geld

In de wereld van de elite is het terrorisme niet vijand nummer één. Ook zijn het niet de drugskartels, mensensmokkelaars, wapenhandelaren, cyberterroristen, of noem ze maar op. Hun grootste bedreiging is het contante geld, een middel dat al meer dan 4.000 jaar bestaat maar nu door de elite wordt weggezet als een betaalmiddel dat vooral door criminelen wordt gebruikt. De oorlog tegen cash is in volle gang.

Gisteren schreven we een artikel over de plannen van Brussel om contant-geld-betalingen te willen inperken, en in dit artikel gaan we daar nog even op door.

Ze hebben er in Brussel minder dan een jaar voor nodig gehad tot de Europese Commissie met een dorre en besluiteloze beoordeling kwam over de mogelijkheid om eventuele beperkingen in te voeren op contante betalingen binnen de EU. De juridische beoordeling is ondermaats en het document [1] bevat een overvloed aan argumentatie, vooral gebaseerd op de strijd tegen het terrorisme: een belachelijke reden (en waarom dat zo is, daar komen we zo op terug). Ook wordt gesteld dat het invoeren van een maximumgrens voor contante betalingen gunstig zal uitpakken voor de negateive rente. Het is duidelijk dat de Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble een ei heeft gelegd in het nest van de EU-bureaucraten, maar op dit moment voelt niemand zich geroepen om het uit te broeden.

Alle boeken en krantenartikelen van Wall Street en de meningen van topeconomen werkzaam bij de overheid ten spijt is het duidelijk dat de Europese Commissie haar strijd tegen het contante geld voornamelijk vergoeilijkt als een strijd tegen het terrorisme en het witwassen van zwart geld. In Brussel gaan ze er vanuit dat als je de aanschaf van een tweedehands auto of een Kalasjnikov van 5.000 euro niet meer contant kunt afrekenen, het terrorisme een stuk afneemt. Als terroristen die bommen willen leggen zich daar iets van zullen aantrekken.

Overdreven maatregelen, zegt u?

Niet voor de Europese Commissie. In het relatief kleine document komt het woord “terror” 25 keer voor, waar het vooral gaat om de mogelijkheid tot invoering van een maximumgrens voor contante betalingen. “Money laundering” komt maar liefst 17 maal voor. Over “negatieve rente” wordt met geen woord gerept, en waar er eerst wel over gesproken wordt is het vreemd dat er in een belangrijk document niets over gezegd wordt. De focus van de EC voor het geleidelijk afschaffen van het contante geld (want daar moet het uiteindelijk naar toe) en dat maakt het document meteen ongeloofwaardig.

Een [paar weken nadat een bij de autoriteiten bekende terrorist met een truck een kerstmarkt in Berlijn binnenrijdt, doen ze het in Brussel vóórkomen alsof er door het invoeren van een maximumgrens het gevaar voor aanslagen fors zal afnemen. Ze vinden het helemaal niet noodzakelijk af te wegen wat de effectiviteit van de maatregel is, wat de gevolgen zijn voor de vrijheidsberperkende werking (aantasting van de privacy) en de consequenties voor het financiële systeem. Of ze hebben het wel gedaan, maar heiligt het doel (totale controle over de burgers) de middelen – de meer voor de hand liggende mogelijkheid.

De overmatige nadruk op het terrorisme doet vermoeden dat dit door Wolfang Schäuble in gang gezette toneelspel terugvoert op een eis van de Franse president Hollande, die eiste dat een (na Charlie Hebdo) door Frankrijk ingevoerde maximugrens op contante betalingen óók door Duitsland moest worden ingevoerd. Schäuble drfde destijds geen nee zeggen en heeft dit probleem gemakshalve over de schutting van Brussel gegooid met het voorstel dit meteen voor de hele EU in te voeren (omdat hij wist dat hij dit in zijn land niet geregeld zou krijgen – wat een jaar geleden ook bleek toen dat proefballonnetje van de regering Merkel meteen naar beneden werd geknald).

Dat vorstel van 12 februari 2016 is echter niet in de prullenbak gegooid – zo zitten politici dan ook weer niet in elkaar – maar is het nu afgestoft om EU-breed het plan alsnog in te gaan voeren.

Of het nu wettelijk mag of niet: d Europese Commissie wil het gewoon dóórvoeren.

En dan hebben we het meteen over een heikel punt, want naast de obsessie voor terrorisme hebben we ook te maken met wettelijke beperkingen. We hebben namelijk te maken met een vervelend wetsartikel dat het invoeren van dit plan in de weg staat. Artikel 128 van het EU-verdrag zegt namelijk dat de euro-bankbiljetten binnen de EU de enige wettige betaalmiddelen zijn. De duidelijke absurditeit van het voorstel van de EC voor een cash limiet zien we nu meteen: de Europese Unie of een staat verbiedt hiermee haar burgers om met het wettige betaalmiddel (de euro) te betalen.

Om deze complicatie uit de weg te gaan – en misschien wel om de straks vertrekkende Franse president die door iedereen gemeden wordt niet nòg droeviger te maken – wordt door de Europese Commissie artikel 128 gewoon niet genoemd en schakelt de EC meteen over naar een tekst die, hoewel niet belangrijk, in dit kader bijzonder bruikbaar is.

