DELEN
VS

Meer dan 60 Syrische soldaten werden gedood bij luchtaanvallen van de internationale coalitie bij de stad Deir ez-Zor, een regeringsenclave in het door Islamitische Staat (of Daesh) gecontroleerd gebied in het oosten van Syrië.

Het lijkt er, ondanks de Amerikaanse bewering dat het om een “vergissing” gaat, sterk op dat het om een escalatie gaat in de strijd tegen president Bashar al-Assad van Syrië. In elk geval is het resultaat dat het wapenbestand van een week in Syrië niet wordt verlengd.

Vanaf het begin van de burgeroorlog in Syrië in 2011 steunde het Westen de eis van de oppositie dat president Assad diende te verdwijnen. Het steunde ook de visie van de gewapende rebellen dat het geweld uitbarstte toen Assad brutaal optrad tegen vreedzame betogers. Dat er in de aanloop naar de burgeroorlog systematisch vele soldaten, politiemannen, ambtenaren, leden van minderheidsgodsdiensten zoals alawieten en christenen, werden vermoord door islamistische extremisten, werd onder het tapijt geveegd. Ook het precedent van 1975-1982, toen islamisten een moordcampagne voerden tegen alle andersdenkenden, werd vergeten.

Opkomst Islamitische Staat

In de loop van 2012 begon de regering van president Assad echter geleidelijk aan de toestand onder controle te krijgen. Op dat moment besloten de Verenigde Staten, met behulp van de rijke Golfstaten, via Turkije en Jordanië de opstandelingen massaal te bewapenen. Dat maakte de opkomst van Islamitische Staat mogelijk. Het was geen geheim dat Turkije, de Golfstaten en de VS veel sympathie hadden voor de bloeddorstige fanatici van IS en ze royaal steunden. Een eerste belangrijke succes boekte IS in 2013 met de verovering van de provinciehoofdstad Raqqa in het noorden van Syrië.

Haar toppunt bereikte de groep toen IS in juni 2014 in Irak toesloeg met een blitzoffensief, waarvoor Koerdische en Iraakse soldaten, met achterlating van al hun wapens, zonder enig verzet te bieden, op de vlucht sloegen. Iraks tweede belangrijkste stad, Mosoel, viel in hun handen. De Koerdische hoofdstad Erbil (Hewler in het Koerdisch) en de Iraakse hoofdstad Bagdad werden bedreigd. Het door yezidi’s bewoonde Sinjar kwam grotendeels onder hun controle. Met alle gruwelen vandien tegen die “ketters”.

Ondankbaren

IS toonde geen dankbaarheid tegen zijn westerse en pro-westerse steunverleners. Op massale schaal werden  gevangenen, onder wie ook westerlingen, publiekelijk onthoofd. Zowat overal ter wereld werden aanslagen gepleegd. Dit tot grote ontzetting in het Westen. Dit leidde nog in het najaar van 2014 tot de vorming van een internationale coalitie tegen IS. Saudi-Arabië, en dit jaar ook Turkije, traden tot die coalitie toe nadat zij, ondanks hun gulle steun, ook in de klappen van IS begonnen te delen.

In grote delen van de wereld echter werden de uitspattingen van IS met enthousiasme begroet. In Afrika en Azië legden vele salafistische en jihadistische groepen de eed van trouw af aan Abu-Bakr al-Baghdadi, de leider van IS, die zich na de verovering van Mosoel uitriep tot kalief onder de naam Ibrahim. Ook in het Westen kreeg IS zijn aanhangers, als ze al niet onder het mom van vluchteling naar Europa werden gesmokkeld. Het resultaat waren o.m bloedige aanslagen in Parijs en in Brussel (op een metrostation) en op de luchthaven van Zaventem.

Ondanks dat alles kon IS toch nog op veel westerse sympathie rekenen omdat het, samen met het Nusra-front, een filiaal van Al Qaeda, het belangrijkste middel was om president Assad onder druk te houden, zoniet te verdrijven. Het eerste jaar dat de westerse coalitie tegen IS officieel actief was, ontwikkelde ze weinig of geen activiteiten.

Koerden

Zo kon IS ongestoord olie uit Syrische bronnen via Irak naar Turkije brengen. Koerdische militairen die de burcht boven de stad Sinjar in handen hadden zagen elke dagen colonnes tankwagens voorbijtrekken, maar hadden verbod gekregen van de Amerikanen er op te schieten.

Zo ook stonden de VS aanvankelijk weigerachtig om de Koerden van de Democratische Eenheidspartij (PYD) ter hulp te komen toen IS hen aanviel in de Syrische grensstad Kobane in september 2014. Alleen sterke druk van de internationale publieke opinie verplichtte hen  de Syrische Koerden met wapens en luchtsteun te helpen. IS werd er uiteindelijk in januari 2015 verdreven. Het feit dat de PYD een zusterpartij is van de Turkse Koerdische Arbeiderspartij (PKK), die in oorlog is met de Turkse regering, die dan weer een belangrijke westerse bondgenoot is, speelde een grote rol in dit gebrek aan enthousiasme voor de Syrische Koerden.

