Beeldenstorm is onzin

balkenende

??????????

Vroeger had je in de geschiedenis de theorie van de grote man. De grote man, hoogst zelden een vrouw, drukte een onuitwisbaar stempel op zijn tijd. Hij was de leider in revoluties, opstanden, oorlogen en soms ook in vredestijd.

Er werd vaak gesteggeld over wie wel, wie niet en hoe ‘groot’ iemand was. Was Napoleon groot? Willem van Oranje? Churchill? Bismarck? Het antwoord was vrijwel altijd een kwestie van nationale smaak. Dus Napoleon was en is voor de Fransen een held. Willem van Oranje bij ons de vader des vaderlands. Bismarck de architect van de eerste Duitse eenheid (van 1871 tot 1945). Churchill de inspirerende leider in de Tweede Wereldoorlog. Zonder hen was ‘de’ geschiedenis anders verlopen.

Dat laatste valt natuurlijk onmogelijk vast te stellen. De geschiedenis is geen laboratorium waar experimenten kunnen worden herhaald. Later is de klad gekomen in de theorie van de grote man. Langdurige, verborgen trends en sociaal-economische ontwikkelingen bleken veel belangrijker.

Dat betekende niet dat de grote man of soms vrouw helemaal uit beeld verdween. Die grootheid werd meestal genuanceerd tot ‘uitzonderlijke persoonlijkheid’. Ze waren niet meer van bovenmenselijk formaat maar wel van duidelijk groter kaliber dan hun tijdgenoten. Niet langer de schrijvers van het drama maar wel de regisseurs en het applaus was niet altijd verzekerd.

Napoleon werd een groot veldheer en staatsman maar met fatale zwakheden. Churchill gold als een mislukking tot Hitler hem de kans bood tot grote hoogte te stijgen. Bismarck zag zijn kans en greep hem met beide handen. Willem van Oranje faalde in zijn pogingen om de noordelijke en zuidelijke Nederlanden bij elkaar te houden en eindigde als de leider van de noordelijke opstand.

(Op sommige deelgebieden gaat de theorie van de grote man nog wel op. Niemand twijfelt er aan dat Johan Cruijff voor de ontwikkeling van het moderne voetbal belangrijker is geweest dan pakweg Leo Beenhakker of Dick Advocaat. – Behalve Louis van Gaal, natuurlijk. Er is maar één groot voetbaldenker en dat is L. v. G. zelf- . Maar dat blijft een bijveld van de geschiedenis.)

Met het verbleken van de theorie van de grote man, werden ook de grote mannen zelf aan een nader onderzoek onderworpen. Betekende historische grootheid ook morele grootheid? En wat betekent dit als de morele tekortkomingen de historische prestaties overschaduwen? En vooral, wie bepaalt dat? Wie kan of mag zich de rol van scherprechter aanmeten?

Dit is een politiek-cultureel vraagstuk waar je niet altijd makkelijk uitkomt. Soms is het helder. Hitler, Stalin, Mao en Pol Pot drukten ontegenzeggelijk dat onuitwisbare stempel op hun tijd en hun land. Maar niemand die enigszins bij zijn verstand is zal het in zijn hoofd halen hen ‘grote mannen’ te noemen. Ze waren monsters, zij het van onbetwistbaar historische betekenis.

Moeilijker ligt het bijvootbeeld al bij de leiders van de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog. Een aantal van die ‘Founding Fathers’ waren slavenhouders. Ze schreven hooggestemde teksten over de waardigheid van de mens, maar op hun plantages zwoegden slaven. Een van de opstellers van de onafhankelijkheidsverklaring, Thomas Jefferson, had er meer dan 600 en verwekte bij zijn favoriete slavin zeven kinderen.

Toch zullen er weinig Amerikanen zijn, blank èn zwart, die hun historische grootheid willen ontkennen. Maar dat hun bladzijden in de nationale annalen niet alleen in schoonschrift zijn geschreven, wordt nu wel algemeen erkend. Als je zegt dat The Founding Fathers in moreel opzicht niet altijd lichtende voorbeelden waren, word je niet meer onder de pek en veren het dorp uit gejaagd.

Tot hun erfenis behoort de eeuwige schandvlek, het racisme, waar de VS zoals we de afgelopen weken hebben gezien, nog steeds mee worstelt. Maar hun verdiensten als stichters van de eerste echte democratie, – behalve voor de zwarten en die andere vertrapte minderheid, de Indianen, natuurlijk -, wegen kennelijk zwaarder.

The Founding Fathers bevinden zich in het voorportaal van de grijze zone. Ze krijgen, – verdienen? – nog het ruime voordeel van de twijfel. Hun standbeelden mogen blijven staan, al is het wel aan te bevelen er een verklarende tekst bij te leveren.

Nog lastiger wordt bij figuren die lang in de zon hebben gestaan maar in deze tijd steeds donkerder schaduwen werpen. Bij ons in de polder komen we dan gauw terecht bij de Helden van de Gouden Eeuw, de grote admiraals en vooral Jan Pieterszoon Coen.

De discussie spitst zich toe op de vraag hoe we die figuren moeten beoordelen. Waar leggen we het zwaartepunt? Zien we ze in de eerste plaats als ‘kinderen van hun tijd’ met de bijpassende noties van goed en kwaad? Of leggen we de morele maatstaven van deze tijd aan? En niet alleen de morele maatstaven maar ook de eigen politieke voorkeuren? Zien we Coen als een 17de eeuwer of als een hedendaags monster?

Een neutrale, onafhankelijke blik blijkt vrijwel ondoenlijk omdat op een figuur als Coen idealen, denkbeelden en oordelen uit andere tijden dan de zijne worden geprojecteerd. In de 19de eeuw, toen de Gouden Eeuw werd uitgevonden en het nationalisme helden nodig had, was hij een held. Dat bleef hij misschien niet helemaal onomstreden tot redelijk ver in de vorige eeuw. Nu is hij ook en, afhankelijk van de kringen waarin je verkeert, misschien vooral de slachter van Banda.

De verwerping door de anti-racisten lokte, daar kon je donder op zeggen, de tegenreactie uit van de blanke identiteitsbewakers voor wie Coen een held blijft. Coen is de historische evenknie van Zwarte Piet geworden, om wie net als om het fictieve hulpje van Sinterklaas een heftige cultuurstrijd dreigt op te laaien.

Coens historische betekenis, positief en negatief, is daaraan ondergeschikt geraakt. Of meer en betere kennis van de geschiedenis daaraan veel zal veranderen, waag ik te betwijfelen. Natuurlijk is het goed de feiten over de slavenhandel te weten; kunnen we alleen maar toejuichen. Zoals het ook toe te juichen valt om ideeën over historische grootheid steeds weer op de proef te stellen. Geschiedenis geldt niet voor niets als een voortdurende ‘dialoog met het verleden’.

Alleen, of een ‘beeldenstorm’ daarbij helpt, is zeer de vraag. Niet alleen het beeld maar bij alle emoties wordt ook de redelijkheid van haar sokkel getrokken. Daar is nog nooit iemand iets mee opgeschoten.

Reacties

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.