dollar

Dat is zo lang geleden, dat we dat niet met zekerheid kunnen zeggen. Het ‘wiel‘ werd bovendien op verschillende plaatsen op aarde op enig moment ‘uitgevonden‘, waarbij het zeker nog wel enige tijd duurde voor men zover was dat men een ‘kar‘ ontwikkelde, met wielen eronder, die op de naaf om een as draaiden. Maar ik denk dat we veilig kunnen stellen dat die uitvinders geen visioenen hadden van een ‘hogere productie‘ en ‘economische groei‘. Eerder dat het tijd en energie bespaarde.

Voor een ‘econoom‘, de ‘expert‘ die dit soort ontwikkelingen bestudeert, uitwerkt in rapporten, en daar nog voor betaald krijgt ook, zodat hij of zij niet hoeft te werken, in die zin dat ze zich gedwongen zien deel te nemen aan het productieproces, doet de motivatie van die uitvinder er niet toe. Het ‘wiel‘, en al die andere ‘productieverhogende‘ uitvindingen die er door de eeuwen zijn gedaan, faciliteerden ‘groei‘.

De eerste man, of vrouw, die een ‘karretje‘ tot zijn of haar beschikking had, kon het werk dat gedaan moest worden sneller voltooien. Van ‘patenten‘ had nog nooit iemand gehoord. Dus binnen de kortst mogelijke keren had iedereen een ‘karretje‘. Of ze leenden die van de buren. En hadden de trotse bezitters tijd en energie over voor andere activiteiten. Waar er al sprake was van ‘specialisatie‘, én ‘concurrentie‘, omdat slechts een beperkt aantal mensen in het dorp een ‘karretje‘ hadden, maar er geen sprake was van een monopolie, daalde de prijs voor het vervoer van goederen. Dat betekende dat de dorpeling die zich had ‘gespecialiseerd‘ in eerste instantie lekker verdiende met zijn ‘karretje‘, waar de ‘concurrentie‘ de spullen nog vervoerde op zijn rug. Maar op het moment dat ook anderen een ‘karretje‘ bouwden, en die tegen een vergoeding wel uit wilden lenen, werd het minder lucratief.

Mijn stelling is nu, dat die uitvinder gemotiveerd werd door het gemak. En dat hij zijn uitvinding met alle plezier deelde met anderen in zijn dorp, zodat ze aan het eind van de dag allemaal tijd overhielden voor ‘leuke dingen‘. Daar kwam de klad in, toen mensen met macht, die macht aan gingen wenden om dergelijke tijd en energiebesparende uitvindingen te ‘monopoliseren‘ en te ‘belasten‘. Waardoor een selecte groep binnen de samenleving ontstond die de hele dag door ‘leuke dingen‘ kon doen, op andermans kosten.

Enter Adam Smith‘.

In zijn ‘Wealth of Nations‘ bepleit hij in feite een terugkeer naar de oorsprong. Als we innovaties inzetten voor het welbevinden van iedereen, en iedereen de vrijheid geven om te produceren en te handelen in wat we hebben gemaakt, of diensten aanbieden, stijgt de welvaart van alle landen die dat principe omarmen. Zijn kritiek richtte zich op de ‘Gildes‘, de rol van de ‘uitvretende‘ adel, en daaraan verwante militaire kaste. De ‘Gildes‘ waren nuttig als opleidingsinstituut, maar een probleem waar ze die kennis en vaardigheden niet vrijelijk deelden. En de adel en militaire kaste waren een ballast, waar militairen niet nodig waren om de vrije handel en het land te beschermen, maar oorlog te voeren ten bate van de machtigen.

De klassieke adel ruimde het veld, maar werd vervangen door andere groepen ‘uitvreters‘. De ‘Geldadel‘, en steeds grotere groepen ‘regenten‘, met hun administratie, hun ‘bankiers‘, en hun adviseurs, die exact deden waarvan Adam Smith had vastgesteld dat het de welvaart van de mens in de weg stond. Namelijk het uitvaardigen van wetten die beperkingen oplegden aan de vrijheid van eenieder om te produceren, en te handelen, naar eigen inzicht. En de vrijvallende tijd te gebruiken voor ‘leuke dingen‘. Daarom verwijs ik vaak naar Smith, omdat de mensen die zichzelf zien als zijn erfgenamen, uiteindelijk zijn grootste nachtmerrie zijn.

Enter Trump‘.

Het ‘economisch isolationisme‘ dat Trump voorstaat is overduidelijk ook geen opsteker voor de ‘Wealth of Nations‘, waar het allerlei handelsbarrières opwerpt. Maar het zal tegelijkertijd landen bevrijden van beklemmende wetgeving, vastgelegd in internationale verdragen, ‘rechten‘ en ‘patenten‘, waardoor mensen dingen kunnen produceren, en diensten kunnen aanbieden in hun eigen land, en landen die niet zijn ingevangen door de wetten van de ‘nieuwe uitvreters‘, of waarmee daadwerkelijke ‘vrijhandelsverdragen‘ worden afgesloten. In die zin dat de ‘onderhandelaars‘ op de boot worden gezet, en producenten en dienstverleners, samen met de consument, bepalen welke goederen en diensten de moeite waard zijn, en wat daarvoor de juiste prijs is. Met een minimale belasting voor het onderhoud van een ‘administratief centrum‘, dat ‘politiediensten‘, militairen en andere collectieve diensten organiseert, conform de wensen van een democratisch gekozen vertegenwoordiging, voor zuiver nationale doeleinden.