YPG

Maar de Koerden werden gerecupereerd door Washington toen de strijd tegen IS belangrijker werd. De Amerikanen zetten hen aan op te rukken naar Raqqa. Maar daar hadden de Koerden geen oren naar omdat Raqqa buiten Koerdisch gebied ligt en de relaties met de Arabieren traditioneel slecht zijn. In plaats daarvan rukten de Verdedigingseenheden (YPG), de gewapende tak van de PYD, op naar Tel Abyad, dat ze in juni 2015 veroverden op IS. Daardoor verenigden ze hun kantons Jazira en Kobane tot één gebied. Ze hoopten ook de verbinding te maken met het kanton Afrin in het westen van Syrië. Daardoor zou het hele grensgebied in het noorden van Syrië in hun handen kunnen komen én een barrière vormen tegen IS. Maar dat mocht niet van Washington wegens bezwaren van Turkije. De band met Turkije woog zwaarder door dan de strijd tegen IS, dat met het verlies van dit grensgebied zwaar in de problemen zou zijn gekomen inzake wapenaanvoer naar Syrië en Irak.

Later kregen de Koerden toch de toelating om de Eufraat – een “rode lijn” voor de Turken – over te steken om Manbij aan te vallen. Dit is een belangrijke etappestad op de weg naar Raqqa. En de Amerikanen wilden aldus toch nog de bevoorrading van IS moeilijker maken. Evenmin als Raqqa is Manbij Koerdisch. Daarom gebeurde de operatie officieel door de “Syrische Democratische Strijdkrachten”, een coalitie van de Koerden met Arabische en christelijke milities.

Rusland komt tussen

De bewapening van Syrische opstandelingen die  men “gematigd” noemt, alhoewel hun ideologie en werkwijze weinig verschilt van IS en Al Qaeda zette inmiddels het Syrische regeringsleger onder grote druk. Daarvan kon IS gebruik maken om in mei 2015 de historische stad Palmyra in te palmen. Iets wat de internationale coalitie makkelijk had kunnen voorkomen want de stad ligt in woestijngebied, dat men niet ongemerkt doorkruist, zeker niet met colonnes met zware wapens. Maar toen kwamen plots de Russen ter hulp.

De Russen hebben historisch gezien goede banden met Syrië, waar ze havenfaciliteiten en een basis kregen in de havenstad Tartous. Het zijn bondgenoten van Syrië, zoals ook Iran, Irak en de Libanese Hezbollah dat zijn. De laatste drie zijn sjiitisch en hebben derhalve ook sterke religieuze banden met de Syrische alawieten, een onderdeel van de sjiitische familie.

Russen samen met VS

De Russen begonnen hun basis in Tartous uit te breiden. Verder van de stad werd een grote luchtbasis gebouwd. Moskou wou duidelijk zijn aanwezigheid in Syrië versterken en er duidelijk blijven. Een verdere opmars van IS en andere rebellengroepen zou zijn positie in gevaar kunnen brengen. Al in de zomer van 2015 werd herhaaldelijk te verstaan gegeven dat er wat groots op til was. Maar het bleek voor de Amerikanen en hun bondgenoten toch een grote, en onaangename verrassing, toen de Russen in september plots grootschalig en efficiënt begonnen te bombarderen. Ze waren, bij manier van spreken, “van de hand Gods” geslagen en wisten niet direct te reageren.

Dat gaf de diplomatie een kans. De Amerikanen waren plots bereid met de Russen samen te werken om naar een oplossing te zoeken. Zo werd bij voorbeeld het verdwijnen van president Assad geen voorafgaandelijke voorwaarde meer. Wegens de successen van de Russen voelden de bondgenoten zich ook verplicht om efficiënt in te grijpen. Zo werden plots colonnes tankwagens met Syrische olie vernietigd en werden nog maatregelen genomen om de inkomsten van IS naar beneden te halen. Ook op het terrein werd IS plots echt onder vuur genomen.

Uiteindelijk werd in december in de veiligheidsraad resolutie 2254 unaniem goedgekeurd. In die resolutie werden krijtlijnen uitgezet om tot een onderhandelde oplossing te komen. Daarbij werd gestipuleerd dat IS en Al Nusra en “andere terroristische groepen” uitgesloten waren van deelname aan dit proces. Kortom eind 2015 waren er vrij goede vooruitzichten.

