DELEN
Aleppo

Niemand is de schokkende (propaganda of niet) foto vergeten van het 5-jarige Syrische jongetje Omran, die helemaal alleen en onder het stof op een stoeltje in een ambulance verdwaasd voor zich uit zit te kijken. Het werd een iconisch beeld van de oorlog in Syrië.

Steeds meer verschrikkelijke beelden worden op ons netvlies gebrand. Beelden van gewonde kinderen of van ziekenhuizen die door de bommen werden geraakt. Onder meer in Aleppo, nu het Syrische leger aan oostelijke zijde de aanval tegen de stad heeft ingezet, met de steun van Rusland. Overal klinken de oproepen voor humanitaire steun en solidariteit. Wat kunnen wij doen in dit complexe conflict?

Wat gebeurt er in Aleppo? Wie belegert deze stad?

Sinds 2012 is de stad Aleppo opgedeeld. Het grootste gedeelte, met meer dan een miljoen inwoners, staat onder controle van de Syrische regering. In het Oosten van de stad, waar nu nog ongeveer 200.000 mensen wonen, bestrijden verschillende rebellengroepen de regering. Onder deze groeperingen het zogenoemde “Vrije Syrische leger”, maar ook Al Qaeda-strijders. In het Noorden van de stad wordt een klein gedeelte gecontroleerd door Koerdische gewapende krachten.

De situatie in Aleppo verandert sinds 2012 regelmatig. Elke keer bevinden de burgers zich tussen hamer en aambeeld. In juli dit jaar begon de Syrische regering met een belegering van het Oosten van de stad, waarbij Castello Road werd afgesloten. In augustus belegerden de rebellen het Westen van de stad, waarbij de weg naar Ramouseh werd afgesloten, die dit deel van de stad verbond met de andere gebieden, gecontroleerd door de Syrische regering. Zoals in 2013 en in 2014 zouden de rebellen de watertoevoer hebben afgesneden.

Sinds ongeveer twee weken heeft de Syrische regering een nieuw offensief gelanceerd tegen de wijken in het oostelijke stadsgedeelte. Wanneer de media het hebben over het belegerde Aleppo, dan gaat het dus in feite over deze wijken. Het doel van de Syrische regering is opnieuw controle te krijgen over de hele stad, wat kadert in het ruimere objectief om haar soevereiniteit over het hele Syrische grondgebied te herstellen. Dat komt dus neer op het bestrijden van IS, maar ook van de gewapende rebellengroeperingen. Russische luchtaanvallen steunen de Syrische regering in deze oorlog.

Moet de aanval van het Syrische leger gestopt worden?

Als we de verschrikkelijke beelden zien waarmee we vandaag overspoeld worden, dan is onze spontane reflex dat er onmiddellijk een halt moet worden toegeroepen aan het offensief van het Russische en Syrische leger in Aleppo. Er worden daar immers verboden wapens ingezet, er worden ziekenhuizen gebombardeerd, … de beschuldigingen van oorlogsmisdaden aan het adres van de Russisch-Syrische coalitie zijn niet uit de lucht. Het regent rapporten over zogenaamde “collateral damage”, een vreselijke term waarmee gedoeld wordt op burgerslachtoffers of vernielde hospitalen.

Het bloedbad beperkt zich helaas niet tot deze stad. Overal in Syrië lijden burgers onder deze afschuwelijke oorlog. De bijzondere gezant van de UNO Staffan de Mistura heeft gelijk als hij beklemtoont: “Dit is de ergste menselijke tragedie sinds WO II. Ik heb nog nooit zoveel betrokken partijen met zoveel verschillende agenda’s gezien.” Op dit eigenste ogenblik maken een offensief van djihadistische rebellen en de reactie van regeringszijde rond de stad Hama ontelbare slachtoffers. En terwijl de Syrische regering ervan beschuldigd wordt clusterbommen te gebruiken, zouden de rebellen systematisch zelfmoordaanslagen plegen. De bewoners in de Koerdische wijk van Aleppo hebben het gebruik aangeklaagd van chemische wapens door de rebellen. Men wijst ons met recht en reden op de burgerslachtoffers van de Russische luchtaanvallen. Ondertussen benadrukt de internationale ngo Airwars het feit dat we ook de burgerslachtoffers niet mogen vergeten van de luchtaanvallen van de Westerse coalitie, waar ook België deel van uitmaakt.

In deze oorlog mag geen sprake zijn van selectieve verontwaardiging. De Britse journalist Robert Fisk kent de regio door en door. Hij is al drie decennia lang correspondent in het Nabije Oosten voor de Britse krant The Independent. Hij heeft gelijk als hij betreurt dat praktisch niemand een traan heeft gelaten toen de rebellen het Westen van Aleppo belegerden en “bommen en granaten afvuurden op dit stadsdeel waar honderdduizenden burgers onder controle van het regime leefden.” Elke humanitaire bezorgdheid moet concrete voorstellen inhouden voor de manier waarop er een einde kan gemaakt worden aan al deze praktijken en hoe de burgers van heel Aleppo en Syrië beschermd kunnen worden. Vooral nu de sterkste gewapende groeperingen ervan dromen om Aleppo te gebruiken als uitvalsbasis voor de installatie van een islamitische staat. Alleen het Syrische leger tegenhouden om deze lui nog sterker te maken, is geen optie.

