DELEN
Mark Rutte
Premier Mark Rutte bereidt zich in het Torentje voor op het vervolg van de Algemene Beschouwingen in de Tweede Kamer.

Het debat is begonnen. Premier Rutte memoreert dat het vandaag een bijzondere dag is, omdat het de laatste algemene politieke beschouwingen (de benaming voor het grote debat na Prinsjesdag) zijn van dit kabinet.

In maart zijn er immers nieuwe verkiezingen. Hij geeft aan de ambitie te hebben nogmaals minister-president te worden, maar dat uiteindelijk de kiezer daar over gaat.

Acht blokjes

Rutte geeft aan zijn bijdrage te hebben verdeeld in „acht blokjes.” Hij trapt, voordat hij naar het eerste blokje gaat over het economische beleid, echter af met enkele algemene opvattingen. Volgens Rutte is zekerheid op dit moment het kernwoord in de samenleving. Iedereen moet die zekerheid volgens hem voelen. Dat kan door „normen en waarden zeker te stellen” voor de toekomst. Rutte benadrukt dat niemand die in Nederland woont zomaar „mag shoppen in onze verworvenheden.”

Wilders in de aanval

Wilders wacht niet af en gaat direct in de aanval. Hij vindt dat de premier „sprookjes vertelt”. Volgens de PVV-leider hebben veel Nederlanders namelijk niets van het herstel gemerkt. Rutte antwoordt dat veel burgers wel degelijk meer zijn gaan verdienen. Volgens Rutte zitten veel ze daarom helemaal niet te wachten op het „pessimistische” geluid van de PVV.

Ook Roemer benadrukt dat arbeidsgehandicapte jongeren, hoe graag ze het optimistische verhaal van de premier ook zouden willen geloven, totaal geen kansen krijgen in onze huidige samenleving. Volgens Rutte krijgen jongeren die vroeger klakkeloos in regelingen als de Wajong terecht kwamen, „en daarmee een stempeltje: arbeidsongeschikt” dankzij het regeringsbeleid juist kansen krijgen.

Rutte stoeit met Klaver en Roemer over koopkracht

Gingen de APB gisteren relatief weinig over economie, koopkrachtplaatjes en inkomensontwikkeling, vandaag zorgen Roemer (SP) en Klaver (GL) ervoor dat er, althans in de morgen, wel veel over deze thema’s wordt gesproken. De minister-president ligt met deze partijleider voortdurend in de clinch over hoe de koopkracht van burgers, vooral van de lagere inkomens, zich heeft ontwikkeld. Roemer blijft zeggen dat volgens McKinsey in de achterliggende 15 jaar 80 procent van de inkomens (de lagere) er in koopkracht op achteruit ging, en 20 procent (de hoogste inkomens) er in koopkracht op vooruit ging.

Rutte zegt dat dit het gevolg is van veel meer zaken dan het kabinetsbeleid, van allerlei ontwikkelingen waarop het kabinet geen grip heeft. Maar nog los daarvan: over deze kabinetsperiode zijn alle inkomens erop vooruit gegaan, zegt de premier. „De cijfers van de heren Roemer en Klaver kloppen echt van geen kant.”

Reacties

Reacties

Geef een reactie