DELEN
CETA

Nederlandse overheid zet al jaren vol in op TTIP: ‘Falen is geen optie’

Al meer dan 30 jaar stagneert de kapitalistische ontwikkeling in het Westen. Eind zestiger jaren, begin zeventiger jaren kenterde het opbouwproces dat na de Tweede Wereldoorlog was begonnen. De sociale contracten kwamen steeds meer onder druk te staan. De huidige crisis is een momentopname van een structurele kapitalistische crisis die slechts door noodmaatregelen enigszins in het gareel kon en kan worden gehouden. Sinds de val van Lehmann Brothers die de economie van de VS aanzienlijk verzwakte, is de crisis in een versnelling geraakt.

TTIP

Er is daarbij geen sprake van kapitalistische veerkracht, zoals velen denken, maar van vooruitschuiven van het moment dat de crisis volledig onhanteerbaar en oncontroleerbaar wordt. Met de verschillende crisismaatregelen wordt slechts tijd en adempauze voor het (groot)kapitaal gewonnen, terwijl de economische groei voortdurend verder stagneert en de schuldenlast van landen en personen groeit. Kenmerkend voor de gevolgen van die noodmaatregelen is de toenemende verlaging van het levenspeil van de massa van de bevolking. Maar nog doorslaggevender is de aanzienlijke uitholling van de democratische politieke mogelijkheden om in dat proces in te grijpen. De marktontwikkelingen zijn dominant gemaakt, niet de politieke besluitvorming. De markt en niet de politiek stuurt de besluitvorming. Technocraten bepalen de koers.

TTIP documenten

Uit de beschikbare documenten – waarvan sommige nagenoeg onleesbaar zijn gemaakt – blijkt dat uitspraken van de minister en haar ambtenaren over TTIP gebaseerd zijn op enkele specifieke aannames. De essentiële aanname – dat TTIP economische vooruitgang oplevert en positief is voor de rest van de wereld – wordt door met name een rapport van het Nederlandse onderzoeksbureau Ecorys onderbouwd. Uit de correspondentie van ambtenaren met de minister blijkt steeds opnieuw dat die aannames een hardnekkig standpunt op het ministerie onderschrijven: het verdrag moet linksom of rechtsom worden geratificeerd. Falen is geen optie.

Het grootkapitaal wordt continue gedwongen te concurreren om de onderlinge overlevingsslagen te kunnen overwinnen. De les van de Tweede Wereldoorlog was om die onderlinge concurrentie zo te laten verlopen dat niet álle kapitalisten er (tegelijkertijd) schade door zouden oplopen. De kapitalistische concurrentie moest beheersbaar worden gemaakt. Daarvoor waren (economisch en politiek) voorspelbare marktontwikkelingen nodig. Daartoe werden steeds meer en vaker (regionale) handelsafspraken gemaakt en instituties als Wereldbank en IMF opgetuigd, naast allerlei mondiale en regionale overleggen die voor tijdige bijsturing moeten zorgen, zoals het jaarlijkse overleg in Davos.

Omdat de VS als grote overwinnaar uit de Tweede Wereldoorlog kwamen, worden de meeste overleggen en instituties gedomineerd door dat land. Hun dominantie en hegemonie kraken echter steeds meer in hun voegen. We leven in een tijdperk dat de onderlinge mondiale tegenstellingen toenemen en onbeheersbaar worden. De verschillende kapitalistische machtsblokken komen steeds nadrukkelijker tegenover elkaar te staan. De periode van geleidelijke, beheersbare veranderingen is voorbij. De kapitalistische strijd verhardt aanzienlijk, nu de huidige crisis het onderlinge slagveld vergroot.

Kenmerkend is dat de neoliberale politieke maatregelen die gedurende een twintigtal jaren dominant waren, steeds meer en vaker botsen tegen allerlei vormen van verzet door en vanuit de verschillende bevolkingen. Na jaren van ‘klassenvrede’ doemt de klassenstrijd weer op. Het kapitaal zit daardoor steeds meer ingeklemd tussen de onderlinge kapitalistische tegenstellingen enerzijds en anderzijds een opkomend mondiaal verzet vanuit de bevolkingen die het na-oorlogse idee van gezamenlijke vooruitgang en eerlijk delen, door de feiten opgedrongen, niet meer als uitgangspunt kunnen zien.

De illusie van een wereld zonder tegenstellingen die werd gepredikt na de val van het reëel bestaande socialisme is verdampt en in zijn tegendeel omgeslagen. Sinds de val van de socialistische landen is de mondiale uitbuiting aanzienlijk gegroeid en zijn de onderlinge tegenstellingen tussen statenblokken alleen maar toegenomen omdat het grootkapitaal in een groot deel van de wereld ‘verlost’ werd van zijn socialistische kluisters, waardoor de uitbuitingsgraad toenam en de democratische grondrechten werden gesloopt. De voortdurende uitbreiding van de binnenlandse markt leidt in de praktijk ook tot toename van de onderlinge concurrentie tussen de werkenden omdat de arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden naar het laagste niveau worden bijgesteld. De klassenstrijd is weer terug op de agenda.