Wat speelt hier nog achter de schermen? Waarom rukt het Syrische leger juist nu op?

De opmars van het Syrische leger tegen de gewapende groepen in het oosten van Aleppo lijkt vergemakkelijkt te zijn door de mislukte staatsgreep in Turkije in juli dit jaar. Net zoals Qatar, Saoedi-Arabië of ook nog de Verenigde Staten, is Turkije sedert jaren een bijzonder gewaardeerde bondgenoot van de rebellen in Aleppo. Zonder de wapens en de hulp van deze landen zouden de rebellengroepen de voorbije vier jaar niet verder hebben kunnen gaan met oorlog voeren.

De poging tot staatsgreep in Turkije heeft de toestand een beetje gewijzigd. De Turkse regering heeft ervan geprofiteerd om eindelijk te doen wat ze al heel lang wilde doen, namelijk rechtstreeks tussenkomen in het Noorden van Syrië. Turkije wil daar een zone instellen van 5000 km² onder zijn invloed. Na de staatsgreep heeft de Turkse president Erdogan eerst zijn greep op het leger versterkt en de interne oppositie tegen een rechtstreekse Turkse interventie verzwakt. Vervolgens is Turkije met Rusland gaan praten. Op het Syrische slagveld staan de twee tegenover elkaar: Rusland steunt de Syrische regering, Turkije en het Westen steunen de rebellen. Als gevolg van de onderhandelingen tussen deze twee is er nog maar heel weinig verzet van Rusland tegen de Turkse invasie, die ook gericht is tegen de Koerdische gewapende groepen. Tegelijk lijkt Ankara zijn steun aan de rebellen in Aleppo tijdelijk af te zwakken. Deze context is dus een kans voor de Syrische regering om snel haar controle te herstellen over de hele stad Aleppo.

Damascus wil, met het oog op de Amerikaanse presidentsverkiezingen, ook snel profiteren van de huidige situatie. Een van de adviseurs voor het buitenlandbeleid van de als overwinnaar getipte Hillary Clinton heeft immers beloofd dat het een van de eerste prioriteiten van Clinton zal worden om de Syrische president Bachar el-Assad uit het zadel te lichten. Het is geen toeval dat de kandidaat van de democraten de steun krijgt van invloedrijke Amerikaanse neoconservatieven. In 2011 was Clinton een hartstochtelijk verdedigster van de oorlog in Libië, waar het “redden” van de stad Benghazi voor de Westerse landen als voorwendsel diende om Kadhafi omver te werpen. Steun geven aan de rebellen in Aleppo zou het gedroomde excuus kunnen zijn om de regering van Assad omver te werpen, en van Syrië een tweede Libië te maken.

Wat kunnen wij eisen van onze regeringen?

De Syrische bevolking is nu al vijf jaar slachtoffer van een confrontatie tussen grootmachten die niets liever zouden willen dan het land onder elkaar verdelen. Er moet zo snel mogelijk een echt staakt het vuren komen. Het is niet meer aanvaardbaar om te sterven onder de bommen van de ene of onder die van de andere. Het lijkt trouwens erg onrealistisch te denken dat de Syrische regering of Rusland gaan stoppen zolang onze regeringen de gewapende rebellengroeperingen in het land steunen.

Rusland is sinds 2015 bij de oorlog betrokken, vier jaar na het officiële begin van de Westerse steun aan de rebellen, met een duidelijk doel: vermijden dat Turkije en de Verenigde Staten hun vliegtuigen inzetten om Assad te verjagen, net zoals ze dat hebben gedaan met Kadhafi. In grote lijnen is wat vandaag in Aleppo gebeurt, de vertraagde spiegel van onze interventie. Laat ons druk uitoefenen op onze regeringen om te stoppen met hun interventies en al hun steun aan de gewapende rebellengroeperingen. Opdat ze zouden investeren in humanitaire hulp van de Verenigde Naties in plaats van in bommen. We moeten druk uitoefenen om hen te doen breken met landen als Saoedi-Arabië of Qatar, die djihadistische groepen in Syrië steunen. We moeten eisen dat Turkije, lid van de NAVO, zijn militaire invasie in Syrië stopzet. Laat ons druk uitoefenen voor de organisatie van een vredesconferentie, zonder voorafgaande voorwaarden, die Syrië kan teruggeven aan de Syriërs. Als de speciale VN-gezant Staffan De Mistura erin gelooft, hebben wij de verdomde plicht dat ook te doen.

Reacties

Reacties

Geef een reactie