dijkhof

Het einde van een jaar is de periode van de zinloze verkiezingen. Mensen worden geëerd als sportpersoon, mediapersoonlijkheid, padvinder of als menselijkste mens van het jaar. Bij de sportlui valt dat nog wel te doen. Sportprestaties zijn meetbaar. Maar ook daar is het lastiger dan het op het eerste gezicht lijkt. Want de ene sport is de andere niet. Je kunt uitblinken in een individuele sport of als individu in een team. Wielrenner Matthieu van der Poel is een fenomeen, maar kan je zijn prestaties vergelijken met die van een voetballer als Virgil van Dijk?

Kortom, als het op een redelijk overzichtelijk gebied als de sport al moeilijk is, hoe moet het dan bij de andere domeinen des levens? En omdat we toch aan het filosoferen zijn: is zo’n verkiezing überhaupt wel mogelijk. Welke criteria moeten we hanteren? En hoe moeten we die criteria wegen? Is Greta Thunberg echt de persoonlijkheid van het jaar, zoals het Amerikaanse weekblad Time verkondigde? Ga er maar van uit dat Donald Trump, om maar een willekeurig iemand te noemen, het daar niet mee eens is.

Dus dat ze bij EénVandaag de verkiezing tot de politicus van het jaar hebben afgeschaft, alle begrip. Het had ook eerder gekund, maar het publiek vond het kennelijk leuk en de kijker is koning.

Ondanks alle meer en minder zwaarwegende bezwaren tegen het genre wil ik er dit jaar toch een nieuwe aan toe voegen: de verkiezing tot de slechtste politicus van het jaar. Op de een of andere manier is dat makkelijker dan een bekroning. Waarschijnlijk omdat de criteria simpeler zijn. Een politiek leider, want daartoe beperken we de keuze, moet verkiezingen winnen, zijn stempel drukken op belangrijke debatten, zijn partij bij elkaar houden en die partij niet in diskrediet brengen. Als hij/zij daarin op meerdere punten heeft gefaald, komt hij/zij in aanmerking voor de poedelprijs van het jaar.

Na rijp intern beraad kwam ik tot drie kandidaten: Lilian Marijnissen (SP), Thierry Baudet (Forum voor Democratie, FvD) en Klaas Dijkhoff (VVD). Het lijstje zal niet de goedkeuring van elke lezer kunnen wegdragen. Iedereen heeft zijn eigen kudde zwarte schapen. Maar dat heb je nu eenmaal met een jury, ook al bestaat die uit maar één man. Persoonlijke voorkeuren geven uiteindelijk de doorslag. Met in inachtneming van bovengenoemde criteria, natuurlijk.

Bij strikte toepassing van die criteria is Lilian Marijnissen zonder meer de slechtste politicus van het jaar. Onder haar leiding verloor de SP dramatisch bij de twee verkiezingen van het jaar, voor de Provinciale Staten en het Europese Parlement. Ze was in de grote Kamerdebatten niet meer dan een figurant. En ze heeft zich niet kunnen bevrijden van de indruk dat ze niet meer dan de filiaalhouder in de fractie is. De eigenlijke baas van de firma is en blijft nog altijd vader Jan. Dat is ook de reden dat ze er niet in geslaagd is de stalinistische zwaveldampen die nog altijd rond de partij hangen te verdrijven. Marijnissen bleek een lichtgewicht en zal niet gauw doorstoten naar een zwaardere categorie.

Toch is Marijnissen niet de slechtste politicus van dit jaar. En ook de tweede kandidaat, Thierry Baudet, grijpt naast de hoofdprijs. Baudet won dit jaar tot verbijstering en ontsteltenis van het establishment de Provinciale Statenverkiezingen. Opeens leek de borealist een speler van belang te zijn geworden. Maar het werd niets. Ja, de uil van Minerva fladderde boven het Binnenhof. Maar verder? Ruzies, vetes, een afsplitsing en nul bijdragen aan het debat. Concurrent Geert W. van de PVV had evenmin een topjaar maar Baudet kan politiek nog steeds niet in zijn schaduw staan. De borealist bleef ook dit jaar hangen in pseudo-intellectueel gebral. Hij blijft een egotripper wiens semi-erudiete pirouetjes niets opleveren dan wat krassen op het ijs.

En dus, – tromgeroffel! -, is Klaas Dijkhoff de slechtste politicus van het jaar. En met afstand. Niet omdat hij verkiezingen verloor of omdat zijn bijdragen in het debat beneden alle peil waren. Dat viel allemaal nog wel mee. Nee, de kroonprins van de VVD viel door de mand met het opstrijken van wachtgeld en onkostenvergoeding. Hij bracht zichzelf en zijn partij grote schade toe op het voor een politicus meest kwetsbare punt, zijn morele integriteit.

Dijkhoff bleek een graaier en zakkenvuller. En de burger die toch al geen hoge pet heeft van wat ze op die vierkante kilometer in Den Haag uitvreten, kon weer zeggen: ‘zie je wel’. Dijkhoff besmeurde het aanzien niet alleen van zijn partij, dat is uiteindelijk nog tot daaraan toe,  maar vooral die van de politiek. En daarom is hij de slechtste politicus van het jaar.

Reacties

Reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.