TTIP-onderhandelingen: poging om Amerikaanse hegemonie te continueren en Europees kapitaal te versterken ten koste van Europese en Amerikaanse bevolkingen

De kapitalistische Lissabon-agenda van 2000 was een belangrijke tussenstap in de pogingen van het Europese grootkapitaal om de EU concurrerend te maken met de VS, ten koste van de verworven rechten van de Europese bevolkingen. Tot op de dag van vandaag gaat dat proces door. Land na land krijgt te maken met de agendadoelen van het Europees kapitaal. De onderlinge concurrentie tussen de Amerikaanse en Europese, met name Duitse, kapitalisten wordt steeds venijniger, zeker nu in Azië nieuwe concurrenten opdoemen. De strijd om de mondiale macht tussen de EU en ‘bondgenoot’ de VS gaat onverminderd door.

Overigens is er uiteraard ook geen sprake van eenheid van het Europees kapitaal. In Nederland is van oudsher een sterke trans-Atlantische stroming aanwezig die met de op Duitsland gerichte kapitalisten strijden om de macht waar nodig en gezamenlijk trachten de uitbuiting van de bevolking te intensiveren. Het Nederlandse grootkapitaal hinkt op twee benen als gevolg van verschillende handelsbelangen, maar is eensgezind als het gaat om het vergroten van de winst door de democratische rechten in te perken en de uitbuiting van de bevolking te vergroten.

De westerse ‘partners’ bestrijden elkaar inmiddels met steeds hardere middelen. De laatste tak aan deze concurrentieboom heet Trans-Atlantic Trade and Investment Partnership (TTIP), het jongere broertje van het inmiddels met Canada afgesloten CETA. [Over dit Canadees-Europese handelsverdrag wordt nog gesteggeld tussen het EP en Eurocommissaris Malström (Handel) die de onderhandelingen niet wil heropenen]. Met name de investeringsclausule in het verdrag, het Investor to State Dispute Settlement (ISDS) is het Paard van Troje en toont aan dat de VS alles uit de kast trekken om de dominantie van het Amerikaanse kapitaal veilig te stellen en nationale en Europese wetgeving trachten te omzeilen. Het ISDS is de giftigste adder van het TTIP-plan.

Nieuwe stap in onderlinge concurrentiestrijd

De EU en de VS onderhandelen al sinds 2013 over dit vrijhandelsakkoord.

Zowel het Amerikaans als het Europees kapitaal zijn verklaard voorstander van het afschaffen van handels- en investeringsbarrières tussen de twee continenten en binnen de eigen continenten. Het vooruitzicht één markt te creëren van zeker 820 miljoen consumenten doet menig kapitalist watertanden.

Het TTIP beoogt vooral de opheffing van alle regelgeving, verbodsbepalingen, veiligheidsstandaarden en normen die in de loop van de tijd door strijd in de verschillende Europese landen werden afgedwongen door de werkende klasse en daarna ook wettelijk werden vastgelegd, na een proces van democratische besluitvorming. Amerikaanse én Europese producten, diensten en investeringen zouden volgens het kapitalistische TTIP-plan moeten worden gevrijwaard van zulke politieke en democratische ‘belemmeringen’. Omdat in de Verenigde Staten veel van zulke ‘belemmeringen’ niet of nauwelijks bestaan, betekent het aannemen van het TTIP een hevige aanval op de verworven rechten in Europa. Niets meer en niets minder. De bepalingen in het investeringsmechanisme ISDS tonen dit glashard aan. De pure bedrijfsbelangen gaan voor álle andere belangen. Eerst de winsten niet de mensen.

Niets anders dan kapitalistische logica

De kapitalistische logica van het TTIP gaat zo: in Europa zijn om gezondheidsredenen tal van gemodificeerde voedingswaren verboden. Amerikaanse producten worden om die reden geweerd. Er zou daarom sprake zijn van oneerlijke concurrentie, want Amerikaanse producenten kunnen hun onveilige voedingswaren niet slijten in (tal van) Europese landen. In de hoofden van Amerikaanse kapitalisten blijft de Europese markt daarom voor hen ontoegankelijk en wel bereikbaar voor Europese producenten. Dat vinden zij oneerlijk. Het gaat ze immers niet om gezondheid maar om winstmaximalisatie…

De echte discussie zou moeten zijn: Natuurlijk veilig, onschadelijk en duurzaam. Als niet iedereen dat kan betalen moeten de lonen omhoog! Het handelsverdrag ondermijnt de Europese en democratische regels op het gebied van voedsel, milieu, arbeidsomstandigheden en gezondheid. Grote bedrijven krijgen er nog meer macht door.

