DELEN
SDB

Stel je eens voor. Wat in Nederland begon als een vreedzaam protest voor meer vrijheid en democratie is in korte tijd uitgemond in een sektarische burgeroorlog tussen protestanten en katholieken. In de provincie Utrecht is door radicale protestanten een nieuwe staat opgericht die met rasse schreden het land verovert, zelfs tot in België.

In een poging deze beweging een halt toe te roepen steunen buitenlandse mogendheden de relatief autonome Friezen. Zij strijden al decennia lang voor een eigen staat en zien dit als de kans om deze te bewerkstelligen, hetgeen betekent dat het Nederland zoals dat voor de revolutie bestond, ophoudt te bestaan. Het allemaal mag gekscherend klinken, maar het is heel grof gezegd wel wat er op dit moment gebeurt in het Midden-Oosten.

Na wat opstart problemen in februari 2015 de Nederlandse trainingsmissie in Irak van start gegaan. Aan militaire trainers was er geen gebrek, maar aan rekruten, zo bleek, wel. Nu is het tekort aan rekruten, of trainees, zoals ze door de regering worden bestempeld (alsof ze een jaar bij de ABN of Shell worden opgeleid) op zich niet het grootste probleem. Waar het probleem zit is dat Nederland met de training van Koerdische Peshmerga (de Friezen in het bovenstaande voorbeeld) bijdraagt aan de ondermijning van de soevereine staat Irak die we juist zo krampachtig proberen te behouden.

Mislukt

Wil het westen het tij keren, dan moet het eerst in het reine komen met het feit dat de War on Terror en de nation-building experimenten in Afghanistan en Irak faliekant zijn mislukt. Sterker nog, wat de goede bedoelingen van de interventies ook zijn geweest, deze hebben eerder wel bijgedragen aan de opkomst van IS dan niet. Deceptie en zelfdeceptie liggen aan het fundament van deze mislukking. Zo werd de opkomst van Islamitische Staat (IS) afgelopen zomer als een donderslag bij heldere hemel geportretteerd. Onder het motto van if it bleeds it leads was er in de media veel aandacht voor de door IS gepleegde wreedheden en weinig aandacht voor de oorzaken die aan de opkomst van IS ten grondslag liggen.

Deze misvatting door de publieke opinie staat niet op zichzelf. In december 2001 leek het alsof de Taliban haast moeiteloos voorgoed was verslagen, vanaf 2006 werd duidelijk dat dit nooit het geval is geweest. In de maanden na de invasie van Irak in 2003 heerste het gevoel van overwinning, terwijl Irakese troepen voor het grootste deel waren gedeserteerd. In Libië deden beelden van gewapende milities in 2011 denken alsof zij een groot aandeel hadden in de val van Ghadaffi, terwijl deze in feite niet mogelijk was zonder de NAVO-bombardementen. In Syrië voorspelden politici en journalisten in 2011 en 2012 herhaaldelijk dat het slechts een kwestie van tijd was eer Assad verslagen was. Deze misvattingen in de publieke opinie verklaren waarom we voor zoveel verassingen komen zijn te staan.

Bondgenoten?

irakOp een conferentie van internationale burgemeesters op het Witte Huis, sprak burgemeester Aboutaleb van Rotterdam de wens uit om jihadisme bij de kern aan te pakken. Banen en beter onderwijs zijn volgens hem slechts ten dele de oplossing voor radicaliserende jongeren. Zo moeten inlichtingendiensten en politie meer bevoegdheden krijgen om adequaat op te treden. Het zijn “oplossingen” waarmee politici vaker komen, het is echter niet aanpakken bij de kern.  De sombere conclusie is dat, ondanks verhoogde budgetten van de inlichtingendiensten en de  inperking van burgerlijke vrijheiden, de jihadistische groeperingen sterker zijn dan ooit. Meer geld is dus niet meer veiligheid.

De kern van het probleem ligt dus niet zozeer bij het aanpakken van jihadisten in Nederland, maar het aanpakken van landen die de terreur mede mogelijk maken. Daarbij moet men aan landen als Saoedie-Arabië en Pakistan. Uit een intern memorandum van het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse zaken, in 2009 onthuld door Wikileaks, bleek dat Saoedie-Arabië de grootste geldschieter was voor soennitische extremistische groeperingen.

