de auto om de minuut piept dat ik niet voldoende links houd, en ik elke keer de ruitenwissers aan doe in plaats van de richtingaanwijzer.

We rijden langs het industrieterrein dat we op Google Streetview hebben gezien en komen langs de supermarkt die we hebben gebeld. Iza voelt groter en stedelijker dan verwacht, vooral omdat het naadloos overgaat in de naastgelegen stad Sanuki. Pas als het navigatiesysteem ons een landweggetje laat inslaan, wordt het landelijk. De lucht is blauw en tussen de groene rijstvelden glinstert het water – de tyfoon laat nog even op zich wachten.

In de deuropening verschijnt een kleine man met een blauwe pantalon en lichtblauw overhemd, dat helemaal tot bovenaan dichtgeknoopt is

De weg waar we over rijden wordt steeds smaller, waardoor de banden aan beide kanten vlak langs het water van de rijstvelden gaan. Ik kijk zo geconcentreerd in de spiegels dat ik pas laat zie dat we voor een oprit staan.

Het huis bestaat uit twee verdiepingen in pagodevorm, met daarnaast bijgebouwen afgedekt met golfplaten. Daaronder staat een oude, gebogen man de was op te hangen: dat moet de vader zijn.

In de deuropening verschijnt een kleine man met een blauwe pantalon en lichtblauw overhemd, dat helemaal tot bovenaan dichtgeknoopt is. Hij draagt een rechthoekige, gouden bril met dubbele brug. Zijn lippen houdt hij wat naar binnen gedraaid, waardoor hij een constante glimlach op zijn gezicht heeft. Zijn tanden laat hij niet zien.

Dit is Mr. Kaor Yamamoto, de man die al veertig jaar brieven naar Hotel Spaander stuurt, en hij zwaait naar ons. Wij zwaaien terug.

Het woonhuis is opgedeeld door shohi, schuifdeuren van een houten rasterwerk met lichtdoorlatend papier. Op de vloer liggen lichtbruine tatamimatten, gemaakt van rijststro. Wij buigen ongemakkelijk, en hij geeft een ongemakkelijke handdruk terug. Daarna nemen we plaats rondom een lage, houten tafel. Mr. Kaor haalt een paar extra kussentjes.

“Er zijn veel dingen die we u willen vragen”, zegt Kaoru.

“Kun je heel even wachten”, vraagt Mr. Kaor. Hij loopt weer weg en komt terug met blikjes ijskoffie, die hij uitdeelt.

“Oké, waar zullen we beginnen”, zegt Kaoru.

Het jaar van de muis

“Heel erg bedankt voor alle brieven”, zegt Chris, die volgens de afspraak als eerste het woord neemt.

“Dank je. Ik vind Holland erg leuk”, zegt Mr. Kaor.

“Bent u er ooit geweest?”

“Nee, nooit. Ik stuur alleen brieven.”

“Hoe kent u het hotel?”, vraag ik.

“Ik ken het hotel niet.”

“Maar waarom schrijft u dan brieven naar het hotel?”, vraagt Kaoru.

“Er is een plek met de naam Volendam in Holland, daar schrijf ik brieven naar.”

“Wat is de reden?”, vraagt Kaoru.

“Er is geen reden”, zegt Mr. Kaor. “Mijn verjaardag is op de 22ste, dat is waarom.”

Kaoru vertaalt zijn antwoorden, maar we begrijpen niet wat hij zegt.

Aan de telefoon had Mr. Kaor, voor zover dat was te beoordelen, niet heel verward geklonken. Nu weet ik het niet. Ik zit naast hem en kijk tegen plukken grijze baardhaar aan die hij gemist heeft bij het scheren. Zijn gezicht kan ik niet zien, maar hij is duidelijk nerveus.

De aardbeien en het geboortejaar van zijn vader, het jaar van de muis, maakt dat Mr. Kaor een speciale band heeft met Nederland

Wat niet helpt, is dat wij dat ook zijn. Het voelt ongemakkelijk dat we met zo’n grote delegatie in zijn huis zitten, terwijl hij een dag eerder liet doorschemeren dat hij ertegen opkeek. Bovendien is Chris de cadeaus die hij wilde geven, waaronder een mooi bord van het hotel, vergeten mee te nemen: we hebben alleen wat koekjes voor hem. Ook de vele vragen die ik op hem afvuur, maken de sfeer er niet beter op.

Met zijn onbegrijpelijke antwoorden brengt Mr. Kaor ons binnen een paar minuten in totale verwarring. En dan moet zijn vader, die 93 jaar is, zich nog mengen in het gesprek.

