DELEN
Rutte

Vlak na de verkiezingen in Nederland, waarbij de Partij van de Arbeid werd gedecimeerd, wilde ik wel eens weten wat mogelijk de contouren waren voor de onderhandelingen over het programma van de nieuwe regering. Daarom kocht ik op 16 maart het Financieel Dagblad, de krant van de mensen die de beslissingen nemen. Mathijs Bouman legde in een column uit waarover men waarschijnlijk ging onderhandelen en wat het knelpunt is voor de ondernemers die de beslissingen nemen. Er zijn de mogelijkheden van groen-rechts en grijs-rechts. Met respectievelijk GroenLinks of de CU en 55+. Momenteel onderhandelt men dus over groen-rechts. Dat wist Bouman nog niet. Maar in zijn column loopt hij het noodzakelijke “hervormingsprogramma” langs.

(overgenomen van de Bijstandsbond, auteur Piet van der Lende)

Het moet gaan om het op de schop nemen van de arbeidsmarkt (vast, minder vast en flexibel anders) en een hervorming van het belastingstelsel. Minder belastingen op arbeid en eventueel een vergroening van de belastingen. Dus meer belasting op vervuilende productie en producten en via het belastingstelsel stimuleren dat consumenten zich milieuvriendelijker gaan gedragen. GroenLinks zal in ruil voor een vergroening akkoord moeten gaan met flexibilisering en ‘lastenverlichting’ op arbeid voor het bedrijfsleven. Dit ook in het kader van het belastingstelsel: door bijvoorbeeld verbruik van schaarse grondstoffen en vervuilende productie meer te belasten, kan ‘lastenverlichting’ oftewel verlaging van de loonkosten voor de werkgevers worden gefinancierd. Maar deze ‘lastenverlichting’ zal ook moeten worden gerealiseerd door verdere bezuinigingen op de sociale zekerheid en de gezondheidszorg, geheel binnen de kaders van de neo-liberale denkmodellen. Een derde punt is de hervorming van het pensioenstelsel. Zeg maar het Engelse model, bijvoorbeeld dat iedereen het maar zelf moet regelen.

De columnist ziet echter een groot knelpunt. Een knelpunt dat ook VVD-er Hans Wiegel op 15 maart op de radio naar voren bracht. De geschiedenis wijst uit, dat sinds de opkomst van het socialisme in de negentiende eeuw alle grote liberale hervormingen zijn doorgevoerd met medewerking van wat “conservatief-links” wordt genoemd: de sociaal-democratie als stabiele massa-partij en vakbond van de arbeiders. Deze factor is bij deze verkiezingen weggevallen. Dit betekent, dat de legitimatiebasis voor het beleid in het maatschappelijk middenveld, zoals de vakbonden, ook dreigt weg te vallen. En de geschiedenis wijst ook uit dat zonder die legitimatiebasis de hervormingen (lees: lagere loonkosten voor werkgevers en meer marktwerking) niet goed mogelijk zijn. Wiegel spreekt voor de radio de “oprechte hoop” uit, dat de PvdA zal herstellen bij volgende verkiezingen. GroenLinks dicht men niet toe dat zij de functie van de PvdA kan overnemen.

Uitruil

Na 16 maart hebben de onderhandelingen zich achter gesloten deuren voortgesleept. We zijn nu in mei, maar er is maar bitter weinig bekend over de stand van zaken. Hoe worden de vergroening en lagere loonkosten voor de werkgevers precies vorm gegeven? We weten het nog niet. Maar er is in de publiciteit wel een neo-liberale lobby op gang gekomen, die veel zegt over dat ene aspect: minder loonkosten voor de bazen door nieuwe bezuinigingen op de sociale zekerheid. Punt daarbij is dat die neo-liberale lobby niet alleen uit gaat van de liberale partijen als D66 en CDA en VVD, maar dat het uit de hele samenleving komt. Het neo-liberalisme zit als het ware in de poriën van de samenleving, ook in het ambtelijk apparaat en bij wetenschappers.
Daarbij lijkt er bij de lobby een verschuiving van argumenten te zijn: het argument, dat er bezuinigd moet worden en dat er geen geld is om de sociale zekerheid of de gezondheidszorg in de huidige vorm te betalen is minder sterk, omdat de staat voor het eerst sinds jaren een overschot heeft en er weer economische groei is. Daarom switcht men naar een ander argument: de beschikbaarheid van arbeidskrachten voor werkgevers. Arbeidskrachten moeten bereid zijn om alle eisen van de werkgevers te aanvaarden, slecht betaalde rotbaantjes te accepteren en soms op afroep voortdurend beschikbaar zijn. Postbestellers bij Post.nl krijgen baantjes van twintig uur of minder, waarvan ze niet of nauwelijks kunnen leven wanneer er geen ander inkomen is in het gezin, maar ze moeten veertig uur per week beschikbaar zijn zodat ze geen baantje ernaast kunnen nemen. Werkenden en werklozen moeten meer onder druk gezet worden de voorwaarden van de werkgevers te accepteren. Allerlei regelingen in de sociale zekerheid die in de ogen van de neo-liberalen mensen ervan weerhouden laagbetaalde en flexibele arbeid te aanvaarden moeten worden afgeschaft.

