Brengt ‘casinopensioen’ rust in de polder?

pensioen

Pensioenfondsen hebben het vooral zo moeilijk door de op dit moment zeer lage rekenrente. Dat is de rente die ze volgens de strenge spelregels moeten hanteren om te zien of ze op termijn over genoeg geld beschikken voor hun pensioenuitkeringen.

Bij veel fondsen is dat laatste nu al niet meer het geval. Deze fondsen hadden eigenlijk dit jaar hun pensioenen moeten verlagen, als minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken) niet met zijn hand over het hart had gestreken. Koolmees stond de meeste fondsen toe pensioenkortingen in 2020 achterwege te laten. Maar daarmee schoof hij – ongetwijfeld gedreven door politieke motieven – het probleem wel door naar 2021 en later.

Want de markt- en dus de rekenrente zal ook dit jaar niet gaan stijgen. Ze daalt waarschijnlijk alleen maar verder door onrust op de financiële markten, veroorzaakt door het coronavirus en andere ellende. Pensioenkortingen blijven dan ook als een donderwolk boven de markt hangen.

Tenzij Koolmees, en een ruime Kamermeerderheid, bereid zouden zijn de rekenrente buiten haakjes te zetten natuurlijk. Iets waar oppositiepartijen als 50PLUS, SP, PVV en FvD al jaren op aandringen. Zij wijzen erop dat de pensioenfondsen prachtige rendementen maken op hun beleggingen. Waarom jezelf dan arm rekenen met die superlage rente? Weg ermee!

Dat laatste is precies wat er nu lijkt te gaan gebeuren. Bij pensioenonderhandelingen tussen het kabinet enerzijds en werkgevers en werknemers anderzijds heeft Koolmees zich bereid verklaard de rekenrente los te laten. Pensioenfondsen hoeven er wat hem betreft geen rekening meer mee te houden. Hoera!

Er schuilt wel een venijnige adder onder het gras. De minister stelt een stringente voorwaarde bij zijn royale gebaar: de hoogte van de pensioenen wordt niet langer gegarandeerd. Als het goed gaat met de beleggingen hebben de gepensioneerden geluk gehad, anders dikke pech.

De vakbeweging neemt, als we mogen afgaan op mediaberichten, dit aanbod in welwillende overweging.

pensioenDe FNV voerde actie tegen het “casinopensioen”

Geen rekenrente, maar ook geen pensioengaranties. Het schijnt in elk geval een serieuze optie in de pensioenbesprekingen te zijn.

Het ei van Columbus?

Dat is nog maar helemaal de vraag. Een kleine tien jaar geleden liep de FNV te hoop tegen iets wat ze toen het ’casinopensioen’ noemde. Daarmee bedoelde de vakcentrale een pensioen waarvan de hoogte afhankelijk is van het rendement dat de fondsen weten te boeken. Zonder enige zekerheid voor de gepensioneerde. Zoals aan de roulettetafel: je kunt gokken en winnen. Of je kunt verliezen.

In 2011 stemde ruim 96 procent van FNV Bondgenoten, destijds de grootste FNV-bond, een pensioendeal met het kabinet weg waarvan het casinopensioen een belangrijk onderdeel vormde. Dat casinopensioen was daarmee van de baan.

Voorgoed? Kennelijk staat het denken bij de FNV niet stil. De vakcentrale kiest in het overleg met Koolmees mogelijk toch voor iets waar ze zich eerst met hand en tand tegen verzette. Namelijk een pensioenstelsel dat kortingen op afzienbare termijn wellicht zal voorkomen, maar dat wel alle risico’s bij de werknemer legt.

Of deze onverwachte vakbondsdraai leidt tot de zo gewenste ‘rust in de polder’ zal nog moeten blijken. Vermoedelijk krijgt de FNV eerst een groot aantal lastige vragen te beantwoorden.

via:https://frontbencher.nl/brengt-casinopensioen-rust-in-de-polder/

Reacties

Reacties

1 thought on “Brengt ‘casinopensioen’ rust in de polder?

