wilders

Met ‘de gewone man’ wordt tegenwoordig het gedeelte van de bevolking bedoeld dat de gevestigde politiek afwijst en op Geert Wilders of een aanverwante splinterpartij wil stemmen. Wie daar niet toe behoort is elite.

De obsessie waarmee ook een deel van de pers deze redenering volgt is stuitend. Allereerst omdat hiermee een frame aan het publiek wordt opgedrongen dat schade berokkent aan het politieke proces in Nederland. Maar vooral omdat de overgrote meerderheid van gewone mannen en vrouwen die er anders over denkt zo opzij wordt gezet.

Belangrijke politieke kwesties in de komende verkiezingen zijn Europa en immigratie. Reële problemen, maar voorlopig staan de meeste mensen niet te trappelen om daarvoor op Wilders en de zijnen te stemmen. Toch beweert een commentator op 1 januari 2017 op Radio 1 doodleuk dat volgens de peilingen een derde PVV wil kiezen. Dat is kletskoek. Veranderingen zijn altijd mogelijk, maar volgens de meest sensationele prognose voor de Tweede Kamerverkiezingen (Maurice de Hond) haalt de PVV nu virtueel rond de 35 zetels. Dat is veel, maar het is 23 procent van de stemmen. Zelfs in dat sombere scenario stemt meer dan driekwart op anderen, die Wilders meestal nadrukkelijk afwijzen. Wanneer we Wilders zelf en sommige paniekerige journalisten moeten geloven, behoort die driekwart gewone mannen en vrouwen eigenlijk al tot de elite die het niet goed begrepen heeft.

DRIEKWART VAN HET ELECTORAAT BEHOORT TOT ‘DE ELITE’…

In en buiten Europa zijn vele ontwikkelingen waar je niet vrolijk van wordt, maar je kunt overdrijven. Dat Duitsland nu een rechts-extreme partij met invloed heeft, is ook zo’n paniekgeval. Van de weeromstuit wordt er gedaan alsof de Duitse democratie op wankelen staat. Alternative für Deutschland (AfD) schommelt in alle peilingen al een jaar tussen de 10 en 13 procent. Ook door Trumps overwinning en de aanslag in Berlijn is dat niet veranderd. De regeringspartijen CDU en SPD hebben daarentegen sinds lang samen een stabiele meerderheid boven de 50 procent. Al zou de AfD bij de verkiezingen van komend najaar verder groeien, de kans dat dit invloed op de regeringsvorming krijgt, is minimaal. De AfD wordt een van de kleine tot middelgrote oppositiepartijen. Dat is even schrikken, gezien de Duitse geschiedenis, maar zo opzienbarend is het nu ook weer niet.

De media staan minder buiten alle verwarring dan we graag zouden willen. Veel journalisten en beschouwers zijn net zo gedesoriënteerd als anderen. Zo wist eerst bijna de hele pers – naar eigen zeggen – zeker dat er tegen een Brexit en voor Hillary Clinton zou worden gestemd. Nu het anders is gelopen, zien velen van de weeromstuit de gewone boze man alles bepalen. Toch lagen de percentages in de Britse en Amerikaanse peilingen vooraf niet zo ver uit elkaar en waren er al eerder momenten waarop de Brexit respectievelijk Trump in de peilingen op een meerderheid stonden. En elke journalist kan weten dat peilingen een indicatie geven, maar nooit zaligmakend zijn geweest. Zelfs in het kalme vaarwater van recente Nederlandse parlementsverkiezingen (2010) hebben we meegemaakt dat een andere partij de grootste werd dan de exit-polls nog voorspelden (die verwachtten dat niet de VVD maar de PvdA het grootst zou worden).

Slecht nieuws is dat in het Nederland van 2017 een partij ook met nog geen kwart van de stemmen de grootste kan zijn, zoals met de PVV zou kunnen gebeuren. Al moeten we ook dat eerst nog maar eens zien. Maar wanneer Wilders premier wordt, al was het met een derde van de stemmen, dan is dat een bewijs van onverantwoordelijkheid bij de andere partijen:

Geen enkele democraat is gehouden mee te werken aan het aan de macht komen van iemand die de democratie gaat afbreken.
Wordt vervolgd.

Reacties

Reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

doneer