DELEN
economie

Eind jaren zestig, begin jaren zeventig, tegen de tijd dat de oorlog in Vietnam op zijn laatste benen liep, waren er ook grote zorgen in de westerse wereld. Het was de tijd waarin de Dollar dermate zwaar onder druk stond, dat Nixon geen andere mogelijkheid zag dan het ontkoppelen van de Dollar en het goud. Het leidde tot spectaculaire koersschommelingen van de ‘munten‘ van westerse landen, en gierende rentestanden.

In Nederland, en elders in Europa, kwam de ‘gastarbeider‘ in beeld, om het werk te doen waar de autochtone Nederlander geen trek meer in had. Althans, niet tegen een beloning en algemene arbeidsvoorwaarden die de werkgevers in gedachten hadden. VVD en CDA zetten de sluizen, zeer tegen de zin van ‘links‘, wagenwijd open. Aanvankelijk ging het om tijdelijke werkkrachten, maar diezelfde partijen maakten daarna ook de ‘gezinshereniging‘ mogelijk, en daarmee was de ‘multiculturele samenleving‘ een feit.

Overal in de wereld zijn er landen die ‘multicultureel‘ zijn, en er op de één of andere manier in slagen dat harmonieus te laten verlopen. Altijd relatief, waar ‘ghetto-vorming‘ een fenomeen is dat niet is weg te denken uit ‘multiculturele‘ samenlevingen. Wat op gezette tijden tot wrijving kan leiden. De ‘Joodse stad‘ New York kent historisch bepaalde wijken waar Chinezen, Italianen, of immigranten uit Ierland elkaar opzoeken. Het verhinderde de economische groei van dat land niet. En met de tijd vervaagden de etnische en religieuze scheidslijnen, waarbij complete wijken werden overgenomen door andere groepen die ook met hun ‘identiteit‘ te koop liepen, en elkaar opzochten. In diverse Amerikaanse steden ontstonden zo bastions voor mensen met een homoseksuele geaardheid.

Migratie, culturele en economische selectie zijn van alle tijden. Hoe groter de ‘focus‘ is op een ‘zuivere‘ wijk, een ‘zuivere‘ stad, of een ‘zuiver‘ land, hoe kwetsbaarder de samenleving op termijn. ‘Inteelt‘ is niet alleen biologisch geen succes, maar ‘kruisbestuiving‘ verrijkt een volk ook waar het andere kwaliteiten betreft, zolang dwang achterwege blijft. Typische ‘jaren zeventig‘ maakbaarheid-probeersels van complete woonwijken met een ‘mix‘ van woningen voor ‘Jan Modaal‘ naast de villa’s van hun bazen waren geen succes. Waar spontane ontwikkelingen van verpauperde volksbuurten echter wel weer konden leiden tot het volkomen onbetaalbaar worden van een wijk of stad. In dat geval wel steeds begeleid door een duidelijke ‘inspanningsverplichting‘ van de lokale overheid, die zorg draagt voor verbetering van de infrastructuur, dienstverlening en veiligheid.

Met landen niet anders.

Collectiviteit‘ kan niet worden afgedwongen, maar heeft ook geen kans zonder dat een overheid zorg draagt voor het scheppen van de juiste ‘randvoorwaarden‘. Een toestroom van immigranten, of mensen die niet ‘eigen‘ zijn in een stad of wijk, genereert niet zelden frictie, maar ook kansen, en innovatieve activiteiten die de economie stimuleren. Wie in een wijk of stad woont die ‘verpaupert‘, is niet blij. Maar wie in een wijk woont die ‘onbetaalbaar‘ wordt door de import van ‘draagkrachtigen‘, terwijl het eigen inkomen niet stijgt, ziet zich op zeker moment eveneens gedwongen te verhuizen. Belastingen, waaronder ‘parkeergelden‘, kosten voor voorzieningen, maar ook de kosten voor ‘levensonderhoud‘ stijgen mee.

Hoe intensiever de bemoeienis van de overheid met het ‘reguleren‘ van de samenleving, hoe groter de kans op spectaculaire, peperdure mislukkingen. Tot en met complete steden die in China uit de grond werden gestampt, waar nooit iemand kwam wonen. Maar ook neemt het verwachtingspatroon van de burger toe naarmate de overheid het initiatief meer en meer naar zich toetrekt. Tot iemand die opgroeide in een bepaalde stad, en bepaalde wijk, meent aanspraak te mogen maken op ‘passende woonruimte‘ en dito ‘werkgelegenheid‘ om de hoek van het ouderlijk huis. En uiteraard ‘betaalbaar‘, maar ook ‘voorzien van alle comfort‘, net als bij ‘pappa en mamma thuis‘. Met een overheid die daar op toeziet, en passende subsidie verstrekt waar het verwachtingspatroon van de burger niet aansluit bij het aanbod. Of anders ‘scheefwoners‘ met maatregelen hun huis uit treitert.

Hoewel die overregulatie in eerste instantie ook volop werkgelegenheid schept, voedt het tevens de onvrede. Die paradox speelt westerse landen al langer parten. Het ene land wat meer dan het andere. Waarbij ontevreden burgers al snel de ‘nieuwkomers‘ de schuld in de schoenen schuift van wat er allemaal mis gaat. Terwijl de oorzaak is gelegen in hun eigen ‘maakbaarheid-denken‘, die hen van de wieg af een ‘gouden toekomst‘ beloofde, mits ze hun ‘diploma’s‘ zouden halen. Maar in een land met louter advocaten en economen is de loodgieter schaars, en dus kostbaar. En advocaten kunnen de economen wel aan de lopende band processen aandoen, en rekeningen sturen, terwijl de economen uitrekenen hoe geweldig dat is voor het GDP, terwijl de overheid die advocaten uitknijpt om de economen te betalen, maar dat ‘rondpompen‘ van geld is op termijn volstrekt dodelijk. Waarna de loodgieter ook niet meer nodig is.

Om een economie in leven te houden, is een ‘toegewijde‘ overheid onontbeerlijk, maar moet er voldoende ruimte zijn voor spontane organisatie. Echter, in een tijd waarin automatisering en robotisering hand over hand toenemen, raakt de balans verstoord. Omdat een automaat of robot als ‘buurman‘ andere behoeften heeft dan die immigrant van weleer. En deze uit zichzelf ook geen economische activiteit ontplooit waar ‘de buurt‘ op in kan spelen. De robot gaat niet naar zijn werk, en zoekt geen vertier, maar werkt dag en nacht, in ruil voor wat elektriciteit en een druppeltje olie op zijn tijd. ‘Zelforganiserende robots‘ zijn nog slechts te zien in laboratoria en research-instituten, maar dat is een kwestie van tijd.

De ultieme vraag zal zijn hoe belangrijk ‘zelforganiserende robots‘, en hun eigenaren, ons vinden.

Reacties

Reacties

1 REACTIE

Geef een reactie