Alexander Pechtold

In bijna elke coalitie lijkt straks een grote rol weggelegd voor Buma en Pechtold. Ze komen op die positie via twee radicaal verschillende manieren van omgaan met het kabinet-Rutte, ziet Max van Weezel.

Het spannendste moment van het RTL-lijsttrekkersdebat in De Rode Hoed vond ik de woordenwisseling tussen Sybrand Buma en Alexander Pechtold over achterkamertjespolitiek. Het ging ongeveer zo:

Pechtold: ‘U wilde in 2010 wel met de VVD en de PVV regeren maar in 2012 niet met de VVD en de PvdA. U was overal tegen.’
Buma: ‘U zat alleen maar mee te praten in achterkamertjes. Het CDA heeft onafhankelijk oppositie gevoerd.’
Pechtold: ‘In die achterkamertjes kwamen we anders wel vaak CDA’ers tegen die er al sinds de jaren vijftig zaten.’

Waarna de heren het met elkaar aan de stok kregen over maatregelen van het tweede kabinet Rutte die door D66 waren gesteund en door het CDA niet, zoals het leenstelsel.

Frequente contacten

Pechtold en Buma zullen de discussie over de vraag ‘hoe je op te stellen tegenover een kabinet waar je zelf niet in zit’ vaker hebben gevoerd, maar dan buiten het zicht van de camera’s. De werkvertrekken van CDA en D66 liggen dicht bij elkaar, in dezelfde vleugel van het Kamergebouw: het voormalige ministerie van Justitie. Ook de fractie van GroenLinks is daar trouwens gehuisvest. Je komt elkaar voortdurend tegen en hebt dan alle gelegenheid te praten over zaken als: ben jij laatst nog in het Torentje geweest en heb jij al een uitnodiging van Rutte gekregen om rijsttafel met hem te eten bij Poendjak of Soeboer?

Het opmerkelijke is dat Pechtold graag in geuren en kleuren vertelt over zijn frequente contacten met de premier terwijl Buma zijn uiterste best doet de indruk te wekken dat hij de huidige bewoner van het Torentje zo veel mogelijk mijdt.

De geschiedenis van hun beider partijen doet anders vermoeden. Het CDA heeft zich sinds zijn oprichting in 1980 opgesteld als voorbeeldige bestuurderspartij, altijd bereid te regeren, als het niet over rechts kon dan maar over links.

Het CDA was sinds zijn oprichting altijd bereid te regeren, als het niet over rechts kon dan maar over links.

Zelfs onder de paarse kabinetten van de jaren negentig liepen de christendemocraten de ministeries plat. Was er misschien nog iets waarmee ze konden helpen? In de tijd van Balkenende vormden ze kabinetten met zulke uiteenlopende coalitiepartners als de VVD, de LPF, D66, de PvdA en de ChristenUnie. In 2010 accepteerden ze de gedoogsteun van Wilders. Ze waren altijd bereid verantwoordelijkheid op zich te nemen.

Regentenmentaliteit

D66 heeft van oorsprong een heel andere achtergrond. De partij wilde de regentenmentaliteit doorbreken, het politieke bestel radicaal democratiseren, kanalen graven naar de macht, de revolutie maken voordat die uitbreekt, zoals founding father Hans van Mierlo het meeslepend formuleerde. Als de Democraten meeregeerden, kwam er altijd een moment waarop ze zich afvroegen of ze er wel verstandig aan hadden gedaan om tot het kabinet toe te treden. Zoals in 1999, toen het referendum door de Eerste Kamer werd verworpen, of zes jaar later, toen de gekozen burgemeester sneuvelde in de senaat.

D66 had altijd een moeizame verhouding met de macht. Sinds het aantreden van Rutte II ligt dat anders.

In tegenstelling tot de christen-democraten had D66 altijd een moeizame verhouding met de macht. Maar dat ligt anders sinds het aantreden van Rutte II, het kabinet dat wel een meerderheid in de Tweede Kamer maar niet in de Eerste Kamer heeft. Toen verkenner Henk Kamp in 2012 Buma en Pechtold de vraag voorlegde hoe ze tegenover de vorming van een VVD/PvdA-coalitie stonden, antwoordden ze beiden dat gesprekken tussen de liberalen en sociaaldemocraten gezien de verkiezingsuitslag voor de hand lagen. Maar de intentie was verschillend. Buma was ervan overtuigd dat het CDA na zijn dramatische nederlaag (van 21 naar 13 zetels) de oppositie in moest om zich te ‘hervinden’. Pechtold dacht: de tegenstellingen tussen de VVD en de PvdA zijn zo groot dat ze er toch niet samen uitkomen, en dan kloppen ze alsnog bij ons aan. Maar dat gebeurde niet.

Wisselende gedoogpartners

Al snel bleek dat het Rutte en Asscher lelijk opbrak dat ze niet over een meerderheid in de Eerste Kamer beschikten. Het kabinet zag zich gedwongen overeenkomsten met wisselende gedoogpartners te sluiten: het woonakkoord, het Herfstakkoord, het akkoord over het leenstelsel, de deal over het associatieverdrag met Oekraïne. In de meeste van die gevallen was Pechtold bereid Rutte en de zijnen te hulp te schieten. Een constructieve houding zou zijn partij electoraal geen windeieren leggen, geloofde hij. ChristenUnie, SGP en GroenLinks steunden het kabinet ook met regelmaat.

Zo niet Sybrand Buma, die zich onverzettelijk toonde. Het CDA was geen stopverf waarvan gebruik kon worden gemaakt om de gaten en scheuren in de coalitie te dichten, legde hij Thijs Broer en mij deze week in een interview uit.

Rutte heeft tijdens het lijsttrekkersdebat van Radio 1 zijn voorkeur voor een kabinet met CDA en D66 uitgesproken. Klaver, Roemer en ook Asscher dromen van een centrumlinkse coalitie waarin de christendemocraten de plaats van de liberalen overnemen. In bijna elke constellatie is een grote rol weggelegd voor Buma en Pechtold. Benieuwd wie dan het vaakst de deur platloopt bij wie.

Reacties

Reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.