Bijstandsvrouwen

Het eerste punt waarin dit tot uiting komt is de lobby om allerlei toeslagen voor mensen met een minimuminkomen af te schaffen. Vooral bijstandsvrouwen met kinderen moeten het daarbij ontgelden. Zij zouden inclusief allerlei toeslagen een zodanig inkomen hebben, dat het voor hen niet loont om tegen minimumloon of minimum cao-loon te gaan werken. Een prominent lobbyist op dit punt is Annemarie van Gaal, ondernemer en multimiljonair, die een groep bijstandsvrouwen wilde ondersteunen en daarbij constateerde dat ze toch geen betaald werk gingen aanvaarden. Ze ageert tegen allerlei inderdaad ingewikkelde toeslagen die de minima krijgen ook vanuit het argument, dat het in het belang is van de minima om dit toeslagenstelsel gedeeltelijk af te schaffen en te vereenvoudigen omdat niemand het meer begrijpt. Ze wil in plaats daarvan een soort basisinkomen, maar de hoogte daarvan is onduidelijk.
In De Telegraaf van woensdag deed Marianne Poot, gemeenteraadslid voor de VVD in Amsterdam, in het verlengde daarvan een duit in het zakje. (Figuurlijk dan). Ze verkocht demagogische onzin waarbij ze het bruto minimumloon van 1.500 euro vergelijkt met wat een bijstandsvrouw krijgt inclusief alle toeslagen. Een bijstandsvrouw met een kind van tien jaar en een van vijftien jaar en een huur van 550 euro ontvangt inderdaad ongeveer 1.850 euro netto. (Dus inclusief huurtoeslag, zorgtoeslag, kindgebonden budget en kinderbijslag.) En ze zegt dan dat het nogal wiedes is dat bijstandsvrouwen niet willen werken (nee, kinderen opvoeden is geen werken) want ze hebben in de bijstand 750 euro meer dan het minimumloon… Ze heeft er zelfs vragen over gesteld in de gemeenteraad. Geklets. De bijstandsvrouw heeft inclusief toeslagen bij twee kinderen van tien en vijftien ongeveer 1.850 euro, maar… als de bijstandsvrouw 38 uur gaat werken voor het minimumloon dan heeft ze inclusief toeslagen in precies dezelfde situatie 2.300 euro. Dus honderden euro’s meer. Mevrouw Poot had alleen maar de proefberekening toeslagen bij de belastingdienst hoeven in te vullen om tot die conclusie te komen. Als die bijstandsvrouw bijvoorbeeld vijftien uur gaat werken is er onder de Participatiewet de bijverdienregeling, waardoor ze er ook op vooruit gaat.
Poot (en Annemarie van Gaal) krijgt met haar baarlijke nonsens in De Telegraaf een open doekje voor haar redenering. Andere media, zoals het tv-consumentenprogramma Radar, pakken dit gretig op om emoties los te maken en de angsten en depressieve gevoelens van gestigmatiseerde bijstandsgerechtigden, armen en werklozen te exploiteren om zo de aandacht naar zich toe te trekken. Dat zij dit doen zonder de feiten te vertellen en kritisch de baarlijke nonsens te weerleggen, zegt iets over de media vandaag de dag. Mijn ervaring is dat door dit soort redeneringen mensen zich gekwetst voelen wanneer ze in armoede leven, vooral de bijstandsvrouwen met kinderen, die iedere dag weer wanhopig de eindjes aan elkaar moeten knopen.

