Zo vinden de Verenigde Naties, de Europese Unie en het Belgische niveau elkaar terug rond één ambitie om politiek incorrecte belevingen van identiteit drastisch te beteugelen en het discours te stroomlijnen. De vrijheid van mening wordt even problematisch als bijvoorbeeld het privacygegeven. Het belet Ursula niet om in haar speech het omgekeerde te zetten: ‘…Omdat jezelf zijn geen ideologie is. Het is je identiteit. En die kan niemand je ooit afpakken.’ Hoe ze dat pleidooi voor identiteitsbeleving rijmt met de fatwa over het Aalsters carnaval, een journalist moet haar maar eens de vraag stellen. Orwelliaanse omkeringen van de logica zijn schering en inslag in dat soort machtsretoriek. Er is in Europa maar één religie die de lach als het gat van Satan heeft herkend, en die wordt op haar wenken bediend Tenslotte is, zowel wat Aalst als wat Charlie betreft, het beteugelen van de humor en de lach een veeg teken. Het is de aanloop naar een totalitaire controlestaat. Noteer wat Zineb El Rhazoui, de Frans-Marokkaanse journaliste die als bij toeval aan de dodelijke Charlie-raid ontsnapte, liet optekenen: ‘Het recht om met iets of iemand te lachen, markeert meteen ook de scheidingslijn tussen een beschaafde of een barbaarse samenleving.’ Ursula von der Leyen blijkt met haar kruistocht tegen de zogenaamde haattaal ook de oorlog verklaard te hebben aan grappenmakers en Uilenspiegels, en dat is noch min noch meer een voorbode van het postmoderne fascisme waarmee, horresco referens, één bepaalde religieuze ideologie zich kiplekker voelt. Er is in Europa maar één religie die de lach als het gat van Satan heeft herkend, en die wordt op haar wenken bediend. Reden te meer dus om te volharden in de boosheid, zoals de carnavalisten. Een ban of een morele veroordeling nemen we er graag bij. Des te sneller komt het exit in zicht.

Op 16 september j.l. hield de voorzitster van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, haar jaarlijkse State of the Union in het Europees Parlement. Het was, naar traditie, een toespraak met veel vrome voornemens, wollige gemeenplaatsen en ook wel wat wishful thinking. Zo stelde ze dat de huidige coronapandemie het publieke vertrouwen in de Unie heeft vergroot. Dat zal wel. Europa stond nergens in de covid-aanpak en heeft op geen enkel ogenblik enige blijk van doortastendheid en coördinatievermogen gegeven. Niemand ligt er zelfs wakker van.

De EU is namelijk een praatbarak vol overbetaalde bureaucraten die binnen een bubbel van de arrogantie en de eigenwaan vooral betutteling en reguleringsdrift uitstralen. Het uitspuien van wetten, wetjes en regels is hét kenmerk van macht zonder draagvlak, een euvel dat we ook waarnemen in het Belgische bestel. Af en toe gaat deze bemoeizucht over in moraliserende grootspraak rond humanisme, democratie en tolerantie, weer bedoeld als mistgordijn om deze toren van Babylon enige natuurlijke legitimiteit te geven.

Verboden te beledigen

Zo viel vooral de uitlating van Ursula op tegen het racisme. Ze gaat met name de hate speech aanpakken en een heuse ‘antiracismecoördinator’ aanstellen. Wat ze daarmee concreet bedoelt is niet duidelijk, maar het klinkt als een instantie à la Unia die zich met meningen en opinies bezig houdt en deze aftoetst aan een soort ideeënprotocol. Ik weet niet of iemand in het Europees Parlement een belletje heeft horen rinkelen, maar het gaat hier wel degelijk om een aanzet tot het installeren van een censuurapparaat.

‘Haattaal’ is namelijk een begrip waarmee men alle kanten uit kan. Ze is te vinden in krachttermen zoals voil janet (zie verder) en West-Vlaams varken, maar eigenlijk kan men ook vormen van gechargeerde polemiek daartoe rekenen, bijtende kritiek of sarcastische uitvallen, scherpe cartoons à la Charlie die ‘kwetsen’, en uiteraard de Twittertaal die de voortzetting is van de toogdiscussies.

Toevallig haalde mijn uitgever Karl Drabbe op de boekvoorstelling van Politiek Incorrect  Sebastian Haffner aan die in 1967 al ‘de columnist’ omschreef als een dwarsliggende provocateur met een voorliefde voor ongemakkelijke waarheden, ‘in een republiek die niets heeft aan slappelingen’.

 Ik voel me vereerd dat hij deze zinsnede op mij van toepassing acht, maar laten we wel wezen: in de schaduwrepubliek van Ursula is er nauwelijks nog plaats voor ongenadig filerende cartoonisten en columnisten die de tegenstellingen op scherp zetten. 

