DELEN
islamisering

Wordt u er ook zo moe van? Van die aandachttrekkerij van de religie (of is het een ideologie?) die islam wordt genoemd? Van die “elke dag in het nieuws en op de tong, elke dag wat meer verwarring, dreiging en invloed” strategie van deze godsdienst? Is het geen tijd deze zending een halt toe te roepen?

Ik denk, als ik me zorgen maak over de groeiende invloed van de islam, niet in de eerste plaats aan mensen die de radicale islam aanhangen, IS, Al Nusra, Boko Haram, etc. Dat zijn jihadisten, misdadigers, moordenaars en terroristen die we te vuur en te zwaard moeten bestrijden. En tegelijk moeten we hun slachtoffers (vaak ook islamieten) steunen in hun verzet tegen deze extreem religieuze fanatiekelingen.

Ik denk ook niet direct aan de vele mensen van buitenlandse en islamitische afkomst die in ons land hun plekje hebben gevonden en waardevolle leden van de samenleving zijn. Die moeten we koesteren. Hun religie kunnen we overigens missen.

Ik maak me vooral zorgen over moslims en moslimorganisaties (zelfs moslimregeringen) die buiten- en in Europa en in ons land doen alsof wij een potentieel islamitische werelddeel en land zijn. Het is vooral de arrogantie van deze religieuze onderdrukkers, een religieuze houding die “wij” in het verleden (en hier en daar ook nu nog) ook kenden, die me verontrust. Ja zeker, ook “wij” hebben ons schuldig gemaakt aan kruistochten en de christelijke zending die voor veel leed in de wereld hebben gezorgd. Maar wat “wij” toen deden is niet “onze” schuld in het hier en nu. In onze moderne tijd weten we (als je niet wegkijkt, verblind bent door religieuze dogma’s of politiek correct) dat we beter kunnen leven zonder religie. En dat wil ik graag uitdragen.

Laat ik voorop stellen dat ik tegen elke vorm van religie ben. Ik heb dat nooit onder stoelen of banken gestoken en ben daar ook altijd open over. Maar de opkomst van de islam vraagt op dit moment een gerichtheid op deze specifieke vorm van volksverlakkerij en sluipende inlijving. Om niet onder de religieuze voet van de islam te worden gelopen moeten wij in ons werelddeel/ons land veel duidelijker zijn over wat we wel en niet pikken van een religie in de zendingsmode. We moeten grenzen stellen aan de islamisering (het steeds meer invloed krijgen van de islamitische religie, cultuur en wetgeving in een samenleving) die zich in alle geledingen van de samenleving opdringt.

Het door links en rechts beleden multiculturalisme (ik spreek liever over multireligisme want de religie knelt het meest) van de laatste decennia is een totale mislukking geworden. Daarover is genoeg gezegd en geschreven. Het samenleven van meerdere culturen kan onder voorwaarden mogelijk zijn, culturen kunnen elkaar verrijken. Het samenleven van meerdere religies is niet mogelijk, religies zijn in de grond onverdraagzaam tegen anders- of ongelovigen. Een vreedzame multireligieuze samenleving is, door de drang van elke religie om te overheersen, altijd onmogelijk gebleken. Met name de islam heeft zich altijd ontpopt als een religie die nadrukkelijk en indringend aanwezig is en die naast het uitdragen van het geloof ook de openbare ruimte en het openbare leven voor zich opeist.

Het gaat voor wat mijn aversie betreft dus om de islamisering van Europa en Nederland. De islam eist een steeds grotere aandacht voor haar leugens en dogma’s. En ze ontwijkt of duldt geen discussie of tegenspraak. Het gaat over het (verplicht) dragen van hoofddoekjes, boerka’s, boerkini’s, nikaabs. Over halal slachten, geen varkensvlees of niet halal geslacht vlees op scholen en in kantines, halal vlees in supermarkten. Over het verbieden van alcohol. Over het bouwen van grote, vaak door het thuisland gefinancierde, moskeeën, over de luidruchtige openbare oproepen tot gebed, over de preken van Imams met een inhoud die we in ons land niet kunnen tolereren. Over het verheerlijken van en onderricht geven in een heilig boek, de koran, waarin dingen staan die in onze samenleving strafbaar zijn. Over scheidingsmuren voor mannen en vrouwen in gebedshuizen en woningen, over gescheiden zwemmen en sporten, over vrouwen geen hand geven, over vrouwen die thuis gevangen worden gehouden. Over eerwraak en het tolereren van geweld in huiselijke kring.