Pakistan

Het is publiek geheim dat Pakistan een grote rol heeft gehad in de opkomst van de Taliban in Afghanistan. De onderlinge gevestigde belangen in de olie- en wapenindustrie bleken te groot en daardoor werd het probleem vanaf meet af aan nooit bij de wortel aangepakt. Erger nog, deze en andere staten met een zeer dubieuze staat van dienst groeiden uit tot onze “trouwste bondgenoten”. Landen, zoals Afghanistan, Iran en Irak, werden zwart gemaakt, gedemoniseerd en in de hoek gezet.

Zo bestaat de coalitie tegen IS voor een groot deel uit landen die het zelf niet al te nauw nemen met de mensenrechten. In Saoedie-Arabië worden nog steeds lijfstraffen uitgevoerd, de oppositie monddood gemaakt en zijn vrouwen tweederangs burgers. Deze duistere zijde van onze bondgenoten, die met hun olie-investeringen, wapenleveranties en wahabistische ideologie medeverantwoordelijk kunnen worden gesteld voor de huidige misère, werpt een donkere schaduw over de coalitie.

Los zand

Niets is wat het lijkt in Irak en Syrië. Noch de overheid noch de constitutionele politieke actoren zijn zo sterk als ze voor de camera doen geloven. Bij het verlaten van Irak in 2011, lieten de Verenigde Staten naar eigen zeggen een goed geoutilleerd en getraind leger achter van rond de 350.000 manschappen, waar sindsdien een slordige veertig miljard dollar in is geïnvesteerd. Dit “nationale” leger moest Irak de stabiliteit geven om op eigen benen te staan. Afgelopen zomer bleek hoezeer dit leger uit los zand bestond toen IS met enkele honderden strijders de Noord-Irakese miljoenen stad Mosul veroverde.

De corruptie in dit ongedisciplineerde en gedemoraliseerde “nationale leger” is diepgeworteld. Irak heeft de twijfelachtige eer om op plek 170 van de 175 van de wereld-corruptieindex te staan. (In dit geval is plek 1 het minst corrupt.) Dat kan ook haast niet anders met de enorme instroom van Amerikaanse dollars. Zo wordt bijvoorbeeld een bataljonscommandant maandelijks betaald om zijn troepen van eten te voorzien. Op papier is de mankracht van het bataljon 600, terwijl deze in werkelijkheid 200 is. De commandant steekt het verschil in zijn zak en voilà, een gigantische hoop geld voor weinig moeite. Deze en andere vormen van corruptie zorgen er voor dat ondanks de miljarden aan hulpgeld er het afgelopen decennium weinig ontwikkeling heeft plaatsgevonden.

Deze situatie heeft IS geen windeieren gelegd. Geschat wordt dat jihadistische groeperingen in Irak en Syrië een gebied in handen hebben ter grote van Groot-Brittannië. De grens tussen Irak en Syrië bestaat alleen nog op papier en in de VN-Veiligheidsraad. Hoewel de frontlinies veranderlijk blijven, is de algehele expansie van IS moeilijk ongedaan te maken. Overal steken aan IS-gerelateerde groepen de kop op. Dit wil uiteraard niet zeggen dat er een centraal commandocentrum is, zoals bijvoorbeeld het Pentagon, dat met een bombardement kan worden vernietigd.

Burgeroorlog en sektarisme

De religieuze polarisatie in Irak en Syrië vindt zijn oorsprong in voor de revolutie reeds aanwezige diepgewortelde politieke, religieuze en economische tegenstellingen. Wat in Syrië begon als een publieke opstand tegen een bruut en autoritair regime, is uitgegroeid tot een sektarische burgeroorlog die de hele regio heeft aangetast. Deze religieuze polarisatie is alleen maar toegenomen door toedoen van de regionale en mondiale spelers. Zij zijn in Irak een proxy-oorlog aan het uitvechten met enerzijds Saoedie-Arabië, Qatar en Turkije, gesteund door de Verenigde Staten en anderzijds Iran, Syrië en Hezbollah in Libanon, gesteund door de Russische Federatie.