Finaal kom je, als je kritiek levert op fenomenen en instanties, ook bij mensen uit, soms mensen met lange tenen en enige macht. Het verbod op ‘beledigingen’ eindigt een uitdrijving van kritische stemmen. Dat de mainstream media en bijvoorbeeld onze VRT voluit meewerken aan deze versmalling van de bandbreedte van de vrije mening, behoort tot de perversiteit van onze quasi-democratie die ik blijf aan de kaak stellen.

 

Het ‘onmenselijke’ Aalst

‘Racisme’ is daarbij het sleutelwoord: elke kritiek op het opengrenzenbeleid, de multiculturele ideologie en zeker de islam kan onder de noemer ‘racisme’ geplaatst worden. Onder het mom van minderheden in bescherming te nemen, worden bepaalde problemen als onbespreekbaar gedeclasseerd. In het spoor van de woke-hysterie lijkt nu ook de EU-top doordrongen van het idee dat ze haar eigen macht maar kan handhaven door de vrije meningsuiting te ‘reguleren’. De antiracismewetten zijn dan ook primair niet bedoeld om reële onrechtvaardigheid en discriminatie te beteugelen of te voorkomen, maar wel om bepaalde meningen als opiniedelicten te diskwalificeren.

Dat is een vrijgeleide tot complete willekeur. Elke oprisping van volksnationalisme — het Catalaanse of Vlaamse bijvoorbeeld — kan dan als hate speech betiteld worden. Alleen al door je af te zetten tegen een superstructuur en grenzen te stellen, ben je eigenlijk met ‘hatelijk’ gedrag bezig. Wat de Spaanse staat bijvoorbeeld het recht geeft om Catalaanse autonomisten als criminelen op te sluiten, in naam van de democratie en de tolerantie.

Dat brengt ons tot de uitsmijter van von der Leyens toespraak: het nogmaals kapittelen van het Aalsters carnaval, als een voorbeeld van ‘ontmenselijking’. Uiteraard doelde ze op de fameuze paradewagen van de vismooi’len en de Joodse karikaturen, die Aalst het label van werelderfgoed hebben gekost. Of juister, neen: Aalst bedankte zelf voor de eer en deed er in de daarop volgende editie nog een schep bovenop.

Deze clash tussen lokale traditie en bovenlokale censuur zet de absurditeit van heel het EU-verhaal op scherp. Want door mensen het recht te ontnemen, hun identiteit te beleven in feesten en rituelen, doet Ursula het omgekeerde van wat ze voorwendt, zogezegd de diversiteit aanmoedigen. In Aalst worden geen haatpreken ten beste gegeven zoals in bepaalde moskeeën te lande, maar niettemin behoort de Aalsterse carnavalist tot een minderwaardige mensensoort die niet thuishoort in de beschaafde wereld en die dringend de mond moet worden gesnoerd. Echte barbaarse Untermenschen zijn het. Nog bondiger gezegd: de toespraak van Ursula is zelf een staaltje van wollig verpakte, ‘ontmenselijkende’ haattaal.

 

Verboden te lachen

Zo vinden de Verenigde Naties, de Europese Unie en het Belgische niveau elkaar terug rond één ambitie om politiek incorrecte belevingen van identiteit drastisch te beteugelen en het discours te stroomlijnen. De vrijheid van mening wordt even problematisch als bijvoorbeeld het privacygegeven. Het belet Ursula niet om in haar speech het omgekeerde te zetten: ‘…Omdat jezelf zijn geen ideologie is. Het is je identiteit. En die kan niemand je ooit afpakken.’ Hoe ze dat pleidooi voor identiteitsbeleving rijmt met de fatwa over het Aalsters carnaval, een journalist moet haar maar eens de vraag stellen. Orwelliaanse omkeringen van de logica zijn schering en inslag in dat soort machtsretoriek.

Tenslotte is, zowel wat Aalst als wat Charlie betreft, het beteugelen van de humor en de lach een veeg teken. Het is de aanloop naar een totalitaire controlestaat. Noteer wat Zineb El Rhazoui, de Frans-Marokkaanse journaliste die als bij toeval aan de dodelijke Charlie-raid ontsnapte, liet optekenen: ‘Het recht om met iets of iemand te lachen, markeert meteen ook de scheidingslijn tussen een beschaafde of een barbaarse samenleving.’ Ursula von der Leyen blijkt met haar kruistocht tegen de zogenaamde haattaal ook de oorlog verklaard te hebben aan grappenmakers en Uilenspiegels, en dat is noch min noch meer een voorbode van het postmoderne fascisme waarmee, horresco referens, één bepaalde religieuze ideologie zich kiplekker voelt. Er is in Europa maar één religie die de lach als het gat van Satan heeft herkend, en die wordt op haar wenken bediend.

 

Reden te meer dus om te volharden in de boosheid, zoals de carnavalisten. Een ban of een morele veroordeling nemen we er graag bij. Des te sneller komt het exit in zicht.

Reacties

Reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.