“Mijn geboortejaar is het jaar van de muis”, zegt hij op een gegeven moment.

“Jaar van de muis?”, vraagt Kaoru.

“Het heet Nederland, toch?”

“Ja, Nederland.”

“Ja, dat is waarom.”

Na een uur praten is iedereen uitgeput en zijn er slechts een paar dingen helder. Mr. Kaor en zijn vader zijn nu met pensioen, maar waren tuinders. Op de velden in Iza kweekten ze tomaten, komkommers, radijs en vooral aardbeien. Ze hebben Japan nog nooit verlaten – en zijn zeker niet in Volendam geweest – maar weten dat Nederland bekendstaat om de aardbeien.

De aardbeien en het geboortejaar van zijn vader, het jaar van de muis, maakt dat Mr. Kaor een speciale band heeft met Nederland. Het Japanse woord voor muis is namelijk nezumi, en als je dat uitspreekt lijkt het een beetje op Nederland. Mr. Kaor blijkt zelfs een paar Nederlandse woorden te kennen: aardbei, straat en televisie.

Die heeft hij geleerd van een Nederlandse penvriend van lang geleden, vertelt hij. De naam kent hij niet meer, of het een man of vrouw was weet hij ook niet, de brieven heeft hij niet meer. Zou deze persoon hem op het spoor van Hotel Spaander hebben gezet? Het zou kunnen, Mr. Kaor weet het niet.

We vragen hem ook naar het ‘meest kunstzinnige hotel van Nederland’, dat hij op de brieven schrijft. Mr. Kaor lijkt te denken dat het onderdeel van het adres is. Zo stond het namelijk in een brochure die hij zeven jaar geleden eens kreeg teruggestuurd, waarna hij het aanpaste op zijn enveloppen.

Hij lijkt soms verward te zijn dat we het de hele tijd over een hotel hebben. Het draait hem niet om het hotel, maar om iets anders: Volendam. Of eigenlijk: de letter V, de 22ste letter van het alfabet. Vandaar dat Mr. Kaor een paar keer zegt dat zijn verjaardag op de 22ste is.

De aardbei en de muis maakten Mr. Kaor fan van Nederland, zijn geboortedag deed hem ooit besluiten om naar Volendam te schrijven.

Voordat we afscheid nemen – met de afspraak om een dag later weer terug te komen, als het weer het toelaat – vraagt Kaoru wat zijn volledige voornaam is: het blijkt toch Kaoru te zijn, met klinker.

“Waarom schrijft u de letter U niet op de brieven?”, vraagt ze.

“De letter U hoort bij het jaar van de aap, dus die laat ik weg.”

“Waarom vindt u de aap niet leuk?”

“Omdat ik uit het jaar van de slang kom.”

Geen reden

Heeft het auto-ongeluk waarover hij heeft verteld, van veertig jaar geleden, er iets mee te maken?

Aan het begin van de zoektocht was het zo’n aanlokkelijk idee geweest: de mysterieuze Japanner vinden, hem opzoeken en ontdekken waarom hij ooit was begonnen met het schrijven van brieven naar Hotel Spaander.

Maar nu, na alle moeite, durf ik niet te zeggen dat ik het weet. We waren dan tot in zijn huiskamer gekomen, maar ook niet verder dan dat. Terwijl tyfoon Kong Rey boven de Oost-Chinese zee afzwakt tot tropische storm en zijn koers wat verlegt, luister ik die avond in mijn hotelbed de opname van het gesprek terug.

In de flarden van informatie die Mr. Kaor geeft, zoek ik naar aanwijzingen die een verklaring geven die beter te begrijpen is dan ‘mijn vader is geboren in het jaar van de muis en ik ben op de 22ste jarig’.

Zo vertelt hij dat hij de brieven meestal om tien uur ’s ochtends schrijft, na het ontbijt, als hij zich relaxed voelt. Dan schrijft hij meerdere brieven achter elkaar, meestal drie of vier. Een paar dagen later fietst hij naar het postkantoor in de naastgelegen stad. Is het soms dat hij geniet van het fietsritje naar het postkantoor?

Zo probeer ik een lijstje te maken. Heeft het auto-ongeluk waarover hij heeft verteld, van veertig jaar geleden, er iets mee te maken? Komt het doordat Engels zijn favoriete vak op school was? Is het omdat hij geen broers en zussen heeft, en zijn moeder overleed toen hij jong was?

Het lijkt allemaal niet te verklaren waarom iemand veertig jaar lang, een paar keer per week, dezelfde handgeschreven brief naar een plek aan de andere van de wereld stuurt.