Einde van de samenwerking

Maar al snel veranderde alles weer ten kwade. In december belegde Saudi-Arabië een bijeenkomst van ruim honderd oppositiegroepen. Waaronder een groot aantal “terroristische” als men ze op hun daden (moordpartijen onder christenen, alawieten, “afvalligen” enz.) beoordeelt. Het gaat om groepen zoals Ahrar al-Sham (De Vrije Mannen van de Levant), Jaish al-Fatah (Het Veroveringsleger), Jaish al-Islam (Het Leger van de Islam) enz. Al die groepen werden door de Saudi’s ondergebracht in een Hoog Comité voor Onderhandelingen (HCN). De speciale gezant van de Verenigde Naties voor Syrië, Staffan de Mistura, aanvaardde die bundeling als een valabele gesprekspartner en nodigde ze in januari 2016 uit voor inter-Syrische gesprekken in Genève. De Syrisch-Koerdische Democratische Eenheidspartij (PYD), die hard gevochten had tegen IS, werd daarentegen geweerd.

Het westerse kamp had in feite een coup gepleegd. De Russen hadden zich laten rollen. Ze hadden al de namen van de geviseerde groepen in resolutie 2254 moeten laten opnemen. Terroristen waren in het onderhandelingsteam binnengesmokkeld. Moskou drong er herhaaldelijk op aan die groepen alsnog uit te sluiten, en de Koerden aan de onderhandelingstafel toe te laten. Te vergeefs. Voor het Westen zijn enkel groepen die op de officiële Amerikaanse en Europese terroristenlijsten staan terroristisch. Als ze er niet opstaan zijn ze niet terroristisch. Zo simpel is dat.

Al Qaeda gerehabiliteerd

Meer nog, gezien de belangrijke rol van Jabhat al-Nusra (of, volledig, het Steunfont voor het Volk van de Levant), het filiaal van Al Qaeda in Syrië, in de strijd om Aleppo (zie foto, farsnews), werd het Front uitgenodigd formeel afstand te nemen van Al Qaeda. Dat gebeurde in juli jl., maar in uiterst vriendelijke termen en met veel bedankingen. Het Steunfront herdoopte zich tot Jabhat Fateh as-Sham (Front voor de Verovering van de Levant). Het kan zo nog altijd in het Hoog Comité voor Onderhandelingen worden opgenomen, want de nieuwe naam komt niet voor op de terroristenlijsten.

Tijdens de onderhandelingen in Genève bleef het Westen, en dat doet het nog altijd, hameren op het feit dat er alleen gevochten mag worden tegen IS en Jabhat al-Nusra, niet tegen “gematigden” . Zowel door de Syrische regeringstroepen als door de Russen. Dit liep dus uit op een dovemansgesprek, dat na een eerste kort wapenbestand tot nieuwe gevechten leidde.

Voor die nieuwe gevechten bevoorraden de Amerikanen de opstandelingen met gesofistikeerde wapens zoals antitankraketten en luchtdoelraketten. En dat hebben de Syriërs al geweten, onlangs nog werd één van hun Migs-21 neergehaald en kort daarvoor een helikopter. Er is dus al een escalatie wat de bewapening betreft.

Vliegverbod

In de voorwaarden voor het tweede bestand, dat op 12 september inging voor een week, die nu voorbij is zonder overeengekomen verlenging, probeerden de Amerikanen een soort vliegverbod voor de Syrische luchtmacht in te stellen. Waarmee de droom van de Turken voor een “vrije zone” aan de Turkse grens, naar waar Syrische vluchtelingen (lees: gewapende opstandelingen) zouden kunnen komen, die beschermd zouden worden door een vliegverbod. Dat verbod zou worden gecontroleerd door de internationale coalitie die dus naar believen Syrische vliegtuigen en soldaten zou kunnen aanvallen. De Turken hebben al de eerste stap gezet: een door hen bezette vrije zone bij Djarabulus. Wellicht is de aanval op Syrische soldaten bij Deir ez-Zor die probeerden IS te verdrijven van posities van heuvels bij het vliegveld, dat in regeringshanden is, een verdere stap. Ofwel wilden de Amerikanen gewoonweg een nederlaag van IS verhinderen zodat de strijd rond Deir ez-Zor nog lang zou kunnen duren.

Het is maar de vraag hoe Rusland zal reageren op de situatie. Door een grotere Russische betrokkenheid in de oorlog?  Met hun Koerdische “bondgenoten” kunnen de Amerikanen wel nog last krijgen. Washington eist, op verzoek van Turkije, dat ze Manbij zouden verlaten en opnieuw de Eufraat als hun niet te overschrijden grens zouden beschouwen. Bovendien liet het de Turken toe Syrië binnen te trekken, Djarabulus in te nemen, de Koerden naar believen te bestoken, wat al geregeld is gebeurd, tot in de geïsoleerde Koerdische enclave Afrin toe. Geen wonder dat de Koerden, en niet alleen de Syrische, zich flink bekocht en verraden voelen na hun inspanningen tegen IS.

Reacties

Reacties

Geef een reactie