Volgens de voorstanders zal de invoering van de nieuwe regels en wetten die het TTIP voorstaat, goed zijn voor iedereen. Europese producenten zouden concurrerender worden en ‘dus’ efficiënter. De prijzen voor Europese consumenten zouden lager (kunnen) worden en zij zouden meer keuzemogelijkheden (kunnen) krijgen. En last but not least Amerikaanse producenten zouden meer kunnen exporteren. Dit laatste argument blijkt vanuit Amerikaans perspectief de enige werkelijke doelstelling die met veel valse argumenten wordt verbloemd. De hele operatie moet het Amerikaanse (en een aantal Europese) ondernemingen mogelijk maken om hun winsten veilig te stellen en te vergroten ten koste van hun concurrenten en de bevolkingen in Europa.

Europese bevolking wordt slachtoffer

De gevolgen voor Europa zijn echter precies tegengesteld aan deze illusies. Europese bedrijven hebben nog steeds te maken met tal van sociale wetten, ondanks de gestage afbraak van de sociale voorzieningen (minimumlonen, ziekte-uitkeringen, relatief hoge pensioenen en enige ontslagbescherming). Allemaal ‘nadelen’ voor Europese ondernemingen in de concurrentiestrijd met het Amerikaans bedrijfsleven die dit soort ‘nadelen’ niet hoeft te dragen. Hier raken de belangen van het Amerikaans kapitaal die van het Europese.

Als Europa het nodig vindt om strengere milieu- en arbeidswetten te handhaven dan de VS, hoeven de multinationale ondernemingen in de VS en Europa daar niet onder te lijden is de redenatie. En als de Europese bevolking zo principieel wil zijn met wetten en regels, moet ze maar extra belasting betalen. Er komt dus een pure klassenstrijd op gang tussen de bevolkingen in Europa en delen van het Amerikaanse en Europese grootkapitaal. Want tegelijk met de voordelen voor het Amerikaanse kapitaal zullen tal van Europese multinationals meedoen met deze nieuwe plundertocht. De hierdoor ontstane concurrentie op sociale rechten, voorzieningen en democratische rechten betekenen aanzienlijke en versnelde afbraak van de levensstandaard voor de Europese bevolkingen.

Het TTIP leidt automatisch tot een dreiging van mogelijk kostbare rechtszaken voor de Europese overheden, betaald uiteraard door de belastingbetaler. Dat zijn overigens niet de multinationals. Die dragen niets af omdat zij over de middelen beschikken om miljoenen aan overheidsgeld binnen te slepen dat is opgebracht via sociale afdrachten en belastingen. Het politieke gevolg zal een versterkte tendens zijn naar deregulering en liberalisering in de EU. Er staat dus veel op het spel. Het is daarom niet verbazingwekkend dat de TTIP-onderhandelingen in zeer besloten kring plaatsvinden en nauwelijks toegankelijk zijn voor vakbonden en consumentenorganisaties. Het is tegelijkertijd ook begrijpelijk dat een organisatie als Greenpeace een aantal van de besloten documenten heeft gelekt. De zorgen bij tal van consumentenorganisaties nemen toe. Het is om die reden onbegrijpelijk dat de FNV zich nog niet onverkort tegen TTIP heeft uitgesproken en zich nog enigszins verschuilt achter de PvdA. De sociaaldemocratische positie van mensen als Ploumen blijft zich ervoor uitspreken dat er alleen steun zal worden verleend mits er ‘veranderingen’ zullen worden doorgevoerd. Alsof TTIP veranderbaar zou zijn. Het wordt de hoogste tijd dat de vakbondsleiding van de FNV zich onverkort uitspreekt tegen TTIP.

Het giftigste addertje onder het gras

Het ISDS maakt het bedrijven mogelijk om nationale overheden aan te klagen bij een internationaal – ondemocratisch – arbitragetribunaal, wanneer zij vinden dat hun concurrentiepositie (en hun winst) wordt geschaad door ‘oneerlijke’ regels en wetten. Dat tribunaal werkt in het geheim, legt nergens rekenschap af en heeft een bindend recht van spreken. Een Amerikaanse multinational die in Nederland een dochteronderneming start, zou bijvoorbeeld kunnen proberen de (eventuele) extra kosten, veroorzaakt door de strengere Nederlandse milieu- en arbeidswetgeving, te verhalen op de Nederlandse overheid. Een multinational die in zijn bedrijfsvoering op de een of andere manier wordt gehinderd kan via zo’n tribunaal proberen reusachtige sommen geld binnen te slepen.