Met de opkomst van IS zijn de tegenstellingen tussen soennieten en sjiieten in de regio alleen maar groter geworden. De buitengewoon wrede organisatie IS, is voor veel mensen blijkbaar te verkiezen boven door de overheid gesponsorde sjiietische milities. In Syrië wordt de gewapende oppositie tegen president Assad overheerst door elkaar bestrijdende extremistische groepen.

Ondanks deze interne machtsstrijd is het seculiere gematigde verzet veruit in de minderheid. Dit heeft de druk op de ketel voor de Syrische overheid wellicht iets verlicht, maar over het algemeen heeft president Assad veel vijanden en is het er nog niet in geslaagd deze situatie naar de hand te zetten. Gebleken is wel dat Assad veel steviger in het zadel zit dan westerse overheden aanvankelijk dachten. De tactiek van zijn regering, waarmee hij hele steden tot ruïnes reduceert, werpt langzaam zijn vruchten af. Het nadeel is dat er straks weinig meer over is om over te regeren.

Het idee dat het “seculiere” Vrije Syrische Leger voorop gaat in de strijd tegen Assad is inmiddels wel achterhaald. De oppositie in Syrië wordt gedomineerd door jihadisten. In de geest van “de vijand van mijn vijand is mijn vriend” is het onwaarschijnlijk dat Washington, Londen, Riyad en Ankara president Assad, als bolwerk tegen dit gevaar werkelijk weg willen. Anderzijds mag Assad ook niet zegevieren. Dat zou immers kunnen worden opgevat als een nederlaag. Zolang het westen blijft eisen dat Assad moet vertrekken, terwijl ze weten dat dit niet zal gebeuren, zorgen zij er indirect voor dat de oorlog blijft voortduren.

Eigen belang

Journalist Patrick Cockburn omschreef de situatie in het Midden-Oosten in zijn boek The Rise of Islamic State als een versie van de Dertigjarige Oorlog van vierhonderd jaar geleden:

“Too many players are fighting each other for different reasons for all of them to be satisfied by peace terms and to be willing to lay down their arms at the same time. Some still think they can win and others simply want to avoid a defeat. In Syria, as in Germany between 1616 and 1648, all sides exaggerate their own strength and imagine that temporary succes on the battlefield will open the way to total victory. Many Syrians now see the outcome of their civil war resting largely with the US, Russia, Saudi Arabia, and Iran. In this, they are probably right.”

Mocht de voorspelling van Cockburn uitkomen vergeet hij een belangrijk detail. Het einde van de Dertigjarige Oorlog en de Vrede van Westfalen van 1648 markeerde in zekere zin de geboorte van het huidige internationale systeem van soevereine staten. Het kan zo maar eens gebeuren dat als het huidige conflict eindigt de grenzen van het Midden-Oosten er heel anders uitzien.

Koerden

Hoe het ook zij, in deze hutspot trainen Nederlandse militairen de Koerdische Peshmerga, die al vanaf de stichting van Turkije, Syrië en Irak na de Eerste Wereldoorlog voor onafhankelijkheid strijden. Zij zien dit als dé mogelijkheid om internationale erkenning te krijgen voor meer autonomie. Hoewel de Koerden op papier als gelijkwaardig worden beschouwd door de regering in Baghdad, is dit in de praktijk niet het geval. Hoe de Nederlandse regering straks met de Koerdische wens voor onafhankelijkheid omspringt is nog niet duidelijk.

Soms speelt eigen belang een grotere rol dan op het eerste gezicht lijkt. Zo is de Nederlandse deelname in de gelegenheidscoalitie van het Westen tegen Islamitische Staat goed voor zijn internationale allure bij de “bondgenoten” – en mogelijk ook voor de kandidaatschap voor een VN-Veiligheidsraadzetel in 2017. Ondanks onze goede bedoelingen blijft het bijzonder lastig om toe te geven dat we fouten maken. Tot we met onszelf in het reine komen stel ik voor dat we ons even concentreren op onze eigen Haagse stammenpolitiek.

Reacties

Reacties

Geef een reactie