sharia

De hoofddoek en de vrije meningsuiting

Björn Soenens stelt op Twitter een interessante vraag. ‘Al wie zo hard van leer trekt tegen hoofddoeken, zijn dat dezelfde mensen die het heilige recht op vrije meningsuiting verkondigen?’ In zijn algemeenheid kan ik die vraag niet beantwoorden, maar voor mijzelf ken ik het antwoord wel. Ik behoor tot degenen die én het ‘heilige recht op vrije meningsuiting’ verkondigen, én waar nodig ‘hard van leer trekken tegen hoofddoeken.’ Althans als men die hoofddoeken wil dragen in scholen of in openbare functies.

Op straat doet iedereen wat hij wil, zo lang men niet té veel bloot laat zien of een masker draagt. Toch geen dat niet covid-gerelateerd is. Soenens mag op straat rondlopen met een baseballpetje op zijn hoofd. Hij mag dat van mij achterstevoren dragen. Hij mag voor mijn part op straat een hoofddoek dragen uit solidariteit met de moslimzusters.

Op straat

Ik heb hier nu voor de vuist weg mijn persoonlijke conclusie over de hoofddoekenkwestie gegeven – wél op straat en niet op school en niet in openbare functie – maar vraag mij niet om hier mijn redenen te geven. Ik heb er veel. Maar geen enkele vind ik zelf helemaal bevredigend. Als ik ze allemaal samentel en de tegenstrijdige schrap, en dan weer alles samentel, dan misschien. Zo vind ik de hoofddoeken meestal lelijk. Maar of ik zo’n reden zou durven aanhalen in een beschaafd debat, dat betwijfel ik.

Gelukkig trekt Soenens de kwestie op een terrein waar ik wel vaste grond onder de voeten voel. Hij vergelijkt de hoofddoeken met vrije meningsuiting. Zelf wil ik nog een stapje verder gaan en zeggen dat hoofddoekendracht inderdaad een vorm van vrije meningsuiting ís. Het is niet alléén dat, maar het is óók dat.

Twitterende journalist

Welaan dan: die vrije meningsuiting is niet in alle omstandigheden gepast. Een journalist bijvoorbeeld moet, bij het voorlezen van het journaal, zijn mening over de Gazastrook, over Trump en over de klimaatconferentie voor zich houden. Hij moet in die functie neutraal blijven. Het zou zelfs beter zijn als hij zich wat neutraal opstelde op zijn Twitteraccount, maar dát wil ik niet opleggen. In een vrije samenleving ben ik bereid veel te verdragen van wat mij niet bevalt, van twitterende journalisten tot hoofddoeken op straat.

Dus: heilig recht op vrije meningsuiting, zeker. Iedereen mag propaganda maken voor zijn mening: op straat, in de krantencolumn, in het parlement, op Facebook, op Twitter. En dat recht geldt voor iedereen, ook voor de leraar, de journalist, de ambtenaar en de scholier. Maar het loket of de school is niet de plaats om die propaganda te voeren.

Abonneer u nu op onze gratis elektronische nieuwsbrief SDB-nieuws klik hier om te registreren

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.