De “Verordening (EG) nr. 974/98 van de Raad van 3 mei 1998 over de invoering van de euro” [2] zegt in artikel 19 het volgende:

(19) Overwegende dat bankbiljetten en muntstukken die in de nationale munteenheden luiden, uiterlijk zes maanden na het einde van de overgangsperiode hun hoedanigheid van wettig betaalmiddel verliezen; dat beperkingen inzake betalingen in bankbiljetten en munten, die de lidstaten om openbare redenen hebben getroffen, niet onverenigbaar zijn met de status van wettig betaalmiddel van eurobankbiljetten en -munten, mits er andere rechtsgeldige middelen beschikbaar zijn voor het verevenen van financiële schulden.

De Europese Commissie beroept zich dus op een bijna 20-jaar oude verordening voor de invoering van de euro en “vergeet” gemakshalve de veel recentere en rechtskundig zwaarder wegend artikel in het EU-verdrag, dat daarmee juist in tegenspraak is.

Wij interpreteren artikel 19 zó dat het bij de invoering van de euro duidelijk moest zijn, dat reeds bestaande begrenzingen (zoals bijvoorbeeld de in ons land verplichte aanname van muntstukken van 10 gulden) konden blijven bestaan.

Er zijn inderdaad voor het voldoen van hoge geldschulden ook bankbiljetten, die wettelijk betaalmiddel zijn. Je kunt moeilijk verwachten dat iemand die 25.000 euro moet hebben voor een verkocht artikel met accepteren dat er met 10 euro biljetten betaald wordt. Vandaar de grote coupures. En munten zijn ingevoerd om iets wat 8 euro kost en waarvoor 10 euro wordt gegeven, 2 euro terug te geven.

Maar de situatie wordt anders als je munten èn bankbiljetten voor bepaalde betalingen gaat verbieden. Dan bestaat er namelijk – rechtskundig gezien – geen ander wettelijk betaalmiddel waarmee de rekening kan worden voldaan.

Het overmaken van geld (of het nu gaat via een bankrekening of met een creditcard) is namelijk in feite een belofte tot het betalen van het verschuldigde geld – een schuldvereffening. Degene die het geld moet ontvangen kan het accepteren, maar hoeft het niet. Het fundamentele juridische verschil tussen (door de Staat uitgegeven) contant geld en digitaal geld (dat is de belofte van een bank om geld contant uit te betalen) wordt door de Europese Commissie in het geproduceerde document helemaal niet genoemd, erger: het wordt bewust weggepoetst. Het digitale geld wordt nadrukkelijk als equivalent van echt geld aangemerkt.

Wat de Europese Commissie hier flikt is het opwerpen van een juridische mist door het niet noemen van een van de belangrijkste verdragsartikelen. Het gaat zelfs van kwaad tot erger: in plaats hiervan beweert de Europese Commissie dat de bestaande wetgeving van afzonderlijke lidstaten van de EU voor het beperken van contant geld betalingen, “in zijn algemeenheid verenigbaar is met het recht van de Unie”. Met dat “in zijn algemeenheid” wordt eufemistisch de Europese Centrale Bank bedoeld.

Met dezelfde onzuivere argumenten van de ECB tot het beperken van de limiet voor contant geld betalingen heeft de Europese Commissie artikel 19 van de Verordening (EG) nr. 974/98 voor haar eigen “beleid” misbruikt.

De Europese Commissie is zich van de zwakte van haar eigen zaak wel degelijk bewust, zoals blijkt uit de gebruikte bewoordingen (zoals bijvoorbeeld “in zijn algemeenheid”, en ook uit de volgende cryptische opmerking:

While it could be indicative that Member States having introduced restrictions on cash payments have not raised any objection against the Member States which have not taken such measures or vice versa, it must be observed that the restriction of high value cash payments in some Member States has mainly been imposed so far to avoid tax evasion.

Als op EU-niveau alles staatsrechtelijk goed geregeld was, en waarover geen enkele lidstaat geklaagd had, dan hoefde het Europese Hof niet zo vaak tussen beide komen als het om burgerrechten gaat. Op een andere plek (S.5) voert de Commissie nog als een rechtvaardigiing aan dat tot nu toe in geen enkele lidstaat maximumgrenzen voor contant geld betalingen zijn aangevochten. Een zwaktebod, inderdaad.

Wat de Europese Commissie hier heeft geproduceerd is vaag en feitenvrij, maar dat kan ook niet anders met een document dat in drie maanden in elkaar gedraaid is. Dat het zo vaag gehouden is zonder zaken te benoemen lijkt ons een bewuste keuze te zijn van de EC.

We krijgen in ieder geval de indruk dat Brussel er zelf geen zin in heeft dit EU-breed uit te rollen, want zo’n maatregel zou ongetwijfeld op veel weerstand sluiten en juridische gevechten tot gevolg hebben.

Het document moet ons inziens dan ook gezien worden als een werkstuk waar landen die met handen en voeten gebonden zijn aan de EU, de ECB en het IMF, gehouden kunnen worden. Het is dan ook een kwestie van lange adem voordat het contante geld in de EU helemaal zal zijn afgeschaft – veeleer worden andere bijkomende maatregelen ingevoerd, zoals het invoeren van boetes zoals men in Griekenland wil invoeren.

Terwijl individuele lidstaten van de EU dus daarmee aan de slag gaan, doet Brussel waar zij het best in is: een andere kant opkijken

Reacties

Reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.