Pas als ik de opname voor het tweede keer terugluister, valt het kwartje. Hij zei het eigenlijk al in de eerste minuut van het eerste telefoongesprek dat we hadden. En zegt het nu ook vijf keer.

Waarom schrijft hij de brieven? “Geen reden.”

Waarom is de tekst elke keer hetzelfde? “Geen reden.”

Wanneer besluit hij een brief te schrijven. “Geen reden.”

Waarom stuurt hij soms een shampootje mee? “Geen reden.”

Waarom stopte hij met brieven schrijven naar de krant? “Geen reden.”

Nog meer brieven

De volgende dag keren we terug naar Iza. Dit keer is de sfeer beter en beginnen Mr. Kaor en zijn vader vragen aan ons te stellen. Hoeveel windmolens zijn er in Nederland? Hoeveel tulpen? Hebben jullie airconditioners? Zijn er nog andere steden die met een V beginnen? Kan Volendam het politieke centrum van het land worden?

Mr. Kaor had verteld dat Volen­dam niet de enige plek was waar hij brieven naar stuurde: ook heeft hij twintig jaar lang brieven gestuurd naar de voormalige Hortus Botani­cus van de Vrije Universiteit van Amsterdam in Buitenveldert. Vijftien jaar geleden is hij daarmee gestopt, zegt hij, omdat hij toen ook stopte met kweken van aardbeien.

Als ik vraag of de Hortus ook weleens wat terugstuurde, loopt hij weg en komt hij terug met een brief met een bedankje van de hortulanus van de VU.

Ik weet niet zeker of ik antwoorden heb gekregen, maar vragen heb ik ook niet meer

Als ik vraag of hij nog meer brieven heeft, loopt hij weg en komt hij terug met een brief van Hotel Hegra op de Herengracht, uit 2004. ‘Thank you for your letter, but we did not understand it’, schrijft het hotel. ‘Are you asking for information?’

Ik vraag of er nog meer brieven zijn, in de hoop alsnog tot het begin van de correspondentie met Hotel Spaander te komen, maar Mr. Kaor zegt van niet. Als ik hem vraag naar waarom hij gestopt is met het schrijven naar de andere adressen, maar niet naar Volendam, legt hij het nog een keer geduldig uit. “Omdat dat met de V is. Omdat mijn verjaardag op de 22ste is.”

Daarna valt een lange stilte. Ik weet niet zeker of ik antwoorden heb gekregen, maar vragen heb ik ook niet meer.

Ik neem een slok van mijn blikje ijskoffie – best lekker – en zie hoe Rinus de eerste lijnen van het gezicht van Mr. Kaor op het doek schetst. Binnen een paar minuten verschijnen de eerste contouren. De vader kijkt trots naar zijn zoon, die naar de grond staart.

Dit is waarom Rinus mee is op deze reis: zijn stijl, geïnspireerd op de oude meesters, sluit zo goed aan op de schilderijen in Hotel Spaander, dat het idee ontstond dat hij een portret van Mr. Kaor zou kunnen maken.

In de weken na de lange terugreis zal Rinus het schilderij afmaken, waarna het zal worden opgehangen in de oude herberg van Hotel Spaander. Als een ode aan het zotte en het nutteloze. Een herinnering aan een man die iets vol overtuiging doet, zonder daar enige waarde of betekenis aan te hechten, en blijft volhouden. Zonder dat er een reden voor hoeft te zijn.

Terug in Amsterdam zal ik een nog grappig telefoongesprek voeren met de hortulanus van de VU, waarbij ik tot zijn verbazing kan raden wat er in de stapel brieven staat die hij nog heeft liggen. Die komen af en toe, een paar per jaar, namelijk toch nog binnen.

En Mr. Kaor? Die blijft gewoon zijn brieven naar Hotel Spaander schrijven. Soms komen ze een keer per week, soms wel twee of drie keer. Dat ze niet worden geopend, vindt hij niet erg. Mr. Kaor had verteld dat hij zijn brieven stuurt zonder dat hij er iets van verwacht. Hij hoeft zeker niet te weten hoe het weer is in Volendam.

Reacties

Reacties

Een bevolking die de vrijheid van meningsuiting, het debat en de waarheid niet respecteert en verdedigt, zal niet lang de vrijheid hebben die voortvloeit uit de vrijheid van meningsuiting, het debat en de waarheid. Deze website respecteert de waarheid en het vereist uw steun denk aan onze sponsors of doe een donatie hier wij zijn blij met elke euro. Become a Patron!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.