Onderhandelingen over toeslagen

Het zal allemaal wel te maken hebben met de onderhandelingen over de Individuele Inkomens Toeslag, die nu in Amsterdam gevoerd moeten worden. Onlangs sprak de Rechtbank in Amsterdam uit dat alle minima in Amsterdam voor zo’n toeslag in aanmerking moeten komen, op basis van individuele beoordeling. En niet, zoals nu het geval is, alleen mensen met schulden. De rechter verklaarde de verordening van de gemeente voor de Individuele Inkomens Toeslag ongeldig. Amsterdam moet dus iets nieuws maken. Daarbij moet de hoogte van de toeslag worden vastgesteld. En gemeenteraadslid Poot neemt alvast een voorschot op de onderhandelingen door het toeslagen stelsel als veel te genereus aan de kaak te stellen door middel van demagogische desinformatie.
Maar er zijn niet alleen gretig door de media overgenomen schoten voor de boeg van lobbyisten, er zijn ook serieuze onderhandelingen over het toeslagen stelsel. De vorige regering liet in 2016 haar ambtenaren broeden op verschillende scenario’s om de huurtoeslag te beperken en bezuinigingen door te voeren. In juni 2016 werd de zaak tijdens een Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) nader bekeken. Vraag bij het broeden op die scenario’s is onder andere of je de huurtoeslag voor iedereen moet verlagen, of dat je een differentiatie gaat maken voor verschillende doelgroepen, waarbij sommigen minder huurtoeslag krijgen. In 2015 bedroegen de uitgaven aan huurtoeslag 3,6 miljard euro en dat was 333 miljoen euro meer dan begroot. Die overschrijding is goed te verklaren, want de recessie heeft er flink ingehakt. De toename van het aantal mensen dat recht heeft op huurtoeslag is al een paar jaar gaande. In de periode 2010-2014 steeg het aantal huishoudens dat een beroep doet op die toeslag met 21 procent. Tegelijkertijd zijn de (aanvangs)huren van de sociale woningbouw door de corporaties in veel gevallen fors verhoogd.
De huidige regering had in juni aanvankelijk het plan om de kosten van de huurtoeslag met 625 miljoen euro te verlagen. Maar dit plan verdween onder de vorige regering vooralsnog van tafel. Het is niet onmogelijk, dat het bij de onderhandelaars over de nieuwe regering weer van stal wordt gehaald. De plannen liggen uitgewerkt klaar, als het ware. Het zal met de toeslagen wel net zo gaan als met de kostendelersnorm in de bijstand, een regeling waarbij een bij iemand anders inwonende bijstandsgerechtigde op zijn of haar uitkering wordt gekort zodat hij of zij in feite beneden een redelijk bestaansminimum keldert. En inwonende mantelzorgers met een bijstandsuitkering mogen maar vijftig procent van het Wettelijk Minimum Loon hebben. Daarom wordt ook wel gesproken over de “mantelzorgboete”. Aan de invoering van deze onrechtvaardige maatregel ging een hetze in de pers vooraf, waarbij er niet of nauwelijks op de werkelijkheid gebaseerde verhalen werden verteld over huishoudens, waar vijf of meer personen samenwoonden die allemaal een volledige bijstandsuitkering hadden.

