kabinet

De formerende partijen gaan voor een kabinet dat alle partijen, van GroenLinks tot de PVV, verbindt. Maar hoe denken ze dat in hemelsnaam te bewerkstelligen?

Aanvankelijk leek het alleen een gelegenheidsargument van D66: er moest een stabiel kabinet vanuit het midden komen dat progressief en conservatief Nederland met elkaar kon verbinden. Alexander Pechtold lanceerde de gedachte op de dag dat hij zijn bezwaren tegen regeren met de ChristenUnie introk. Een leuke formule om te maskeren dat de linksliberalen bereid waren toe te treden tot een conservatief-christelijke coalitie, was mijn eerste associatie.

Maar sindsdien hebben in het kielzog van Pechtold zo’n beetje alle hoofdrolspelers in de formatie zich uitgesproken voor een kabinet dat links en rechts met elkaar moet zien te verbinden: premier Rutte die in 2010 nog hardop droomde van een regeerakkoord waar rechts Nederland zijn vingers bij kon aflikken, heeft zich nu uitgesproken voor een kabinet dat de dialoog aangaat met linkse oppositiepartijen als GroenLinks, de SP en de PvdA. Oud-informateur Herman Tjeenk Willink vond consensus tussen coalitie en oppositie nodig om grote vraagstukken als het klimaat, de migratie en de toenemende kloof tussen hoger en lager opgeleiden te lijf te gaan. Ook zijn opvolger Gerrit Zalm besteedde een deel van zijn eerste persontmoeting in de oude vergaderzaal van de Tweede Kamer aan het thema: een kabinet waarin zowel links als rechts zich kunnen herkennen. Hij verwees naar directeur Kim Putters van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) die daar bij informateur Edith Schippers al op had aangedrongen. Nieuwe ster aan het firmament Gert Jan Segers sloot zich tijdens het Kamerdebat van 28 juni bij het streven naar pacificatie van de politieke en sociaaleconomische tegenstellingen aan. De ChristenUnie wilde regeren om ‘de polarisatie te doorbreken’, ‘samen te werken’, ‘compromissen te sluiten’ en ‘verantwoordelijkheid te dragen’.

Mark Rutte wil dat zelfs de PVV-stemmers zich in het regeerakkoord kunnen herkennen. Ga daar maar eens aan staan.

Een kabinet waarin iedereen van rechts tot links zich kan vinden, het klinkt te mooi om waar te zijn. En dat is het ook. CDA en VVD voerden campagne over rechts en kunnen de kiezers die ze van Geert Wilders afsnoepten nu niet teleurstellen. Ze pleitten voor een streng migratie- en integratiebeleid en maakten weinig woorden vuil aan het klimaat want dat zou electorale doelgroepen als boeren en automobilisten maar afschrikken. Vooral Sybrand Buma is er heilig van overtuigd dat je als regeringspartij ook daadwerkelijk moet doen wat je de kiezer beloofd hebt omdat je anders je geloofwaardigheid verliest. Daarom had Jesse Klaver in de maanden dat hij meeonderhandelde een zware dobber aan Buma, meer nog dan aan Rutte. Onder leiding van Zalm praten VVD en CDA nu wel met met twee partijen – D66 en de ChristenUnie – die zich voor de verkiezingen hebben uitgesproken voor radicale milieumaatregelen en een humaan vluchtelingenbeleid. Een knappe informateur die erin slaagt de gulden middenweg tussen zulke tegenstrijdige standpunten te vinden. En dan moeten GroenLinks, SP en PvdA zich ook nog eens in het regeerakkoord kunnen herkennen. En de PVV-stemmers, voegde Mark Rutte daar in het Kamerdebat van 28 juni aan toe. Ga daar maar eens aan staan.

Ik ben misschien nog van de oude stempel maar hoe vind je in hemelsnaam een compromis tussen rechts (voor sobere overheidsfinanciën, voor de vrije markt, tegen betutteling van ondernemers, voor een streng integratiebeleid, tegen te veel migranten) en links (voor inkomensnivellering, voor armoedebestrijding, voor genereuze hulp aan vluchtelingen en voor wat Wilders pleegt te omschrijven als al die klimaatonzin). De poging al die kiezers gelukkig te maken heeft iets gekunstelds.

Vijf jaar geleden bleek een kabinet om de kloof te overbruggen ook een brug te ver.De SCP-rapporten die in de Stadhouderskamer op tafel liggen gaan voor een groot deel over de scheidslijnen tussen hoger, middelbaar en lager opgeleiden en het verschil in politieke voorkeuren dat daaruit voortvloeit. Elk kwartaal doen SCP-stafleden als Paul Dekker en Josje den Ridder daar onderzoek naar voor hun reeks ‘Burgerperspectieven’. De standpunten liggen ver uit elkaar. Hoger opgeleiden zijn positiever gestemd over de globalisering van de economie, de Europese samenwerking en immigratie dan lager opgeleiden. De middelbaar opgeleiden vertonen in toenemende mate de neiging zich bij de visie van de lager opgeleiden aan te sluiten. Ook zij hechten veel waarde aan de bescherming van onze nationale identiteit en cultuur. Het zijn botsende wereldbeelden. Bovendien verschillen ook over de urgentie van het klimaatprobleem de meningen huizenhoog. ‘Burgerperspectieven 2016/4’: ‘Mannen en hoger opgeleiden zeggen relatief vaak veel interesse te hebben in het energievraagstuk (..) Hoewel energieverbruik wel op een zekere interesse kan bogen, is het energievraagstuk voor de meeste Nederlanders geen urgent onderwerp.’

Vijf jaar geleden kregen we ook een kabinet dat zich voornam de kloof te overbruggen tussen grote steden en provincie, rijk en arm, jong en oud en de hoog en laagopgeleiden. Het bleek een brug te ver. Van een van de twee regeringspartijen – de PvdA – is nog maar heel weinig over. Het is mooi de polarisatie te willen doorbreken, samen te werken, compromissen te sluiten en verantwoordelijkheid te dragen. Maar Rutte III loopt het levensgrote risico een elk wat wils-kabinet te worden waarin rechts én links zich niet kunnen herkennen.

Reacties

Reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.