Over het stichten van islamitische scholen en universiteiten, vaak met buitenlandse steun en invloed. Scholen waar kinderen en jong volwassenen geïndoctrineerd worden met een primitief geloof dat stoelt op primitieve heilige boeken. Boeken met een inhoud die op vele punten absoluut haaks staat op ons westerse denken. Over Universiteiten waar geen wetenschappelijk onderwijs maar vooral religieus onderwijs wordt aangeboden. Onderwijs waarin homoseksualiteit en niet- of anders gelovig zijn worden veroordeeld en bestreden moeten worden, tot de dood toe. Waarin vrouwen worden gezien en bejegend op een manier die voor ons niet aanvaardbaar is. Over kinderen en jong volwassenen die niets over de verlichting leren, die de holocaust ontkennen. Over gebedsruimtes in scholen, universiteiten en ziekenhuizen. Over de wijze waarop de ramadan in onze samenleving moet worden ingepast. Over het verwerpen van de scheiding van religie/kerk en staat, religie staat boven de politiek en het bestuur. Het inprenten van religieus denken staat in alles, maatschappelijk en politiek, voorop.

Het gaat ook over jongens die alles mogen (soms losgeslagen zijn en grote irritatie en overlast veroorzaken) en meisjes die van alles ontzegd wordt. Het gaat over het (uitzonderings)recht op de religieuze genitale verminking van kinderen, de besnijdenis. Zowel bij jongens als soms ook bij meisjes. Een handeling waarbij de lichamelijke integriteit en de rechten van kinderen met voeten worden getreden. En over een verhouding mam-vrouw die niet in een vrije samenleving past.

Het gaat over de verachting waarmee wordt gesproken over anders gelovigen en ongelovigen, over het zich altijd gediscrimineerd of respectloos behandeld voelen (als verdedigingsstrategie tegen terechtwijzingen). Het gaat ook over de sluipende invoering van sharia wetgeving, sharia raden en sharia rechtspraak. Over sharia-huwelijken en kind-huwelijken, over polygamie en misogynie. Het gaat over het verbieden van onwelgevallige boeken en het uitspreken van fatwa’s. Over het ageren tegen en willen verbieden van kunst waar bloot in voorkomt.

De islamisering van ons land gaat ook over de weerzin die de islam heeft tegen kritisch, rationeel en wetenschappelijk denken en over de voorkeur voor het irrationeel religieus denken. Over het verzet tegen de vrijheid van meningsuiting en religiekritiek die bij ons onlosmakelijk verbonden zijn met onze individuele en maatschappelijke vrijheid. Over de weerzin tegen de democratie en de seculiere wijze van leven die ons dierbaar is.

Kortom, het gaat over de bewuste beïnvloeding, omvorming en vormgeving van een samenleving op basis van een wereldbeeld dat stoelt op een primitieve, niet geëvolueerde religie waarmee we in het westen niets hebben. Maar die ons nu wordt opgedrongen door de vertegenwoordigers van die religie, daarbij maar al te vaak gesteund door de politiek correcte verraders van onze westerse identiteit, onze waarden en normen.

Als ik deze opsomming bekijk (en ze zal vast niet compleet zijn) bekruipt me het gevoel dat we al onze tijd verdoen aan problemen die niet onze problemen zouden moeten zijn. En die we ons ook niet tot onze problemen moeten laten maken. De discussie over religie (en dan met name over de islam) bepaalt steeds meer de agenda van ons individuele, maatschappelijke en politieke denken. En dat zijn we zat, daar zouden we veel duidelijker over moeten zijn.

In de achter ons liggende decennia is de invloed van de beklemmende christelijke religiositeit (zowel maatschappelijk als politiek) jaar na jaar teruggedrongen maar ze wordt nu vervangen door een nieuwe religie die qua ontwikkeling mijlenver achter loopt. Bijkomend probleem is dat de traditionele religies in ons werelddeel zich (uit angst of uit opportunisme) ineens in een vernieuwd PR offensief storten en ook in de zendingsmode schieten. De opkomst van de islam en de reactie van andere religies, evenals de verwerpelijke collaborerende houding van onze politieke leiders in deze, werpen ons terug in de tijd. Iets waar we niet op zitten te wachten en waar we ons tegen moeten uitspreken en verzetten. En dat moeten we ook verwachten van onze politieke en bestuurlijke vertegenwoordigers. Daar moeten we ook helder over zijn, dat moeten we ze dagelijks voorhouden tot ze inzien dat het in het belang van een vrije samenleving anders moet. Een veel breder en alledaags gebruik van onze vrijheid van denken en vrijheid van meningsuiting is daarbij een wapen.

Reacties

Reacties

Geef een reactie