Verlaging van het minimumloon

Maar er wordt in de media en door lobbyisten en onderhandelaars niet alleen gesteggeld over de toeslagen systematiek. Want het blijkt dat de onderhandelaars over de nieuwe regering in Den Haag ook opnieuw moeten onderhandelen over de hoogte van het Wettelijk Minimum Loon (WML) (en dus de daaraan gekoppelde uitkeringen). Dat zit zo. In april 2016 werd de WML ingrijpend herzien. De minister van Sociale Zaken kondigde onder andere aan dat de minimumjeugdlonen in stappen zouden worden afgeschaft, de doelgroep van het WML werd uitgebreid en er waren nog andere maatregelen. Overigens kost deze afschaffing van de minimumjeugdlonen de werkgevers geen cent, onder andere door allerlei subsidieregelingen. Bij de herziening van het WML was het aanvankelijk de bedoeling ook een minimumuurloon in te voeren op basis van een 38-urige werkweek. Dit zou in sommige gevallen een verlaging van het WML betekenen, bijvoorbeeld wanneer in de cao een 36-urige werkweek was afgesproken. (Vooral, denk ik, in bedrijfstakken waar de vakbonden sterk zijn.)
Nederland kent tot nu toe geen wettelijk minimumuurloon. De uurlonen worden gebaseerd op de duur van de werkweek die vakbonden en werkgevers hebben afgesproken. Als de werkweek 36 uur is, wordt het minimum maandloon gedeeld door 36 om op een minimum uurloon uit te komen. Is de werkweek langer, dan wordt het gedeeld door het aantal uren van die langere werkweek, en is het minimumuurloon dus lager. In het ene geval verdien je minstens het WML door 36 uur in de week te werken, in het andere geval door 38 of zelfs 40 uur te werken. Dus het minimumloon is in bedrijfstakken met een relatief korte werkweek, hoger dan in andere bedrijfstakken. Maar de invoering van een minimum uurloon werd door de vorige regering van sociaal-democraten en liberalen in de ijskast gezet. Blijkbaar kon men het niet eens worden over de berekening van het minimumuurloon.
Onder het kabinet Rutte I werden pogingen gedaan, de zogenaamde Wet Werken naar Vermogen in te voeren. Belangrijk uitgangspunt van de wet was, door middel van loonwaardebepalingen vast te stellen in hoeverre een gedeeltelijk arbeidsongeschikte of langdurig werkloze voor een werkgever het minimumloon kon terugverdienen. Als iemand bijvoorbeeld zestig procent van het WML kon verdienen dan hoefde de werkgever maar zestig procent van het WML uit te betalen. Het inkomen van de werknemer werd dan aangevuld tot het sociale minimum middels een bijstandsuitkering. In feite dus een afschaffing van het WML voor deze groep. Maar het wetsvoorstel, in een regering zonder Partij van de Arbeid, is een stille dood gestorven. In plaats daarvan werd de Participatiewet ingevoerd. Met het aannemen van de Participatiewet werd ook een systeem van loonwaardebepalingen geïntroduceerd, maar dan krijgt de werkgever voor het gedeelte van het WML dat een werknemer niet terug kan verdienen een subsidie. De werknemer heeft dan minstens een WML en hoeft geen beroep meer te doen op de bijstand, als hij/zij tenminste een voldoende aantal uren werkt. Het geeft echter wel aan, dat in neo-liberale kring de opvatting bestaat, dat het WML te hoog is en in bepaalde gevallen niet moet worden toegepast. En zie, demissionair minister Asscher legde de hele zaak op het bordje van de onderhandelaars over de nieuwe regering. Hij lijkt de regeling onder de vorige regering te hebben tegengehouden, maar liet op 20 april toch een wetsontwerp publiceren, waarin het minimumuurloon wordt geregeld. Het wetsontwerp werd aangeboden voor ‘internetconsultatie’. Iedereen kan er nu op internet zijn of haar zegje over doen, maar de beslissingen erover zullen moeten worden genomen door de volgende regering. Als die het minimumuurloon baseren op een lange werkweek (38 uur of meer) zal het minimumloon in veel bedrijfstakken omlaag gaan.

