DELEN
CETA

Ewald Engelen is hoogleraar financiële geografie aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij onderzoek doet naar de ruimtelijke dynamiek van kapitaalstromen. Ook is hij columnist bij De Groene Amsterdammer.

Het is tekenend voor de kokerblik van Europese politici: het enige antwoord dat zij weten te formuleren op de eurocrisis is het vergroten van de handel. Alsof de economie samenvalt met de exportsector en alsof de belangen van burgers dezelfde zijn als die van multinationals.

Voor ‘meer groei en banen’ onderhandelt Brussel sinds 2009 met Canada (CETA) en sinds 2013 met de Verenigde Staten (TTIP) over het gelijktrekken van de markteisen. Voor de goede orde: het gaat hier niet om handelstarieven, maar om hetzelfde soort harmonisatie als in de Europese Unie met de interne markt wordt nagestreefd. Oftewel, CETA en TTIP raken diep aan het juridische weefsel waarmee wij in Europa onze sociale markteconomieën hebben opgetuigd. En verdient alleen al om die reden een open debat.

Tot voor kort was het echter het exclusieve domein van technocraten, die in rokerige achterkamertjes, ongehinderd door electorale pottenkijkers, uitmaakten hoe onze toekomst er uit zou zien. Die mentaliteit tekent nog altijd de onderhandelingen: niets is openbaar, alles gebeurt in het geheim en kritiek van buiten wordt hooghartig weggewuifd.

Als je naar de recente geschiedenis kijkt, is het evident dat vrijhandel goed is voor multinationals en slecht voor werknemers

Daar kwam in januari 2014 een einde aan. Toen confronteerde de Duitse zender WDR de toenmalige eurocommissaris voor Handel, Karel De Gucht, met de schamele groei die TTIP zou opleveren: tienden van een procent over een periode van tien jaar. Het blijft onvergetelijke televisie: veel gekuch en geschraap, steun zoekend bij voorlichters, wild bladerend in rapporten, om er vervolgens arrogant overheen te praten: ‘als ik zeg dat het goed is voor de burgers, dan is het zo’ – dat werk. Op slag werd TTIP politiek met een hoofdletter ‘P’. Burgers pikten deze neoliberale coup niet; ze hadden donders goed in de gaten dat de goudgerande beloftes van weleer velen doffe ellende hadden gebracht.

In het kielzog van de protesten tegen TTIP struikelden burgers over dat andere verdrag, CETA, dat al sinds 2009 op de onderhandelingstafel lag en dus veel verder gevorderd was. Omdat het om het vriendelijke, progressieve Canada ging, leek dat minder bedreigend. Schijn bedroog. CETA bevatte dezelfde arbitragehoven als TTIP, de Canadese onderhandelaars bleken net zo in de zak te zitten van de oliemaatschappijen als de Amerikaanse, en via CETA dreigde de EU zowaar het hele Noord-Amerikaanse Vrijhandelsverdrag uit 1994 te moeten importeren.

Bovendien bleek ook op dat progressieve imago van Canada het nodige af te dingen. Premier Trudeau is weliswaar alleraardigst voor vluchtelingen, maar als je naar de milieuprestaties kijkt, vraag je je af of ons milieu wel veilig is. Was dit niet het ultieme paard van Troje: CETA als achterdeur voor het kapot gedemonstreerde TTIP.

Kortzichtigheid

Tot deze zomer konden burgers er weinig tegen doen. Ratificering was een zaak van het Europees Parlement en daar zorgt een kartel van christendemocraten en sociaaldemocraten er sinds mensenheugenis voor dat de EU zuiver in de neoliberale leer blijft. Groot was dan ook de opluchting toen de Commissie besloot dat ratificering toch een nationale bevoegdheid was. Dat betekende namelijk dat het verdrag dertig nationale en regionale parlementen zou moeten passeren. CETA zou vast ergens stranden, was de verwachting.

Tussen ons en de volgende ring van de neoliberale hel staan alleen nog de Waalse socialisten. Het is te hopen dat zij hun rug recht houden

We zijn drie maanden verder en de meeste parlementen hebben hun bevoegdheid weer teruggelegd bij Brussel. De argumenten zijn overal dezelfde: de bezwaren die burgers en ngo’s tegen CETA hadden, zijn ingewilligd. Er komt geen gmo-voedsel Europa in, er wordt niet gemorreld aan milieu-eisen en voor die arbitragehoven komt een publiekrechtelijk alternatief.

Het getuigt van grote kortzichtigheid van de kant van onze volksvertegenwoordigers. Niet alleen zijn de economische baten van CETA (en TTIP) futiel, de rapporten waar de voorstanders zich op beroepen zijn ook nog eens gebaseerd op aanvechtbare aannames. Eerder liet voor TTIP de Amerikaanse econoom Capaldo dat zien. Nu ligt er over CETA een kritisch rapport van Kohler en Storm. Dat concludeert dat CETA zal leiden tot minder banen, minder macht voor werknemers en minder welvaart. Het zijn maar modellen. Maar als je naar de recente geschiedenis kijkt, is het evident dat vrijhandel goed is voor multinationals en slecht voor werknemers. Sinds de jaren 70 is vrijwel overal het aandeel van de jaarlijks geproduceerde toegevoegde waarde dat naar werknemers gaat met 15 procent gedaald.

Tussen ons en de volgende ring van de neoliberale hel staan alleen nog de Waalse socialisten. Het is te hopen dat zij hun rug recht houden.

Reacties

Reacties

Geef een reactie