  1. Tja mooi verhaal in de Televaag maar wat is er waar?
    Ik heb een voorstel om van alle ellende af te komen. Geen indexaties meer nodig noch kortingen. Ik zal dit voorstel middels een brief nog aan Koolmees en fracties doen toekomen. Ben benieuwd wie ef wat mee gaat doen.

    1. Geef het eigendomsrecht en de zeggenschap over de vermogens in dd pens.fondsen terug aan de enige echte eigenaren t.w. de (ex-)deelnemers. Opm.: in de PW zijn gepensioneerden ex-deelnemers.
    2. Verdeel minimaal 60% van de huidige vermogens over alle (ex-)deelnemers. Dat is dan dus incl. de inhaalindexaties.
    3. lees vanaf nu voor deelnemers ook de gepensioneerden.
    4. Iedereen heeft al een eigen individuele pens.pot want gezien het middelloon kun je anders niet tot een goede en juiste pensioen-uitkering komen.
    5. Bestaande en opgebouwde rechten blijven behouden en staan zoals ze op 31 dec. 2019 waren. De oude contracten worden gerespecteerd.
    6. Er worden alleen nog kostendekkende premies vastgesteld.
    7. Nadat de verdeling van de vermogens heeft plaatsgevonden zijn er geen indexaties meer noch kortingen.
    8. Vanaf 1 jan. 2020 (?) vindt er winstdeling plaats van de behaalde rendementen. Deze netto-winst wordt voor 50 (of hoger %) uitgekeerd aan de deelnemers en toegevoegd aan hun pens.pot. Voorbeeld: je ontvangt nu jaarlijks € 12.000 aan pens.uitkering. Afgelopen jaar was er 8% netto-winst (kan per fonds verschillen) en dan gaat er 4% (dus de helft) naar de deelnemers. Voor iemand die dus € 12.000 p.jr ontvangt wordt dat € 12.480. Iemand in de opbouwfase met € 50.000 groeit pot met € 2.000 naar € 52.000.
    De andere helft gaat naar de reserves om onvoorziene uitgaven kosten, beleggings tegenvallers enz. op te vangen.
    9. Het pensioen gaat in op de dag dat men 65 wordt en de uitkering wordt berekend en vastgesteld op basis van je pensioenpot uitgaande van een uitkering voor weliswaar levenslang maar minimaal 20 jaar.
    10. Wordt men ouder dan 85 dan is er voldoende in je persoonlijke pot omdat die ook blijft meedoen met het saldo in de winstdelingen. Mocht dat niet zo zijn omdat je toevallig 95 wordt dan wordt dat door de reserves/buffers opgevangen.
    11. Overlijdt men voor de 85e jaar dan krijgen de nabestaanden/erven een uitkering ineens van 50/60% van de pensioenpot of men kiest als partner voor voortzetting uitkering gebaseerd op 75% van de gangbare uitkering. Het overblijvende gaat naar een solidariteitsreserve.
    12. Overlijdt een 65- nog opbouwende dan krijgen de nabestaanden (partner) de keuze tussen uitkering ineens van 75% of premievrij opbouw tot pens.gerechtigde leeftijd (65) en daarna pens.uitkering;
    13. Een keer per jaar is er een deelnemersvergadering waarin bestuur en VO verantwoording aflegt aan de deelnemers. In deze vergadering wordt ook de winstdeling vastgesteld.
    Ook evt. bestuursleden worden benoemd.
    14. De zeggenschap van DNB wordt ingeperkt tot toezicht, controle en als advies-orgaan. Niets meer.
    15. Er wordt wel een “rekenrente” vastgesteld per 1 jan. van het boekjaar doch is alleen bestemd voor maandelijkse berekening van de vermogens, rendementen ter controle van de fin.toestand fonds.
    16. Mocht blijken dat de vermogens uitbundig te hoog worden/zijn kan er een extra winstuitkering plaatsvinden te bepalen bijv. tijdens de jaarlijkse bijeenkomst op voorstel van het bestuur.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.