Eigenlijk is D66 geen onsympathieke partij

kaag

Na elke regeringsdeelname krijgt D66 klappen. De kiezers lopen teleurgesteld weg en zeker de hoogopgeleide jongeren stappen tegenwoordig over op die andere life style partij, GroenLinks.

Het zou te ver gaan dit een natuurwet te noemen, daar doen we in de politiek niet aan. Toch, in zekere zin is het tragisch. De partij neemt regeringsverantwoordelijkheid en wordt daarvoor elke keer weer gestraft. In de oppositie hopen ze vervolgens op een wederopstanding, waarna de cyclus weer van voren af aan kan beginnen.

Eigenlijk is D66 geen onsympathieke partij. De leden zijn meestal keurige mensen. ‘Links en toch netjes’, heette het vroeger niet zonder venijn. Jan Terlouw, oud-leider en nu in talkshows de nationale opa, zou zelfs ‘braaf vreemdgaan’, aldus destijds boze tongen van een rivaliserende partij. De standpunten waren en zijn ook altijd redelijk. Voor Europa, het klimaat, goed onderwijs, etc. Welk weldenkend mens kan daar tegen zijn?

En toch zweeft de partij permanent tussen hoop en beven. Dat komt ook omdat de Democraten zich tijdens hun regeringsdeelname zelden weten te profileren. Ze zijn altijd de junior partner en daar gedragen ze zich ook naar. Van tijd tot tijd wordt er wat gesputterd en gemord maar als het erop aankomt wordt er altijd geslikt. Ook uit angst dat breken electoraal een nieuwe zeperd zou opleveren.

D66 had en heeft misschien nog wel zogeheten kroonjuwelen. Dat waren de profileringspunten: gekozen burgemeester, gekozen minister-president, referendum en nog zo het een en ander. Maar je hebt niets aan kroonjuwelen als je er nooit mee kan pronken omdat andere partijen dat niet willen. Het worden symbolen van machteloosheid waar je elke keer door de concurrentie aan herinnerd kan worden.

Een programma is sowieso van ondergeschikt belang, het is niet meer dan een wensenlijstje en er komt zelden iets van terecht. Een partij moet vooral goede sier zien te maken met haar gezichtsbepalende politici: bewindslieden, Kamerleden, gewiekste debaters. Zij moeten de partij verkopen.

Bij D66 zijn deze tamelijk dun gezaaid. De enige die daar in de ruim 50 jaar van het bestaan van de partij echt aanspraak op kon maken, was Hans van Mierlo, een van de oprichters. Hij was jaren het, doorleefde, D66-gezicht. Helaas was hij een charismatische chaoot die overal en te pas en te onpas paradoxen ontwaarde (dat een deur open en dicht kan, was voor hem vermoedelijk al een paradox). Veel tot stand gebracht heeft hij niet.

Alexander Pechtold, zegt u? Hij heeft D66 inderdaad van de ondergang gered maar vertrok drie jaar geleden toen er in Rutte-III geregeerd moest worden. Na al die jaren sparren met Geert Wilders (PVV) was het kennelijk mooi geweest. De fut was er in elk geval uit.

Als je als lid of kiezer de huidige top afvinkt, word je evenmin vrolijk. De bewindslieden zijn of technocraten, zoals Kajsa Ollongren, en Wouter Koolmees, zeker niet onbekwaam, of een totale mislukking zoals Ingrid van Engelshoven. In de fractie houdt het evenmin over: een paar op hun terrein goede Kamerleden, Vera Bergkamp, Pia Dijkstra, misschien Jan Paternotte. Maar Rob Jetten is (nog?) te licht voor het leiderschap.

Inderdaad, in deze opsomming ontbreekt Sigrid Kaag, de nieuwe leider die de deprimerende cyclus van winnen en verkiezen moet zien te doorbreken. De voormalige diplomate brandt in elk geval van ambitie. Naar verluidt had ze haar zinnen gezet op een topfunctie, misschien wel dé topfunctie bij de VN. Dat beweren weer de boze tongen die zoals we weten voornamelijk actief zijn in de eigen partij.

Of ze de kwaliteiten voor een succesvol leiderschap in huis heeft, weet bij alle hosanna nu nog niemand. Zoals gezegd, ze is erg van zichzelf overtuigd en op zich is dat geen minpunt. Maar dan moet je het wel waarmaken. En dan zijn er wel een paar open vragen. Kan ze in de campagne kiezers buiten de eigen bubbel aanspreken, blijft ze overeind in een hard lijsttrekkersdebat, is ze slagvaardig genoeg? En niet onbelangrijk, hoe redt ze zich op terreinen die buiten haar directe expertise vallen? Om er maar iets te noemen: financiën en economie, de hoofdzaken van de polderpolitiek.

Op deze tamelijk onervaren schouders rust, kortom, een grote verantwoordelijkheid. Als ze faalt, en dan hebben we het over een verlies van zes zetels en meer, is ze mislukt voor ze goed en wel begonnen is.

Reacties

Reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.