DELEN
CETA

De stemming over het vrijhandelsverdrag tussen de Europese Unie en Canada (CETA) is uitgesteld naar later deze week. Dat komt omdat de Belgen dwarsliggen. Dit land stemt nog niet in met het verdrag, omdat het Waalse parlement het niet steunt.

Wat we de komende week kunnen verwachten is een staaltje machtspolitiek waar je niet goed van wordt. Het kan toch niet zo zijn dat een klein parlementje het verdrag tegenhoudt? En gebeurt dat toch, dan gaan we gewoon “tijdelijk” verder? Al kan dat “tijdelijk” naar Europese maatstaven gemakkelijk honderd jaar duren.
En dat ook de democratie weer verkwanseld wordt interesseert ze daar in Brussel niet.

Over de hele wereld hebben generaties boeren zaden bewaard van gekweekte gewassen om die later te kunnen hergebruiken in het volgende seizoen. Zaden zijn de bron van ons voedsel. Boeren hebben tradiotioneel hun kennis en ervaring op het gebied van zaaigoed doorgegeven aan volgende generaties. Welke zaden kun je gebruiken bij welke klimaatomstandigheden, soorten aarde, welke gewassen doen het goed, en wat voor zaden kun je planten om de bodem toch vruchtbaar te houden….. het zijn de simpele vragen die een deskundige aanpak vergen.
Zo gaat het al sinds mensenheugenis. Maar dat kan gauw voorbij zijn.

De bedreiging komt van handelsverdragen als CETA, waar de slaapkoppen in de Tweede Kamer al hun zegen aan hebben gegeven. Boeren kunnen straks niet simpel voortbordurend op de praktijk die eeuwenlang “normaal” was. Grote bedrijven die zich met zaden bezig houden (de grootste beruchtste van die bedrijven is (uiteraard) Monsanto) dringen aan op meer wet- en regelgeving op dit vakgebied. Zij willen dat er vanuit de grote concerns meer controle kan worden uitgeoefend op zaaigoed, en willen voorkómen dat boeren hun zaden kunnen bewaren, ruilen, verhandelen of hergebruiken. Bilaterale handelsovereenkomsten zoals CETA en TTIP gebeuren meestal in het geniep. In dit geval wordt er een agenda op na gehouden die de macht van de grote concerns nòg groter maakt, en de rechten van de boeren met de grond gelijk maakt.

Het voorgestelde handelsverdrag tussen de EU en Canada – de Comprehensive Trade and Economic Agreement (afgekort: CETA) is ons al zo goed als door de strot geduwd. CETA heeft bij het normale (inderdaad: normale) volk veel weerstand opgeroepen, ongeveer net zo veel als TTIP (een gelijksoortig handelsverdrag tussen de EU en de VS) omdat die verdragen de democratie (voor zover daar in de EU nog iets van over is) ondermijnen en de publieke dienstverlening bedreigen. Sluw verborgen op pagina 164 van de CETA overeenkomst staat in juridisch jargon clausule nummer 20.31 waar een controversieel commitment is opgenomen om meer zaaigoed van grote concerns aan te wenden.

In deze clausule leggen beide partijen zich vast om “promote and reinforce the 1991 Act of the International Convention for the Protection of New Varieties of Plan” (beter bekend als UPOV gebaseerd op de Franse afkorting). Dit verdrag, dat er op het eerste gezicht degelijk en technisch uitziet, is een gevaarlijk en machtig instrument voor het versnellen van zaaigoedprivatisering. De overeenkomst dateert uit 1961 en de laatste aanpassing van 1991 is erg controversieel geweest, omdat het de grote zaadconcerns sterke monopolies toekent en boeren vergaande beperkingen oplegt.

Zelfs als boeren geen zaden kopen van grote bedrijven liggen hun eigen zaden onder vuur. UPOV 91 en patentwetgeving staat bedrijven toe dat zij zaden weg kunnen halen van de velden van boeren, ze kunnen reproduceren, homogeniseren en vervolgens hun “eigen” versie van het zaaigoed van boeren kunnen registreren als dat van henzelf. De “nieuwe” zaden (zelfs als ze identiek zijn aan de “oude”) worden dan hun intellectueel eigendom, en boeren moeten dan- als zij hùn zaden gebruiken – royalties afdragen aan de grote zaadbedrijven.

In feite vergroot UPOV de macht van de grote concerns over de wereldwijde voedselsystemen, ten koste van de kleinschalige producenten. Als CETA wordt goedgekeurd dan verplichten de EU en Canada (die al getekend hebben voor UPOV 1991) zich UPOV verder uit te dragen bij andere landen en in andere handelsverdragen. Dat heeft vergaande gevolgen voor boeren in de hele wereld.

Maar wat hebben de zaden van boeren te maken met vrije handel? Zaadbedrijven, zoals Monsanto, vinden dat hun investeringen (en toekomstige winsten) wettelijke bescherming vereisen. Boeren die met hun eigen zaden handelen, kweken, werken, worden als een bedreiging gezien. Over de hele wereld, of het nu Azië, Afrika of Latijns Amerika is, gebruiken 70-80% van de boeren hun eigen zaaigoed, die ofwel uit hun eigen productie komt of door ruil of koop en verkoop met andere boeren. Daarom willen de grote concerns inbreken bij deze boeren en corporaties. Handelsverdragen zijn voor hen het ultieme instrument om dat geregeld te krijgen.

En blijkt er een land (met afzonderlijke wetgeving) dwars te gaan liggen, dan kunnen grote concerns uit de EU en Canada nationale regeringen aanklagen voor de misgelopen toekomstige winsten. Daarom is CETA ook zo gevaarlijk, want wat is er simpeler voor Amerikaanse bedrijven om een hoofdkantoor in Canada te openen, waardoor ook zij kunnen profiteren van het CETA-verdrag.
Dan hebben zij TTIP niet eens meer nodig.

Facebook Commentaar

Geef een reactie