Slecht nieuws voor arbeidsongeschikten

Volgens de laatste miljoenennota van het vorige kabinet zal een volgend kabinet ook weer onpopulaire maatregelen moeten nemen in de gezondheidszorg, omdat vanaf 2018 opnieuw een snelle stijging van de zorgkosten zou worden verwacht. Verschillende opiniemakers hebben daarop naar voren gebracht, dat de privatiseringen in de gezondheidszorg erg duur zijn. Nederland is mondiaal op de ranglijst van landen met de duurste gezondheidszorg gestegen van de achtste naar de vierde plaats. De bovenste landen op de ranglijst hebben allen een geprivatiseerde gezondheidszorg. De vorige regering kondigde aan dat nieuwe maatregelen of nieuwe akkoorden nodig zijn om de stijging van de kosten in de gezondheidszorg te voorkomen. Dit zijn geen goede berichten voor de chronisch zieken en gehandicapten, die het de afgelopen vijf jaar ook financieel zwaar te verduren hebben gehad. Chronisch zieken en gehandicapten zijn er onder de kabinetten Rutte I en II zwaar op achteruit gegaan. Ze zagen hun zorgkosten in die periode verdubbelen. Dat meldde het Nibud, het instituut voor budgetvoorlichting in september vorig jaar.
Maar er is meer. Een commissie van topambtenaren van de ministeries van Sociale Zaken en Financiën publiceerde afgelopen week een rapport over de toekomst van de arbeidsongeschiktheidsverzekeringen. En daar heb je het neo-liberale argument weer: hoe kunnen we zorgen dat (potentiële) arbeidskrachten zodanig in een dwangpositie komen, dat ze de voorwaarden waaronder de bazen hen te werk willen stellen zonder meer aanvaarden. Werkgevers vinden, zo staat in het rapport, dat zij wel erg veel risico’s op hun bordje hebben. Immers de werkgevers moeten bij ziekte twee jaar doorbetalen en dus doen ze aan risico selectie: ze nemen geen arbeidskrachten die gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn, of waarbij een mogelijk risico op ziekte zou kunnen bestaan. Een van de neo-liberale opties die de ambtenaren op de formatietafel leggen is dat de uitkering voor zieke werknemers omlaag moet om hen meer te prikkelen aan het betaalde werk te gaan en om de periode dat de werkgever ziekengeld moet betalen te verkorten. Dan worden hun lasten verlicht en zullen ze gemakkelijker gedeeltelijk arbeidsongeschikten aannemen… Het zou in het kader van dit artikel te ver voeren om dergelijke redeneringen in het kader van neo-liberale denkmodellen verder te behandelen. Velen hebben dat elders al gedaan, trouwens.
Al met al is duidelijk dat wordt gebroed op aanzienlijke verslechteringen in de sociale zekerheid of wat daarvan nog bestaat om de loonkosten voor de werkgevers te drukken ten koste van de bestaansvoorwaarden van miljoenen mensen, met name arbeidsongeschikten en werklozen die moeilijk aan het werk komen omdat dat er eenvoudigweg te weinig is.

Milieubeweging

De milieubeweging, althans een gedeelte daarvan, ziet de bui al hangen bij de uitruil van vergroening van de economie enerzijds (meer indirecte belastingen in plaats van directe, wat desastreus kan zijn voor de inkomensverdeling tussen arm en rijk) en verlaging van de loonkosten voor werkgevers en verdere vermarkting en verslechtering van de bestaansvoorwaarden voor de meeste mensen anderzijds. Op 16 april publiceerden milieuorganisaties, waaronder Milieudefensie, en de vakbond FNV een rapport waaruit bleek dat de armste huishoudens in Nederland relatief het meeste aan het klimaatbeleid betalen: ruim vijf procent van hun inkomen. De rijkste tien procent van de Nederlanders betaalt slechts 1,5 procent. Bovendien profiteren hogere inkomens het meest van subsidieregelingen, terwijl de armste Nederlanders in feite het minste vervuilen. Het nieuwe rapport brengt voor het eerst in kaart hoeveel de armste huishoudens, de rijkste huishoudens en huishoudens met een middeninkomen uitgeven om ervoor te zorgen dat Nederland zich houdt aan het verdrag van Parijs. In dat verdrag is afgesproken dat de opwarming van de aarde tot twee graden beperkt moet blijven. Daarvoor zal de uitstoot van broeikasgassen in 2050 tot vrijwel nul moeten zijn teruggebracht. De boodschap van het rapport is duidelijk: de lasten moeten eerlijker worden verdeeld.
In feite gaat het om de vraag of de vergroening van de maatschappij in het algemeen en van de economie in het bijzonder zal plaats vinden binnen de vertrouwde kaders van een enigszins aangepast neo-liberalisme of niet. Daarbij is ook van belang hoe de nieuwe regering de “participatiemaatschappij van onderop” waar Jesse Klaver het steeds over heeft, gaat inpassen in het marktdenken van het neo-liberalisme. Overal in de maatschappij hebben mensen collectieve oplossingen verzonnen om de productie van goederen en diensten te vergroenen en om de gaten die vielen in het sociale zekerheidsstelsel op te vangen door zelf in collectieve organisaties hulpverlening, ondersteuning van medemensen en inkomensvoorziening of verzekeringen daarvoor op te zetten, soms in het kader van marktdenken. De nieuwe regering zal dit wellicht verder onder de voorwaarden van het marktdenken willen plaatsen. Daarbij zal het net als bij de beschikbaarheid van arbeidskrachten voor de bazen gaan om de vraag, hoe arbeidskrachten gedwongen kunnen worden om de gaten op te vullen die ontstaan door de afbraak van collectieve voorzieningen waarbij mensen, die een oplossing willen verzinnen voor die gaten het werk zelf vrijwillig en onbetaald of in eigen gefinancierde voorzieningen moeten gaan doen, en moeten meewerken aan verdringing van betaalde arbeid door vrijwilligerswerk, zoals de vervanging van betaalde chauffeurs op buurtbussen door vrijwilligers. Bijvoorbeeld meer “keukentafelgesprekken” georganiseerd door de gemeente, decentraal, onder ander in het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, met als vraag: wat kan de omgeving zelf doen? Je laat oma toch niet verpieteren? Er is niets tegen vrijwilligerswerk, maar het moet niet misbruikt worden om ook noodzakelijke collectieve voorzieningen met betaalde professionals af te breken.
Het afgelopen half jaar werd het ene na het andere “manifest” voor de duurzaamheid geproduceerd, waar een uiteenlopende groep organisaties, bedrijven en politieke partijen zich achter schaarde. Wat mij vooral opvalt aan al die manifesten is, dat hooguit vage bewoordingen worden gewijd aan het vraagstuk van de dreigende verdere verarming van delen van de bevolking bij een groene herstructurering van de economie en of die herstructurering moet plaatsvinden in het kader van neo-liberale denkmodellen waarbij het gedrag van velen getracht wordt te sturen door middel van financiële prikkels die hen in een dwangpositie brengen.