Dat is in theorie optimaal, met als uitkomst de ‘vrije mens‘, die geheel naar eigen inzicht produceert, diensten verleent, en consumeert naar behoefte, binnen een set eenvoudige ‘fatsoensregels‘ die ervoor moeten zorgen dat we onze medemens niet welbewust schade toebrengen, en bij conflicten via een redelijke arbitrage tot een oplossing komt met zijn medemens. Zodat we aan het eind van de dag allemaal in staat zijn ‘leuke dingen‘ te doen. In de praktijk zal het een stuk lastiger zijn, nu we niet naar die situatie toe groeien, zoals in de tijd waarin het ‘wiel‘ werd uitgevonden, maar we naar dat nieuwe equilibrium moeten afbouwen. In het bijzonder voor de grote groep mensen die zich ‘gespecialiseerd‘ hebben in een ‘tak van sport‘ waar geen (economische) vraag meer naar zal zijn, als de belastingbetaler als opdrachtgever wegvalt. Of voor degenen die via hun kunstmatige monopolie, via ‘rechten‘ en ‘patenten‘, of het bezit van ‘aandelen‘ in bedrijven met ‘rechten‘ en ‘patenten‘, geld afroomden van de feitelijke producenten.

De uitvinder van het ‘wiel‘, en Adam Smith, bekommerden zich niet om de vraag hoe het werk verdeeld moest worden. Maar hoe we per saldo tijd vrij konden maken voor ‘leuke dingen‘. Voor iedereen. En niet alleen voor de ‘happy few‘. Waarbij ‘studeren‘ enerzijds nuttig en nodig was om als volwassene een optimale bijdrage te kunnen leveren aan het collectief van de ‘Natie‘, waardoor het in het belang was van de ‘Natie‘ om te zorgen voor gratis scholing. Maar voorbij nut en noodzaak was het slechts ‘leuk‘, en dan hoort het een privé-aangelegenheid te zijn. Smith verdiende dan ook niet zijn geld met het schrijven van ‘The Wealth of Nations‘. Dat was een cadeautje. Wat hij verdiende met het schrijven van zijn boeken, was een plaats in de geschiedenisboeken. Zijn geld verdiende hij met lesgeven.

In zo’n volledig vrije omgeving is automatisering en robotisering niet langer een bedreiging. Zoals het ‘wiel‘ ook geen bedreiging was, maar een opsteker voor het collectief. Eindelijk tijd voor een ‘biertje‘ na de gedane arbeid! En tijd om je kinderen vaardigheden bij te brengen die later van nut zouden kunnen zijn. Waardoor zij weer zo slim werden de volgende stap te zetten in dat evolutionaire proces naar een reductie van de behoefte om te ‘arbeiden‘. Een compleet andere insteek dan die van hedendaagse ‘economen‘, die zelf geen slag werken, maar argumenten moeten zien te verzinnen die anderen belast met de plicht om hen van een inkomen te voorzien. Geld is in dat systeem de ‘modus operandi‘. Meer in het bijzonder het ‘fiat geld‘. Samen met de wetten die ‘rechten‘ en ‘patenten‘ toewijzen, waardoor niet iedereen ‘zomaar‘ iets kan maken naar behoefte, of een dienst aan kan bieden. Terwijl Smith ons leerde dat, waar het de ‘Wealth of Nations‘ betrof, geld (of goud in zijn tijd), niet bepalend was. Het ‘kapitaal‘ van een ‘Natie‘ was zijn arbeidspotentieel. Zijn ‘output‘ op het productieniveau. Kwalitatief en kwantitatief gemeten. Waarbij allerlei ‘producten‘ en ‘diensten‘ die in onze tijd worden meegenomen voor Smith geen enkele waarde zouden hebben, als hij nu zou hebben geleefd. Sterker nog, hij zou veel van die ‘producten‘ en ‘diensten‘ direct diskwalificeren als ‘ballast‘, die de ‘Wealth of Nations‘ omlaag trekken. Door ‘rent-seeking‘.

Wat er nu gaat gebeuren als Trump doorzet met zijn plannen om de productie van goederen en diensten voor de Amerikaanse markt terug te halen naar de Verenigde Staten, staat HIER perfect beschreven. Wat niet benoemd wordt, is dat andere landen sterk de neiging zullen hebben wetten die ‘rechten‘ en ‘patenten‘ beschermen, bij het ‘grof vuil’ te zetten. De ‘export georiënteerde landen‘ die daar met hand en tand aan vast willen houden, krijgen het dan érg zwaar. De Dollar als ‘wereldhandelsmunt‘ zal sneuvelen, met een goede kans dat goud internationaal terugkeert als het ‘ruilmiddel‘ dat de handel moet ‘smeren‘ (VIDEO). Dat de Duitsers versneld hun goud uit de Verenigde Staten hebben teruggehaald, is in mijn optiek een ‘ABC-tje‘. En ik hoop dat Dijsselbloem en Rutte ook zo verstandig zijn geweest.

Reacties

Reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.