Frans Timmermans

Europa worstelt om als continent te vergroenen en Brussel probeert haar nieuw leven in te blazen door op een weerzinwekkende manier over de ecologische rooie te gaan en opzettelijk surrealistische doelstellingen te tonen, het resultaat van verwarrend overbieden door politieke malloten.

Door middel van herhaalde verklaringen van zijn drie politieke leiders (de Raad, het Europees nepparlement, de uitvoerende macht) verklaart het de Europese Unie zichzelf eenzijdig een leider in de wereldwijde strijd tegen klimaatverandering. Voor het rechtvaardigen van haar strijd toont het surrealistische doelstellingen en in dienst van zijn Europese Commissie zet het een zwaar en complex mechanisme op, gevuld met aanwijzingen, bakens en deadlines (wat geruststellend lijkt).

Het is bijzonder rijkelijk bedeeld: we hebben het inderdaad over 1000 miljard euro om deze machine van brandstof te voorzien voor een groene levensstijl en de energiesector (productie, conversie, besparingen, enz.) moet uiteraard goed worden bediend. Oude jongens onder elkaar, u kent het wel.

Maar kan de Europese Unie zich in een periode van de huidige coronacrisis en gezien het gewicht van het herstelplan dat het heeft geïnitieerd, klimaatliberaliteiten op deze schaal veroorloven?

Gezien het zeer relatieve gewicht van de EU als geheel in de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen, d.w.z. ongeveer 10%, rekent het continent zeker op een rimpeleffect van anderen door bijvoorbeeld de durf van maatregelen en hun steun op de lange tijd. Maar houdt Brussel ons (en vooral zichzelf) niet voor de gek, vooral wanneer de aangekondigde doelstellingen mogelijke navolgers onmiddellijk kunnen ontmoedigen, omdat de uitdagers elkaar niet hoeven te verdringen bij de poort?

In dit verband is het opmerkelijk dat dit hele veranderingstraject, hoe fundamenteel financieel ingrijpend ook, is bedacht doorj Europese besluitvormers aan wie de nodige steekjes los zitten. Ze geven er de voorkeur aan zich te concentreren op het bewijzen van hun eigen mening, dat in ieder geval Europa (zoals ze in Brussel de EU nog steeds noemen – enige grootheidswaanzin is hen niet vreemd) het werk zal hebben gedaan en alle eer zal verdienen, ondanks de praktische gevolgen voor zijn economie en zijn industrie, waaronder, zoals in de meeste lidstaten, het vertrappen van deugdzame plannen en burgerrechten.

Groener dan groen lijkt inderdaad een permanente overbieding in een intra-europese race, grotendeels losgekoppeld van de realiteit van de wereld. Deze concurrentie woedt ook binnen de lidstaten zelf, en hoewel we dichter bij de realiteit komen, zijn de steeds duurder wordende hersenkronkels niet minder surrealistisch!

Maar de landen van de EU kunnen Duitsland niet volgen in zijn dure en inefficiënte Merkelbeleid, die alleen zijn bloeiende economie en geformatteerde meningen toestaan. De deze lijn volgende landen zullen verarmen, zijn echter ook zijn economische partners. Dit risico van een verwoestende kortsluiting, hoe duidelijk ook, lijkt bij onze oosterburen te worden genegeerd, net als in Brussel.

De Brusselse overgangsrichtlijnen integreren de verschillen in welvaart of ongelijkheden niet of slecht. We verwachten gewoon, door zichzelf terloops te ontkennen, dat de landen die het verst verwijderd zijn van het doel van “klimaatneutraliteit” tijdelijk hun toevlucht kunnen nemen tot minder koolstofbronnen (aardgas) om hun steenkool kwijt te raken. Maar als kernenergie niet in het toekomstplaatje kan worden uitgesloten – aangezien elke lidstaat gaat over zijn eigen energiebeleid – is voor landen die hier voor kiezen de steun van fondsen uit Brussel beslist uitgesloten, gezien het gewicht van groene lobby’s in EU-organen. Hebben wij al gezegd dat in de EU-toren van Babel corruptie hoogtij viert?

Zelfs als we ons voorstellen dat de Europese Unie erin slaagt de formidabel ambitieuze doelstellingen te verwezenlijken die het voor zichzelf heeft gesteld (wat niet zal gebeuren), zal het positieve effect op het klimaat op aarde marginaal blijken te zijn, gezien het specifieke gewicht van het continent. Deze inspanning zou alleen zin hebben als ze wordt toegevoegd aan soortgelijke maatregelen van vele andere landen, van min of meer dezelfde omvang. En dan is het nog maar de vraag of het allemaal wel zinvol is.