Vakbonden

We keren terug naar de waarneming van Wiegel. Zonder de instemming van een sterke sociaal-democratische stroming in de Nederlandse politiek en een sterke positie in de vakbeweging en daarmee de legitimatiebasis onder de bevolking zouden de ingrijpende hervormingen waarop de onderhandelaars over de nieuwe regering broeden wel eens veel verzet kunnen oproepen, wanneer veel mensen de verdere afbraak van sociale zekerheid en arbeidsvoorwaarden aan den lijve gaan voelen en zij gaan beseffen, dat de mensen die relatief weinig inkomen hebben moeten opdraaien voor de milieumaatregelen, waarbij het proces dat de rijken steeds rijker en machtiger worden en de armen steeds armer gewoon doorgaat in een maatschappij met het eenzijdige marktdenken van ieder voor zich. Vorige week werd bekend dat de vakbonden niet langer met werkgevers willen praten. De weerstand van werkgevers om het derde WW-jaar voor ouderen te repareren, was de druppel voor FNV, CNV en de Vakcentrale voor Professionals (VCP) die de emmer deed overlopen. Zij hebben alle overleggen in de polder tot nader orde opgeschort. De reparatie van de WW maakte deel uit van het sociaal akkoord dat een aantal jaren geleden is afgesproken, en dit akkoord staat dus nu onder grote druk. Vandaag zal voor het eerst blijken of de bevolking in verzet komt. Vandaag demonstreert de FNV in Amsterdam. Nu parlementair links alles tezamen genomen de grootste nederlaag heeft geboekt sinds de Tweede Wereldoorlog wordt buitenparlementaire actie meer dan ooit belangrijk. De liberalen weten dat veel mensen niet op hen hebben gestemd vanwege de hervormingsprogramma’s bij de afbraak van de verzorgingsstaat. Het is echter de vraag of de bestaande linkse politieke partijen, vastgeroest in het parlementarisme en een compromispolitiek met de rechtse partijen, de weg zullen weten te vinden om het verzet geloofwaardig mee vorm te geven. Eigenlijk zou bij overschrijding van de organisatorische grenzen van de linkse politieke partijen een hernieuwde discussie op gang moeten komen bij links over de verhouding tussen buitenparlementaire actie en parlementair werk en niet alleen binnen de PvdA of de SP. Ik doe een voorspelling. Ook als de 1 mei-demonstratie geen succes wordt en GroenLinks ingaat op de rechtse avances, misschien vanuit een overwinningsroes, dan worden het toch mooie tijden voor buitenparlementair links. Maar makkelijk zal het niet worden. De vakbonden worden op hun beurt overal door de bazen buiten spel gezet, onlangs nog bij Jumbo, maar ook bij andere cao-onderhandelingen zoals in de horeca.

Piet van der Lende

Reacties

Reacties

Geef een reactie