Tegen dit ondemocratische tribunaal begint nu ook in het Europees Parlement verzet te groeien. Als alternatief is nu ICS in de maak. Men stelt daar nu een openbaar arbitragehof voor op aandringen van Duitsland en Nederland en probeert op dit punt het CETA open te breken, maar dat gaat veel tegenstanders terecht niet ver genoeg. TTIP, ISDS en ICS moeten helemaal van tafel.

Van de Nederlandse regering valt niets goeds te verwachten

De Nederlandse VVD-PvdA-regering is voorstander van het TTIP, omdat het vrijhandelsakkoord goed zou zijn voor de Nederlandse en Europese economie. Het TTIP zal volgens dit neoliberale kabinet de Nederlandse uitvoer stimuleren, extra banen opleveren en de economische groei hier te lande bevorderen. Helaas zijn deze kabinetsillusies vooral ijdele hoop. Economisch onderzoek naar de gevolgen van het TTIP laat een volledig ander beeld zien. Nu het verzet groeit en het aantal bewijzen van de schadelijkheid toenemen roept premier Rutte op snel te besluiten, ondersteund door de ‘Atlanticus’ Van Baalen. PvdA-minister Ploumen, verantwoordelijk voor handel, neemt nog steeds geen afstand en van de sociaaldemocraten in het Europees Parlement hoeven we ook geen rechte rug te verwachten. Het zijn allemaal voorstanders van deze frontale aanval op de democratie die het wezen vormt van het TTIP en zij werken bereidwillig mee aan dit volkomen ondemocratische onderhandelingsproces.

Afbraak van werkgelegenheid en loonsverlaging; Amerikaanse asociale samenleving van armoede en uitbuiting dringt zich steeds meer op

Een realistische studie toont aan dat Europese huishoudens waarschijnlijk een inkomensdaling van ongeveer 550 euro per jaar tegemoet kunnen zien als gevolg van de invoering van het TTIP. Ook zal het TTIP leiden tot een verlies aan banen en extra werkloosheid veroorzaken, met name doordat EU-landen minder onderling met elkaar zullen handelen en meer met de VS. De intra-Europese handel neemt dus af en wordt overgenomen door Amerikaanse export. Er bestaat simpelweg geen geloofwaardig economisch ‘bewijs’ dat het TTIP goed is voor de economie, laat staan voor de burgers die toch al steeds meer te maken hebben met een toenemende kloof tussen rijk en arm. Die kloof zal alleen maar groeien. Een paar grote Europese multinationals zullen baat hebben bij het TTIP, maar de bevolkingen in de verschillende Europese landen zullen het gelag moeten gaan betalen. Maar het TTIP is voor alles ondemocratisch. Invoering zal leiden tot verdergaande uitholling van de parlementaire democratie. TTIP is daarbij ook slecht voor de duurzaamheid en negatief voor de brede lagen van de bevolking.

Steeds bredere lagen van de bevolking beginnen dit in te zien. Het verzet groeit daarom gestaag. De achterkamertjes worden nerveus en willen de onderhandelingen versnellen en doordrukken. Daarom is gebundeld en eenduidig verzet harder nodig dan ooit. Geen veranderingen in het verdrag, maar stopzetten. Actievoeren heeft zin, omdat pas tamelijk recent de ware betekenis van het TTIP duidelijk aan het worden is onder brede lagen van de bevolking! De voorstanders worden onrustig en krijgen haast. Laten we met steeds meer mensen een stokje steken voor de schadelijke plannen van het grootkapitaal.

Stop TTIP, CETA en TISA

Stop de kapitalistische aanvallen op levenspeil en democratische rechten

Maak de markt ondergeschikt aan de menselijke behoeften

Stop de sloop van de sociale verworvenheden door het grootkapitaal

Noten:

Het gaat hier om verschillende vrijhandels- en investeringsakkoorden en pogingen van het bedrijfsleven de politieke besluitvorming te omzeilen:

TTIP Trans-Atlantisch Vrijhandels- en Investeringsverdrag (VS – Europese Unie)
CETA Comprehensive Economic and Trade Agreement (Canada – Europese Unie).
TISA Trade in Services Agreement. Gericht op dienstverlening. Hierbij worden alle nutsbedrijven en de gezondheidszorg aangevallen. (23 partijen, o.a. VS – Europese Unie).
TPP Trans-Pacifisch Partnerschap (12 partijen, o.a. VS en Canada).
ISDS Investor ¿ State – Dispute ¿ Settlement. Het betreft hier scheidsgerecht of arbitragerecht – vaak een particuliere instantie die geschillen buitengerechtelijk aanpakt, dus zonder dat een rechter of parlement er aan te pas komt.
ICS Investment Court System ¿ iets aangepaste ISDS.

Reacties

Reacties

Geef een reactie