DELEN
Rutte

Het kabinet heeft bij de zogenoemde Turkije-rel, het volledig uit de hand gelopen diplomatieke conflict op 11 maart, volledig in overeenstemming met het internationaal recht gehandeld. Dat zegt het kabinet. Uit een brief die demissionair premier Mark Rutte maandag naar de Kamer heeft gestuurd, wordt duidelijk dat de Nederlandse regering niet van plan is excuses aan te bieden aan Turkije.

Op 10 maart werden de landingsrechten ingetrokken van het toestel van de Turkse minister van Binnenlandse Zaken Cavusoglu, om te voorkomen dat hij in Nederland campagne zou gaan voeren voor het door president Erdogan uitgeschreven referendum, aankomende zondag. De Turkse minister van Familiezaken, Fatma Betül Sayan Kaya, kwam tegen advies van de Nederlandse regering een dag later naar Rotterdam. Het werd haar verboden om het Turkse consulaat te betreden. De Rotterdamse politie hield twee Turkse diplomaten aan, ook kwam het op straat tot aanvaringen tussen de politie en aanhangers van Erdogan. Minister Kaya werd uiteindelijk als ongewenste vreemdeling uitgezet naar Duitsland.

Het kabinet erkent in de brief van Rutte dat inderdaad twee diplomaten zijn aangehouden. Toen op het bureau hun identiteit was vastgesteld, zijn zij direct weer vrijgelaten, schrijft Rutte. Naast de diplomaten werden nog eens twaalf personen uit de entourage van Kaya opgepakt, omdat ‘er aanwijzingen waren dat de entourage mogelijk over wapens beschikte.’ Eerder al had Rutte in de Tweede Kamer toegegeven dat in de chaos van de avond abusievelijk ook twee diplomaten waren aangehouden.

Bij het aanhouden en vervolgens uitzetten van de Turkse minister Kaya, heeft het kabinet echter geen steken laten vallen, zo vindt Rutte. In de brief staat te lezen dat zij als minister van Familiezaken geen diplomatieke onschendbaarheid genoot. De Nederlandse regering heeft volgens Rutte dan ook volledig volgens de regels van het internationaal recht gehandeld. Ook zou Turkije de Nederlandse regering geen andere keus hebben gelaten: ‘De handelswijze van de Turkse regeringsvertegenwoordigers maakte de zoektocht naar een andere oplossing onmogelijk,’ aldus Mark Rutte.

De rel van 11 maart zette de verhoudingen tussen Nederland en Turkije op scherp. De Turkse president Erdogan noemde in een reactie Nederlanders “nazi’s”, wat hem op scherpe kritiek van onder andere Europese leiders kwam te staan. Vooral in Duitsland werd afkeurend gereageerd op de uitspraken van Erdogan. NRC meldde vorige maand nog dat Nederland tot aan het Turkse referendum sowieso geen excuses aan Turkije zou aanbieden. De brief van Mark Rutte lijkt duidelijk te maken dat die excuses er helemaal niet zullen komen.

Reacties

Reacties

Geef een reactie