AstraZeneca

De angst voor AstraZeneca groeit

De Amerikaanse regeringsadviseur Anthony Fauci legde laatst de vinger precies op de zere plek. In de VS was ophef ontstaan toen medici openlijk twijfelden aan het werkingspercentage dat AstraZeneca daar naar buiten bracht voor zijn coronavaccin. Het concern was te optimistisch geweest: volgens de later gecorrigeerde data was het niet bij 79 procent, maar bij 76 procent van de proefpersonen werkzaam.

Dit was een „unforced error”, zei Fauci, een vermijdbare fout. Dat was jammer, vond hij, omdat dit „zeer waarschijnlijk een zeer goed vaccin is” en kleine missers als deze het vertrouwen erin kunnen aantasten. Aangezien vaccineren de enige uitweg uit de pandemie is, is dat vertrouwen cruciaal.

Inmiddels heeft AstraZeneca behoorlijk veel vermijdbare fouten, kleine en grote, gemaakt rond het vaccin. Een van de belangrijkere is het gebrek aan open communicatie dat het bedrijf bij veel van de problemen aan de dag heeft gelegd. Door de gebeurtenissen onopgehelderd te laten, wordt het wantrouwen bij overheden en burgers steeds gevoed. Dat wantrouwen torst AstraZeneca als ballast mee nu er tegenslagen zijn waar het nu eens niets aan kan doen.

Zeldzame aandoening

Het vermoedelijke verband dat het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) volgens een van zijn onderzoekers heeft geconstateerd tussen het AstraZeneca-vaccin en de zeldzame combinatie van trombose en een verminderd aantal bloedplaatjes, is zo’n pechgeval. Minister Hugo de Jonge (CDA, Volksgezondheid) legde vorige week het prikken met AstraZeneca onder mensen tot zestig jaar stil toen bijwerkingencentrum Lareb vijf trombosemeldingen, waaronder één sterfgeval, had geregistreerd.

De bijwerking is zo zeldzaam dat die vermoedelijk pas aan het licht kon komen toen miljoenen mensen de prik hadden ontvangen. AstraZeneca had dit dus moeilijk kunnen voorzien. Maar het slechte nieuws komt bovenop een reeks vermijdbare fouten die het bedrijf en het vaccin al de nodige reputatieschade hadden bezorgd. In Duitsland en Frankrijk leidde dat er eerder dit jaar toe dat voorraden van het vaccin op de plank bleven. Bondskanselier Merkel sprak toen van „een acceptatieprobleem”. Dat zal er nu waarschijnlijk niet kleiner op worden. 

De problemen begonnen met de constatering in november dat het vaccin bij tests beter werkte als de eerste prik met een halve dosis werd gegeven. Die halve dosis hoorde niet bij de onderzoeksopzet, maar was per ongeluk toegediend. Toen dit werd ontdekt, werd het niet meteen aan de betrokken proefpersonen verteld.

Daarnaast waren er onder de proefpersonen te weinig ouderen om te kunnen vaststellen of het ook voor die doelgroep effectief was. Het EMA gaf toch toestemming voor gebruik onder deze groep, op basis van de resultaten van andere, vergelijkbare vaccins. Duitsland zag echter nog weken af van het gebruik onder 65-plussers.

De stemming rond het vaccin verslechterde echt toen het Brits-Zweedse concern op 22 januari opeens liet weten dat het wegens productieproblemen nog niet de helft van de afgesproken doses aan de Europese Unie zou gaan leveren. De uitleg was summier, waardoor de Europese Commissie niet zonder meer geloofde dat het probleem verholpen zou worden. Sindsdien zit de Commissie het concern op de huid om zijn afspraken na te komen.

De Franse topman Pascal Soriot, tot dan toe geprezen om zijn innovatiedrang en het feit dat hij in 2014 een overname door Pfizer had weten af te wenden, maakte het alleen maar erger toen hij in een interview opmerkte dat het bedrijf zich contractueel nergens toe had vastgelegd. Hij wees erop dat er alleen een inspanningsverplichting was afgesproken. De ruzie met de Europese Commissie is nog altijd onopgelost, het gebrek aan vaccindoses is min of meer chronisch geworden.

AstraZeneca had een jaar geleden nauwelijks ervaring met het maken van vaccins

Kankermedicijnen

AstraZeneca had een jaar geleden nauwelijks ervaring met het maken van vaccins; de kracht van het bedrijf ligt met name in kankermedicijnen. De Universiteit van Oxford, die het vaccin ontwikkelde, dacht aanvankelijk aan samenwerking met het Amerikaanse Merck, maar de Britse overheid wilde liever een Britse producent. Toen AstraZeneca beloofde miljarden doses tegen kostprijs te produceren zodat ook armere landen geholpen konden worden, mocht het aan boord komen.

Die miljarden doses moeten uit fabrieken over de hele wereld komen, maar in de praktijk is het moeilijk om in al die aparte fabrieken het productieproces goed aan de gang te krijgen. De onderschatting van deze complexiteit heeft ertoe geleid dat er veel minder geproduceerd wordt dan verwacht en overheden steeds minder bereid zijn hun schaarse vaccins met andere landen te delen. Momenteel hanteren het Verenigd Koninkrijk, de Europese Unie en India – een grote vaccinmaker die veel aan arme landen zou leveren – exportbeperkingen.

Dit was de stand van zaken vóórdat de trombosemeldingen een rol gingen spelen. Een prikstop vorige maand werd na enkele dagen weer opgeheven toen het EMA verklaarde dat er geen verband met het vaccin was aangetoond. De nieuwe onrust komt hier bovenop. Het is afwachten hoeveel tegenslag één vaccin kan dragen.

Abonneer u nu op onze gratis elektronische nieuwsbrief SDB-nieuws klik hier om te registreren

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.