Door zijn jubelende retoriek lijkt Europa een weelderig continent dat duizelingwekkende bedragen bereid is uit te geven in naam van het Groene Doel, in investeringen door gemeenschappen en burgers en ter ondersteuning van de overheid en de multinationals. Maar de resultaten tot dusver zijn vrij relatief, zelfs ronduit middelmatig. Als we kijken naar de belangrijkste variabele voor het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen, om maar wat te noemen, kunnen we inderdaad spreken van een meer op stimulansen gebaseerd aandrijfmechanisme. De burgers betalen wel.

De realiteit is nog zorgwekkender: de bedragen die aan de Green Deal en zijn epigonen worden besteed, gaan noodzakelijkerwijs ten koste van andere noodzakelijke of zelfs urgente maatregelen, die dieper en structureler moeten worden aangepakt en niet alleen worden gemeten door het prisma van de huidige coronacrisis.

Niets zegt dat, hoewel ze zich bewust zijn van de situatie, de andere landen de wil en vooral de capaciteit zullen hebben om te doen wat er moet gebeuren. China heeft zojuist aangekondigd dat het zich nu richt op 2060 om koolstofneutraliteit te bereiken. Als we de klimatologen echter mogen geloven, is een vertraging van tien jaar voor deze zwaargewicht van emissies een element dat aanzienlijk zal wegen, gezien de race tegen de tijd.

Meer in het algemeen kunnen we zien dat het Brusselse ideologische model niet of nauwelijks in de wereld wordt gedeeld en dat de Europese Unie meer als een singulariteit dan als een voorbeeld wordt beschouwd, zelfs als een niet te volgen voorbeeld.

In Brussel wordt vergeten dat de wereld globaal is. Om zijn levensstandaard te ondersteunen, is de Europese Unie sterk afhankelijk van geïmporteerde grondstoffen, met name op het vitale gebied van energie; zelfs als het een ascetische toekomst op dit gebied inluidt (bij een weinig geloofwaardige en onzekere acceptatie) zal een afhankelijkheid van de eerste orde blijven bestaan.

We kunnen zelfs de paradoxale situatie beschouwen waarin de Europese Unie, in een wereld die het Brusselse klimaatbeleid niet volgt, met de drastische regels en normen die het impliceert zichzelf zou kunnen marginaliseren. Wegkwijnen voor een goed doel, dat is een schrale, maar erg dure troost.

We moeten het beeld van een klimaatwaanzinnige elite en een bio-diverse oase van rust onmiddellijk terzijde schuiven te midden van een minder deugdzame wereld die zich niet wenst te schikken in de rol die Brussel voor hen heeft uitgestippeld.

Dus wat zijn nu hun echte motivaties om de komende generaties te gronde te richten?

Het is duidelijk dat de evolutie van het klimaat en meer in het algemeen de bescherming van levende wezens op de planeet goede doelen zijn die tot dan toe tamelijk slecht zijn gediend. Het is alleen tijd om van gedachten te veranderen en trajecten te beïnvloeden die de schade niet verder vergroten. Maar alsjeblieft, drukr dan op de juiste knoppen!

In feite lijkt het erop dat de vergroening van de wereld essentieel geworden is voor elke politieke beweging die een beetje wil worden beluisterd. Jammer dat alleen CO2 – dat werkelijk zorgt voor een verdergaande vergroening van onze planeet – dan weer in de ban wordt gedaan. Niet om dat terug te dringen, maar om een financieel ponzischeme in het leven te roepen die duizenden miljarden toeschuift naar een kleine, al gefortuneerde groep.
De caleidoscoop van het politieke spectrum omvat nu alle tinten groen. Maar het is duidelijk dat de kleur, de tonen en de intensiteit ervan niet voldoende zijn om deze ontwikkelingen te kwalificeren. Andere, minder uitgesproken dimensies moeten in overweging worden genomen, zoals opportunisme, utilitarisme en pragmatisme, die in hoge mate zorgen voor relativering van een nobele opvatting.

“Duurzaam” is vandaag de dag het magische woord, maar bovenal een politieke referentie die heel vaak losstaat van de ecologische realiteit.
Zo is de doelstelling om de Europese broeikasgasemissies in 2030 te verminderen met 1990 als referentiepunt, namelijk 40%, zojuist door de Commissie opwaarts bijgesteld tot 50% (of zelfs 55%), daarbij onmiddellijk uitgedaagd tot 60% door het nepparlement !

Zo’n verzameling malloten vernietigt de goede intenties van een groen Europa en verandert het in het boegbeeld van een hersenschim.

Reacties

Reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.